Leerdoelen wiskunde 1 vwo

In de pilot van het afgelopen jaar hebben we (de vakken Engels, aardrijkskunde en wiskunde) met subsidie van het Leraren Ontwikkel Fonds, de eerste stappen gezet in  het formatieve (en ook cijferloze) lesgeven aan een vwo brugklas.

 

We zijn gestart met het opstellen van leerdoelen en succescriteria en hadden gehoopt ook wat aan de ontwikkeling van en het ervaring opdoen met formatieve leeractiviteiten. Dat laatste is maar mondjes aan gelukt. Waarom? Omdat het opstellen van heldere, passende, en in taal begrijpbare leerdoelen en succescriteria geen eenvoudige taak is.

 

Voor mijn vak wiskunde, gaat het veelal om vaardigheden. De leerdoelen hebben dus al snel enkel betrekking op vaardigheden en daarbij met name met oog voor het product en veel minder op het proces. Leerdoelen op het proces kun je ook formuleren om later ook daarmee gerichter feedback op het proces te kunnen geven. De leerdoelen die we nu hebben zijn dus nog lang niet af, maar geven wel een basis om verder te gaan en ze door te ontwikkelen. Ik heb daarin sparring met wiskunde collega’s wel gemist. Gelukkig heb ik regelmatig de leerdoelen en criteria tegen Sacha van Looveren aan mogen houden voor feedback.

Hieronder vinden jullie de leerdoelen terug die ik gemaakt heb voor de vwo brugklas, gebaseerd op (en in tekst ook gekoppeld aan) de methode Moderne Wiskunde , editie 10. Er zit grote overlap met de havo/vwo boeken van deze methode.

Op hoofdstuk 7 en 11 na, zijn de leerdoelen uitgebreid met 3 (en soms 2) niveaus succescriteria :

Noot: De punten die je daar bij ziet staan kun je weglaten. Ik heb ze erbij staan om in de gebruikte tool wat statistieken en overzichten te kunnen genereren.

 

Hoofdstuk 11 en 7 hebben we aan het einde van het jaar (in deze volgorde) gedaan in de planning om twee redenen. Reden één is dat we hoofdstuk 12 (algebra) zo belangrijk vinden dat we dat niet in de laatste weken van het schooljaar willen doen, omdat het  leerrendement dan niet op zijn hoogst is en er geen ruimte meer is om te remediëren indien dat dan nodig is. Het missen van het begrip van dit stuk algebra (het begin van het letterrekenen) levert een achterstand in leerjaar twee op, die we dus niet willen.
Reden twee is, dat we niet zeker wisten of we door de stof van het boek heen zouden komen en we wel een garantie op aansluiting in 2 vwo moesten geven ongeacht het vervolg van onze pilot.  Hoofdstuk 7  (oppervlakte, omtrek en inhoud) is voor de meeste vwo-ers herhaling van basisschool en is aan bod gekomen bij het vak rekenen. Uiteindelijk is hoofdstuk 11 gewoon gelukt en zijn de basisparagrafen van hoofdstuk 7, verkort, ook behandelt.

Omdat de leerlingen gedurende het eerste jaar een ‘neus voor kwaliteit’ hebben ontwikkelt, heb ik bij deze twee hoofdstukken gewerkt met single point rubrics. Ofwel: rubrics waarin wel het leerdoel staat, maar niet de niveaus van succescriteria zijn opgenomen of benoemd.  Onder andere met behulp van de manier van Comparative Judgement heb ik leerlingen met elkaar die succescriteria laten formuleren.

De leerdoelen hieronder kun je als .pdf bestand downloaden, inzien en overnemen naar eigen believen. Om dat laatste iets makkelijker te maken heb ik ze ook as .csv geplaatst zodat je deze in een spreadsheet programma kunt importeren en aanpassen.

Als je dat laatste (aanpassen) doet, dan ontvang ik graag ook jouw versie (jorgen@vanremoortere.nl).  Dan leer ik ook weer wat!

Noot: de punten die je erbij ziet staan komen vanuit het spelen van mijn in de tool Forallrubrics, waarin ik ze heb gemaakt en de voortgang heb bijgehouden.  Met het toevoegen van scores heb ik gekeken naar de bruikbaarheid van de rapportage mogelijkheden die deze tool biedt.  Daar ben ik verder nog niet helemaal uitgekomen.

 

Hoofdstuk en onderwerp Link naar de .pdf Link naar de .csv/.xls
H1 Ruimtefiguren

pdf

csv

H2 Verhoudingen

pdf

csv

H3 Grafieken & Coördinaten

pdf

csv

H4 Getallen

pdf

csv

H5 Lijnen & hoeken

pdf

csv

H6 Formules

pdf

csv

H7 Oppervlakte, omtrek & inhoud

pdf

xls

H8 Negatieve getallen

pdf

csv

H9 Werken met formules

pdf

csv

H10 Vergelijkingen

pdf

csv

H11 Vlakke meetkunde

pdf

xls

H12 Rekenen met variabelen

pdf

csv

Ik kan me ook voorstellen dat je de documenten in één keer wilt downloaden.

Dat kan als je naar deze drive map gaat (van de facebook groep Actief leren zonder cijfer).
Daarin staan ook twee zip bestanden. Eén voor de pdf bestanden en één voor de csv bestanden.

 

 

Advertenties

Comparative judgement – ofwel over hoe leerlingen succescriteria bedenken en bediscussiëren

Soms tipt iemand je, en weet je op dat moment nog niet zo goed wat je daar mee moet.

En af en toe blijkt die tip toch in je achterhoofd te blijven hangen want een term uit die tip begint op te vallen in andere stukken die je leest en voorbij ziet komen. Een zaadje dat gezaaid is. Dank je wel Rob voor deze tweets:

Het idee van comparative assessment ook wel genoemd  comparative judgement is dat je een ordening op volgorde van kwaliteit aanbrengt in het werk van leerlingen.

Oorspronkelijk is het opgebouwd door een groep professionals steeds twee werken te presenteren en ze te laten kiezen welke van de twee de betere is. Als je dit met een voldoende omvang doet, dat krijg je een  beoordeling waarbij je geen vooraf opgestelde criteria of punten verdeling nodig hebt. Het is ook een manier van beoordelen die daarbij sneller werkt dan vraag voor vraag nakijken met een puntenmodel.

Hoe dat in de praktijk werkt legt dit korte filmpje mooi uit:

 

Nu ben ik niet zo van het cijfers geven, maar nog wel van de rubrics met criteria. In de brugklas waarin we nu onze pilot doen van formatief lesgeven  zonder cijfers zijn we gaan werken met deze cyclus:

Ik ben dus voor alle leer- en lesstof leerdoelen gaan opstellen in rubric-vorm met daarin de succescriteria in verschillende stadia van beheersing zo duidelijk mogelijk benoemd in leerling taal. Bij de leerdoelen in mijn 3e klas ben ik meer met single-point-rubrics gaan werken omdat zij al veel meer weten hoe succescriteria voor mijn vak eruit zijn. Hun neus voor kwaliteit bij wiskunde is al veel verder ontwikkelt in vergelijking met mijn brugklassen.

Toch zag ik nu met comparative judgement ook een mogelijkheid om juist op dit vlak iets met leerlingen te doen. En wel in de gebieden van het activeren van leerlingen als belangrijke informatiebron voor elkaar en het stimuleren van eigenaarschap over het eigen leren.

Bekende schema van Dylan Wiliam

In een hoofdstuk waarin de brugklas leerlingen allerlei vlakke figuren leren kennen met hun specifieke eigenschappen, en waarbij ze dat met wiskundige symbolen moeten kunnen aangeven, leek me dat een mooi moment om ze dat met elkaar te laten ontdekken.

Na een klassikale introductie was het de opdracht om onderstaande blad te gaan invullen /tekenen:

(omwille van de blog is de regelhoogte wat smaller dan in de werkelijke opdracht)

Leerlingen hebben individueel deze opdracht gemaakt. De kwaliteit van die opdracht varieerde gelukkige behoorlijk. Geen enkele was perfect. Wel in in combinatie van een aantal, dus als ze die zouden weten te combineren, dan is de perfecte uitwerking mogelijk!

Na inname heb ik één pagina (waarop twee tekeningen van de ruit en de parallellogram stonden) van tien leerlingen gekopieerd en in setjes aan drietallen in mijn klas terug gegeven. Op de kopieën was niet te zien welke uitwerking van wie was. De opdracht was: sorteer deze in volgorde van kwaliteit. Eerst in vijf minuten voor jezelf zonder overleg. Daarna in je groepje om te komen tot een volgorde waar je het met elkaar over eens bent. Schrijf ook allemaal op, op basis van welke criteria je vind waarom je de bovenste de beste vindt en wat je nog zou veranderen (criteria) om de bovenste nog beter te maken.

Per drietal hebben ze hun stapel ingeleverd met een kort toelichting. Vervolgens mochten ze hun eigen werk verbeteren, wat ze zonder uitzondering hebben gedaan (eigen keuze). Een groot deel stond te trappelen om dat te doen, want ze hadden door de opdracht nu ineens veel helderder wat ze te doen stond, hadden er zin in. Sommigen waren trots omdat ze het de eerste keer al bijna helemaal goed hadden. Maar vooral zag ik veel lampjes aan gaan. En ik heb ze niets hoeven te vertellen, ze hebben het zelf met elkaar ontdekt en gaan gemotiveerd hun eigen werk verbeteren.

Het eindresultaat wat voor mij ligt ziet er erg goed uit. Is het foutloos? Bijna. Waar gaat het vooral nog mis?
Bij definities geven, en dat is ook behoorlijk lastig. Zeker bij het verschil tussen een ruit en een vierkant. Want er zijn er nog die een gekantelde vierkant als ruit tekenen, En ja dan zijn de hoeken 90 graden. Maar dat is niet altijd bij een ruit (een vierkant is een ruit maar een ruit is niet altijd een vierkant). Dus niet alle leerlingen zitten op foutloos. Dat is ook een utopie om te willen bereiken. Geen enkele onderwijsmethode of les aanpak garandeert je dat alle leerlingen foutloos werken (ofwel een 10 gaan scoren). Het gaat erom dat je een aanpak kiest die pas bij de klas, het onderwerp, jezelf, de visie van de school en het leereffect en leerrendement dat je beoogt te bereiken.

Mijn doel was inhoudelijke vakkennis (vlakke figuren met hun eigenschappen en visuele notatie ervan) als doel op een manier waarbij de leerlingen bron voor elkaar zouden zijn en ze met elkaar een neus voor kwaliteit voor wiskunde werk zouden ontwikkelen, daarbij een stukje eigenaarschap zouden oppakken door hun eigen werk te verbeteren als ze daar aanleiding voor zagen.

Ik zie dat iedereen gegroeid is in het vakinhoudelijke deel, ik heb vakinhoudelijke gesprekken, discussies en uitwisselingen waargenomen tijdens de gezamenlijke opdracht, ik heb goede criteria gezien die opgesteld zijn door leerlingen en ik heb eigenaarschap gezien. Kortom de doelen zijn gehaald!

Daarnaast hebben we nu van de studie methode Spaced pratice gebruik gemaakt: in de les uitgelegd (directe instructie), thuis hebben ze een paar opgaven uit het boek gemaakt. De les erna hebben ze individueel het tekenblad gemaakt in de les (thuis afgemaakt indien nodig). Twee dagen later deze opdracht gemaakt in de les met elkaar. Volgende week eerste les krijgen ze een controle opdracht om er een paar te tekenen aan het begin van de les.

Dit zijn nou echt de lessen waar ik energie van krijg!

Nog bedankt voor de tip, Rob!

 

Verdere lezen over comparative judgement:

http://arkonline.org/blog/comparative-judgement-future-moderation

http://www.learningspy.co.uk/tag/comparative-judgement/

https://www.nomoremarking.com/

 

BewarenBewaren

Bewaren

Bewaren

Toetsrevolutie-congres

Hij stond al even in de agenda: het toetsrevolutiecongres. Zodra ik wist dat het aantal plaatsen beperkt was, had ik Dominique al laten gevraagd mij tijdig te informeren wanneer de inschrijving zou starten want deze wilde ik echt niet missen. Dat bleek ook niet te kunnen, want ik werd benaderd als gast spreker/workshopgever. Super vereerd natuurlijk, maar nog blijer dat ik dat samen met Dieke mocht doen. Zelfs in de voorbereiding ervan hebben we van elkaar zitten leren. Hoe gaaf is dat!

 

Een verademing om in Nieuwegein tussen de congresgebouwen door te lopen naar Green Village.  Een prachtige boerderij waarvan de karakteristieken in tact zijn gelaten en met een groene omgeving met bomen volop in prachtige bloesem. Het maakte dat we ons in een oase waanden.  De opzet om het klein te houden is denk ik een bewuste. Alhoewel ik niet naar de reden heb gevraagd, denk ik dat dat de interactie tussen de aanwezigen wel echt bevorderd heeft. Het is wat intiemer, en daardoor was het makkelijker om ook echt in gesprek te gaan met elkaar. Daardoor kon je ook echt je vraag stellen, je uitwisselingen doen.

Na de opening door René gingen we met Dominique langs een aantal tegelwijsheden rondom formatief toetsen. Dat woord toetsen werd trouwens al snel ter discussie gesteld, met dankzij deze tegel:

We zijn het er roerend over eens, dat het formatieve handelen, formatieve lesgeven, formatieve evalueren iets is wat je in je lessen doet. En eigenlijk kwam het grootste inzicht op wat formatief toetsen is misschien wel in het nawoord van Linda Allal (maar omdat deze blog chronologisch de dag doorloopt, komt dat inzicht pas een stukje verderop)

Voor mij is formatief werken/evalueren dan ook echt mijn lespraktijk geworden en spreek ik liever niet meer over formatief toetsen. Je kunt een toets gebruiken als instrument om te beoordelen waar iemand is in zijn/haar leren en om informatie te verzamelen voor een volgende stap. Dat is dan echter wel een andere toets(vraag) dan een summatieve toets(vraag). Die heeft namelijk een heel ander doel!

Nog wat tegels die ik overgenomen heb:

 

 

 

 

Bij iedere tegel hebben we even stilgestaan en gedachten met elkaar gedeeld. Zeer waardevol.
Het opruimen is voor mij een belangrijke geweest om ruimte te maken voor herhaling voor leerlingen en om tijd te kunnen besteden aan het onderzoeken met elkaar wat kwaliteit van mijn vak is, wat succescriteria zijn, hoe je goed feedback geeft, hoe je feedback verwerkt etc. In een overladen curriculum lukt dat niet (voldoende) dus moet je ergens tijd maken. Die tijd is te maken! Als je maar goed weet wat de leerdoelen van leerlingen echt zijn. Vakkennis is dus onontbeerlijk om goed formatief les te kunnen geven, om goed feedback en feedforward te kunnen geven, om goede controle van begrip vragen te kunnen stellen. In die zin ben ik meer wiskunde docent geworden dan ik dacht te zijn. Ik beschouwde mezelf altijd meer als docent wiskunde, maar dat kan ik niet volhouden als ik formatief lesgeef. Sterker nog, ik vind het een verrijking voor mezelf dat dit aspect toch een prominentere rol heeft gekregen in mijn lesgeven!

De eerste rond was kiezen tussen Rob&Sofie die gezamenlijk een workshop deden over peerfeedback en het leren zichtbaar maken; Linda Allal die haar onderzoeks resultaten over Assessement for learning ging delen en Vera Simon Thomas die ging vertellen over de aanpak en inhoud van toetsbeleid (Je krijgt wat je meet). Mijn keuze werd Linda Allal.

Linda Allal heeft samen met Dany Laveault onderzoek gedaan in verschillende landen naar de implementatie van Assessment for learning (in sommige landen ook formative assessment genoemd) en daarover gepubliceerd in het boek Assessement for Learning: Meeting the Challenge of Implementation.

Assessment for learning heeft verschillende definities, afhankelijk van de tijd en wie je het vraagt. Op een congres in Nieuw Zeeland (2009) is een definitie gegeven die denk ik wel erg goed de lading nog steeds dekt in de manier waarop ik er ook naar kijk:

Assessment for learning is part of everyday practice by student, teachers and peers that seeks, reflects upon and responds to information from dialogue, demonstration and observation in ways that enhance on-going learning.

Het is goed om deze definitie goed op je in te laten werken en woord voor woord tot je te laten komen. Er staat geen woord te veel of te weinig in.

Everyday practice; het gaat om je dagelijkse lesgeven, niet om een moment waarop je iets ‘meet’. Formatief lesgeven is verweven in de manier waarop je naar je leerlingen kijkt, hoe je je onderwijs vorm geeft, in je visie op leren, in de opdrachten die je leerlingen geeft, in de manier waarop je feedback geeft,  etc. Dag in, dag uit.

Student, teachers, peers; je gebruikt elkaar om te leren, als informatiebron, als hulpmiddel. Alleen leren bestaat feitelijk niet. Wat ook aan bod kwam: self-regulated leren bestaat eigenlijk niet, het is altijd co-regulated leren!

Seek, reflects upon en responds to;  niet passief maar actief op zoek naar je voortgang in leren, reflecteren op waar je staat, handelen om te groeien.

Information from dialogue, demonstration and observation; dus zeker niet alleen die formatieve toets, er zijn zo veel meer mogelijke manieren om met elkaar te zien en vast te stellen waar op de leerladder de leerling zich bevindt en hoe verder te komen. De interactie tussen leerlingen waarnemen levert al zo veel informatie op; als je een leerling aan een andere leerling een lastig/complex vraagstuk ziet uitleggen op een goed/hoog niveau is dat dan al niet voldoende bewijs van leren?

in ways that enhance on-going learning; leren is een continue proces, leren kent geen eindpunt. Een summatieve toets is dat vaak wel. Einde hoofdstuk, en de opmaat voor de start van iets nieuws. Formatief is dat juist niet. Formatief stimuleert het continue leren, waardoor leerlingen kansen krijgen te groeien en minder allemaal in dezelfde tijdspanne hetzelfde leerrendement moeten behalen.

In de workshop van Linda wisselen we in groepjes en daarna plenair nog gedachten uit op niveau van Afl in de klas,  professionaliseren van docenten en op beleidsniveau op school. Geen oplossingen voor de bekende spanningen in het huidige onderwijsveld in Nederland. Wel de hoopvolle signalen dat er langzaamaan beweging in aan het komen is. Er zijn scholen die het anders durven en kunnen doen. Er zijn openingen op beleidsniveau met verschillende instanties om naar andere systematieken te kijken en daar over na te denken. Aan ons om onze idealen vast te houden en te blijven pleiten en werken aan deze idealen. Met de aanwezigen lijkt dat qua passie en toewijding geen probleem!

Een heerlijke lunch en een mooi lente zonnetje zijn een welkome break om alle gesprekken en informatie even te laten zakken. Maar ja, waar gaat het tijdens de lunch over. Stiekem toch nog steeds over wat ons bindt en boeit!

Na de lunch is er voor mij niets te kiezen. Voor anderen wel. René gaat in gesprek over het profesionaliseren van docenten in het onderwijs, Åsa Hirsch gaat de vertaling leggen van formative assesment naar de instructie in de praktijk, Dieke en ikzelf gaan onze praktijk ervaringen delen en proberen de aanwezigen een vertaling naar hun les van morgen te laten maken.

Onze presentatie en gegevens hebben we in de gedeelde (google drive) map van de Facebookgroep Actief leren zonder cijfers gedeeld.

We hebben het kort gehad over deze cyclus die je/je leerling eigenlijk constant doorloopt. Het woord toetsen staat daar niet in! Dat past dus ook prima bij de definitie die Linda liet zien.

We hebben praktijk voorbeeld laten zien uit onze lessen en het was leuk om te zien en ervaren dat aanwezige deelnemers met elkaar ideeën over vertalingen naar eigen lessen gingen uitwisselen. Een uur is veel te kort om te doen wat je wil. Maar de interactie met en tussen de deelnemers was super en ook voor ons heel waardevol. Wij hebben van de workshop genoten en hopen dat de deelnemers er voldoende van mee naar huis hebben kunnen nemen.

Plenair afsluitend, onder leiding van René, zijn we langs de zes aanbevelingen gelopen om na een inspirerende dag daar nog met elkaar op te reflecteren:

1) Denk vanuit een samenhangend curriculum waarin onderwijs, leren en toetsing
naadloos op elkaar aansluiten.
2) Zorg voor een mix aan ‘toets’methodes en maak voor de leerlingen en hun
ouders inzichtelijk welke methode je wanneer gebruikt en waarom.
3) Maak zwaarwegende beslissingen op basis van rijke informatie over de voortgang
van leren.
4) Geef leerlingen een gevoel van autonomie.
5) Creëer binnen de school mogelijkheden om de dialoog over leren te bevorderen.
6) Stimuleer kleine initiatieven en bewaak tegelijkertijd de langetermijnambitie
van de school.

Zo’n eind reflectie maakt een mooie ‘indaling’ van alle informatie van de dag mogelijk.

Bij de bedankjes van de sprekers kwam nog een uitspraak van Linda, die Rob en mij nog echt prikkelde en die misschien nog wel voor ons de grootste opbrengst van de dag was. Rob heeft ‘m mooi verwoord in een twitter bericht:

Het formatieve lesgeven werkt verrijkend voor zowel de lesgevende als de lerende. De informatie uitwisseling werkt namelijk twee kanten op. De lerende krijgt informatie om verder te kunnen leren. De lesgevende krijgt informatie om zijn/haar lesgeven bij te stellen.  Daar ligt een (de?) enorme kracht van formatief lesgeven!

 

Hiermee, en met een prima verzorgde borrel ging een inspirerende eerste Toetsrevolutie-congres naar een einde.  Met een soort edcamp/meetup gevoel (= bruisend van energie) de auto in gestapt. Dat heb ik lang niet bij ieder congres!

Het volgende Toetsrevolutie congres staat gepland op 9 november 2017. Het zal dan voornamelijk gaan om Feedback!

 

Wat het congres tijdens een afsluitende diner nog meer heeft opgeleverd:

  • Dat nog niet iedereen (!) wist dat een giraffe zeven  nekwervels heeft…..
  • ….en een slang niet.
  • Dat HV71 het beste ijshockey team van Zweden is (ondanks de met 3-4 verloren wedstrijd van gisteravond om het kampioenschap in de best  of seven serie)
  • Dat vwo Engels ‘a differentie cookie is’ dan mavo Engels
  • Dat er van het boek “Orde houden in het vmbo” een niet gepubliceerd hoofdstuk X bestaat (waarvan wij nu wel de inhoud voor een beetje kennen)
  • Dat humor ook humor is (of kan zijn), ook al snappen anderen de humor niet
  • Jasmijn & Ik en een heel goede plek is om lekker te gaan eten!

 

Bewaren

Examenwerkwoorden Wiskunde vmbo (gl/tl)

Afgelopen dinsdag hadden we een zeer nuttig bijeenkomst met onze collega docenten uit de leerjaren 3 en 4 vmbo.  Thema was hoe we onze leerlingen nu in de laatste (ongeveer) 20 contact momenten die ons resteren tot het centrale eindexamen maximaal kunnen voorbereiden op dat examen.

Collega Melle heeft daar een kort en krachtig blogverslag van geschreven.

Toeval of niet, tijdens deze bijeenkomst las ik dit bericht in mijn twitter tijdlijn.Lees tip: als je klikt op hun twitter berichte hierboven , dan ga je direct haar hun blogs!

Waarbij Rob mij er nog op wees dat er wel voor wiskunde ook voor de havo/vwo een examenwerkwoordenlijst is, maar dus niet voor het vmbo. Nu wil het zo zijn, dat ik een jaar of drie geleden ook al zo’n lijst heb aangelegd voor mijn leerlingen, aangevuld met nog wat andere tips en trucs.

Hieronder de versie die ik die ik qua lay-out wat heb aangepast om met de lijst van Rob gelijk op te trekken. Dat geeft voor onze vakken dan wat uniformiteit.

Voel je vrij om deze met je leerlingen te delen!

Klik je op de afbeelding (eerste bladzijde van de lijst) hieronder dan wordt de .pdf geopend.

Examenwerkwoorden

Zie je fouten of heb je aanvullingen, laat het me weten!

Wil je overigens leerlingen nog meer tips meegeven? Laat ze dan ook eens kijken op de examenvideos op Rekentube!

 

Onderwijsfeest genaamd EdcampNL

Niet de eerste blog die verschenen is na weer een fantastische vierde editie van EdcampNL. Voor mij de derde keer in Nederland, na ook een Edcamp in België meegemaakt te hebben. Deze keer was het “the best of both combined.”

Te gast bij OBS De Bijlmerhorst werden we gastvrij ontvangen door Bart en de collega’s van deze school. De dag was uitstekend voorbereid en werd in goede banen geleid door Patricia en Frans. Allemaal hartstikke bedankt daarvoor. Ook allemaal maar weer vrijwillig gedaan.

 

 

Na de opening, en je ziet het links achterin op het raam al hangen, was het een rush op het planbord.

Voor de 6 beschikbare lokalen waren 5 tijdsloten van 30 minuten beschikbaar om met elkaar te presenteren, brainstormen, creëren, discussiëren, hulp te vragen, anderen aan het werk te zetten: jij bedenkt het en de aanwezigen kiezen of ze daarbij willen zijn.  Overgenomen uit de Belgische editie is het tussendoor pitchen in maximaal 30 seconden van jouw sessie, zodat de aanwezigen nog bewuster hun keuze kunnen maken. Na iedere ronde kwamen we dus even terug in de centrale ruimte. Daar kon je dan gelijk ook weer wat lekkers pakken en meenemen. Ook een overgenomen ding van onze Belgische vrienden (waarbij Frans in zijn blog al terecht opmerkte: meer zelfgebakken mag, gezien de complimenten die Petra ontving!).

Mijn keuzes deze dag:

Sessie 1
Werken met Badges in het onderwijs is iets wat ik al langer volg maar nog niet zo heel lang gebruikt. Paul Laaper deelde met ons zijn ervaringen met Badgecraft.eu.  Hij had hier op een werkconferentie in Litouwen mee kennisgemaakt. Je kunt er projecten in aanmaken en deelnemers badges laten ‘verdienen’. O.a. door bewijzen in te laten dienen en die te laten beoordelen door zichzelf, door anderen en door de organisatie. De toepassing in het onderwijs is niet lastig te bedenken. Sterker nog, die zijn er al op talloze plekken te vinden. Zelf gebruik ik Forallrubrics.com waarin leerlingen ook een badge kunnen aanvragen indien ze vinden dat ze die verdienen. Daarvoor moeten ze ook bewijsmateriaal indienen. Dat lijkt inderdaad op portfoliowerk. Zelf badges ontwerpen kun je, vind ik,  het makkelijkst doen met Canva. Een leestip als je wat meer wilt zien/lezen over het gebruik van badges in het onderwijs is het volgen van de blogs van Eus van Hove.
Overigens kwam er denk ik een terechte vraag of het beoordelen met een badge nou anders is dan het beoordelen met een cijfer. Het blijft immers een beoordelingssysteem. Voor mij is het behalen van een badge (ben er net mee begonnen), het markeren van een punt waarbij een leerling een domein mag afsluiten en er niet meer op terug hoeft te komen. Ofwel, bij de keuze tijd waarin hij nog kan werken aan reparatie van nog niet behaalde leerdoelen, vallen de doelen in het domein van de behaalde badge dus buiten beschouwing: die zijn klaar voor de leerling.

Sessie 2
Een inwijding in “Het Geheim van de Leerling” door Jan Tishauser. Volgens Jan is Graham Nuthall een van de meest onderbelichte onderwijsonderzoeker. Zijn boek “The hidden lives of learners” zou in je boekenkast moeten (komen te) staan.

Wat uit zijn onderzoeken kwam, was in die zin schokkend: er waren geen schillen in leeropbrengsten te constateren tussen ervaren docenten, beginnen docenten en beginnende docenten die instructie hadden ontvangen. In ieder geval niet op basis van de ervaring. De verschillen in leeropbrengsten waren terug te relateren in wat die docenten deden in de lessen. En dan met name in de manieren waarop deze docenten feedback gaven en de manieren waarop en de soort vragen die ze stelden. Verder onderzoek toonde uiteindelijk aan dat als een leerling 3 x heeft opgelet bij het behandelen (in breedste  zin van het woord) van de lesstof, er met 85% zekerheid voorspeld kon worden welke toetsvraag een leerling een jaar later over die stof goed zou gaan beantwoorden. De presentatie van Jan Tishauser kun je vinden op de site van Researched.eu.
Boeiende kost. Dit bevestigt in ieder geval de kracht van herhalen, herhalen en herhalen.

Sessie 3
Mede Crowdlid Liesbeth had vragen over het Leraren Ontwikkel Fonds. Aangezien ik daar ook gebruik van maak dit jaar, sloot ik hierbij aan om mee te helpen haar vragen te beantwoorden. We zaten met acht personen om Liesbeth heen. De nodige tips kwamen boven tafel. Ook Sofie is met aan aanvraag bezig en maakte dankbaar gebruik van de uitwisseling. Van belang is dat jij als docent de aanvraag doet. Jij hebt een plan, een idee. Belangrijke tips waren dat het goed is om collega’s mee te krijgen voor  aanvraag. Dat is fijn in de samenwerking, maar zorgt ook voor een duurzame verandering of verbetering die je met je initiatief wilt bereiken. De grootste winst zit in tijd die je kunt ‘kopen’ met de subsidie.

Tijdens de lunch gaat het onderwijsfeest gewoon door. Er werd nog gesuggereerd dat er een overdaad aan zoetigheid was, maar nee. Er was ook chips en wraps met makreel. Voldoende balans dus. Terwijl Dieke en ik een verkorte versie kregen van de workshop van Sofie (sessie 4) besloten we om dan tijdens sessie 4 alvast een raamwerk op te zetten voor onze gezamenlijke workshop op het congres van Toetsrevolutie.

Sessie 5
Jan Lepeltak nam ons tijdens de laatste sessie even door de ontstaansgeschiedenis en de doelstellingen van de KomenskyPost door. Een aantal aanwezigen had al eens via KomenskPost geblogd. Gezien de kwaliteit die dit onafhankelijke platform nastreeft zit daar altijd nog een redactionele slag tussen. En dat is ook nodig, merkten een paar bloggers op. We bloggen vaak vanuit onze praktijk, graag actueel. Dan is het fijn als er redactie ‘over heen gaat’ als de publicatie niet via de eigen blogsite gaat.

 

En dan komt het eind al weer in zicht. Maar niet zonder vermelding van de datamuur die ik in alle lokalen tegen kwam op de Bijlmerhorst:

Als liefhebber en aanhanger van cijferloos en formatief lesgeven kan ik hiervan genieten. Ik zie van iedere leerlingen dat er ontwikkelingen bijgehouden wordt op verschillende gebieden. Groei wordt in het lokaal zichtbaar gemaakt. Zo zag ik op nog meer plekken in deze school spreuken, posters, foto’s met allemaal focus op een stukje burgerschap in de school, growth mind-set en eigenaarschap.  Dat hebben ze goed voor elkaar als je het mij vraagt!

In de auto naar huis dwalen mijn gedachten af: “Wat zou er gebeuren als je deze Edcamp deelnemers op één school laat lesgeven………”
Het beeld van de school die dan zou ontstaan wil zich maar niet vormen voor mijn ogen. Maar de vrolijkheid, geluk en blijdschap waarmee ik nu naar huis rijd,  zouden dan zo maar dagelijks kunnen zijn!

 

Meer lezen over deze EdcampNL:

Live-blog van Karin Winters
– Jufinger: edcampNL 2017
– Een storify van Jacques Verschuren
– Rhea Flohr: edcampNL #4
– Petra Holstein, met een recept voor een heerlijke taart, die helemaal op ging: edcampNL 2017
– Glenn Hille: edcampNL – Het blijft een feestje!
– Frans Droog: edcampNL was weer top
– Ingrid Rijnbout: edcampNL 2017
– Jan Lepeltak: edcampNL 2017: Badges en microbits
– Jörgen van Remoortere: Onderwijsfeest genaamd edcampNL
– Pauline Maas: De vierde edcamp

 

Bewaren

Co-creatie van een ‘wiskundig denken’ poster

Een tijdje terug heb ik een blog geplaatst met daarin de Nederlandstalige look-a-like poster van een Engelstalig origineel.

Die Nederlandstalige poster is een samenwerking van docenten in de facebookgroep Leraar Wiskunde.

Uitgeverij Malmberg, met name de makers van de wiskunde methode MathPlus, hebben deze poster in de facebookgroep Leraar wiskunde gesignaleerd en met mij contact gezocht om deze in een wat andere lay-out te gaan omzetten. Daarbij stelden ze ook  de vraag of we twee dingen konden doen:

  1. Een splitsing aanbrengen tussen vragen die een docent stelt aan leerlingen en vragen die een leerling aan zichzelf kan stellen;  Doel: een docent- en een leerlingposter uitbrengen;
  2. Voor beide posters het aantal vragen terugbrengen naar de ‘kern’ in 20 a 25 vragen.

Samen met Sacha van Looveren (die ook net begonnen is met bloggen, zeker de moeite waard om te volgen) ben ik aan de slag gegaan. Het schrappen van vragen was lastig; het aangeven of een vraag bij een docent en/of leerling thuis hoort viel gelukkig mee.

Het resultaat is prachtig en ontzettend bruikbaar geworden. De reacties op de Nationale Wiskunde Dagen, waar de posters werden uitgedeeld waren ontzettend positief.

De posters zijn gratis te downloaden via de site van Malmberg (als je email adres geregistreerd staat in de ASSU onderwijsdatabank)  of via de googledrive map van de facebookgroep Leraar wiskunde.

Op verzoek van Malmberg heb ik ook nog een kort artikel geschreven met tips om aan de slag te gaan met online co-creëeren. Deze kun je lezen op de site van Onderwijs van Morgen.

 

Nog even op volgorde de ontwikkeling van de poster.

Het origineel:

100questions

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse vertaling:

100vragennl

 

 

 

 

 

 

 

De nieuwe posters:

leerling – leraar – leidinggevende

Een jubileumfeestje van The Crowd kan niet anders gaan dan over regie over je eigen professionaliseren. Los van de super verzorging en het gastvrije ontvangst op Het Houtens, waarvoor hartelijk dank Rob,  is een bijeenkomst met The Crowd deelnemers altijd een feestje. Om de simpele reden dat het stuk voor stuk fijne mensen zijn.

Waarom? Ze hebben allemaal passie voor onderwijs, passie voor zelf leren, zijn nieuwsgierig, ervaren autonomie, hebben geloof in eigen kunnen (en zijn daarin #faalvaardig), en ze richten hun werk in met wat zij betekenis vol vinden.

Kortom, volgens onderstaande slide uit de bijzonder interessante workshop over netwerkleren van Matthieu Vaessen gisteren, voldoen ze aan de vereisten voor talentontwikkeling:

paradoxen

Nu staat boven deze slide dat dit dilemma’s en paradoxen zijn voor leidinggevenden.
Ik, als docent, herken in het linkerrijtje voornamelijk dat wat ik in mijn lessen probeer voor elkaar te krijgen bij mijn leerlingen. Als mij dat namelijk lukt, dan zal de leerling eigenaarschap gaan vertonen van zijn/haar eigen leren en daarbij zijn/haar eigen intrinsieke motivatie aangeboord hebben om te leren.

Randvoorwaarde om dat te bereiken is dat ik als docent dus eigenaarschap kan vertonen om mijn eigen onderwijs te ontwikkelen en vorm te geven, waarbij ik bij mijn eigen intrinsieke motivatie ben gekomen om dat ook te gaan doen.  Met andere woorden: ik moet hetzelfde gedrag gaan vertonen als ik verwacht van mijn leerlingen. Het mooiste is zelfs als ik bewust ben ben of word van de strubbelingen die mij dat gekost heeft, omdat ik daarmee mijn leerlingen ook kan helpen door hun strubbelingen heen te loodsen (mooie gids functie).

Wat betekent dat dan voor de leidinggevenden in het onderwijs? Als zij vanuit het rechter rijtje proberen het linker rijtje te bewerkstelligen bij docenten dan is het nog maar de vraag of dat ook echt succesvol gaat zijn. Vandaar de woorden dilemma’s en paradox boven aan de slide.  Een cruciale sleutel om hier uit te komen kwam tijdens de workshop volgens mij langs in deze vraag die een schoolleider zich, in mijn ogen, regelmatig aan zichzelf moet stellen:

Hoeveel van mijn leiderschap heb ik deze week weggegeven aan mijn team?

Het gaat namelijk niet alleen om ruimte geven aan professionele ontwikkeling van docenten maar ook om het geven vertrouwen.  En dan komt het loslaten. Dat is lastig. Voor ons als docenten richting onze leerlingen ervaren we dat als laastig (leerlingen moeten fouten mogen maken), maar zo zullen schoolleiders  dat dus ook lastig vinden richting hun docenten (docenten moeten ook fouten mogen maken!).

Als afronding van de workshop hebben we in een placemat werkvorm nog gesproken over wat je moet verzwakken/versterken/vasthouden/verwijderen als school om netwerk leren te bevorderen. Dat heeft Rhea Flohr verwerkt ik haar blog. Daar verwijs ik hier graag naar.

 

Wat ik zelf in ieder geval weer meeneem is dat ik bij het zoeken naar een nieuwe school voor mezelf voor komend schooljaar, niet alleen ga kijken naar het (vernieuwende) onderwijs van de school, maar ook zeker naar de manier waarop de schoolleiding het leiderschap weggeeft aan zijn/haar docenten.