‘Wat we kinderen echt kunnen leren ‘ — boek review

Afgelopen week hebt ik het volgende boek gelezen:

Tijdens mijn opleiding voor docent wiskunde passeerden een aantal onderwijstheorieën. Deze theorieën aanvaarde ik als vanzelfsprekend en zonder enige kritische noot als betrouwbare bouwblokken voor mijn onderwijs.

Twee van die theorieën waren onderstaande piramide en de verschillende leerstijlen:

Learning PyramidVerder over te lezen op: https://davidtjones.wordpress.com/2009/10/11/the-learning-pyramid-true-false-hoax-or-myth/

Paul Kirschner schreef al eens een review van het boek “Jongens zijn slimmer dan meisjes en andere mythes over leren en onderwijs.” van Pedro de Bruyckere & Casper Hulshof. Dat was mijn eerste kennismaking met deze onderwijs mythe bestrijders.

Pedro heeft dus het boek van Daniel T. Willingham, met de oorspronkelijke titel “When can you trust the experts? How to tell good science from bad in education”, bewerkt en vertaald naar het Nederlands.

Het feit is dat er regelmatig artikelen en nieuwe inzichten gepubliceerd en verkondigd worden, waarbij uit onderzoek blijkt dat leerlingen beter/sneller/efficiënter/etc leren als ze les krijgen volgens het nieuwe inzicht. Maar hoe betrouwbaar was dat onderzoek? En geldt dat dan ook voor jouw leerlingen, in jouw specifieke klas? Welke van die onderwijsvernieuwingen zijn slim om te volgen en welke niet. Als docent ben je meestal èn niet vaardig genoeg om te in te schatten èn heb je eenvoudigweg de tijd niet om daar in te duiken en je te verdiepen in de betrouwbaarheid van de beweringen.

Daarin wil dit boek je helpen. En dat doet het ook!

In het eerste deel wordt steeds vanuit een probleemschets of een wat algemener (niet specifiek onderwijs gericht) voorbeeld een knelpunt aangegeven. Vervolgens wordt toegelicht waarom dat knelpunt er is en hoe zich dat vertaalt naar het onderwijs. Er worden nog geen oplossingen aangedragen, maar je gaat je wel steeds bewuster realiseren hoe marketing werkt; hoe welke principes worden toegepast om mensen ergens van de overtuigen. Ik begin ook ineens anders naar reclames te kijken en zelfs als ik met buren over de situatie in Turkije praat, zie ik hoe die principes ook echt ingezet worden en (ook daar) blijken te werken. Dat de uiteenzetting van die principes ruim de helft van het boek beslaat is niet eens storend, maar er bekruipt me wel stilaan de behoefte aan middelen om te voorkomen dat ik er ‘in trap’.

In het tweede deel komt een aanpak om je te helpen de goede wetenschap van de slechte te onderscheiden. Deze aanpak bestaat uit vier stappen:

  • strip it & flip it
  • trace it
  • analyze it
  • should I do it?

Om niet te veel te weg te geven zal ik deze vier fasen niet uitgebreid uit de doeken doen. De kern zit in het formuleren van de verandering in :

Als ik X doe, bestaat er een kans van Y procent dat Z zal gebeuren.

Anders gezegd: je wilt weten welke verandering (X) precies wordt voorgesteld, welk resultaat (Z) je mag verwachten als je die verandering doorvoert en wat de waarschijnlijkheid (Y) is dat het beloofde resultaat ook bereikt wordt.

Nu wil het feit dat ik komend schooljaar als pleitbezorger (zo wordt in het boek degene genoemd die de je probeert de verandering uit te voeren) een traject start met een aantal mede collega’s om cijferloos te gaan werken. Ofwel we gaan bij leerlingen de aandacht naar het leren brengen en niet naar het te behalen rapport cijfer.

Ongemerkt ben ik tijdens het lezen van de tweede helft van het boek, het boek gaan lezen als ware ik de pleitbezorger. De vragen die je in het boek leert stellen aan de pleitbezorger moeten je een goed beeld geven van wat de verandering in houdt, wat het beoogde resultaat en is hoe groot de kans is dat dat resultaat bereikt wordt. Ik merk bij mezelf als pleitbezorger dat ik niet op alle vragen antwoord kan geven. Het eerste punt (de verandering) kan ik goed onder woorden brengen. Het resultaat dacht ik ook, maar ik merk dat dat op hoofdlijnen blijft. Ik word nu wel geprikkeld om na te denken over welke concrete en meetbare resultaten ik beoog te bereiken. Over de kansen kan ik helemaal niets zeggen.

Langzaam aan kom ik tot de conclusie, dat we na een snuffel periode van mij in het afgelopen jaar met hetzelfde onderwerp, nu eigenlijk pas een soort onderzoeksfase in gaan. Ik krijg, vanuit de vragen over wat goede en slechte wetenschap/onderzoek is, handvatten om ons traject van komend jaar nog veel beter voor te bereiden, zodat we aan het einde ook kwalitatief betere & betrouwbaardere uitspraken kunnen doen over wat gewerkt heeft en wat niet.

Bij het lezen van het boek kwam ook Jo Boaler in mijn gedachten boven drijven. Met een wiskunde collega in de facebookgroep Leraar Wiskunde had ik een uitwisseling over of het hele idee van de growth mindset zoals Jo Boaler deze verkondigt nu mythe is of niet. Verschillende artikelen laten me twijfelen aan de betrouwbaarheid van de onderzoeken en resultaten van Jo Boaler, met name gericht op de Railside school waar ze steeds naar verwijst. Ik wil kritisch zijn, maar ik werd wel enthousiast van haar aanpak. In Nederland is er veel aandacht voor Wiskundige Denk Activiteiten (WDA’s), en veel voorbeelden die Jo geeft gaan nu juist over het aanreiken van rijke wiskundige taken. Ik haal er dus maar het beste uit, waarvan ik denk in de praktijk mijn onderwijs mee te kunnen verrijken. Toch hoop ik dat Pedro & Casper ook nog eens de tijd vinden om in het Growth Mindeset verhaal te duiken. Niet specifiek m.b.t. Jo, maar meer richting de ‘grootmoeder’ er van: Carol Dweck.

Afsluitend: dit boek is zeker een aanwinst op de Nederlandse (onderwijs) boekenmarkt. Het helpt je een kritischer volger te worden van ontwikkelingen en bewering bij de toenemende hoeveelheid ‘op onderzoek gebasee erde’ onderwijsvernieuwingen. Het boek leest vlot. Bij de logische redeneringen wel even je aandacht erbij houden als ze de flip-it stap toelichten!

Advertisements

3 gedachtes over “‘Wat we kinderen echt kunnen leren ‘ — boek review

  1. Nuttige boekbespreking met mooie verbinding naar een recent praktijkgeval, waar via de door Daniel Willingham voorgestelde methode gekeken kan worden naar de waarde van de bewering dat een idee door onderzoek wordt ondersteund. De link met de persoonlijke situatie van het ‘midden zitten’ in een onderzoek is een waardevol voorbeeld voor veel collega’s. Mooi beschreven hoe twijfel en open staan noodzakelijk zijn voor verantwoord vernieuwen in onderwijs.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s