De Onderwijsdagen 2015

Ook ondergetekende is één van de gelukkige 12 Edubloggers die De Onderwijsdagen van 2015 mocht bezoeken. Voor mij een eerste keer, en dat was een hele fijne en positieve ervaring.

Toch ook wel spannend om naar een onderwijsevenement te gaan waar je weinig mensen kent. Het gezellige #edubloggers diner op de maandag helpt dan wel een handje mee om toch wat bekende gezichten terug te zien op zo’n dag.

Over de opening key-notes is al een en ander beschreven door mijn mede bloggers.
Ik wil één plaatje van Danny Mekić er toch even uit lichten:

 

fabriekcommunity

Dit plaatje kwam met de vraag wat we nu zijn en wat we nu willen of zouden moeten zijn.
Met de huidige communicatiemiddelen, waarbij mijn dochter een werkstuk samen maakt in google documenten terwijl ze skypend het gesprek er over voert met klasgenoten, is het duidelijk dat de community periode al is aangebroken bij leerlingen.
Maar hoe zit dat bij docenten? Ook daar zie ik gelukkig veel initiatieven, zoals de #Mathstlp twitter sessies; de facebook groepen Leraar Wiskunde en Wiskundelessen; de ‘markplaatsen’ van tools als Lesson-up , Kahoot & Socrative om maar wat voorbeelden te noemen. De vereiste stap die docenten moeten maken hierin is vaak : je begeven op de social media.   Ook al heb je vanuit je prive daar bedenkingen bij of geen behoefte aan; op je werkterrein gaat een wereld voor je open zodra je daar je eerste stappen zet. En geloof me: er gaat zo’n enorme boost vanuit als je zelf deel gaat nemen als community member. De stap naar lesgeven in een community  met, van en voor leerlingen wordt een makkelijkere en kleinere stap!

 

Mijn eerste sessie was de 4 in balans: Weten wat werkt in de ICT en waarom van Kennisnet.

Er werd nog maar eens benadrukt dat de balans tussen de Visie, Deskundigheid, Infrastructuur en Inhoud & toepassing ook echt een balans moet zijn. Geen enkele van deze pijlers zal in zijn eentje in staat zijn een toegevoegde waarde te bewerkstelligen.

Er viel op dat bij een onderzoek 80% van de docenten zich didactisch ict vaardig vindt. Daar schrok ik van, en met mij nog anderen. Is hier sprake van zelfoverschatting? Wanneer mag je jezelf didactisch ict vaardig noemen? Vooral de toevoeging van het didactische deel ervan is wat mij zorgen baart. Digitale didactiek is een behoorlijk indrukwekkend terrein dat volop beweegt en ontwikkelt. Mijn praktische ervaring is dat, kijkend naar verhoudingen, ik eerder 30% didactisch ict vaardige docenten ken. De positieve kant van dit  cijfer werd genoemd als het feit, dat hieruit kan blijken dat er een goede basis is om op dit vlak enorm te gaan groeien want de schroom om met ict aan de slag te gaan lijkt met 80% didactisch ict vaardige collega’s weg te zijn.

Een nieuwe blik voor mij leverde nog op dat één van de mogelijke indelingen van je onderwijs de verdeling is tussen leerlinggestuurd onderwijs en leraargestuurd onderwijs. Nou is dat op zich geen vernieuwing, maar wel de rol van ict daarin. Ict inzetten voor leerlinggestuurd onderwijs is heel wat anders dan ict inzetten op leraargestuurd onderwijs. Je moet je altijd al afvragen wat de toegevoegde waarde is van de ict die je op enig moment in zet, maar je moet je ook goed realiseren dat er andere randvoorwaarden zijn waar de ict aan moet voldoen. Die is namelijk verschillend.

Een mooie afsluiting van deze sessie was de volgende vraag je jezelf steeds kunt stellen:

“Met de inzet bij deze ict verwacht ik bij mijn leerling de opbrengst …….”

 

Mijn  volgende bijeenkomsten waren panelgesprekken van Doorbraak ICT en Onderwijs.

De eerste uit de serie is die van het Curriculum Bewustzijn. Deze had voor mij een sterke link naar de laatste uit de serie , namelijk Leermiddelen & Leeromgevingen.

Vanuit de behoefte aan gepersonaliseerd leren en differentiëren is er sterk de behoefte bij docenten om leermateriaal uit verschillende bronnen te kunnen samenvoegen en arrangeren. Daar zitten een aantal hele belangrijke randvoorwaarden aan (o.a.) :

  • curriculum bewustzijn
  • flexibel inzetbare leermiddelen
  • een flexibel en device onafhankelijk platform om te arrangeren
  • een goed leerling volgsysteem (dashboard)

Het curriculum bewustzijn is voor de docent van belang: ken de leer- en kerndoelen van je vak! En hoeveel van ons zijn de afgelopen jaren niet een methodeslaaf geworden: de jaarplanner vullen vanuit het aantal bladzijden of paragrafen  uit je methode. Proppen, trekken en duwen om het er allemaal in te krijgen. Ik moet toegeven dat ik, zeker als beginnend docent, die methode wel heel prettig en handig vond. Het ontsloeg me op dat moment om ook daar nog eens over na te moeten denken.
Eén opmerking van een aanwezige docent is goed blijven hangen: “pak je methode en kijk eerst wat je er allemaal uit kunt schrappen”. Moet je eens kijken welke ruimte er over blijft!

Wil je als docent, vanuit het curriculum, vervangend (digitaal) materiaal vinden (of zelf ontwerpen) dan zijn huidige methoden daar niet op toegespitst. Leer- en les materiaal is gekoppeld aan paragrafen en hoofdstukken. Vanuit je curriculum ben je echter vanuit je leerdoelen aan het werk, en zou je feitelijk materiaal willen vinden op basis van je leerdoelen. Dat betekent dat aan leer- en lesmateriaal meta data moet worden toegevoegd. Binnen wikiwijs maken en klascement.net zie je dat al gebeuren. Ook het materiaal van VO Content met de flexibel inzetbare stercollecties is een mooie opstap hiertoe.  Een complexiteit die LessonUp ook heeft ervaren in gesprekken met docenten is de relatie tussen leerdoelen en leerobjecten. Dat is geen 1:1 relatie maar een veel:veel relatie.

Er is gesproken over een blendspace of spotify model waarin je als docent alleen datgene kunt pakken wat jij op dat moment als toegevoegde waarde beschouwt. Bij het tellen van de vingers welke docenten daar voorstander van zouden zijn, kwamen twee handen tekort. Ofwel: hier ligt een uitdaging voor de traditionele uitgevers.

Komt er ooit één ultieme leeromgeving waarin alle docenten worden voorzien in hun wensen en behoeften? Waarschijnlijk niet, daarvoor lopen de wensen en eisen te veel uitéén.  En ook die diversiteit is goed: juist door te blijven experimenteren blijft er beweging in de onderwijsontwikkeling. De beperkingen en starheid van een leeromgeving kan uiteindelijk ook de onderwijsontwikkeling tot een stilstand brengen.  Flexibiliteit is een belangrijk criteria bij de keuze voor de leeromgeving; het liefst uitgever en platform onafhankelijk zodat je makkelijk kunt switchen.

Als scholen op termijn meer vanuit de leervragen en leerbehoeften gaan nadenken , met een sterk ontwikkeld curriculum bewustzijn, en wanneer docenten vaardiger worden in het bepalen wat en hoe ze dat willen bereiken kun je veel bereiken op dit gebied. Maar dan moet je wel los komen van huidige (veel jaren) bindende contracten of afschrijvingen van methode zoals die er nu zijn.

 

Persoonlijke reflectie

Mijn persoonlijke thema waar ik in mijn lessen mee bezig ben is differentiëren. Bij de aanpak van Hele taak eerst is het curriculum bewustzijn ook van groot belang. Fijn om op zo’n dag te zien dat dat bewustzijn voor veel meer van belang is. Waar ik al kritisch was naar de methode toe, ga ik nu nog scherper kijken naar: wat kan er weg. Ik laat me inspireren in de communities waar ik al lid van ben om nieuw materiaal te vinden en geschikt te maken voor mijn lessen en andersom deel ik mijn lessen en materiaal met anderen (want immers: delen = vermenigvuldigen). Ik blijf experimenteren met LessonUp, Listr, N@tschool, Stercollecties etc.

Kortom: ik merk dat de dingen die ik nu toekomstbestendig zijn. Dat sterkt mij en stimuleert mij nog meer om daar mee door te gaan en daarmee ook anderen te inspireren (of toch in ieder geval pogingen te doen daartoe). Ik mag wat kritischer worden op de methode en wil me meer bewust worden van de kern-en leerdoelen van de verschillende niveaus die ik les geef.

 

Willem , Surf & Kennisnet en iedereen met wie ik gesproken heb : dank voor een leerzame  en inspirerende  dag! Tot volgend jaar.

Advertenties

Een gedachte over “De Onderwijsdagen 2015

  1. […] Dit plaatje kwam met de vraag wat we nu zijn en wat we nu willen of zouden moeten zijn. Met de huidige communicatiemiddelen, waarbij mijn dochter een werkstuk samen maakt in google documenten terwijl ze skypend het gesprek er over voert met klasgenoten, is het duidelijk dat de community periode al is aangebroken bij leerlingen. Maar hoe zit dat bij docenten? Ook daar zie ik gelukkig veel initiatieven, zoals de #Mathstlp twitter sessies; de facebook groepen Leraar Wiskunde en Wiskundelessen; de ‘markplaatsen’ van tools als Lesson-up , Kahoot & Socrative om maar wat voorbeelden te noemen. De vereiste stap die docenten moeten maken hierin is vaak : je begeven op de social media.   Ook al heb je vanuit je prive daar bedenkingen bij of geen behoefte aan; op je werkterrein gaat een wereld voor je open zodra je daar je eerste stappen zet. En geloof me: er gaat zo’n enorme boost vanuit als je zelf deel gaat nemen als community member. De stap naar lesgeven in een community  met, van en voor leerlingen wordt een makkelijkere en kleinere stap! Lees verder op het blog van Jörgen van Remoortere. […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s