De werking & voorbeelden van Whole task first – Differentiëren Talentontwikkeling

In de vorige blog heb ik beloofd wat verder in te gaan op het idee van Whole task first  en Adaptive Support.

Bij deze.

Wanner je begint met de hele taak, begin je als het ware met het einddoel van een bepaald onderwerp. Dat einddoel presenteer je dan niet als een serie van regels die geleerd moeten worden en activiteiten die verricht moeten worden om het einddoel te bepalen. Je begint met een vraag.

Die vraag zet gelijk het ambitie niveau neer. Voor de leerling is gelijk concreet wat er van hem/haar verwacht wordt wat ze aan het eind van dit stukje onderwijs moeten kunnen en weten. Deze vraag moet de leerling prikkelen om op zoek te gaan naar de onderliggende theorieën, verbanden, concepten ed. Tegelijkertijd geeft het een toepassing aan van hetgeen geleerd moet worden.  De vraag prikkelt en geeft zeker voor de getalenteerde leerling een uitdaging.

Het bedenken van een goede vraag waarin alle aspecten van het stuk onderwijs dat het betreft is iets wat wat oefening vergt. Ik heb daar geen gouden formule voor. Ik heb wel gemerkt dat je dat in gezamenlijkheid met een collega goed kunt doen. Met Ilja (collega wiskunde – stedelijk gymnasium Leiden) hebben we in een dik uur, voor 3 hoofdstukken dit soort vragen kunnen bedenken.  Dekt een vraag altijd 100%? Waarschijnlijk niet. Dat betekent dus dat je vanuit de hele taak eerst, een groot deel van het reguliere deel kunt schrappen en dat je een selectie maakt welke taken de leerling naast deze hele taak nog meer moet uitvoeren.

Een vraag die je jezelf gelijk moet stellen nadat je de vraag hebt gemaakt, is welke ondersteuning je wilt geven. Daar komt het stukje Adaptive support om de hoek kijken. Bij de hele taak kun je een werkblad maken. In dat werkblad kun je allerlei taken benoemen die een leerling moet maken. Al dan niet in een volgorde. Je kunt ook aangeven dat een leerling bij het onderzoeken en beantwoorden een aantal concepten moet benoemen en gebruiken (zichtbaar maken). Je kunt controle momenten in bouwen, je kunt uitgewerkte voorbeelden mee geven. En ook hierin kun je variëren (en dus differentiëren).

In de voorbeelden probeer ik steeds een Voor en Na omschrijving te geven. Voor is hoe de aanpak er nu uit ziet, Na is wanneer je werkt met de hele taak eerst. De voorbeelden komen uit de workshop van afgelopen dagen en zijn niet volledig uitgewerkt en getest. Doel is om je een gevoel te geven bij het omdraaien van de aanpak.

Voorbeeld 1:
Vak: Ethiek & Burgerschap (Sloveense collega)

Voor: Vanuit de theorie een aantal mensenrechten bespreken (wat zijn ze, waarom zijn ze er etc) en daar vragen bij beantwoorden.

Na: een rollenspel laten bedenken & spelen.

Een jongen komt in aanraking met drugs en drank. Het gaat steeds minder goed met de jongen. Hij houdt ook een dagboek bij. Op een dag komt zijn moeder zijn dagboek tegen en begint er in te lezen. Op dat moment komt de jongen onverwacht de kamer binnen.

Bedenk in een tweetal het verdere verloop van dit scenario. Schrijf dat uit en speel het na.
Na uitvoering: bespreken van de verschillende scenario’s met elkaar.


Voorbeeld 2:

Vak: Wiskunde

Voor: Leerlingen krijgen theorie in het boek over 5 verschillende verschijningsvormen van kwadratische functies in formule & grafiek. Daarnaast moeten ze kwadratische vergelijkingen oplossen m.b.v. gegeven verschillende oplossingsstrategieën.

Na: Leerlingen krijgen een twintigtal kwadratische formules en vergelijkingen zie ze moeten sorteren naar de 5 verschillende (nog niet gegeven!) vormen; die ze moeten oplossen en waarvan ze aan de klas de verschillende oplossingsstrategieën moeten geven in een werkschema en die presenteren.

Een tweede hele taak hierbij is het geven van 10 grafieken en 10 kwadratische functies, waarbij de leerlingen deze bij elkaar moeten matchen en toe moet lichten welke kenmerken typerend zijn voor de verschillen.


Voorbeeld 3:

Vak: Latijn

Voor: Leerlingen moeten een aantal nieuwe teksten lezen. Bij deze teksten staan onder de tekst nieuwe woorden met vertaling en nieuwe grammatica

Na: Leerlingen krijgen vragen over de inhoud en de context van de tekst (begrijpend lezen). De leerlingen zullen zelf actief op zoek moeten gaan naar de onderliggende nieuwe grammatica en nieuwe woorden. Een open vraag van deze docent is nog wel hoe hij kan borgen dat alle grammatica aan bod komt. Wellicht zijn hier aanvullende taken nodig.


Voorbeeld 4:

Vak: Biologie

Voor: Leerlingen krijgen theorie aangeboden over het skelet en spieren. Leerlingen werken in het werkboek om de verschillende soorten en werking ervan te gaan leren.

Na: Voor de sport die je als leerling zelf beoefent zijn er veel voorkomende of vervelende blessures. Kies zo’n blessure en schrijf een revalidatie plan. In de taak staat omschreven welke aspecten in het plan moeten terugkomen.


Voorbeeld 5:

Vak: Nederlands

Voor: Leerlingen krijgen theorie en voorbeelden om een tekst naar voor een bepaalde doelgroep te schrijven. Theorie en doelgroep sluiten op elkaar aan.

Na: Leerlingen krijgen een bestaande tekst of advertentie en hebben als opdracht om deze te schrijven met zichzelf (klasgenoten) als doelgroep. Leerlingen geven feedback als peers op elkaars stukken: immers als doelgroep kun je prima aangeven of en waarom de opdracht gelukt is (of niet).


De omvang en complexiteit van de hele taak bepaal je zelf. De curve die ik in de vorige blog liet zien is van toepassing op ieder niveau. Voor de cognitief getalenteerde gymnasium leerling die zich stierlijk verveelt in jou les  heb je wellicht een ander soort hele taak dan de 4 mavo leerling die zich bij jou verveelt maar wel de ambitie heeft om volgend jaar havo te gaan doen.

De eerste wil je met name uitdagen om zijn meta cognitieve vaardigheden te prikkelen en te ontwikkelen. Of om überhaupt eens te gaan werken voor je vak. Die leerling moet leren hoe hij voor jou vak een complexe opdracht uit moeten voeren. Versnellen of verdiepen is misschien niet het primaire doel.
Bij de 4 mavo leerling zou versnellen wel een doel kunnen zijn om de extra tijd die vrij komt eerder aan examentraining te beginnen, of om het doorstroom programma naar 4 havo al in te zetten. Zeker bij wiskunde is dat een uitdagende opstroom module (zowel qua inhoud als meta cognitie).

Min tip is dan ook om in je hele taak eerst de vraagstelling goed te toetsen aan het doel dat je er mee wilt bereiken. Bedenk ook goed welke support je kunt en wilt geven en op welk moment.

Als starter hiermee ga ik komende weken mijn eerste stapjes zetten. En niet op hoofdstuk niveau en dus over meerdere lessen, maar gewoon over de stof die in 1 les behandelt wordt. Aan het einde kan ik dan gelijk met de leerling reflecteren op de hele taak eerst. Dat is ook een tip: begin klein!

Differentiatie – Whole task first in het kader van Talentontwikkeling

De tweede volle dag in Praag was een mooie dag. Niet alleen het weer was prima, maar zeer zeker ook de opbrengst. En niet te vergeten de lol, humor en mooie dynamiek in onze werkgroep. Heerlijk samen gewerkt met collega Ilja van het Stedelijk Gymnasium.

De dag hiervoor had ik de na de middag bijeenkomst een motivatie dipje. Het heeft even geduurd voor ik er achter kwam waar dat door komt en wat ik er aan kan doen. Dat moment kwam gelukkig ook al snel vanochtend.

Het idee dat in deze workshop centraal staat bestaat uit twee principes namelijk

  • Whole task first
  • Adaptive support

Mijn idee en verwachting daarbij was dat je een excellente leerling laat beginnen met de eindtoets. Afhankelijk van de score daarop kun je onderdelen uit de opdrachten weglaten of juist nog wel laten maken/bestuderen. Daarmee voorkom je dat je (de vaak ongemotiveerde leerling) allerlei taken geeft die de leerling al beheerst en zorg je dat wat ontbreekt nog wel aangepakt wordt. Je wint dan tijd voor deze leerling in het programma waarna je kunt kijken of en hoe je wilt verdiepen, verbreden, versnellen etc.

De gegeven voorbeelden en het gesprek daarop volgend gingen echter over het geven van een ingewikkelde uitdagende opdracht die alleen beantwoord kan worden als de leerling zelf op zoek gaat naar de afhankelijkheden, benodigde theorie, oplossingsstrategiën, nieuwe kennis gaat vergaren etc. De mate van ondersteuning daarbij (adaptive support) bepaal je ook vooral als docent . Ofwel wat bleek: de leerling besteedt dezelfde tijd aan het onderwerp als de reguliere leerling maar leert op een andere manier, met meer autonomie en omdat het grotendeels zelf is uitgezocht ook kennis vergaart die meer blijvend is. Niks verdiepen, versnellen of verbreden.

Hé. Maar dat wil ik juist wel. Dus wat moet ik nou met deze aanpak. En waarom heeft mijn andere collega het steeds over het  het uitdagen van de leerling, die alleen zich alleen maar verveelt? Die dus ook niet wil verdiepen of iets dergelijks maar eenvoudig weg die leerling aan het werk wil hebben.

En vanochtend daagde het ineens. Ik maakte deze schets, waarbij je horizontaal van zwak naar excellente leerlingen gaat en verticaal het % van de leerlingen in de klas dat daarbij hoort.

IMG_20151021_102838

De grafiek geeft eigenlijk aan hoe de verdeling van je leerlingen gemiddeld is in een klas. Een kleine echt zwakke groep, een vrij grote groep in het midden en aan de echt slimme kant weer een klein %.

Aha moment  1 was: we zitten hier voor talentontwikkeling, we hebben het over hoogbegaafde leerlingen. Zeker collega’s van de gymnasia hebben  leerlingen in de klas die echt hoogbegaafd, of cognitief ‘ gifted’ zijn.

Mijn referentiekader is nu een 1 vwo/gymnasium combinatie brugklas en verder alleen mavo klassen. Wat een cognitief talentvolle leerling nodig heeft is een ? moment. Hij of zij kan altijd alles gelijk of toch heel snel. Deze leerling moet een probleem voorgeschoteld krijgen waarbij hij of zij beseft: ik dacht dat ik slim was, maar hier moet ik toch even voor gaan zitten. Want ik zie het niet gelijk. Ik ben dus toch niet zo slim.

Als dat je vertrekpunt is, ja dan wil je niet versnellen, verdiepen of verbreden als uiteindelijk doel hebben. Je wilt dat een leerling uitgedaagd wordt om aan het werk te gaan voor je vak. Waarschijnlijk leert de leerling inhoudelijk misschien nog niet eens zo heel veel, maar zijn meta cognitieve skills worden wel op de proef gesteld. En daarmee pak je deze leerling. Want een getalenteerde leerling met een hoog IQ, maar lage capaciteiten op meta cognitief vlak is een risicoleerling qua onderpresteerder of misschien wel als dropout.

Aha moment 2  was dat qua het bedenken van een hele taak ik steeds vanuit het midden begon te denken: hoe kan ik de bovengemiddelde leerling zo goed mogelijk bedienen. Die 4 mavo leerling moet ik echt geen taak geven die te ver buiten zijn zone ligt. Dat het hier in deze workshop niet om een 4 mavo leerling ging, daar was ik al achter. Maar ik kan best een  whole task bedenken die buiten die zone ligt, alleen ik moet mijn adaptive support anders inrichten, zodanig dat het wel binnen het bereik van die 4 mavo leerling komt. Dus maak wel die uitdagende prikkelende eindtaak, maar kijk vervolgens naar je doelgroep en richt je adaptive support (wat de term al aan geeft) daar op aan.

Met deze twee momenten kwam ik tot rust en werd de energiebron weer aangeboord om met deze aanpak verder te gaan en kansen te zien.

Met Ilja ben ik vervolgens langs allerlei onderwerpen uit onze methodes gelopen om bij ieder onderwerp een whole task te bedenken. Een taak waar zo veel mogelijk vaardigheden in zitten die je wilt aanboren, die prikkelend en uitdagend zijn om aan te pakken en die leerlingen niet allen helpt om meer (be)grip op je vak en vakinhoud te krijgen, maar waarbij de leerling ook zijn meta cognitieve vaardigheden kan ontwikkelen.

In een volgende post of posts zal ik ook voorbeelden opnemen en verdere bouwstenen laten passeren om zo’n hele taak eerst aanpak vorm te geven.

Het is dus niet alleen maar eerst de eindtoets maken en dan aanvullen wat nodig is, maar het is een hele andere manier van leren. Waar veel meer inzit dan alleen de focus op werkverlichting en tijdcreatie voor andere zaken!

 

Bewaren

Studieweek van De Leidse aanpak voor talentontwikkeling – startbijeenkomst in Praag

Omdat onze stichting (SCOL) deelneemt in de Leidse Aanpak voor talentontwikkeling, heb ik de kans gekregen om deel te nemen aan de start van een samenwerking en uitwisseling met scholen in Brno, Pilsen en Ljubljana. Zowel docenten uit het PO als het VO zijn daarbij aanwezig. Alhoewel je in Slovenië niet echt over PO en VO kunt spreken omdat het onderwijs daar toch anders is georganiseerd.

Na een wat moeizame start op maandag, met wat theoretische lectures in het Tjechisch, met Engelse vertaling via de headset, was vandaag de start van de workshops.

Dat startte in de ochtend met eerst de kennismaking met collega’s uit andere landen. Wat heerlijk om met andere culturen te praten over onderwijs. Dat op zich is al een verrijking!

De drie thema’s die in de komende dagen in workshops aan bod komen worden gepitcht. De indeling wie in welke groep gaat deelnemen de rest van de week is al gemaakt, maar toch is het goed om van elkaar te weten waar je mee aan de slag gaat.

Start pitch : Praktische gedifferentieerde instructie

De insteek wordt om niet een theoretisch mode te gaan uitpluizen en bestuderen, maar de insteek wordt vooral praktische volgens Fred Janssen en Hans van Bemmel. Het concept van waaruit zij werken is Whole task first.

Met andere woorden, op een bepaald onderwerp begint de leerling, of groepje leerlingen met een volledige taak als start. Daarna volgt de aangepaste ondersteuning, door met name standaard taken weg te gaan laten.

Een mooi schema die Fred laat zien (ik ben gek op schema’s) is een assenstelsel met horizontaal de efficiency en verticaal de mate van innovativiteit. Daarin komen dan de volgende karakteriseringen uit.

Weinig efficiënt veel innovatief -> gefrustreerde beginneling
Hoog efficient en weinig innovatief  -> routine expert
Hoog innovatief en hoog efficient -> adaptive expert

Niet lastig om te raden welke ik nastreef 😉

 

Pitch twee is Design Thinking.

Lineke van Tricht neemt ons mee in het idee achter Design Thinking. Vertrekpunt is dat we vanuit onderwijs het doel hebben om leerlingen voor te bereiken op een volwassen leven in een toekomstige maatschappij. Daarbij noemt ze vaardigheden waar we in het onderwijs aandacht aan zouden moeten geven als creativiteit, autonomy, het aan kunnen gaan van relaties, motivatie, betekenis geven aan, meta cognitieve vaardigheden en deep level leren.

Vier principes die bij Design Thinking gehanteerd worden:

  • Innovators (en niet innovation)
  • vanuit een holistische benadering (met betekenis en relevantie)
  • projecten uit de praktijk (real world)
  • radical collaboration (multidisciplinaire teams, gezamenlijk door het hele proces)

De fasen van een Design Thinking proces, die ze spaces (of ruimtes) noemt

Empathy -> Define -> Ideate -> Prototype -> Testing.

De pijltjes geven een eerste volgorde aan, maar na 1 doorlopen cyclus ga je één of meerdere stappen terug. Een eerste prototype is namelijk nooit een eind product. Dat is wat ik met collega Melle Kramer ook #faalvaardig noemt: leerlingen moeten leren fouten maken> het is overigens maar net of je een prototype die niet door een test of goedkeuring komt ook echt een fout is. Je spreekt immers over een proces. Maar dat terzijde.

Al laatste noemt ze nog kansen voor de leerlingen:

  • (creatief) Vertrouwen opbouwen
  • Risico’s leren nemen, omgaan met (im)perfecties
  • Focus op het proces
  • Ontwikkeling meta cognitie
  • Motiverend: activerend, verantwoordelijkheid nemen en krijgen, realistische opdrachten
  • Deep level learning
  • Social skills en samenwerking

 

De derde en laatste pitch gaat over Meta Cognitieve Vaardigheden.

Bij deze pitch laat Marcel Veenman ons zien dat de meta cogn. vaardigheden die een leerling heeft (ontwikkeld) de grootste voorspeller blijken te zijn als voorspeller van toekomstige leeropbrengsten. Dat is namelijk 40%. In vergelijking met IQ, die een voorspellende waarde heeft van 28%. Belangrijk daarbij is verder dat IQ niet te trainen is , maar de meta cogn. vaardigheden dat wel zijn!

Deze vaardigheden starten te ontwikkelen op 8 jarige leeftijd ongeveer, maar liggen nog ruim onder de IQ qua invloed op het leren. Rond de 12 jaar komt daar een kantel punt in en gaat de frontale cortex zich ontwikkelen die het een leerling in staat stelt om een handeling even uit te stellen en eerst te gaan denken voor gelijk te gaan doen. Er ontwikkelt zich een soort stop functie. Na ongeveer het 14e levensjaar wordt de ontwikkeling van de meta cogn. vaardigheden ook domein overstijgend (transfer tussen domeinen).

Om deze vaardigheden te trainen is het van belang om deze in je reguliere lesgeven te integreren. Laat het zelf zien als je voor de klas staat, benoem ze en laat ook zien waarom ze van belang zijn. Benoem in ieder geval:

  • welke meta cognitieve activiteiten betreft het?
  • wanneer pas je ze toe?
  • waarom zijn ze belangrijk?
  • hoe moet je ze uitvoeren?

 

En dan verder

Boeiende onderwerpen, allemaal van invloed op en bruikbaar voor de ontwikkeling van talentontwikkeling. Onderwerpen, waarbij de aanwezigen staan te trappelen om aan de slag te gaan ermee.

Dat hebben we in het middag programma dan ook gedaan. Mijn indeling (en keuze) is die van de praktische gedifferentieerde instructie. Daarbij heb ik in de middag wel moeten schakelen omdat mijn verwachting niet helemaal aan lijkt te sluiten bij de insteek van de workshop. Maar dat is voor morgen om verder over na te denken. Vandaag was een lange dag, veel gehoord & uitgewisseld. Eens kijken of mijn dromen wat zaken kunnen sorteren vannacht.

 

(excuus voor type/schrijffouten , de vermoeidheid speelt parten)

Bewaren

Coördinaten & Grafieken

In de sectievergadering aan het einde van vorig schooljaar hebben we uitgesproken dat we zelf meer digitaal materiaal zouden zoeken bij de onderwerpen waarin we les gaan geven. Uit onvrede over de kwaliteit van het digitale materiaal dat uitgevers te bieden hebben. Voor de brugklassen heb ik het op me genomen om bij ieder hoofdstuk dat we starten, een verzameling aan te leggen van bruikbaar materiaal. We gebruiken overigens Moderne Wiskunde editie 10.

Voor de eerste twee hoofdstukken (Ruimtefiguren & Verhoudingen) ben ik best wel bruikbaar uitleg materiaal tegen gekomen. Via LessonUp,  Listr (voorheen clipschool) en wiskunde academie kom je veelal hetzelfde materiaal tegen. Pak daarbij ook nog Kahoot en je hebt iets.

Maar war er erg ontbreekt in interactief materiaal om te gebruiken in de lessen of door leerlingen thuis. Digitaal oefen materiaal: spellen, sommen, opgaven & verdieping: het is lastig te vinden. Laat staan iets digitaals wat ook nog goede en gerichte feedback kan geven.

Voor het 3e hoofdstuk lijkt het ineens omgedraaid te zijn: wat is er veel en leuk oefen materiaal te vinden op het gebied van met name coördinaten en grafieken. Enige kanttekening: het is allemaal Engelstalig, maar laagdrempelig Engels.

Coördinaten

Een instap spelletje op http://www.mathplayground.com/

aliens

Veel gevarieerd oefenmateriaal in spel vorm is te vinden op http://mathszone.co.uk/

mathszone

Een andere verzamelsite is https://nrich.maths.org/

Daarin staat onder andere een link naar het spel Cops & Robbers. Dit is een spel waarbij een extra level uitdaging in zit.
Ergens in het kwadrant zit een rover verstopt. Zodra je een coördinaten paar in vult, krijg je te zien op welke afstand je van de rover zit via de kortste afstand vanaf jou gegeven coördinaten naar de plaats van de rover. Vind de rover in zo min mogelijk stappen. Welke strategie gebruik je?

nrich

Nog meer redeneren via de site van http://mathsframe.co.uk/

redneer2 redeneer1

Grafieken

Een leuke om in de les te doen is het lesmateriaal op http://graphingstories.com/

graphingstoriesgraphingstories2

Bijvoorbeeld bij de jongen linksonder op het plaatje hierboven. Er gaat een filmpje lopen met een timer, waarbij de jongen omhoog klimt, naar de glijbaan loopt en naar beneden glijdt. De leerlingen moeten de hoogteverandering uitgezet in de tijd op het werkblad (zie afbeelding ernaast) tekenen. Iedere video eindigt ook met de juiste grafiek, die gemaakt wordt als overlay op het assenstelsel.

Wil je dit principe verder door leerlingen laten verwerken en toepassen dan is er op  desmos.com nog een helem mooie activitieit: https://teacher.desmos.com/waterline

desmos

Al met al voldoende materiaal om ook door leerlingen zelf of op je digibord in de klas met de leerlingen te doen deze keer!

En dan heb ik mijn ouder vertrouwde bronnen nog niet eens geraadpleegd. Ik denk dat ik die ook gewoon maar een keertje oversla!