Toetsrevolutie-congres

Hij stond al even in de agenda: het toetsrevolutiecongres. Zodra ik wist dat het aantal plaatsen beperkt was, had ik Dominique al laten gevraagd mij tijdig te informeren wanneer de inschrijving zou starten want deze wilde ik echt niet missen. Dat bleek ook niet te kunnen, want ik werd benaderd als gast spreker/workshopgever. Super vereerd natuurlijk, maar nog blijer dat ik dat samen met Dieke mocht doen. Zelfs in de voorbereiding ervan hebben we van elkaar zitten leren. Hoe gaaf is dat!

 

Een verademing om in Nieuwegein tussen de congresgebouwen door te lopen naar Green Village.  Een prachtige boerderij waarvan de karakteristieken in tact zijn gelaten en met een groene omgeving met bomen volop in prachtige bloesem. Het maakte dat we ons in een oase waanden.  De opzet om het klein te houden is denk ik een bewuste. Alhoewel ik niet naar de reden heb gevraagd, denk ik dat dat de interactie tussen de aanwezigen wel echt bevorderd heeft. Het is wat intiemer, en daardoor was het makkelijker om ook echt in gesprek te gaan met elkaar. Daardoor kon je ook echt je vraag stellen, je uitwisselingen doen.

Na de opening door René gingen we met Dominique langs een aantal tegelwijsheden rondom formatief toetsen. Dat woord toetsen werd trouwens al snel ter discussie gesteld, met dankzij deze tegel:

We zijn het er roerend over eens, dat het formatieve handelen, formatieve lesgeven, formatieve evalueren iets is wat je in je lessen doet. En eigenlijk kwam het grootste inzicht op wat formatief toetsen is misschien wel in het nawoord van Linda Allal (maar omdat deze blog chronologisch de dag doorloopt, komt dat inzicht pas een stukje verderop)

Voor mij is formatief werken/evalueren dan ook echt mijn lespraktijk geworden en spreek ik liever niet meer over formatief toetsen. Je kunt een toets gebruiken als instrument om te beoordelen waar iemand is in zijn/haar leren en om informatie te verzamelen voor een volgende stap. Dat is dan echter wel een andere toets(vraag) dan een summatieve toets(vraag). Die heeft namelijk een heel ander doel!

Nog wat tegels die ik overgenomen heb:

 

 

 

 

Bij iedere tegel hebben we even stilgestaan en gedachten met elkaar gedeeld. Zeer waardevol.
Het opruimen is voor mij een belangrijke geweest om ruimte te maken voor herhaling voor leerlingen en om tijd te kunnen besteden aan het onderzoeken met elkaar wat kwaliteit van mijn vak is, wat succescriteria zijn, hoe je goed feedback geeft, hoe je feedback verwerkt etc. In een overladen curriculum lukt dat niet (voldoende) dus moet je ergens tijd maken. Die tijd is te maken! Als je maar goed weet wat de leerdoelen van leerlingen echt zijn. Vakkennis is dus onontbeerlijk om goed formatief les te kunnen geven, om goed feedback en feedforward te kunnen geven, om goede controle van begrip vragen te kunnen stellen. In die zin ben ik meer wiskunde docent geworden dan ik dacht te zijn. Ik beschouwde mezelf altijd meer als docent wiskunde, maar dat kan ik niet volhouden als ik formatief lesgeef. Sterker nog, ik vind het een verrijking voor mezelf dat dit aspect toch een prominentere rol heeft gekregen in mijn lesgeven!

De eerste rond was kiezen tussen Rob&Sofie die gezamenlijk een workshop deden over peerfeedback en het leren zichtbaar maken; Linda Allal die haar onderzoeks resultaten over Assessement for learning ging delen en Vera Simon Thomas die ging vertellen over de aanpak en inhoud van toetsbeleid (Je krijgt wat je meet). Mijn keuze werd Linda Allal.

Linda Allal heeft samen met Dany Laveault onderzoek gedaan in verschillende landen naar de implementatie van Assessment for learning (in sommige landen ook formative assessment genoemd) en daarover gepubliceerd in het boek Assessement for Learning: Meeting the Challenge of Implementation.

Assessment for learning heeft verschillende definities, afhankelijk van de tijd en wie je het vraagt. Op een congres in Nieuw Zeeland (2009) is een definitie gegeven die denk ik wel erg goed de lading nog steeds dekt in de manier waarop ik er ook naar kijk:

Assessment for learning is part of everyday practice by student, teachers and peers that seeks, reflects upon and responds to information from dialogue, demonstration and observation in ways that enhance on-going learning.

Het is goed om deze definitie goed op je in te laten werken en woord voor woord tot je te laten komen. Er staat geen woord te veel of te weinig in.

Everyday practice; het gaat om je dagelijkse lesgeven, niet om een moment waarop je iets ‘meet’. Formatief lesgeven is verweven in de manier waarop je naar je leerlingen kijkt, hoe je je onderwijs vorm geeft, in je visie op leren, in de opdrachten die je leerlingen geeft, in de manier waarop je feedback geeft,  etc. Dag in, dag uit.

Student, teachers, peers; je gebruikt elkaar om te leren, als informatiebron, als hulpmiddel. Alleen leren bestaat feitelijk niet. Wat ook aan bod kwam: self-regulated leren bestaat eigenlijk niet, het is altijd co-regulated leren!

Seek, reflects upon en responds to;  niet passief maar actief op zoek naar je voortgang in leren, reflecteren op waar je staat, handelen om te groeien.

Information from dialogue, demonstration and observation; dus zeker niet alleen die formatieve toets, er zijn zo veel meer mogelijke manieren om met elkaar te zien en vast te stellen waar op de leerladder de leerling zich bevindt en hoe verder te komen. De interactie tussen leerlingen waarnemen levert al zo veel informatie op; als je een leerling aan een andere leerling een lastig/complex vraagstuk ziet uitleggen op een goed/hoog niveau is dat dan al niet voldoende bewijs van leren?

in ways that enhance on-going learning; leren is een continue proces, leren kent geen eindpunt. Een summatieve toets is dat vaak wel. Einde hoofdstuk, en de opmaat voor de start van iets nieuws. Formatief is dat juist niet. Formatief stimuleert het continue leren, waardoor leerlingen kansen krijgen te groeien en minder allemaal in dezelfde tijdspanne hetzelfde leerrendement moeten behalen.

In de workshop van Linda wisselen we in groepjes en daarna plenair nog gedachten uit op niveau van Afl in de klas,  professionaliseren van docenten en op beleidsniveau op school. Geen oplossingen voor de bekende spanningen in het huidige onderwijsveld in Nederland. Wel de hoopvolle signalen dat er langzaamaan beweging in aan het komen is. Er zijn scholen die het anders durven en kunnen doen. Er zijn openingen op beleidsniveau met verschillende instanties om naar andere systematieken te kijken en daar over na te denken. Aan ons om onze idealen vast te houden en te blijven pleiten en werken aan deze idealen. Met de aanwezigen lijkt dat qua passie en toewijding geen probleem!

Een heerlijke lunch en een mooi lente zonnetje zijn een welkome break om alle gesprekken en informatie even te laten zakken. Maar ja, waar gaat het tijdens de lunch over. Stiekem toch nog steeds over wat ons bindt en boeit!

Na de lunch is er voor mij niets te kiezen. Voor anderen wel. René gaat in gesprek over het profesionaliseren van docenten in het onderwijs, Åsa Hirsch gaat de vertaling leggen van formative assesment naar de instructie in de praktijk, Dieke en ikzelf gaan onze praktijk ervaringen delen en proberen de aanwezigen een vertaling naar hun les van morgen te laten maken.

Onze presentatie en gegevens hebben we in de gedeelde (google drive) map van de Facebookgroep Actief leren zonder cijfers gedeeld.

We hebben het kort gehad over deze cyclus die je/je leerling eigenlijk constant doorloopt. Het woord toetsen staat daar niet in! Dat past dus ook prima bij de definitie die Linda liet zien.

We hebben praktijk voorbeeld laten zien uit onze lessen en het was leuk om te zien en ervaren dat aanwezige deelnemers met elkaar ideeën over vertalingen naar eigen lessen gingen uitwisselen. Een uur is veel te kort om te doen wat je wil. Maar de interactie met en tussen de deelnemers was super en ook voor ons heel waardevol. Wij hebben van de workshop genoten en hopen dat de deelnemers er voldoende van mee naar huis hebben kunnen nemen.

Plenair afsluitend, onder leiding van René, zijn we langs de zes aanbevelingen gelopen om na een inspirerende dag daar nog met elkaar op te reflecteren:

1) Denk vanuit een samenhangend curriculum waarin onderwijs, leren en toetsing
naadloos op elkaar aansluiten.
2) Zorg voor een mix aan ‘toets’methodes en maak voor de leerlingen en hun
ouders inzichtelijk welke methode je wanneer gebruikt en waarom.
3) Maak zwaarwegende beslissingen op basis van rijke informatie over de voortgang
van leren.
4) Geef leerlingen een gevoel van autonomie.
5) Creëer binnen de school mogelijkheden om de dialoog over leren te bevorderen.
6) Stimuleer kleine initiatieven en bewaak tegelijkertijd de langetermijnambitie
van de school.

Zo’n eind reflectie maakt een mooie ‘indaling’ van alle informatie van de dag mogelijk.

Bij de bedankjes van de sprekers kwam nog een uitspraak van Linda, die Rob en mij nog echt prikkelde en die misschien nog wel voor ons de grootste opbrengst van de dag was. Rob heeft ‘m mooi verwoord in een twitter bericht:

Het formatieve lesgeven werkt verrijkend voor zowel de lesgevende als de lerende. De informatie uitwisseling werkt namelijk twee kanten op. De lerende krijgt informatie om verder te kunnen leren. De lesgevende krijgt informatie om zijn/haar lesgeven bij te stellen.  Daar ligt een (de?) enorme kracht van formatief lesgeven!

 

Hiermee, en met een prima verzorgde borrel ging een inspirerende eerste Toetsrevolutie-congres naar een einde.  Met een soort edcamp/meetup gevoel (= bruisend van energie) de auto in gestapt. Dat heb ik lang niet bij ieder congres!

Het volgende Toetsrevolutie congres staat gepland op 9 november 2017. Het zal dan voornamelijk gaan om Feedback!

 

Wat het congres tijdens een afsluitende diner nog meer heeft opgeleverd:

  • Dat nog niet iedereen (!) wist dat een giraffe zeven  nekwervels heeft…..
  • ….en een slang niet.
  • Dat HV71 het beste ijshockey team van Zweden is (ondanks de met 3-4 verloren wedstrijd van gisteravond om het kampioenschap in de best  of seven serie)
  • Dat vwo Engels ‘a differentie cookie is’ dan mavo Engels
  • Dat er van het boek “Orde houden in het vmbo” een niet gepubliceerd hoofdstuk X bestaat (waarvan wij nu wel de inhoud voor een beetje kennen)
  • Dat humor ook humor is (of kan zijn), ook al snappen anderen de humor niet
  • Jasmijn & Ik en een heel goede plek is om lekker te gaan eten!

 

Bewaren

Boekbespreking – Toetsrevolutie

Deze boekbespreking verscheen eerder (29 december 2016) op Komensky post

Laat ik maar direct eerlijk zijn: het valt niet mee om objectief te blijven over een boek als Toetsrevolutie* als een aantal schrijvers en bijdragers, in je top 10 lijstje staan van inspiratoren uit het onderwijs.

Ik wil ervoor waken dat het een review wordt in de stijl van “Wij van wc-eend, ……” en hopelijk is dat gelukt. Zo niet, dan heb ik in ieder geval de poging daartoe gedaan en hoop ik dat hettoetsrevolutie-hr me vergeven wordt.

 

De aanleiding

Waar leerlingen zich vooral in zullen herkennen, is de hoge mate van toetsdruk in het onderwijsprogramma. Al vroeg in hun basisschoolcarrière worden leerlingen geconfronteerd met toetsen: het op een bepaald moment moeten voldoen aan een vastgestelde norm. Daar krijg je een waardering (meestal in de vorm van een cijfer) voor, waar dan een status of een oordeel uit voort komt. In het voorgezet onderwijs komt daarbij dat ieder vak in een rapportperiode een bepaald aantal cijfers moet produceren, anders zegt een rapportgemiddelde te weinig om op een rapportvergadering een ‘goed’ besluit te kunnen nemen. De schrijvers en bijdragers van dit boek geven allemaal aan dat er in dit proces iets cruciaals vergeten wordt: het leren van de kinderen! De focus komt primair te liggen op het leren voor een cijfer. Terwijl we eigenlijk willen dat een leerling leert om er wijzer van te worden; dat een leerling leert om een ontwikkeling door te maken. Het leren om daadwerkelijk ook iets te leren lijkt in de huidige praktijk van ondergeschikt belang.

De verandering

De verandering die er moet plaatsvinden, volgens de schrijvers en bijdragers, is een verandering van leren voor cijfers, naar leren om het leren. In andere woorden: niet meer toetsen om het toetsen (en produceren van cijfers) maar toetsen om van te leren. In vaktechnische bewoordingen is dat een verschuiving van summatief toetsen naar formatief toetsen. Heel simpel gezegd verschuift de summatieve toets die normaal aan het einde van de lesstof zit en de leerperiode afsluit, naar een ander moment of zelfs naar meerdere momenten. De formatieve toets vindt plaats gedurende de leerperiode, dus terwijl de lerende nog midden in de lesstof zit. Na afname van de toets ontvangt de lerende feedback en krijgt de ruimte, kans en tijd om verder te leren. Maar dat is de simpele versie. Want (zo blijkt uit de zowel theoretische als praktische bijdragen in het boek) formatief lesgeven en het implementeren van een feedback-cultuur is een omvangrijke en ingrijpende verandering in het onderwijs.

Ingrijpend & energiek

Wat me opvalt in de verhalen van docenten die begonnen zijn met formatief toetsen, is de energie die ze uitstralen. Niet alleen zijn het bevlogen docenten; al deze docenten geven aan dat ze door formatief te werken, weer naar de kern van hun vak zijn teruggekeerd. Allemaal zijn ze zich opnieuw gaan afvragen wat nu ook al weer belangrijk is voor hun vak. Wat moeten de kinderen daadwerkelijk leren? Hoe zit het curriculum in elkaar? En niet alleen kijken ze naar de kennis, maar ook zie ik ze kijken naar studievaardigheden, samenwerking, leren reflecteren etc., etc. Ze vragen zich ook af: wat hebben de leerlingen van mij nodig? Hoe kan ik, of de leerlingen zelf laten, controleren hoe ver ze zijn in hun leren. Hoe komen ze een stap verder? In plaats van dat docenten een toets nakijken met een afrekenblik en een focus op wat er fout is, kijken ze nu naar wat er al goed is en hoe een kind verder kan komen. De positieve energie die dat oplevert, straalt er bij alle bijdragers vanaf. Een positieve docent voor de klas. Dat kan toch nooit verkeerd uitpakken?

Maar ingrijpend is het ook. Want alle vragen die deze docenten zichzelf stellen, daar moeten ook antwoorden op komen. Om aan te sluiten bij het proces van feedback en feedforward moet goed passend lesmateriaal gezocht of gemaakt worden. Ik zie verschillende docenten die hun eigen lesmateriaal of zelfs een geheel eigen methode geschreven hebben. Dat kost denk-, ontwikkel- en maaktijd en ook tijd om met leerlingen te ‘testen’ en te verfijnen. Docenten doen dat nu nog vaak solistisch. Het zou veel fijner en efficiënter zijn als docenten dat veel meer in samenwerking zouden kunnen doen. Dat komt de kwaliteit ook ten goede. Samenwerken vereist ook naar docenten toe en tussen docenten onderling een meer open feedback-cultuur. Iets wat momenteel nog niet vanzelfsprekend is.

Feedback geven en organiseren in een klas kost tijd. In de volle klassen van tegenwoordig dwingt je dat te zoeken naar mogelijkheden zoals het feedback geven van leerlingen aan elkaar, in het boek genoemd als peerfeedback. Wellicht dat digitalisering daar in kan helpen. Maar gelukkig ligt de focus daar in het boek niet op: het gaat om het onderwijsleerproces en niet om de tools. Die zijn altijd ondersteunend.

Implementeren

In de afsluiting van het boek staan zes aanbevelingen voor het implementeren van een feedback-cultuur in het onderwijs. Omdat ik zelf ook bij een pilot met formatief (en cijferloos) evalueren betrokken ben, heb ik daar wat langer naar zitten kijken.

Volgens mij is die eerste stap met het curriculaire spinnenweb een hele essentiële.

spinnenweb

 

Het is Het Waartoe.  Als je dat niet deelt met elkaar als team op een school, dan kunnen er op enig moment enorme problemen ontstaan:

  • Zo kunnen er keuzes gemaakt worden die niet in lijn zijn met wat je als school wilt.
  •  Of het team zal niet achter keuzes staan en door andere invullingen te geven aan afspraken er voor zorgen dat er scheurtjes ontstaan in het spinnenweb.
  •  Er kan een mindere dynamiek tussen docenten zijn of ontstaan als ze niet hetzelfde willen nastreven. Andersom: ik ervaar een enorme dynamiek als ik met mensen samenwerk die dezelfde ambities en doelen hebben!

Mijn persoonlijke tip is om deze eerste stap dan ook echt, maar dan ook echt heel erg goed te doen. En wil je formatief, dan zul je dat meteen vanaf het begin al in moeten brengen. Dan zal iedereen hier al moeten beseffen (op hoofdlijnen, nog niet in concrete oplossingen!) wat formatief leren/lesgeven/evalueren inhoudt: voor het onderwijs, voor leerlingen, voor zichzelf, voor de rapportvergadering, voor ouders etc.

Voor wie is dit boek?

Ben je bezig met formatief lesgeven of formatief toetsen dat is dit boek een heel fijn boek om te hebben. Het inspireert je om door te gaan, het geeft je nieuwe ideeën vanuit de praktijkvoorbeelden van collega’s. Het geeft voor iedere docent begrijpelijke achtergrond informatie vanuit onderzoek en het geeft houvast bij implementatiestappen.

Het is een geschikt boek om aan je leidinggevende te geven als die nog niet overtuigd is van formatief toetsen, of aan collega’s die je aan het denken wilt zetten. Het boek is namelijk niet belerend. Het probeert je niet te overtuigen in de zin dat het vindt dat JIJ als lezer iets moet. Het laat je zien waar anderen enthousiast over zijn en wat bij hen werkt. Het laat ook zien, met onderbouwing, waarom het werkt.

Het is een prima boek om aan beleidsmakers te geven die na moeten denken over onderwijsvisie en kwaliteit van onderwijs. Zij krijgen kans door een bril te kijken naar onderwijs, dat meer is dan het zijn van een cijferfabriek; onderwijs meer gericht op groei van kinderen, op een manier die veel meer recht doet aan kinderen en hun docenten; een bril op onderwijs die laat zien dat het beleid op onderwijs momenteel een belemmerende factor is op bepaalde momenten.

Het is ook een boek voor uitgevers van onderwijsboeken en methodes. Zij kunnen zien dat docenten eigen materiaal en zelfs methodes zijn gaan schrijven omdat de huidige methodes blijkbaar niet aansluiten bij formatief lesgeven. Voor hen een mooi aanknopingspunt om die aansluiting wel weer te gaan zoeken en vinden.

Als laatste zou het ook niet verkeerd zijn om ouders dit boek te laten lezen. Wat zou het fijn zijn als ouders wat minder naar cijfers gaan vragen als hun kind thuis komt van school (“En heb je nog cijfers terug?”), maar wat meer naar hun welbevinden en het proces van leren (“En hoe is je dag, is het nog gelukt met reactievergelijkingen waar je gisteren mee worstelde?”).

Mocht je na het lezen van deze bespreking of na het lezen van het boek Toetsrevolutie aansluiting zoeken bij collega’s die ook op de route van het formatief lesgeven hun stappen aan het zetten zijn, kijk dan eens op de facebookgroep Actief leren zonder cijfers. Daar wordt veel gedeeld en kun je je vragen kwijt.

Toetsrevolutie is ook als pdf gratis te downloaden.

De toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Door Dominque Sluijsmans en René Kneyber (red.). Uitg. Phronese, Culemborg 2016.

Niet alles van waarde is meetbaar, ook lesdoelen niet!

Een projectweek voor de kerst. Terwijl klassen naar Nemo gaan, naar Museon of lekker kunstzinnig bezig zijn, houden we onze vmbo-tl 4 zo vlak na hun tweede schoolexamen week op scherp met werken aan sectorwerkstukken, herkansingen, Engelse presentaties en een wiskunde project over goniometrie (sinus, cosinus en tangens).

Als wiskunde docent mag ik die laatste begeleiden met een combinatie leerlingen die ik in mijn reguliere clustergroep niet allemaal tot mijn vaste groep leerlingen mag rekenen.

Leerlingen motiveren in zo’n laatste week is vaak een kunst, dus stap één is het doel van de dag heel simpel houden:

Als je straks de les uit stapt dan kun je twee dingen:

  • Je kunt netjes een hoek uitrekenen uit een gegeven rechthoekige driehoek met sin, cos of tan.

  • Je kunt netjes een zijde uitrekenen uit een gegeven rechthoekige driehoek met sin, cos of tan.

(noot:tan kunnen ze al (als het goed is), sin en cos is nieuw voor ze.)

Gelijk na het delen roept leerlinge F – al zuchtend – “Ik ben zo slecht in wiskunde, ik kan dat echt niet! ”

Wat doe je in dat geval al docent? Ik koos spontaan voor de volgende route.

“Dat is balen, F. Maar dan spreken wij een ander doel voor jou af.

Hoe groot is je zelfvertrouwen in dit onderwerp nu en geeft dat maar aan als afstand tussen je je vingers.”

De duim en wijsvinger van F gingen op dat moment zo’n drie centimeter uit elkaar.

“Oke dat weten we dan. Hoe ver wil je komen vandaag?”

De afstand werd iets groter. Ik schat een verdubbeling.

“Zeg F, je verdubbelt je zelfvertrouwen, zeker weten?”

… enige aarzeling….  “Ja meneer”.

“Oke, daar gaan we voor”.


De rest van de les is niet zo boeiend om te vertellen, we springen naar einde van de les. Ik check bij de leerlingen het behalen van de einddoelen (meerdere leerlingen hebben andere einddoelen gekregen omdat ze al verder waren vanwege instroom uit 3 havo). Leerlingen die hun doelen gehaald hadden mochten weg.

F bleef  lang zitten. Maar wel aan het werk. En niet zuchtend. Zelfs met een tevreden glimlach op het gezicht. Tevreden sloeg ze haar boek en schrift dicht. Spullen gingen de tas in. Ze stond op. Ik maakte ook geen aanstalten om iets te controleren.

We keken elkaar aan.

“En vroeg ik? ” , met mijn duim en wijsvinger op ongeveer 10 cm van elkaar.

Met haar tas om haar schouder hield ze haar twee handen op ongeveer 40 van elkaar.

Met een grote glimlach en met trots:

“Ik snap alleen die hoogtelijn nog niet.  Fijne vakantie meneer.”

“Fijne vakantie F.”  Met nog meer trots.

 

Misschien klopt haar notatie nog niet, misschien maakt ze nog foutjes. Hoe erg is dat? In deze fase van haar leerproces is dat totaal niet relevant in mijn ogen. Dat komt later wel. Laat haar eerst maar haar vertrouwen vinden. Dan ontstaat er een basis om te bouwen. Op drijfzand kun je namelijk niets beginnen.

Afgelopen dagen veel fijne vakantie groeten mogen ontvangen en ze krijgen allemaal een mooi plekje.

Deze krijgt een heel mooi plekje. Fijne vakantie F!

 

 

 

De neus voor kwaliteit

Deze week de daad bij het woord gevoegd en de inspiratie uit de peerfeedback workshop van Rob toegepast in mijn brugklas.

neus

De achterliggende reden is om een standaard met elkaar te vinden waar goed wiskunde werk aan moet voldoen. Als we die hebben, dan wordt het geven van feedback aan elkaar ook weer een stukje beter. We stellen op deze manier namelijk een aantal kwaliteitscriteria vast.

Met de Smart Notebook software kun je vanuit de 16.2 versie (bèta release) ook prima brainstormen met mobieltjes van de leerlingen.

Dat leverde veel bruikbare en ook minder bruikbare informatie op, die we gezamenlijk hebben doorgesproken.Wat over is gebleven is het volgende:

kwaliteit

Hier ga ik nog een mooie poster van maken. Dat is niet mijn sterkste punt (iets visueel aantrekkelijk maken) en misschien laat ik het wel een paar leerlingen doen die dit goed kunnen en leuk vinden. Het doel is om deze op te hangen (A3 formaat) in de lokalen waar ik les geef (omdat ik geen vast lokaal heb).

De vervolg stap wordt om over een aantal weken, misschien nog net voor de kerst, ook eens een aantal schriften van leerlingen te gaan onderzoeken. Ik maak dan scans van een stuk of vijf verschillende kwaliteiten en laat leerlingen die in groepjes op volgorde van lage kwaliteit naar hoge kwaliteit leggen. Daarbij moeten ze toe lichten wat steeds het verschil maakt. Op basis wat we dan constateren gaan de de poster aanvullen/verbeteren/aanscherpen. Wellicht kan dit een mooie groei poster worden die de klas meenemen straks naar klas 2 en klas 3.

Misschien dat we op deze manier ook een poster kunnen maken voor probleem analyse en aanpak in het kader van de wiskundige denkactiviteiten.

 

 

Peerfeedback toepassen in de klas

Een tijdje terug kwam ik onderstaande ergens tegen. Ik weet niet eens meer waar precies, maar ik wist wel gelijk dat ik er bij wilde zijn.

peerfeedback_poster

En gelukkig vond Jeroen Meisner (onderwijspionier en organisator) dit goed, ondanks het feit dat ik geen werkrelatie heb met het Mediacollege in Amsterdam. Ook toen ik aangaf mijn twee mede pioniers die (net als ik) dit jaar aan één klas geen cijfers geven, mee wou nemen was dat geen probleem. Heel tof en nogmaals heel erg bedankt Jeroen!

Rob is niet een hele onbekende. Ondanks dat we elkaar lijfelijk denk ik nog maar één keer eerder ontmoet hebben, volg ik Rob al langer via twitter @RPvanbakel en als bijdrager aan de facebook groep Actief leren zonder cijfers.

Rob heeft het me makkelijk gemaakt om een blog te schrijven over de bijeenkomst: hij heeft namelijk op zijn eigen blog de presentatie en relevante links naar verdere informatie gezet. Many thanks.

Bij het toepassen van peerfeedback kun je het beste de nadruk leggen op het proces van het geven van feedback. Daar is de meeste leerwinst mee te behalen. Verhelijk het met leerlingen aan elkaar laten uitgeven: ze moeten boven de stof staan.  Daarover nadenkend, durf ik zelfs te stellen dat bij het geven van feedback zelfs een hoger niveau is te bereiken. Niet alleen moet je de stof beheersen (kennis en/of vaardigheid) maar als je wilt toewerken naar het dichten van de kloof tussen de huidige prestatie en de gewenste prestatie praat je feitelijk al over feedforward. Je moet dus kunnen analyseren wat de huidige situatie feitelijk is, maar ook wat daar in ontbreekt vanuit de gewenste situatie en, nog een stap verder, richting kunnen  geven om heel gericht ook een stap naar de gewenste situatie toe te zetten.

In één van de slides kwamen onderdelen van goede feedback aan bod. Eén van die onderdelen is om feedback niet te specifiek te geven. Het risico bestaat dat het een afvinklijstje wordt, en het groter geheel niet meer zichtbaar is. Dat zie je vaak ook terug bij rubrics te te veel gericht zijn op hele specifieke punten (zie dia 17 op de blog van Rob voor een mooi plaatje hierbij). In de auto terug naar school hadden we het hier over. Ik gebruik in mijn 2e en 3e klas nu een single point rubric. Bijvoorbeeld deze over de stelling van Pythagoras in klas 2 vwo:

stellingDeze bevat de kern van het hoofdstuk. Teruggebracht in feitelijk drie wiskundige doelen, één doel om dit toe te passen in context en nog een aanvullend notatie doel, omdat dat vaak mis gaat.  Hierin staan dus niet de criteria waar de leerling succes aan kan afmeten.  Je zou kunnen zeggen dat een leerling dus geen idee heeft hoe het er uit ziet als hij de lengte van een lijnstuk in een ruimtefiguur moet kunnen uitrekenen. Dat klopt ook. Het mooie is dat hierdoor een gesprek ontstaat tussen leerling en docent en tussen leerlingen onderling. Leerlingen worden geactiveerd om op zoek te gaan naar wat goed is, wat volledig is, wat verwacht wordt.  Onderliggend hieraan ligt het ontwikkelen van een neus voor kwaliteit / kwaliteitsbegrip, zoals Rob dat noemt.  Omdat mijn 2e en 3e klassen al veel meer weten waar wiskunde werk en wiskundige denken aan moet voldoen, denk ik dat deze vorm van een rubric ook kan. Het kan ook als je in een eerdere fase wel details hebt gegeven, en deze later terug komen. Maar dan moet je ze niet specifiek maar meer in algemene zin, zodanig dat de leerling weer weet: Oh ja dat was … en … .

In mijn brugklas ben ik dus wel specifiek en probeer ik ook de criteria van de verschillende niveaus bij leerdoelen te formuleren:

rubric1ph3

Bij deze leerlingen, die nog moeten wennen hoe je bij wiskunde werkt en leert, vinden de leerlingen en ikzelf het nog prettig om met een uitgebreidere beschrijving te werken.  Dit geeft ons veel meer houvast.   Er zo over nadenkend (al weer een mooie opbrengst van vandaag) denk ik dat ik die single point rubric er in de hogere klassen voorlopig ga inhouden, Het was een proef om te zien of en hoe ze werken. Met de inzichten van vandaag zie ik dat ik hiermee het kwaliteitsbesef (de neus, dia 18 bij Rob) mee kan ontwikkelen bij mijn leerlingen.

De tweede grote opbrengst voor mij is het geven van een feedback model aan mijn leerlingen. In de brugklas ben ik vooral nog bezig geweest met het van elkaar laten nakijken, het geven van tips en tops, het ‘beoordelen’ van kwaliteit van werk aan de hand van de rubric en het laten werken aan zelfgekozen leerdoelen. Wat ik daarmee niet doe is het ontwikkelen van de kwaliteit van feedback en het onder woorden laten brengen van feedback. Wat dus juist voor de feedback gever van groot belang is.

Rob liet een formulier zien met daarin de naam van de feedbackgever (dus niet anoniem), het oordeel, een suggestie en een verklaring / onderbouwing (het liefst met een bron erbij).  Op deze manier moet de feedbackgever meer denkwerk verrichten en ontstijgt de feedback een oppervlakkig analyse. Bovendien wordt de feedback (deels ook feedforward) voor de ontvanger bruikbaarder.

We komen er tijdens de gesprekken met elkaar op deze bijeenkomst ook achter dat het ontwikkelen van die neus, en het ontwikkelen van goede feedbackvaardigheden bij leerlingen iets is dat je moet opbouwen in de loop van de jaren.  Een mooi thema wellicht om een nieuwe LOF aanvraag voor te doen: het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn feedbackgeven. Als er scholen docenten zijn die hier aan werken of willen werken, dan komen we graag met je in contact!

Jeroen en Rob, mede namens mijn collega’s Bianca en Jens, heel erg bedankt voor feit dat we mochten aanschuiven, de goede lunch, de mooie nieuwe contacten en de fijne opbrengsten die we weer kunnen meenemen naar onze lessen en onze leerlingen!

 

De eerste Algemene Ledenvergadering van “Actief leren zonder cijfers”

Wauw.

Bijna een jaar geleden bracht Ankie Cuijpers drie docenten bijeen die blijkbaar iets deelden met elkaar: Geen cijfers meer willen geven. Arjan Moree, Martin Ringenaldus en ikzelf werden via twitter gekoppeld en als snel ontstond de behoefte om met elkaar en anderen te gaan delen en uitwisselen. De plek werd facebook. De naam werd Actief leren zonder cijfers.

Dat woordje actief moest er nadrukkelijk bij.  Voor ons drukt dat uit, dat de leerling actief is in zijn/haar leren en niet wacht op een actie van een ander om tot leren over te gaan. Noem het eigenaarschap tonen.
Ongeveer een maand na oprichting zagen we het ledenaantal gestaag groeien en ontstond het idee (en behoefte) om het contact tussen de leden ook een keer tastbaar te maken; om echte gesprekken met elkaar te voeren.

Bam!

We zijn net geen jaar onderweg (pas op 22 november) en de ledenteller staat ruim boven de 1200 (tussen het moment van opstellen van deze blog en de publicatie ervan, heb ik het genoemde aantal twee keer naar boven moeten bijstellen). Dit overtreft al onze verwachtingen en daar zijn we super blij mee en stiekem ook wel een beetje trots op.

img_20161103_170054

Het was dus donderdag 3 november : onze eerste Algemene Ledenvergadering. En werd het een vergadering? Welnee, want al tijdens de startpresentatie van Dominque Sluijsmans kwam aan bod dat we te veel vergaderen en meer met elkaar aan de slag moeten. Mooi vastgelegd in deze twee tweets (leesvolgorde: van onder naar boven):

vergaderen

Net als Edcamps en MeetUps is zo’n middag/avond een dag van ontmoeten en delen.  En een avond van flexibel zijn, want de twee start spreeksters waren zo enthousiast dat ze beiden hun spreektijd verdubbelden van een half uur naar een vol uur. En beiden eindigden met de opmerking: “Dus dit was in het kort….” , “Ik ben er snel door heen gegaan….”. Deerde dat de aanwezigen? Nee, want wat Gerdineke en Dominique brachten was een mooi samenspel tussen theorie en praktijk.

Twee modellen stonden daarbij centraal:

spinnenweb

bouwstenen

Aan de hand van die bouwblokken hebben meegekregen hoe, in de SLO pilot Formatief evalueren , de gevolgen van het ontbreken van invulling van een bouwblok  duidelijk zichtbaar waren of werden. Voor veel aanwezigen was dit een heel fijn kader om er een keer mee naar de eigen school te kijken. Waarom gaan dingen zoals ze gaan? Dit schema helpt daar achter te komen. En dus ook waar je je energie in kunt/moet gaan stoppen.  In de Komensky Post geeft Ankie Cuijpers een mooi verslag van de presentaties van Dominique en Gerdineke. De presentaties van Dominique en Gerdineke zijn trouwens ook terug te vinden in de Google drive van onze facebookgroep.

Om het hoofd even wat rust te bieden en de catering niet langer te laten wachten, schoven we bij een uitstekende verzorgde maaltijd aan. Waar broodjes en soep aangekondigd waren, werd het een heerlijk saté & nasi buffet. Dat hoofd rust geven is niet gelukt, want ook de gesprekken tijdens het eten gaan onverminderd voort.

img_20161103_192411 img_20161103_192425

 

 

 

 

 

 

Van de geplande drie intervisie sessies zijn we vanwege de tijd terug gegaan naar twee intervisie sessies. Dat maakt de keuze nog lastiger, want er waren vijf thema’s in twee rondes : Draagvlak creëren, Uitwisseling van ervaring met formatief, ICT inzetten bij formatief  evalueren, (Peer) Feedback organiseren  en Werken met Rubrics.

Al voor we begonnen aan deze sessie kwam de melding binnen dat we trending waren op twitter. Wil je al die berichten nalezen, dan kan dat in deze storify.

img_20161103_194702

Hoe verder?
Ondanks dat Nederland niet zo groot is,. is reistijd toch wel een beperkende factor om na schooltijden elkaar te kunnen ontmoeten. We horen en voelen de behoefte aan het laten ontstaan van regionale samenwerkingen. Enerzijds tussen scholen in de algemene zin, anderzijds vakbroerders en -zusters die vanuit hun vak naar de praktische en concrete invulling van formatief evalueren zoeken en willen co- creëren.  Een hulpmiddel kan zijn om de wereldkaart in de facebookgroep te gaan vullen met waar iedereen die wil samenwerken zit. Je kunt je gegevens hier invullen.  En de kaart kun je hier vinden. Houdt er rekening mee dat de map (achter de schermen) één keer per dag wordt bijgewerkt.

img_20161103_195500

 

 

 

 

 

 

Alle ruim 40 aanwezigen hebben natuurlijk allemaal hun eigen blik op en eigen beleving van die sessies. Dit zijn die van mij:

De eerste sessie met collega’s die al enige ervaring hebben met formatief evalueren en één collega die erg geïnteresseerd is, was een fijne uitwisseling. Op het Penta college (Scala Molen Watering, te Spijkenisse) zijn ze dit jaar overgegaan naar 4 blokken van 80 minuten als lesdag, aansluitend met een begeleidingsuur (naar keuze, op op aangeven van docent).  Ondanks dat ze hier nog maar net mee begonnen zijn, geven de drie collega’s in koor aan dat ze nooit meer terug willen. Een hele belangrijke reden is dat er nu eindelijk tijd is ontstaan om al IN de les feedback te gaan geven. Dat doen ze, naast alle summatieve toetsen die ze nog wel gewoon geven. Behalve dat de didactiek anders moet (want de traditionele manieren werken niet in een 80 minuten les) is hun focus op het constant monitoren wat een kind kan, waar een kind staat en wat een kind nog moet doen. Dat past helemaal in de stijl van formatief lesgeven. Christaan Dekens (Dr Nassau College, Gieten) , zette uiteen hoe hij al zoekende en speurende op internet terecht was gekomen bij de Feedback loop van turnitin.com, en hoe hij die toe past in zijn lessen. Ikzelf lichtte toe, hoe ik keuzevrijheid geef aan leerlingen om te werken aan hun leerdoelen, en hoe die doelen tot stand zijn gekomen. Veel te snel kwam de bel voor de volgende ronde.

Mijn tweede ronde bracht mij bij (peer)feedback. Deze stond al op mijn lijstje, omdat ik wist dat Rob van Bakel zou komen. Helaas moest hij op het laatste moment afzeggen om begrijpelijke redenen. Toch hebben we hem betrokken bij ons gesprek en wel op de volgende manier:fb0fb1fb2fb3fb4

Voor het geven en ontvangen van feedback is het dus van groot belang dat er onderling vertrouwen en voldoende veiligheid is bij de gever en de nemer. De feedback moet er altijd op gericht zijn om de ander te helpen. Feedback kun je heel omvangrijk maken maar ook klein houden. Feedback geven doet iedere docent al, de vraag is alleen hoe gericht en hoe bewust doe je dat.  De hoeveelheid feedback moet ook niet te veel worden. Sowieso is het voor de docent bijna niet te doen om iedere leerling overal feedback op te geven. Daarnaast heeft een leerling ook niets aan het ontvangen van veel feedback tegelijk: hoe moet hij/zij dat verwerken, wat is belangrijk en wat niet zo? Richt je focus dus op de kern en beperk de feedback dusdanig dat de ontvanger gericht gestuurd wordt op wat belangrijk is en daar wat mee kan gaan doen.

Er komen steeds meer digitale mogelijkheden om feedback te geven. De meeste heb ik al eens eerder genoemd in vorige blogs: Goformative, Forallrubrics, Edpuzzle, Google docs, Peerdeck en Nearpod zijn zo maar een aantal programma’s waar dat mee kan. Maar feedback geven kan net zo makkelijk in schriften. Laat leerlingen elkaars gemaakte werk nakijken en elkaar daarna een tip en een top geven. Bespreek de waarde van de ontvangen feedback: kan de ontvanger er wat mee of niet. En stuur daar dan ook op.

“Feedback geven op het feedback geven dus”

De kwaliteit van de feedback kun je verhogen door aandacht te besteden aan de gegeven en ontvangen feedback. En dat zul je moeten doen, wil je leerlingen daarin helpen ontwikkelen.  Meer over feedback kun je teruglezen in mijn verslag van de bijeenkomst van The Crowd “Het organiseren van feedback“.

En dan komt de bel voor het einde van een bijzondere avond. Een avond waarvan ik persoonlijk hoop dat er meerdere zullen volgen.

Wat ik voor een tweede keer in deze blog wil melden is de mogelijkheid om aan te geven in welke regio je woont/werkt, zodat dat zichtwaar wordt – per vak – op de kaart van Nederland en België . Op die manier kun je makkelijk en snel in contact komen met vakgenoten bij jou in de buurt. Zoek elkaar op om met en van elkaar te leren!

ledenkaart

 

 

 

 

 

 

 

 

Martin, Mariska en René : hartelijk dank voor de gastvrijheid en de puike verzorging van alles op en rond deze avond. Zonder jullie inzet was dit niet mogelijk geweest.

Alle aanwezigen, hartelijk dank voor jullie komst. Soms van ver, soms van iets dichterbij, maar allemaal met dezelfde toewijding en passie: Heel erg bedankt.

Ik kan niet anders afsluiten, dan met de groepsfoto die we gemaakt hebben op deze fantastische avond.

alzc311

 

 

Bewaren

Bijeenkomst “Organiseren van feedback”

Deze week heb ik  mijn eerste Crowd activiteit georganiseerd. Stiekem vond ik dat toch best een beetje spannend. De opkomst vanuit de Crowd was goed, de opkomst vanuit collega docenten was iets minder dan ik op had gehoopt.

Vanuit ons cijferloos lesgeven lopen we tegen het onderwerp ‘feedback geven’ aan. In de praktijk worstelen we met hoe we dat feedback geven en feedback verwerken goed kunnen vormgeven in onze lessen. Dat worstelen is goed kwam ik achter in de TED talk van  Daniel Finkel, die ik gisteren toevallig zag:

Mijn oorspronkelijk idee was om samen feedback materiaal te gaan ontwikkelen en uit te wisselen welke werkvormen collega’s gebruiken om dat feedback proces in de klas op gang te brengen en houden. Doordat ik mijn voorbereiding van het laatste moment liet afhangen, was ik nog maar bij twee slides toen de eerste Crowdie binnen kwam. Ik heb toen mijn plan maar losgelaten, want wat kan er nou eigenlijk misgaan als je met acht andere bevlogen collega’s samen komt om aan professionalisering te werken? Helemaal niets en dat bleek ook achteraf wel.

De enige slide die we gebruikt hebben was de vertaling die Bas Trimbos heeft gemaakt van het origineel van Dylan Wiliam :

feedbackschemaWe zijn in een levendige uitwisseling alle vakjes langsgelopen en hebben onze persoonlijke ervaringen uitgewisseld, bevraagd en doorgevraagd. Verschillende ondersteunende middelen kwam aan bod, zowel digitaal als niet-digitaal.

Als je naar het schema hierboven kijkt, dan herken je:

  • in kolom 1: Feed-up (wat zijn de doelen);
  • in kolom 2: Feedback (waar sta je nu) ;
  • in kolom 3: Feedforward (hoe kom je een stap verder).

Feedup

We kwamen er in het gesprek achter dat kolom 1 randvoorwaardelijk is voor de kolommen erna.  Ofwel: de kern is het helder in kaart brengen van de doelen en duidelijk maken dat leerlingen weten hoe succes in dat doel er uit ziet. Als je dat niet hebt, waar geef je dan feedback op en hoe moet je feedforward geven als je het doel niet weet?

Die leerdoelen in kaart brengen en delen met leerlingen kun je doen met bijvoorbeeld:

  • Single point rubric; heeft als nadeel dat je niet concreet verschillende stadia van beheersing/kennis kunt aangeven; voordeel is dat deze rubric heel overzichtelijk is.
  • Rubrics met een niveau indeling; vaak worden er drie kolommen gebruikt  met “ik kan het nog niet”, “ik kan het bijna” , “ik kan het” achtige benamingen (het kunnen hierin, is gerelateerd aan vaardigheden). Nadeel is dat leerling te gericht op de rubric zijn en de bredere context en studie missen.
  • Leerdoelen in een planner, opdracht, werkstuk e.d. opnemen;
  • Voorbeelden geven van resultaten van andere leerlingen, van verschillende kwaliteit; daarbij is het heel leerzaam voor ze als zij die voorbeelden in volgorde van kwaliteit moeten zetten en dat beargumenteren naar anderen. Nadeel is dat hier wat meer de focus op de kwaliteit ligt en misschien de onderliggende leerdoelen wat verstopt zitten.

Rubrics maken en delen met leerlingen kan eenvoudig door een spreadsheetachtig programma te gebruiken en die in een digitale leeromgeving met je klas te delen. Het eigen overzicht voor de docent is dan wat minder. Er zijn ook digitale mogelijkheden zoals bijvoorbeeld ForAllRubrics waar ikzelf en Sacha nu ook mee aan het uitproberen zijn. Let wel op hoeveel doelen je stelt. Te veel maakt het onoverzichtelijk en te weinig leerdoelen hebben de neiging om te globaal te worden waardoor ze wellicht wat minder toepasbaar zijn op je lesstof.

Feedback

Als de doelen bekend zijn en leerlingen gaan aan het werk, dan komt kolom 2 in beeld: Waar is de leerling nu?
Formatief lesgeven betekent niet dat je niets meer toetst. Misschien toets je wel vaker dan voorheen, maar op hele andere manieren en op andere momenten. Waar het om gaat is dat je momenten creëert waarin jij als docent, de leerlingen van elkaar, of de leerling van zichzelf de balans kunt opmaken hoe ver de leerling is in het behalen van de leerdoelen.  Manieren om dat te doen zijn legio.

Wat voorbeelden:

  •  Met korte snelle quiz programma’s als Plickers, Kahoot, Socrative, Quiziz, Quizalize, Quizlet live of met het gebruik van wisbordjes, waarbij je per leerling en per vraag snel kunt zien wat er helder is en wat nog niet. Vaak gebruik je deze om als docent in de klas een vervolg te bepalen voor de lesinhoud direct aansluitend;
  • Met programma’s als Nearpod, The AnswerPad, Edpuzzle, Showme en GoFormative, waarbij je iets verder kunt gaan dan een snelle quiz. Bij deze programma’s kun je leerlingen voorzien van feedback op vragen. De resultaten van leerlingen zijn blijvend vastgelegd en kunnen ook verbeterd worden door leerlingen op dat moment of later. De feedback hier is gericht op het individu en bepaalt niet zo zeer het directe vervolg van je les. Dat kan overigens wel met deze tools, ze hebben allemaal de mogelijkheid om ook een quick question te stellen.
  • Met opdrachten, toetsvragen en controle van begrip vragen op papier. Met een uitwerkingenmodel kun je hier niet alleen eigen werk laten nakijken maar ook peerreview toepassen door leerlingen van elkaar te laten nakijken. En elkaar feedback te geven op het gemaakt werk.
  • Met een exit ticket per les waarin je vragen stelt als: Wat heb je geleerd deze les?  Heb je allen begrepen? Zo niet: welke hulp heb je nog nodig?
  • Peerscholar is een digitale omgeving die al wat verder gaat en ook de feedback ontvanger terugkoppeling laat geven over de toepasbaarheid/kwaliteit van de ontvangen feedback.

Feedforward

Over het feedforward deel hebben we veel minder tijd meer gehad. We zagen wel sterk dat hier het bijdrage van de docent bij ons allemaal nog het meest gebruikt wordt.  Dat zie je ook in het schema. In feite is het de docent die de feedforward geeft, en de leerlingen elkaar die als informatiebron gebruiken. De uitdaging die ik in ieder geval voel is dat ik het eigenaarschap bij de leerling wil laten hier, maar tegelijkertijd is het de leerling die een soort wacht op mij om de feedforward te ontvangen. Sacha van Looveren heeft daar al over nagedacht bij het opstellen van haar lesplan. Ze heeft daarin, zoals je hieronder kunt zien, in de leerroute een aantal vertakkingen gemaakt op basis controle vragen. Het resultaat van de controle vraag bepaalt het vervolg van de route. Het liefst heb je hier volledig arrangeerbare (en bij voorkeur adaptieve) software voor.

symbaloo-lesplan

 

Kwaliteit van feedback

Onderzoek geeft aan dat peerreview en peerfeedback krachtige instrumenten zijn om het leren te bevorderen. Met name voor de feedbackgever. Een vraag die we niet uitgediept hebben, maar die wel benoemd is, is hoe je de kwaliteit van de feedback die leerlingen elkaar geven kunt verhogen. Goede feedback kunnen geven is niet iets wat je zomaar doet of kunt. Ook daar zul je leerlingen in moeten trainen. Er is echter nog nauwelijks lesmateriaal voorhanden om leerlingen te leren feedback te geven. Wat peerscholar hier in doet is al een stuk reflectie, maar nog steeds is trainen op het proces van feedback noodzakelijk. Misschien iets voor een vervolgsessie?

The after party

Wat doet zo’n bijeenkomst met de aanwezigen? Hier zo maar een paar terugblikken op twitter:

tweet1 tweet2 tweet3 tweet4 tweet5 tweet6 tweet7

Leeropbrengst Frans Droog : https://fdroog.wordpress.com/2016/10/30/leren-voeden-via-feedup-feedback-feedforward/

Blog van Rhea Flohr: http://rheaflohr.weebly.com/blog/the-crowd-organiseren-van-feedback

 

Voor mezelf: ik heb het schrijven van een blog nodig om alle indrukken te verwerken. Mijn volgende stap is dat ik met name wil gaan kijken naar het maken van een start met peerfeedback. Mijn leerdoelen krijg ik met mijn rubrics voldoende in kaart om u meer aandacht aan de feedback tussen leerlingen te gaan bevorderen.  Ik ben dan ook erg blij dat we bij Rob van Bakel mogen aanschuiven over een paar weken als hij een workshop peerfeedback gaat geven. We gaan wisbordjes bestellen, want collega Kirsten en ikzelf hebben ook te maken met klassen waarin de tablet/laptop niet altijd beschikbaar is. En vooral gaan we met collega’s delen wat vandaag allemaal is langsgekomen.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.

 

PS: uiteraard is ook deze aanbod geweest, hij blijft prachtig.

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren