Wiskunde: afstanden met passer en hoeken combineren

Binnen de wiskunde ben ik vaak op zoek naar goede wiskundige denk activiteiten. Vaak denk ik te moeilijk daarbij. Denk ik. Je zoekt wiskunde opdrachten waarbij leerlingen aan het denken gezet worden.

Dan Meyer doet dat heel simpel met opgaven uit het boek: neem de tekst uit de opgave, strip alle vragen tot de laatste vraag en stel die. Want meestal zijn alle tussenliggende vragen hulp vragen.

Nu is mijn cijferloze brugklas druk bezig geweest met vaardigheden uit de volgende leerdoelenlijst:

leerdoelenh5

En die vaardigheden zitten er technisch prima in. Maar dan wordt het tijd om na te gaan denken. Zij dan. Maar voordat zij moeten nadenken heb ik meestal nadenk tijd. En deze keer viel het binnen. Geen idee waar het vandaan kwam. Ik vermoed ergens tijdens het bladeren tussen de 4 mavo SE opgaven, waarbij een vlieger geconstrueerd moest worden.

Dit is de wiskundige denkactiviteit geworden:

driehoekenWelke schetsen kun je daadwerkelijk als driehoek op ware grootte tekenen en welke niet? En als het niet kan, wat kun je toevoegen of veranderen om dat wel te kunnen! Construeren van driehoeken en de hoekensom van driehoeken hebben mijn leerlingen nog niet gehad (brugklas vwo / moderne wiskunde H5, editie 10).

 

De neus voor kwaliteit

Deze week de daad bij het woord gevoegd en de inspiratie uit de peerfeedback workshop van Rob toegepast in mijn brugklas.

neus

De achterliggende reden is om een standaard met elkaar te vinden waar goed wiskunde werk aan moet voldoen. Als we die hebben, dan wordt het geven van feedback aan elkaar ook weer een stukje beter. We stellen op deze manier namelijk een aantal kwaliteitscriteria vast.

Met de Smart Notebook software kun je vanuit de 16.2 versie (bèta release) ook prima brainstormen met mobieltjes van de leerlingen.

Dat leverde veel bruikbare en ook minder bruikbare informatie op, die we gezamenlijk hebben doorgesproken.Wat over is gebleven is het volgende:

kwaliteit

Hier ga ik nog een mooie poster van maken. Dat is niet mijn sterkste punt (iets visueel aantrekkelijk maken) en misschien laat ik het wel een paar leerlingen doen die dit goed kunnen en leuk vinden. Het doel is om deze op te hangen (A3 formaat) in de lokalen waar ik les geef (omdat ik geen vast lokaal heb).

De vervolg stap wordt om over een aantal weken, misschien nog net voor de kerst, ook eens een aantal schriften van leerlingen te gaan onderzoeken. Ik maak dan scans van een stuk of vijf verschillende kwaliteiten en laat leerlingen die in groepjes op volgorde van lage kwaliteit naar hoge kwaliteit leggen. Daarbij moeten ze toe lichten wat steeds het verschil maakt. Op basis wat we dan constateren gaan de de poster aanvullen/verbeteren/aanscherpen. Wellicht kan dit een mooie groei poster worden die de klas meenemen straks naar klas 2 en klas 3.

Misschien dat we op deze manier ook een poster kunnen maken voor probleem analyse en aanpak in het kader van de wiskundige denkactiviteiten.

 

 

Peerfeedback toepassen in de klas

Een tijdje terug kwam ik onderstaande ergens tegen. Ik weet niet eens meer waar precies, maar ik wist wel gelijk dat ik er bij wilde zijn.

peerfeedback_poster

En gelukkig vond Jeroen Meisner (onderwijspionier en organisator) dit goed, ondanks het feit dat ik geen werkrelatie heb met het Mediacollege in Amsterdam. Ook toen ik aangaf mijn twee mede pioniers die (net als ik) dit jaar aan één klas geen cijfers geven, mee wou nemen was dat geen probleem. Heel tof en nogmaals heel erg bedankt Jeroen!

Rob is niet een hele onbekende. Ondanks dat we elkaar lijfelijk denk ik nog maar één keer eerder ontmoet hebben, volg ik Rob al langer via twitter @RPvanbakel en als bijdrager aan de facebook groep Actief leren zonder cijfers.

Rob heeft het me makkelijk gemaakt om een blog te schrijven over de bijeenkomst: hij heeft namelijk op zijn eigen blog de presentatie en relevante links naar verdere informatie gezet. Many thanks.

Bij het toepassen van peerfeedback kun je het beste de nadruk leggen op het proces van het geven van feedback. Daar is de meeste leerwinst mee te behalen. Verhelijk het met leerlingen aan elkaar laten uitgeven: ze moeten boven de stof staan.  Daarover nadenkend, durf ik zelfs te stellen dat bij het geven van feedback zelfs een hoger niveau is te bereiken. Niet alleen moet je de stof beheersen (kennis en/of vaardigheid) maar als je wilt toewerken naar het dichten van de kloof tussen de huidige prestatie en de gewenste prestatie praat je feitelijk al over feedforward. Je moet dus kunnen analyseren wat de huidige situatie feitelijk is, maar ook wat daar in ontbreekt vanuit de gewenste situatie en, nog een stap verder, richting kunnen  geven om heel gericht ook een stap naar de gewenste situatie toe te zetten.

In één van de slides kwamen onderdelen van goede feedback aan bod. Eén van die onderdelen is om feedback niet te specifiek te geven. Het risico bestaat dat het een afvinklijstje wordt, en het groter geheel niet meer zichtbaar is. Dat zie je vaak ook terug bij rubrics te te veel gericht zijn op hele specifieke punten (zie dia 17 op de blog van Rob voor een mooi plaatje hierbij). In de auto terug naar school hadden we het hier over. Ik gebruik in mijn 2e en 3e klas nu een single point rubric. Bijvoorbeeld deze over de stelling van Pythagoras in klas 2 vwo:

stellingDeze bevat de kern van het hoofdstuk. Teruggebracht in feitelijk drie wiskundige doelen, één doel om dit toe te passen in context en nog een aanvullend notatie doel, omdat dat vaak mis gaat.  Hierin staan dus niet de criteria waar de leerling succes aan kan afmeten.  Je zou kunnen zeggen dat een leerling dus geen idee heeft hoe het er uit ziet als hij de lengte van een lijnstuk in een ruimtefiguur moet kunnen uitrekenen. Dat klopt ook. Het mooie is dat hierdoor een gesprek ontstaat tussen leerling en docent en tussen leerlingen onderling. Leerlingen worden geactiveerd om op zoek te gaan naar wat goed is, wat volledig is, wat verwacht wordt.  Onderliggend hieraan ligt het ontwikkelen van een neus voor kwaliteit / kwaliteitsbegrip, zoals Rob dat noemt.  Omdat mijn 2e en 3e klassen al veel meer weten waar wiskunde werk en wiskundige denken aan moet voldoen, denk ik dat deze vorm van een rubric ook kan. Het kan ook als je in een eerdere fase wel details hebt gegeven, en deze later terug komen. Maar dan moet je ze niet specifiek maar meer in algemene zin, zodanig dat de leerling weer weet: Oh ja dat was … en … .

In mijn brugklas ben ik dus wel specifiek en probeer ik ook de criteria van de verschillende niveaus bij leerdoelen te formuleren:

rubric1ph3

Bij deze leerlingen, die nog moeten wennen hoe je bij wiskunde werkt en leert, vinden de leerlingen en ikzelf het nog prettig om met een uitgebreidere beschrijving te werken.  Dit geeft ons veel meer houvast.   Er zo over nadenkend (al weer een mooie opbrengst van vandaag) denk ik dat ik die single point rubric er in de hogere klassen voorlopig ga inhouden, Het was een proef om te zien of en hoe ze werken. Met de inzichten van vandaag zie ik dat ik hiermee het kwaliteitsbesef (de neus, dia 18 bij Rob) mee kan ontwikkelen bij mijn leerlingen.

De tweede grote opbrengst voor mij is het geven van een feedback model aan mijn leerlingen. In de brugklas ben ik vooral nog bezig geweest met het van elkaar laten nakijken, het geven van tips en tops, het ‘beoordelen’ van kwaliteit van werk aan de hand van de rubric en het laten werken aan zelfgekozen leerdoelen. Wat ik daarmee niet doe is het ontwikkelen van de kwaliteit van feedback en het onder woorden laten brengen van feedback. Wat dus juist voor de feedback gever van groot belang is.

Rob liet een formulier zien met daarin de naam van de feedbackgever (dus niet anoniem), het oordeel, een suggestie en een verklaring / onderbouwing (het liefst met een bron erbij).  Op deze manier moet de feedbackgever meer denkwerk verrichten en ontstijgt de feedback een oppervlakkig analyse. Bovendien wordt de feedback (deels ook feedforward) voor de ontvanger bruikbaarder.

We komen er tijdens de gesprekken met elkaar op deze bijeenkomst ook achter dat het ontwikkelen van die neus, en het ontwikkelen van goede feedbackvaardigheden bij leerlingen iets is dat je moet opbouwen in de loop van de jaren.  Een mooi thema wellicht om een nieuwe LOF aanvraag voor te doen: het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn feedbackgeven. Als er scholen docenten zijn die hier aan werken of willen werken, dan komen we graag met je in contact!

Jeroen en Rob, mede namens mijn collega’s Bianca en Jens, heel erg bedankt voor feit dat we mochten aanschuiven, de goede lunch, de mooie nieuwe contacten en de fijne opbrengsten die we weer kunnen meenemen naar onze lessen en onze leerlingen!

 

De eerste Algemene Ledenvergadering van “Actief leren zonder cijfers”

Wauw.

Bijna een jaar geleden bracht Ankie Cuijpers drie docenten bijeen die blijkbaar iets deelden met elkaar: Geen cijfers meer willen geven. Arjan Moree, Martin Ringenaldus en ikzelf werden via twitter gekoppeld en als snel ontstond de behoefte om met elkaar en anderen te gaan delen en uitwisselen. De plek werd facebook. De naam werd Actief leren zonder cijfers.

Dat woordje actief moest er nadrukkelijk bij.  Voor ons drukt dat uit, dat de leerling actief is in zijn/haar leren en niet wacht op een actie van een ander om tot leren over te gaan. Noem het eigenaarschap tonen.
Ongeveer een maand na oprichting zagen we het ledenaantal gestaag groeien en ontstond het idee (en behoefte) om het contact tussen de leden ook een keer tastbaar te maken; om echte gesprekken met elkaar te voeren.

Bam!

We zijn net geen jaar onderweg (pas op 22 november) en de ledenteller staat ruim boven de 1200 (tussen het moment van opstellen van deze blog en de publicatie ervan, heb ik het genoemde aantal twee keer naar boven moeten bijstellen). Dit overtreft al onze verwachtingen en daar zijn we super blij mee en stiekem ook wel een beetje trots op.

img_20161103_170054

Het was dus donderdag 3 november : onze eerste Algemene Ledenvergadering. En werd het een vergadering? Welnee, want al tijdens de startpresentatie van Dominque Sluijsmans kwam aan bod dat we te veel vergaderen en meer met elkaar aan de slag moeten. Mooi vastgelegd in deze twee tweets (leesvolgorde: van onder naar boven):

vergaderen

Net als Edcamps en MeetUps is zo’n middag/avond een dag van ontmoeten en delen.  En een avond van flexibel zijn, want de twee start spreeksters waren zo enthousiast dat ze beiden hun spreektijd verdubbelden van een half uur naar een vol uur. En beiden eindigden met de opmerking: “Dus dit was in het kort….” , “Ik ben er snel door heen gegaan….”. Deerde dat de aanwezigen? Nee, want wat Gerdineke en Dominique brachten was een mooi samenspel tussen theorie en praktijk.

Twee modellen stonden daarbij centraal:

spinnenweb

bouwstenen

Aan de hand van die bouwblokken hebben meegekregen hoe, in de SLO pilot Formatief evalueren , de gevolgen van het ontbreken van invulling van een bouwblok  duidelijk zichtbaar waren of werden. Voor veel aanwezigen was dit een heel fijn kader om er een keer mee naar de eigen school te kijken. Waarom gaan dingen zoals ze gaan? Dit schema helpt daar achter te komen. En dus ook waar je je energie in kunt/moet gaan stoppen.  In de Komensky Post geeft Ankie Cuijpers een mooi verslag van de presentaties van Dominique en Gerdineke. De presentaties van Dominique en Gerdineke zijn trouwens ook terug te vinden in de Google drive van onze facebookgroep.

Om het hoofd even wat rust te bieden en de catering niet langer te laten wachten, schoven we bij een uitstekende verzorgde maaltijd aan. Waar broodjes en soep aangekondigd waren, werd het een heerlijk saté & nasi buffet. Dat hoofd rust geven is niet gelukt, want ook de gesprekken tijdens het eten gaan onverminderd voort.

img_20161103_192411 img_20161103_192425

 

 

 

 

 

 

Van de geplande drie intervisie sessies zijn we vanwege de tijd terug gegaan naar twee intervisie sessies. Dat maakt de keuze nog lastiger, want er waren vijf thema’s in twee rondes : Draagvlak creëren, Uitwisseling van ervaring met formatief, ICT inzetten bij formatief  evalueren, (Peer) Feedback organiseren  en Werken met Rubrics.

Al voor we begonnen aan deze sessie kwam de melding binnen dat we trending waren op twitter. Wil je al die berichten nalezen, dan kan dat in deze storify.

img_20161103_194702

Hoe verder?
Ondanks dat Nederland niet zo groot is,. is reistijd toch wel een beperkende factor om na schooltijden elkaar te kunnen ontmoeten. We horen en voelen de behoefte aan het laten ontstaan van regionale samenwerkingen. Enerzijds tussen scholen in de algemene zin, anderzijds vakbroerders en -zusters die vanuit hun vak naar de praktische en concrete invulling van formatief evalueren zoeken en willen co- creëren.  Een hulpmiddel kan zijn om de wereldkaart in de facebookgroep te gaan vullen met waar iedereen die wil samenwerken zit. Je kunt je gegevens hier invullen.  En de kaart kun je hier vinden. Houdt er rekening mee dat de map (achter de schermen) één keer per dag wordt bijgewerkt.

img_20161103_195500

 

 

 

 

 

 

Alle ruim 40 aanwezigen hebben natuurlijk allemaal hun eigen blik op en eigen beleving van die sessies. Dit zijn die van mij:

De eerste sessie met collega’s die al enige ervaring hebben met formatief evalueren en één collega die erg geïnteresseerd is, was een fijne uitwisseling. Op het Penta college (Scala Molen Watering, te Spijkenisse) zijn ze dit jaar overgegaan naar 4 blokken van 80 minuten als lesdag, aansluitend met een begeleidingsuur (naar keuze, op op aangeven van docent).  Ondanks dat ze hier nog maar net mee begonnen zijn, geven de drie collega’s in koor aan dat ze nooit meer terug willen. Een hele belangrijke reden is dat er nu eindelijk tijd is ontstaan om al IN de les feedback te gaan geven. Dat doen ze, naast alle summatieve toetsen die ze nog wel gewoon geven. Behalve dat de didactiek anders moet (want de traditionele manieren werken niet in een 80 minuten les) is hun focus op het constant monitoren wat een kind kan, waar een kind staat en wat een kind nog moet doen. Dat past helemaal in de stijl van formatief lesgeven. Christaan Dekens (Dr Nassau College, Gieten) , zette uiteen hoe hij al zoekende en speurende op internet terecht was gekomen bij de Feedback loop van turnitin.com, en hoe hij die toe past in zijn lessen. Ikzelf lichtte toe, hoe ik keuzevrijheid geef aan leerlingen om te werken aan hun leerdoelen, en hoe die doelen tot stand zijn gekomen. Veel te snel kwam de bel voor de volgende ronde.

Mijn tweede ronde bracht mij bij (peer)feedback. Deze stond al op mijn lijstje, omdat ik wist dat Rob van Bakel zou komen. Helaas moest hij op het laatste moment afzeggen om begrijpelijke redenen. Toch hebben we hem betrokken bij ons gesprek en wel op de volgende manier:fb0fb1fb2fb3fb4

Voor het geven en ontvangen van feedback is het dus van groot belang dat er onderling vertrouwen en voldoende veiligheid is bij de gever en de nemer. De feedback moet er altijd op gericht zijn om de ander te helpen. Feedback kun je heel omvangrijk maken maar ook klein houden. Feedback geven doet iedere docent al, de vraag is alleen hoe gericht en hoe bewust doe je dat.  De hoeveelheid feedback moet ook niet te veel worden. Sowieso is het voor de docent bijna niet te doen om iedere leerling overal feedback op te geven. Daarnaast heeft een leerling ook niets aan het ontvangen van veel feedback tegelijk: hoe moet hij/zij dat verwerken, wat is belangrijk en wat niet zo? Richt je focus dus op de kern en beperk de feedback dusdanig dat de ontvanger gericht gestuurd wordt op wat belangrijk is en daar wat mee kan gaan doen.

Er komen steeds meer digitale mogelijkheden om feedback te geven. De meeste heb ik al eens eerder genoemd in vorige blogs: Goformative, Forallrubrics, Edpuzzle, Google docs, Peerdeck en Nearpod zijn zo maar een aantal programma’s waar dat mee kan. Maar feedback geven kan net zo makkelijk in schriften. Laat leerlingen elkaars gemaakte werk nakijken en elkaar daarna een tip en een top geven. Bespreek de waarde van de ontvangen feedback: kan de ontvanger er wat mee of niet. En stuur daar dan ook op.

“Feedback geven op het feedback geven dus”

De kwaliteit van de feedback kun je verhogen door aandacht te besteden aan de gegeven en ontvangen feedback. En dat zul je moeten doen, wil je leerlingen daarin helpen ontwikkelen.  Meer over feedback kun je teruglezen in mijn verslag van de bijeenkomst van The Crowd “Het organiseren van feedback“.

En dan komt de bel voor het einde van een bijzondere avond. Een avond waarvan ik persoonlijk hoop dat er meerdere zullen volgen.

Wat ik voor een tweede keer in deze blog wil melden is de mogelijkheid om aan te geven in welke regio je woont/werkt, zodat dat zichtwaar wordt – per vak – op de kaart van Nederland en België . Op die manier kun je makkelijk en snel in contact komen met vakgenoten bij jou in de buurt. Zoek elkaar op om met en van elkaar te leren!

ledenkaart

 

 

 

 

 

 

 

 

Martin, Mariska en René : hartelijk dank voor de gastvrijheid en de puike verzorging van alles op en rond deze avond. Zonder jullie inzet was dit niet mogelijk geweest.

Alle aanwezigen, hartelijk dank voor jullie komst. Soms van ver, soms van iets dichterbij, maar allemaal met dezelfde toewijding en passie: Heel erg bedankt.

Ik kan niet anders afsluiten, dan met de groepsfoto die we gemaakt hebben op deze fantastische avond.

alzc311

 

 

Bewaren

Bijeenkomst “Organiseren van feedback”

Deze week heb ik  mijn eerste Crowd activiteit georganiseerd. Stiekem vond ik dat toch best een beetje spannend. De opkomst vanuit de Crowd was goed, de opkomst vanuit collega docenten was iets minder dan ik op had gehoopt.

Vanuit ons cijferloos lesgeven lopen we tegen het onderwerp ‘feedback geven’ aan. In de praktijk worstelen we met hoe we dat feedback geven en feedback verwerken goed kunnen vormgeven in onze lessen. Dat worstelen is goed kwam ik achter in de TED talk van  Daniel Finkel, die ik gisteren toevallig zag:

Mijn oorspronkelijk idee was om samen feedback materiaal te gaan ontwikkelen en uit te wisselen welke werkvormen collega’s gebruiken om dat feedback proces in de klas op gang te brengen en houden. Doordat ik mijn voorbereiding van het laatste moment liet afhangen, was ik nog maar bij twee slides toen de eerste Crowdie binnen kwam. Ik heb toen mijn plan maar losgelaten, want wat kan er nou eigenlijk misgaan als je met acht andere bevlogen collega’s samen komt om aan professionalisering te werken? Helemaal niets en dat bleek ook achteraf wel.

De enige slide die we gebruikt hebben was de vertaling die Bas Trimbos heeft gemaakt van het origineel van Dylan Wiliam :

feedbackschemaWe zijn in een levendige uitwisseling alle vakjes langsgelopen en hebben onze persoonlijke ervaringen uitgewisseld, bevraagd en doorgevraagd. Verschillende ondersteunende middelen kwam aan bod, zowel digitaal als niet-digitaal.

Als je naar het schema hierboven kijkt, dan herken je:

  • in kolom 1: Feed-up (wat zijn de doelen);
  • in kolom 2: Feedback (waar sta je nu) ;
  • in kolom 3: Feedforward (hoe kom je een stap verder).

Feedup

We kwamen er in het gesprek achter dat kolom 1 randvoorwaardelijk is voor de kolommen erna.  Ofwel: de kern is het helder in kaart brengen van de doelen en duidelijk maken dat leerlingen weten hoe succes in dat doel er uit ziet. Als je dat niet hebt, waar geef je dan feedback op en hoe moet je feedforward geven als je het doel niet weet?

Die leerdoelen in kaart brengen en delen met leerlingen kun je doen met bijvoorbeeld:

  • Single point rubric; heeft als nadeel dat je niet concreet verschillende stadia van beheersing/kennis kunt aangeven; voordeel is dat deze rubric heel overzichtelijk is.
  • Rubrics met een niveau indeling; vaak worden er drie kolommen gebruikt  met “ik kan het nog niet”, “ik kan het bijna” , “ik kan het” achtige benamingen (het kunnen hierin, is gerelateerd aan vaardigheden). Nadeel is dat leerling te gericht op de rubric zijn en de bredere context en studie missen.
  • Leerdoelen in een planner, opdracht, werkstuk e.d. opnemen;
  • Voorbeelden geven van resultaten van andere leerlingen, van verschillende kwaliteit; daarbij is het heel leerzaam voor ze als zij die voorbeelden in volgorde van kwaliteit moeten zetten en dat beargumenteren naar anderen. Nadeel is dat hier wat meer de focus op de kwaliteit ligt en misschien de onderliggende leerdoelen wat verstopt zitten.

Rubrics maken en delen met leerlingen kan eenvoudig door een spreadsheetachtig programma te gebruiken en die in een digitale leeromgeving met je klas te delen. Het eigen overzicht voor de docent is dan wat minder. Er zijn ook digitale mogelijkheden zoals bijvoorbeeld ForAllRubrics waar ikzelf en Sacha nu ook mee aan het uitproberen zijn. Let wel op hoeveel doelen je stelt. Te veel maakt het onoverzichtelijk en te weinig leerdoelen hebben de neiging om te globaal te worden waardoor ze wellicht wat minder toepasbaar zijn op je lesstof.

Feedback

Als de doelen bekend zijn en leerlingen gaan aan het werk, dan komt kolom 2 in beeld: Waar is de leerling nu?
Formatief lesgeven betekent niet dat je niets meer toetst. Misschien toets je wel vaker dan voorheen, maar op hele andere manieren en op andere momenten. Waar het om gaat is dat je momenten creëert waarin jij als docent, de leerlingen van elkaar, of de leerling van zichzelf de balans kunt opmaken hoe ver de leerling is in het behalen van de leerdoelen.  Manieren om dat te doen zijn legio.

Wat voorbeelden:

  •  Met korte snelle quiz programma’s als Plickers, Kahoot, Socrative, Quiziz, Quizalize, Quizlet live of met het gebruik van wisbordjes, waarbij je per leerling en per vraag snel kunt zien wat er helder is en wat nog niet. Vaak gebruik je deze om als docent in de klas een vervolg te bepalen voor de lesinhoud direct aansluitend;
  • Met programma’s als Nearpod, The AnswerPad, Edpuzzle, Showme en GoFormative, waarbij je iets verder kunt gaan dan een snelle quiz. Bij deze programma’s kun je leerlingen voorzien van feedback op vragen. De resultaten van leerlingen zijn blijvend vastgelegd en kunnen ook verbeterd worden door leerlingen op dat moment of later. De feedback hier is gericht op het individu en bepaalt niet zo zeer het directe vervolg van je les. Dat kan overigens wel met deze tools, ze hebben allemaal de mogelijkheid om ook een quick question te stellen.
  • Met opdrachten, toetsvragen en controle van begrip vragen op papier. Met een uitwerkingenmodel kun je hier niet alleen eigen werk laten nakijken maar ook peerreview toepassen door leerlingen van elkaar te laten nakijken. En elkaar feedback te geven op het gemaakt werk.
  • Met een exit ticket per les waarin je vragen stelt als: Wat heb je geleerd deze les?  Heb je allen begrepen? Zo niet: welke hulp heb je nog nodig?
  • Peerscholar is een digitale omgeving die al wat verder gaat en ook de feedback ontvanger terugkoppeling laat geven over de toepasbaarheid/kwaliteit van de ontvangen feedback.

Feedforward

Over het feedforward deel hebben we veel minder tijd meer gehad. We zagen wel sterk dat hier het bijdrage van de docent bij ons allemaal nog het meest gebruikt wordt.  Dat zie je ook in het schema. In feite is het de docent die de feedforward geeft, en de leerlingen elkaar die als informatiebron gebruiken. De uitdaging die ik in ieder geval voel is dat ik het eigenaarschap bij de leerling wil laten hier, maar tegelijkertijd is het de leerling die een soort wacht op mij om de feedforward te ontvangen. Sacha van Looveren heeft daar al over nagedacht bij het opstellen van haar lesplan. Ze heeft daarin, zoals je hieronder kunt zien, in de leerroute een aantal vertakkingen gemaakt op basis controle vragen. Het resultaat van de controle vraag bepaalt het vervolg van de route. Het liefst heb je hier volledig arrangeerbare (en bij voorkeur adaptieve) software voor.

symbaloo-lesplan

 

Kwaliteit van feedback

Onderzoek geeft aan dat peerreview en peerfeedback krachtige instrumenten zijn om het leren te bevorderen. Met name voor de feedbackgever. Een vraag die we niet uitgediept hebben, maar die wel benoemd is, is hoe je de kwaliteit van de feedback die leerlingen elkaar geven kunt verhogen. Goede feedback kunnen geven is niet iets wat je zomaar doet of kunt. Ook daar zul je leerlingen in moeten trainen. Er is echter nog nauwelijks lesmateriaal voorhanden om leerlingen te leren feedback te geven. Wat peerscholar hier in doet is al een stuk reflectie, maar nog steeds is trainen op het proces van feedback noodzakelijk. Misschien iets voor een vervolgsessie?

The after party

Wat doet zo’n bijeenkomst met de aanwezigen? Hier zo maar een paar terugblikken op twitter:

tweet1 tweet2 tweet3 tweet4 tweet5 tweet6 tweet7

Leeropbrengst Frans Droog : https://fdroog.wordpress.com/2016/10/30/leren-voeden-via-feedup-feedback-feedforward/

Blog van Rhea Flohr: http://rheaflohr.weebly.com/blog/the-crowd-organiseren-van-feedback

 

Voor mezelf: ik heb het schrijven van een blog nodig om alle indrukken te verwerken. Mijn volgende stap is dat ik met name wil gaan kijken naar het maken van een start met peerfeedback. Mijn leerdoelen krijg ik met mijn rubrics voldoende in kaart om u meer aandacht aan de feedback tussen leerlingen te gaan bevorderen.  Ik ben dan ook erg blij dat we bij Rob van Bakel mogen aanschuiven over een paar weken als hij een workshop peerfeedback gaat geven. We gaan wisbordjes bestellen, want collega Kirsten en ikzelf hebben ook te maken met klassen waarin de tablet/laptop niet altijd beschikbaar is. En vooral gaan we met collega’s delen wat vandaag allemaal is langsgekomen.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.

 

PS: uiteraard is ook deze aanbod geweest, hij blijft prachtig.

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Zaterdag 22 oktober 2016: EdcampBE3

Voor mijn derde Edcamp, na Zoetermeer in 2015 en Texel in maart van dit jaar, ging de reis naar het Belgische Sint Niklaas. Bijna een thuiswedstrijd vanuit mijn geboorte plaats Hulst.

We waren te gast bij Broederschool Humaniora.  Samen met Frans droog hebben we Nederland vertegenwoordigt op dit (daarmee) internationale onderwijsfeest.  Want feest dat is is het als je met gedreven en passievolle docent collega’s ideeën en ervaringen kunt uitwisselen. Dat was deze keer niet anders.  Fijn was het om gelijkgestemden uit de facebookgroep Actief leren zonder cijfers hier tegen te komen.

Esbjörn heeft ons fijn door de dag heen geloodst en er voor gezorgd dat alles in goede banen liep.

sessieskiezen

De 17 sessie ideeën zijn in gezamenlijkheid terug gebracht naar 12. Zie 12 sessie zijn ingedeeld naar onderstaande planning waarbij we steeds moesten  kiezen uit twee gelijktijdige sessies. Dat zijn niet altijd makkelijke keuzes, maar gelukkig heb ik bij geen van mijn keuzes spijt gehad.

Het programma:

dagplanning

De eerste ronde stond in het teken van differentiëren. Waar mijn bijdrage de focus had op de getalenteerde leerlingen, ging Lucas meer de breedte in om te laten zien hoe je al makkelijk en snel kunt differentiëren in je lessen.

De tweede ronde was een keuze tussen het verhaal van Karen over Formatieve evaluatie en het toepassen van Plickers in je lessen. Zeker als de ICT voorzieningen in je klas beperkt zijn kun je met Plickers toch handig quizen met je klas (om voorkennis te testen, controle van begrip vragen te stellen  e.d.).  Gezien mijn huidige passie voor formatief werken is dit geen lastige keuze, maar op de geluiden van de aanwezigen bij de Plickers-sessie heeft ook Plickers een goede ontwikkeling doorgemaakt. Een aanrader dus. Het verhaal van Karen geeft veel herkenning.  Bottomline is dat veel en gerichte feedback leerlingen verder helpt in hun leren. Het geven van cijfers daarbij doet daar wat afbreuk aan,  want zodra het cijfer bekend is, stopt het leren. Leerlingen moeten bij Karen veelvuldig reflecteren op het proces. Onderdeel van die reflectie is altijd of de leerling nog hulp nodig heeft en zo ja, welke hulp? Een sterke toevoeging die ik zelf nog niet had opgenomen in mijn reflectiedocumenten.  Els geeft in deze bijeenkomst aan, dat op haar school (die werkt met brede evaluatie) leerlingen in de periode tot november helemaal geen cijfers krijgen. De focus in de start van het jaar is op het leren kennen van de leerling. Leerlingen krijgen op die school ook een coach (1 coach heeft 10 leerlingen) die de leerling helpt met de studie en studievaardigheden. Wauw, over het centraal stellen van je leerling gesproken!

In de derde ronde kunnen we kiezen tussen het gebruik van Trello in het onderwijs (leerlingen en docenten) of kun je je laten overtuigen door Frans Droog over het invoeren van een Genius hour op je school. Aangezien ik een dagelijkse gebruiker van Trello ben (zij het nog niet in mijn lessen) luister ik graag naar Frans,  en hij heeft me bijna overtuigd. De kern die ik eruit haal is dat je autonomie geeft aan een leerling om iets te doen waar die leerling interesse in heeft. Er zijn kaders, waaronder het feit dat het moet passen in het vakgebied van de docent en er moet een presentatie volgen. De wijze waarop is geheel aan de leerling. De beoordeling van het eindproduct doen leerlingen op elkaars presentatie. Je kunt er nog meer over lezen op een blog van Frans over zijn Genius Hour.

De middaglunch was geen reden om het niet meer over onderwijs te hebben. In tegendeel, de gesprekken liepen vanuit de sessie naadloos over naar de uitstekende maaltijd. Heerlijke broodjes (eindelijk weer eens een echte martino!) en een door de vrouw van een aanwezige docent zelfgemaakte soep. In België weten ze wat lekker eten is!

Al te snel moesten de gesprekken afgebroken worden voor het middag gedeelte.

De vierde ronde was een keuze tussen eTwinning & CLIL en het werken met contractwerk voor rekenen. Als wiskundedocent heb ik voor die laatste gekozen. In  eTwinning heb ik me al eens verdiept. Een prachtig platform om internationaal met andere scholen projectmatig te werken. Iets wat nog wel op mijn wensenlijstje staat maar nu even geen prioriteit heeft.  Bij het laten zien van het contractwerk rekenen koos Liesbeth voor de praktische kant: niet veel uitleggen, maar ons aan het werk zetten om aan de slag te gaan met het contractwerk. Ze liet ons ervaren hoe dat werkt. Super gekozen deze manier. Het contractwerk lijkt op een een soort weektaak formulier met ook reflectie onderdelen. Ondanks dat het contractwerk in de basis een standaard planning is voor de klas, differentieert ze wel door de te maken oefenstof op leerling niveau aan te passen op het contract werk van die leerling: gepersonaliseerd leren!

rekencontract

In de reflectieonderdelen werkt ze met smileys, heb je het alleen gedaan of samen, ging het goed of niet goed.In de les moeten leerlingen hun naam op het bord schrijven. Als ze na het nakijken nauwelijks fouten hebben, schrijven ze hun naam onder het woord Nakijken; hebben ze nog een vraag dan schrijft de leerling zijn/haar naam op in de kolom Vraag, het liefst met het onderwerp erbij.  Liesbeth helpt leerlingen in volgorde van de namenlijst en het liefst een aantal tegelijk over hetzelfde onderwerp. Op deze manier ontstaat er geen rij kinderen voor haar bureau; zowel zij als de klas weet waar ze aan toe zijn. Terecht wordt opgemerkt dat de veiligheid in de klas in orde moet zijn: wil een leerling zijn naam onder Vraag schrijven, wil je niet dat dat een drempel is voor die leerling.  Ik zie aanknopingspunten om nog eens goed te kijken naar onze (semi) digitale weekplanner.

Al weer de vijfde ronde dient zich aan. Wordt het brainstormen over onderwijsontwikkeling of kennismaken met de tool LoQuiz, waarbij je op basis van je gps positie een vraag krijgt op je device? Een lastige keuze. Ik heb lopen dubben en heb uiteindelijk voor de onderwijsontwikkeling gekozen. Met name omdat ik benieuwd ben naar waar docenten in België mee bezig zijn en waar zij tegenaan lopen. LoQuiz heb ik laten gaan, daar ga ik mezelf nog wel eens in verdiepen. Let wel op dat als je je inschrijft op de website bij LoQuiz, je daarna een mail stuurt naar de makers. Grote kans dat als je aangeeft in het onderwijs te werken, het gebruik ervan gratis is!
Met betrekking tot de onderwijsontwikkeling merk ik zelfde thema’s in vergelijking met Nederland:  formatief werken, wel of geen blokuren voor vakken, wel of geen graatklassen, wel of geen niveau groepen. Onderwijsvernieuwing is in België nog vaak een top down oefening. Bij ons niet anders, maar de laatste jaren is de roep op autonomie voor docenten groter geworden en zijn er verschillende initiatieven (Leraren Ontwikkel Fonds &  Stichting Leerkracht om er maar eens twee te noemen) om het zeggenschap weer terug bij de docent te leggen. Iets waar de aanwezige Belgische docenten ook behoefte aan hebben. Bram Faems verwees nog naar het boek Pei(ijlen) naar succesvol schoolbeleid van Peter van Petegem als leestip. Momenteel is het boek niet verkrijgbaar (enkel als onderdeel bij een training) maar als het goed is komt er in 2017 een nieuwe editie uit.

 

De dag loopt ten einde, de hoofden lopen vol en over van inspiratie, indrukken en talloze lesideeën. We zetten ons schrap voor de laatste ronde. Petra is heel trots op haar succesvolle aanpak om leerdoelen te realiseren, en de andere sessie gaat over het samen veranderingen realiseren met je school en je klas.  Het realiseren van leerdoelen sluit voor mij mooi aan bij mijn formatief lesgeven en kies ik ervoor om te zien hoe Petra dat voor elkaar heeft gekregen.

Onder het genot van een heerlijke mattentaart (dank je wel Els!) luisteren we naar het verhaal van Petra dat ze prachtig op papier uit de doeken doet. Ik vergeet aantekeningen te maken. Wat zij doet, daar droom ik van. Wij hebben het over de stap te zetten naar formatief werken, met leerdoelen, zonder cijfers, veel feedback etc. En Petra doet dit gewoon iedere dag. Al vele jaren lang. Ze kan zich niet heugen wanneer ze een leerling een cijfer heeft gegeven. Veel van wat vandaag voorbij is gekomen, komt samen in deze afsluitende bijeenkomst. Petra werkt op de school De Witte merel. Het is zeker de moeite waard om eens op hun schoolsite te kijken.

SessiePetra

We delen het belang van het op orde krijgen van de leerdoelen. Zowel voor de leerling (als vertrekpunt en houvast), maar ook voor de docent. Het opstellen van leerdoelen vergt kritisch kijken naar wat van belang is. Een methode kan daarin een belemmerende factor zijn.  Ergens kwam er een zinsnede voorbij die is blijven hangen bij me: ze hebben op de school van Petra aandacht voor het weten, kunnen en zijn. Als ik daar even op google kom ik op de website https://guidovermeeren.nl/de-onmisbare-mix-voor-succes/  Het plaatje dat ik daar tref  is deze:

 

weten-kunnen-willen-zijn-waterkleur-v04-1024x465

Ik geloof, als ik dit plaatje zie, dat je inderdaad op deze gebieden leerlingen wilt laten groeien. Weten en Kunnen zijn in het huidige onderwijs meer dan de helft van waar we met leerlingen mee bezig zijn. Nu wil ik niet gelijk zeggen dan bovenstaande verdeling de enige juiste is, maar er mag wat mij betreft meert balans komen in het huidige onderwijs programma. Er mag zeker meer aandacht uitgaan naar het Willen en het Zijn. Ook daar horen we met leerling aandacht aan te besteden

Wat een afsluiting van een geweldige dag.  Ik ben en blijf super positief over dit soort bijeenkomsten waarin docenten van en met elkaar (willen)  leren. Ik krijg daar iedere keer weer een hele berg energie van. Dat is deze keer niet anders.

Nog voor ik thuis ben komen de voorstellen voor EdcampBe4 al voorbij: Oost-Malle, Antwerpen en Brugge worden al genoemd. Ik hoop dat dan meer collega’s uit het onderwijs hun weg weten te vinden naar Edcamp.

Er wordt nu druk gewerkt om informatie van alle sessies te verzamelen op de website en facebookpagina van Edcamp België.

Dat is top werk van Bram en Esbjörn. Dank heren voor alle inspanningen die reeds gedaan zijn en waar jullie nu nog mee bezig zijn. Puik geregeld en ik ben er de volgende keer graag weer bij.

Een aantal aanwezigen zien we op 3 november weer terug. Dan in Middelharnis voor een eerste bijeenkomst van docenten uit de facebookgroep Actief leren zonder cijfers. Hopelijk gaan we ook daar weer bruisend de deur uit.

 

 

 

Hele taak eerst – differentiëren voor getalenteerde leerlingen (op EdcampBE3)

Op zaterdag 22oktober heb ik een kleine bijdrage geleverd aan EdcampBe3. Meer informatie daarover is ook de vinden op de facebookgroep van Edcamp België.

Ik heb mijn ervaringen met het differentiëren met behulp van de “Hele taak eerst” aanpak gedeeld met een aantal belangstellenden.

Hieronder kun je de gebruikte documentatie vinden

 

Presentatie:

hte_edcampbe3

Het belangrijkste document, de hele toolkit van de Whole task first / Hele aanpak eerst:

lesegevenmetperspectief

De kwaliteitskaart gemaakt door Scholen aan zet:

kwaliteitskaart

Praktijkvoorbeelden via Scholen aan zet:

excellentie

 

Een flinke verzameling praktijkvoorbeelden voor een hele verscheidenheid aan vakken:

uitdagend

In het verleden heb ik ook al een aantal blogs aan dit thema gewijd. Je vindt die onder deze link.