Toetsrevolutie-congres

Hij stond al even in de agenda: het toetsrevolutiecongres. Zodra ik wist dat het aantal plaatsen beperkt was, had ik Dominique al laten gevraagd mij tijdig te informeren wanneer de inschrijving zou starten want deze wilde ik echt niet missen. Dat bleek ook niet te kunnen, want ik werd benaderd als gast spreker/workshopgever. Super vereerd natuurlijk, maar nog blijer dat ik dat samen met Dieke mocht doen. Zelfs in de voorbereiding ervan hebben we van elkaar zitten leren. Hoe gaaf is dat!

 

Een verademing om in Nieuwegein tussen de congresgebouwen door te lopen naar Green Village.  Een prachtige boerderij waarvan de karakteristieken in tact zijn gelaten en met een groene omgeving met bomen volop in prachtige bloesem. Het maakte dat we ons in een oase waanden.  De opzet om het klein te houden is denk ik een bewuste. Alhoewel ik niet naar de reden heb gevraagd, denk ik dat dat de interactie tussen de aanwezigen wel echt bevorderd heeft. Het is wat intiemer, en daardoor was het makkelijker om ook echt in gesprek te gaan met elkaar. Daardoor kon je ook echt je vraag stellen, je uitwisselingen doen.

Na de opening door René gingen we met Dominique langs een aantal tegelwijsheden rondom formatief toetsen. Dat woord toetsen werd trouwens al snel ter discussie gesteld, met dankzij deze tegel:

We zijn het er roerend over eens, dat het formatieve handelen, formatieve lesgeven, formatieve evalueren iets is wat je in je lessen doet. En eigenlijk kwam het grootste inzicht op wat formatief toetsen is misschien wel in het nawoord van Linda Allal (maar omdat deze blog chronologisch de dag doorloopt, komt dat inzicht pas een stukje verderop)

Voor mij is formatief werken/evalueren dan ook echt mijn lespraktijk geworden en spreek ik liever niet meer over formatief toetsen. Je kunt een toets gebruiken als instrument om te beoordelen waar iemand is in zijn/haar leren en om informatie te verzamelen voor een volgende stap. Dat is dan echter wel een andere toets(vraag) dan een summatieve toets(vraag). Die heeft namelijk een heel ander doel!

Nog wat tegels die ik overgenomen heb:

 

 

 

 

Bij iedere tegel hebben we even stilgestaan en gedachten met elkaar gedeeld. Zeer waardevol.
Het opruimen is voor mij een belangrijke geweest om ruimte te maken voor herhaling voor leerlingen en om tijd te kunnen besteden aan het onderzoeken met elkaar wat kwaliteit van mijn vak is, wat succescriteria zijn, hoe je goed feedback geeft, hoe je feedback verwerkt etc. In een overladen curriculum lukt dat niet (voldoende) dus moet je ergens tijd maken. Die tijd is te maken! Als je maar goed weet wat de leerdoelen van leerlingen echt zijn. Vakkennis is dus onontbeerlijk om goed formatief les te kunnen geven, om goed feedback en feedforward te kunnen geven, om goede controle van begrip vragen te kunnen stellen. In die zin ben ik meer wiskunde docent geworden dan ik dacht te zijn. Ik beschouwde mezelf altijd meer als docent wiskunde, maar dat kan ik niet volhouden als ik formatief lesgeef. Sterker nog, ik vind het een verrijking voor mezelf dat dit aspect toch een prominentere rol heeft gekregen in mijn lesgeven!

De eerste rond was kiezen tussen Rob&Sofie die gezamenlijk een workshop deden over peerfeedback en het leren zichtbaar maken; Linda Allal die haar onderzoeks resultaten over Assessement for learning ging delen en Vera Simon Thomas die ging vertellen over de aanpak en inhoud van toetsbeleid (Je krijgt wat je meet). Mijn keuze werd Linda Allal.

Linda Allal heeft samen met Dany Laveault onderzoek gedaan in verschillende landen naar de implementatie van Assessment for learning (in sommige landen ook formative assessment genoemd) en daarover gepubliceerd in het boek Assessement for Learning: Meeting the Challenge of Implementation.

Assessment for learning heeft verschillende definities, afhankelijk van de tijd en wie je het vraagt. Op een congres in Nieuw Zeeland (2009) is een definitie gegeven die denk ik wel erg goed de lading nog steeds dekt in de manier waarop ik er ook naar kijk:

Assessment for learning is part of everyday practice by student, teachers and peers that seeks, reflects upon and responds to information from dialogue, demonstration and observation in ways that enhance on-going learning.

Het is goed om deze definitie goed op je in te laten werken en woord voor woord tot je te laten komen. Er staat geen woord te veel of te weinig in.

Everyday practice; het gaat om je dagelijkse lesgeven, niet om een moment waarop je iets ‘meet’. Formatief lesgeven is verweven in de manier waarop je naar je leerlingen kijkt, hoe je je onderwijs vorm geeft, in je visie op leren, in de opdrachten die je leerlingen geeft, in de manier waarop je feedback geeft,  etc. Dag in, dag uit.

Student, teachers, peers; je gebruikt elkaar om te leren, als informatiebron, als hulpmiddel. Alleen leren bestaat feitelijk niet. Wat ook aan bod kwam: self-regulated leren bestaat eigenlijk niet, het is altijd co-regulated leren!

Seek, reflects upon en responds to;  niet passief maar actief op zoek naar je voortgang in leren, reflecteren op waar je staat, handelen om te groeien.

Information from dialogue, demonstration and observation; dus zeker niet alleen die formatieve toets, er zijn zo veel meer mogelijke manieren om met elkaar te zien en vast te stellen waar op de leerladder de leerling zich bevindt en hoe verder te komen. De interactie tussen leerlingen waarnemen levert al zo veel informatie op; als je een leerling aan een andere leerling een lastig/complex vraagstuk ziet uitleggen op een goed/hoog niveau is dat dan al niet voldoende bewijs van leren?

in ways that enhance on-going learning; leren is een continue proces, leren kent geen eindpunt. Een summatieve toets is dat vaak wel. Einde hoofdstuk, en de opmaat voor de start van iets nieuws. Formatief is dat juist niet. Formatief stimuleert het continue leren, waardoor leerlingen kansen krijgen te groeien en minder allemaal in dezelfde tijdspanne hetzelfde leerrendement moeten behalen.

In de workshop van Linda wisselen we in groepjes en daarna plenair nog gedachten uit op niveau van Afl in de klas,  professionaliseren van docenten en op beleidsniveau op school. Geen oplossingen voor de bekende spanningen in het huidige onderwijsveld in Nederland. Wel de hoopvolle signalen dat er langzaamaan beweging in aan het komen is. Er zijn scholen die het anders durven en kunnen doen. Er zijn openingen op beleidsniveau met verschillende instanties om naar andere systematieken te kijken en daar over na te denken. Aan ons om onze idealen vast te houden en te blijven pleiten en werken aan deze idealen. Met de aanwezigen lijkt dat qua passie en toewijding geen probleem!

Een heerlijke lunch en een mooi lente zonnetje zijn een welkome break om alle gesprekken en informatie even te laten zakken. Maar ja, waar gaat het tijdens de lunch over. Stiekem toch nog steeds over wat ons bindt en boeit!

Na de lunch is er voor mij niets te kiezen. Voor anderen wel. René gaat in gesprek over het profesionaliseren van docenten in het onderwijs, Åsa Hirsch gaat de vertaling leggen van formative assesment naar de instructie in de praktijk, Dieke en ikzelf gaan onze praktijk ervaringen delen en proberen de aanwezigen een vertaling naar hun les van morgen te laten maken.

Onze presentatie en gegevens hebben we in de gedeelde (google drive) map van de Facebookgroep Actief leren zonder cijfers gedeeld.

We hebben het kort gehad over deze cyclus die je/je leerling eigenlijk constant doorloopt. Het woord toetsen staat daar niet in! Dat past dus ook prima bij de definitie die Linda liet zien.

We hebben praktijk voorbeeld laten zien uit onze lessen en het was leuk om te zien en ervaren dat aanwezige deelnemers met elkaar ideeën over vertalingen naar eigen lessen gingen uitwisselen. Een uur is veel te kort om te doen wat je wil. Maar de interactie met en tussen de deelnemers was super en ook voor ons heel waardevol. Wij hebben van de workshop genoten en hopen dat de deelnemers er voldoende van mee naar huis hebben kunnen nemen.

Plenair afsluitend, onder leiding van René, zijn we langs de zes aanbevelingen gelopen om na een inspirerende dag daar nog met elkaar op te reflecteren:

1) Denk vanuit een samenhangend curriculum waarin onderwijs, leren en toetsing
naadloos op elkaar aansluiten.
2) Zorg voor een mix aan ‘toets’methodes en maak voor de leerlingen en hun
ouders inzichtelijk welke methode je wanneer gebruikt en waarom.
3) Maak zwaarwegende beslissingen op basis van rijke informatie over de voortgang
van leren.
4) Geef leerlingen een gevoel van autonomie.
5) Creëer binnen de school mogelijkheden om de dialoog over leren te bevorderen.
6) Stimuleer kleine initiatieven en bewaak tegelijkertijd de langetermijnambitie
van de school.

Zo’n eind reflectie maakt een mooie ‘indaling’ van alle informatie van de dag mogelijk.

Bij de bedankjes van de sprekers kwam nog een uitspraak van Linda, die Rob en mij nog echt prikkelde en die misschien nog wel voor ons de grootste opbrengst van de dag was. Rob heeft ‘m mooi verwoord in een twitter bericht:

Het formatieve lesgeven werkt verrijkend voor zowel de lesgevende als de lerende. De informatie uitwisseling werkt namelijk twee kanten op. De lerende krijgt informatie om verder te kunnen leren. De lesgevende krijgt informatie om zijn/haar lesgeven bij te stellen.  Daar ligt een (de?) enorme kracht van formatief lesgeven!

 

Hiermee, en met een prima verzorgde borrel ging een inspirerende eerste Toetsrevolutie-congres naar een einde.  Met een soort edcamp/meetup gevoel (= bruisend van energie) de auto in gestapt. Dat heb ik lang niet bij ieder congres!

Het volgende Toetsrevolutie congres staat gepland op 9 november 2017. Het zal dan voornamelijk gaan om Feedback!

 

Wat het congres tijdens een afsluitende diner nog meer heeft opgeleverd:

  • Dat nog niet iedereen (!) wist dat een giraffe zeven  nekwervels heeft…..
  • ….en een slang niet.
  • Dat HV71 het beste ijshockey team van Zweden is (ondanks de met 3-4 verloren wedstrijd van gisteravond om het kampioenschap in de best  of seven serie)
  • Dat vwo Engels ‘a differentie cookie is’ dan mavo Engels
  • Dat er van het boek “Orde houden in het vmbo” een niet gepubliceerd hoofdstuk X bestaat (waarvan wij nu wel de inhoud voor een beetje kennen)
  • Dat humor ook humor is (of kan zijn), ook al snappen anderen de humor niet
  • Jasmijn & Ik en een heel goede plek is om lekker te gaan eten!

 

Bewaren

Boekbespreking – Toetsrevolutie

Deze boekbespreking verscheen eerder (29 december 2016) op Komensky post

Laat ik maar direct eerlijk zijn: het valt niet mee om objectief te blijven over een boek als Toetsrevolutie* als een aantal schrijvers en bijdragers, in je top 10 lijstje staan van inspiratoren uit het onderwijs.

Ik wil ervoor waken dat het een review wordt in de stijl van “Wij van wc-eend, ……” en hopelijk is dat gelukt. Zo niet, dan heb ik in ieder geval de poging daartoe gedaan en hoop ik dat hettoetsrevolutie-hr me vergeven wordt.

 

De aanleiding

Waar leerlingen zich vooral in zullen herkennen, is de hoge mate van toetsdruk in het onderwijsprogramma. Al vroeg in hun basisschoolcarrière worden leerlingen geconfronteerd met toetsen: het op een bepaald moment moeten voldoen aan een vastgestelde norm. Daar krijg je een waardering (meestal in de vorm van een cijfer) voor, waar dan een status of een oordeel uit voort komt. In het voorgezet onderwijs komt daarbij dat ieder vak in een rapportperiode een bepaald aantal cijfers moet produceren, anders zegt een rapportgemiddelde te weinig om op een rapportvergadering een ‘goed’ besluit te kunnen nemen. De schrijvers en bijdragers van dit boek geven allemaal aan dat er in dit proces iets cruciaals vergeten wordt: het leren van de kinderen! De focus komt primair te liggen op het leren voor een cijfer. Terwijl we eigenlijk willen dat een leerling leert om er wijzer van te worden; dat een leerling leert om een ontwikkeling door te maken. Het leren om daadwerkelijk ook iets te leren lijkt in de huidige praktijk van ondergeschikt belang.

De verandering

De verandering die er moet plaatsvinden, volgens de schrijvers en bijdragers, is een verandering van leren voor cijfers, naar leren om het leren. In andere woorden: niet meer toetsen om het toetsen (en produceren van cijfers) maar toetsen om van te leren. In vaktechnische bewoordingen is dat een verschuiving van summatief toetsen naar formatief toetsen. Heel simpel gezegd verschuift de summatieve toets die normaal aan het einde van de lesstof zit en de leerperiode afsluit, naar een ander moment of zelfs naar meerdere momenten. De formatieve toets vindt plaats gedurende de leerperiode, dus terwijl de lerende nog midden in de lesstof zit. Na afname van de toets ontvangt de lerende feedback en krijgt de ruimte, kans en tijd om verder te leren. Maar dat is de simpele versie. Want (zo blijkt uit de zowel theoretische als praktische bijdragen in het boek) formatief lesgeven en het implementeren van een feedback-cultuur is een omvangrijke en ingrijpende verandering in het onderwijs.

Ingrijpend & energiek

Wat me opvalt in de verhalen van docenten die begonnen zijn met formatief toetsen, is de energie die ze uitstralen. Niet alleen zijn het bevlogen docenten; al deze docenten geven aan dat ze door formatief te werken, weer naar de kern van hun vak zijn teruggekeerd. Allemaal zijn ze zich opnieuw gaan afvragen wat nu ook al weer belangrijk is voor hun vak. Wat moeten de kinderen daadwerkelijk leren? Hoe zit het curriculum in elkaar? En niet alleen kijken ze naar de kennis, maar ook zie ik ze kijken naar studievaardigheden, samenwerking, leren reflecteren etc., etc. Ze vragen zich ook af: wat hebben de leerlingen van mij nodig? Hoe kan ik, of de leerlingen zelf laten, controleren hoe ver ze zijn in hun leren. Hoe komen ze een stap verder? In plaats van dat docenten een toets nakijken met een afrekenblik en een focus op wat er fout is, kijken ze nu naar wat er al goed is en hoe een kind verder kan komen. De positieve energie die dat oplevert, straalt er bij alle bijdragers vanaf. Een positieve docent voor de klas. Dat kan toch nooit verkeerd uitpakken?

Maar ingrijpend is het ook. Want alle vragen die deze docenten zichzelf stellen, daar moeten ook antwoorden op komen. Om aan te sluiten bij het proces van feedback en feedforward moet goed passend lesmateriaal gezocht of gemaakt worden. Ik zie verschillende docenten die hun eigen lesmateriaal of zelfs een geheel eigen methode geschreven hebben. Dat kost denk-, ontwikkel- en maaktijd en ook tijd om met leerlingen te ‘testen’ en te verfijnen. Docenten doen dat nu nog vaak solistisch. Het zou veel fijner en efficiënter zijn als docenten dat veel meer in samenwerking zouden kunnen doen. Dat komt de kwaliteit ook ten goede. Samenwerken vereist ook naar docenten toe en tussen docenten onderling een meer open feedback-cultuur. Iets wat momenteel nog niet vanzelfsprekend is.

Feedback geven en organiseren in een klas kost tijd. In de volle klassen van tegenwoordig dwingt je dat te zoeken naar mogelijkheden zoals het feedback geven van leerlingen aan elkaar, in het boek genoemd als peerfeedback. Wellicht dat digitalisering daar in kan helpen. Maar gelukkig ligt de focus daar in het boek niet op: het gaat om het onderwijsleerproces en niet om de tools. Die zijn altijd ondersteunend.

Implementeren

In de afsluiting van het boek staan zes aanbevelingen voor het implementeren van een feedback-cultuur in het onderwijs. Omdat ik zelf ook bij een pilot met formatief (en cijferloos) evalueren betrokken ben, heb ik daar wat langer naar zitten kijken.

Volgens mij is die eerste stap met het curriculaire spinnenweb een hele essentiële.

spinnenweb

 

Het is Het Waartoe.  Als je dat niet deelt met elkaar als team op een school, dan kunnen er op enig moment enorme problemen ontstaan:

  • Zo kunnen er keuzes gemaakt worden die niet in lijn zijn met wat je als school wilt.
  •  Of het team zal niet achter keuzes staan en door andere invullingen te geven aan afspraken er voor zorgen dat er scheurtjes ontstaan in het spinnenweb.
  •  Er kan een mindere dynamiek tussen docenten zijn of ontstaan als ze niet hetzelfde willen nastreven. Andersom: ik ervaar een enorme dynamiek als ik met mensen samenwerk die dezelfde ambities en doelen hebben!

Mijn persoonlijke tip is om deze eerste stap dan ook echt, maar dan ook echt heel erg goed te doen. En wil je formatief, dan zul je dat meteen vanaf het begin al in moeten brengen. Dan zal iedereen hier al moeten beseffen (op hoofdlijnen, nog niet in concrete oplossingen!) wat formatief leren/lesgeven/evalueren inhoudt: voor het onderwijs, voor leerlingen, voor zichzelf, voor de rapportvergadering, voor ouders etc.

Voor wie is dit boek?

Ben je bezig met formatief lesgeven of formatief toetsen dat is dit boek een heel fijn boek om te hebben. Het inspireert je om door te gaan, het geeft je nieuwe ideeën vanuit de praktijkvoorbeelden van collega’s. Het geeft voor iedere docent begrijpelijke achtergrond informatie vanuit onderzoek en het geeft houvast bij implementatiestappen.

Het is een geschikt boek om aan je leidinggevende te geven als die nog niet overtuigd is van formatief toetsen, of aan collega’s die je aan het denken wilt zetten. Het boek is namelijk niet belerend. Het probeert je niet te overtuigen in de zin dat het vindt dat JIJ als lezer iets moet. Het laat je zien waar anderen enthousiast over zijn en wat bij hen werkt. Het laat ook zien, met onderbouwing, waarom het werkt.

Het is een prima boek om aan beleidsmakers te geven die na moeten denken over onderwijsvisie en kwaliteit van onderwijs. Zij krijgen kans door een bril te kijken naar onderwijs, dat meer is dan het zijn van een cijferfabriek; onderwijs meer gericht op groei van kinderen, op een manier die veel meer recht doet aan kinderen en hun docenten; een bril op onderwijs die laat zien dat het beleid op onderwijs momenteel een belemmerende factor is op bepaalde momenten.

Het is ook een boek voor uitgevers van onderwijsboeken en methodes. Zij kunnen zien dat docenten eigen materiaal en zelfs methodes zijn gaan schrijven omdat de huidige methodes blijkbaar niet aansluiten bij formatief lesgeven. Voor hen een mooi aanknopingspunt om die aansluiting wel weer te gaan zoeken en vinden.

Als laatste zou het ook niet verkeerd zijn om ouders dit boek te laten lezen. Wat zou het fijn zijn als ouders wat minder naar cijfers gaan vragen als hun kind thuis komt van school (“En heb je nog cijfers terug?”), maar wat meer naar hun welbevinden en het proces van leren (“En hoe is je dag, is het nog gelukt met reactievergelijkingen waar je gisteren mee worstelde?”).

Mocht je na het lezen van deze bespreking of na het lezen van het boek Toetsrevolutie aansluiting zoeken bij collega’s die ook op de route van het formatief lesgeven hun stappen aan het zetten zijn, kijk dan eens op de facebookgroep Actief leren zonder cijfers. Daar wordt veel gedeeld en kun je je vragen kwijt.

Toetsrevolutie is ook als pdf gratis te downloaden.

De toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Door Dominque Sluijsmans en René Kneyber (red.). Uitg. Phronese, Culemborg 2016.

Niet alles van waarde is meetbaar, ook lesdoelen niet!

Een projectweek voor de kerst. Terwijl klassen naar Nemo gaan, naar Museon of lekker kunstzinnig bezig zijn, houden we onze vmbo-tl 4 zo vlak na hun tweede schoolexamen week op scherp met werken aan sectorwerkstukken, herkansingen, Engelse presentaties en een wiskunde project over goniometrie (sinus, cosinus en tangens).

Als wiskunde docent mag ik die laatste begeleiden met een combinatie leerlingen die ik in mijn reguliere clustergroep niet allemaal tot mijn vaste groep leerlingen mag rekenen.

Leerlingen motiveren in zo’n laatste week is vaak een kunst, dus stap één is het doel van de dag heel simpel houden:

Als je straks de les uit stapt dan kun je twee dingen:

  • Je kunt netjes een hoek uitrekenen uit een gegeven rechthoekige driehoek met sin, cos of tan.

  • Je kunt netjes een zijde uitrekenen uit een gegeven rechthoekige driehoek met sin, cos of tan.

(noot:tan kunnen ze al (als het goed is), sin en cos is nieuw voor ze.)

Gelijk na het delen roept leerlinge F – al zuchtend – “Ik ben zo slecht in wiskunde, ik kan dat echt niet! ”

Wat doe je in dat geval al docent? Ik koos spontaan voor de volgende route.

“Dat is balen, F. Maar dan spreken wij een ander doel voor jou af.

Hoe groot is je zelfvertrouwen in dit onderwerp nu en geeft dat maar aan als afstand tussen je je vingers.”

De duim en wijsvinger van F gingen op dat moment zo’n drie centimeter uit elkaar.

“Oke dat weten we dan. Hoe ver wil je komen vandaag?”

De afstand werd iets groter. Ik schat een verdubbeling.

“Zeg F, je verdubbelt je zelfvertrouwen, zeker weten?”

… enige aarzeling….  “Ja meneer”.

“Oke, daar gaan we voor”.


De rest van de les is niet zo boeiend om te vertellen, we springen naar einde van de les. Ik check bij de leerlingen het behalen van de einddoelen (meerdere leerlingen hebben andere einddoelen gekregen omdat ze al verder waren vanwege instroom uit 3 havo). Leerlingen die hun doelen gehaald hadden mochten weg.

F bleef  lang zitten. Maar wel aan het werk. En niet zuchtend. Zelfs met een tevreden glimlach op het gezicht. Tevreden sloeg ze haar boek en schrift dicht. Spullen gingen de tas in. Ze stond op. Ik maakte ook geen aanstalten om iets te controleren.

We keken elkaar aan.

“En vroeg ik? ” , met mijn duim en wijsvinger op ongeveer 10 cm van elkaar.

Met haar tas om haar schouder hield ze haar twee handen op ongeveer 40 van elkaar.

Met een grote glimlach en met trots:

“Ik snap alleen die hoogtelijn nog niet.  Fijne vakantie meneer.”

“Fijne vakantie F.”  Met nog meer trots.

 

Misschien klopt haar notatie nog niet, misschien maakt ze nog foutjes. Hoe erg is dat? In deze fase van haar leerproces is dat totaal niet relevant in mijn ogen. Dat komt later wel. Laat haar eerst maar haar vertrouwen vinden. Dan ontstaat er een basis om te bouwen. Op drijfzand kun je namelijk niets beginnen.

Afgelopen dagen veel fijne vakantie groeten mogen ontvangen en ze krijgen allemaal een mooi plekje.

Deze krijgt een heel mooi plekje. Fijne vakantie F!

 

 

 

Peerfeedback toepassen in de klas

Een tijdje terug kwam ik onderstaande ergens tegen. Ik weet niet eens meer waar precies, maar ik wist wel gelijk dat ik er bij wilde zijn.

peerfeedback_poster

En gelukkig vond Jeroen Meisner (onderwijspionier en organisator) dit goed, ondanks het feit dat ik geen werkrelatie heb met het Mediacollege in Amsterdam. Ook toen ik aangaf mijn twee mede pioniers die (net als ik) dit jaar aan één klas geen cijfers geven, mee wou nemen was dat geen probleem. Heel tof en nogmaals heel erg bedankt Jeroen!

Rob is niet een hele onbekende. Ondanks dat we elkaar lijfelijk denk ik nog maar één keer eerder ontmoet hebben, volg ik Rob al langer via twitter @RPvanbakel en als bijdrager aan de facebook groep Actief leren zonder cijfers.

Rob heeft het me makkelijk gemaakt om een blog te schrijven over de bijeenkomst: hij heeft namelijk op zijn eigen blog de presentatie en relevante links naar verdere informatie gezet. Many thanks.

Bij het toepassen van peerfeedback kun je het beste de nadruk leggen op het proces van het geven van feedback. Daar is de meeste leerwinst mee te behalen. Verhelijk het met leerlingen aan elkaar laten uitgeven: ze moeten boven de stof staan.  Daarover nadenkend, durf ik zelfs te stellen dat bij het geven van feedback zelfs een hoger niveau is te bereiken. Niet alleen moet je de stof beheersen (kennis en/of vaardigheid) maar als je wilt toewerken naar het dichten van de kloof tussen de huidige prestatie en de gewenste prestatie praat je feitelijk al over feedforward. Je moet dus kunnen analyseren wat de huidige situatie feitelijk is, maar ook wat daar in ontbreekt vanuit de gewenste situatie en, nog een stap verder, richting kunnen  geven om heel gericht ook een stap naar de gewenste situatie toe te zetten.

In één van de slides kwamen onderdelen van goede feedback aan bod. Eén van die onderdelen is om feedback niet te specifiek te geven. Het risico bestaat dat het een afvinklijstje wordt, en het groter geheel niet meer zichtbaar is. Dat zie je vaak ook terug bij rubrics te te veel gericht zijn op hele specifieke punten (zie dia 17 op de blog van Rob voor een mooi plaatje hierbij). In de auto terug naar school hadden we het hier over. Ik gebruik in mijn 2e en 3e klas nu een single point rubric. Bijvoorbeeld deze over de stelling van Pythagoras in klas 2 vwo:

stellingDeze bevat de kern van het hoofdstuk. Teruggebracht in feitelijk drie wiskundige doelen, één doel om dit toe te passen in context en nog een aanvullend notatie doel, omdat dat vaak mis gaat.  Hierin staan dus niet de criteria waar de leerling succes aan kan afmeten.  Je zou kunnen zeggen dat een leerling dus geen idee heeft hoe het er uit ziet als hij de lengte van een lijnstuk in een ruimtefiguur moet kunnen uitrekenen. Dat klopt ook. Het mooie is dat hierdoor een gesprek ontstaat tussen leerling en docent en tussen leerlingen onderling. Leerlingen worden geactiveerd om op zoek te gaan naar wat goed is, wat volledig is, wat verwacht wordt.  Onderliggend hieraan ligt het ontwikkelen van een neus voor kwaliteit / kwaliteitsbegrip, zoals Rob dat noemt.  Omdat mijn 2e en 3e klassen al veel meer weten waar wiskunde werk en wiskundige denken aan moet voldoen, denk ik dat deze vorm van een rubric ook kan. Het kan ook als je in een eerdere fase wel details hebt gegeven, en deze later terug komen. Maar dan moet je ze niet specifiek maar meer in algemene zin, zodanig dat de leerling weer weet: Oh ja dat was … en … .

In mijn brugklas ben ik dus wel specifiek en probeer ik ook de criteria van de verschillende niveaus bij leerdoelen te formuleren:

rubric1ph3

Bij deze leerlingen, die nog moeten wennen hoe je bij wiskunde werkt en leert, vinden de leerlingen en ikzelf het nog prettig om met een uitgebreidere beschrijving te werken.  Dit geeft ons veel meer houvast.   Er zo over nadenkend (al weer een mooie opbrengst van vandaag) denk ik dat ik die single point rubric er in de hogere klassen voorlopig ga inhouden, Het was een proef om te zien of en hoe ze werken. Met de inzichten van vandaag zie ik dat ik hiermee het kwaliteitsbesef (de neus, dia 18 bij Rob) mee kan ontwikkelen bij mijn leerlingen.

De tweede grote opbrengst voor mij is het geven van een feedback model aan mijn leerlingen. In de brugklas ben ik vooral nog bezig geweest met het van elkaar laten nakijken, het geven van tips en tops, het ‘beoordelen’ van kwaliteit van werk aan de hand van de rubric en het laten werken aan zelfgekozen leerdoelen. Wat ik daarmee niet doe is het ontwikkelen van de kwaliteit van feedback en het onder woorden laten brengen van feedback. Wat dus juist voor de feedback gever van groot belang is.

Rob liet een formulier zien met daarin de naam van de feedbackgever (dus niet anoniem), het oordeel, een suggestie en een verklaring / onderbouwing (het liefst met een bron erbij).  Op deze manier moet de feedbackgever meer denkwerk verrichten en ontstijgt de feedback een oppervlakkig analyse. Bovendien wordt de feedback (deels ook feedforward) voor de ontvanger bruikbaarder.

We komen er tijdens de gesprekken met elkaar op deze bijeenkomst ook achter dat het ontwikkelen van die neus, en het ontwikkelen van goede feedbackvaardigheden bij leerlingen iets is dat je moet opbouwen in de loop van de jaren.  Een mooi thema wellicht om een nieuwe LOF aanvraag voor te doen: het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn feedbackgeven. Als er scholen docenten zijn die hier aan werken of willen werken, dan komen we graag met je in contact!

Jeroen en Rob, mede namens mijn collega’s Bianca en Jens, heel erg bedankt voor feit dat we mochten aanschuiven, de goede lunch, de mooie nieuwe contacten en de fijne opbrengsten die we weer kunnen meenemen naar onze lessen en onze leerlingen!

 

De eerste Algemene Ledenvergadering van “Actief leren zonder cijfers”

Wauw.

Bijna een jaar geleden bracht Ankie Cuijpers drie docenten bijeen die blijkbaar iets deelden met elkaar: Geen cijfers meer willen geven. Arjan Moree, Martin Ringenaldus en ikzelf werden via twitter gekoppeld en als snel ontstond de behoefte om met elkaar en anderen te gaan delen en uitwisselen. De plek werd facebook. De naam werd Actief leren zonder cijfers.

Dat woordje actief moest er nadrukkelijk bij.  Voor ons drukt dat uit, dat de leerling actief is in zijn/haar leren en niet wacht op een actie van een ander om tot leren over te gaan. Noem het eigenaarschap tonen.
Ongeveer een maand na oprichting zagen we het ledenaantal gestaag groeien en ontstond het idee (en behoefte) om het contact tussen de leden ook een keer tastbaar te maken; om echte gesprekken met elkaar te voeren.

Bam!

We zijn net geen jaar onderweg (pas op 22 november) en de ledenteller staat ruim boven de 1200 (tussen het moment van opstellen van deze blog en de publicatie ervan, heb ik het genoemde aantal twee keer naar boven moeten bijstellen). Dit overtreft al onze verwachtingen en daar zijn we super blij mee en stiekem ook wel een beetje trots op.

img_20161103_170054

Het was dus donderdag 3 november : onze eerste Algemene Ledenvergadering. En werd het een vergadering? Welnee, want al tijdens de startpresentatie van Dominque Sluijsmans kwam aan bod dat we te veel vergaderen en meer met elkaar aan de slag moeten. Mooi vastgelegd in deze twee tweets (leesvolgorde: van onder naar boven):

vergaderen

Net als Edcamps en MeetUps is zo’n middag/avond een dag van ontmoeten en delen.  En een avond van flexibel zijn, want de twee start spreeksters waren zo enthousiast dat ze beiden hun spreektijd verdubbelden van een half uur naar een vol uur. En beiden eindigden met de opmerking: “Dus dit was in het kort….” , “Ik ben er snel door heen gegaan….”. Deerde dat de aanwezigen? Nee, want wat Gerdineke en Dominique brachten was een mooi samenspel tussen theorie en praktijk.

Twee modellen stonden daarbij centraal:

spinnenweb

bouwstenen

Aan de hand van die bouwblokken hebben meegekregen hoe, in de SLO pilot Formatief evalueren , de gevolgen van het ontbreken van invulling van een bouwblok  duidelijk zichtbaar waren of werden. Voor veel aanwezigen was dit een heel fijn kader om er een keer mee naar de eigen school te kijken. Waarom gaan dingen zoals ze gaan? Dit schema helpt daar achter te komen. En dus ook waar je je energie in kunt/moet gaan stoppen.  In de Komensky Post geeft Ankie Cuijpers een mooi verslag van de presentaties van Dominique en Gerdineke. De presentaties van Dominique en Gerdineke zijn trouwens ook terug te vinden in de Google drive van onze facebookgroep.

Om het hoofd even wat rust te bieden en de catering niet langer te laten wachten, schoven we bij een uitstekende verzorgde maaltijd aan. Waar broodjes en soep aangekondigd waren, werd het een heerlijk saté & nasi buffet. Dat hoofd rust geven is niet gelukt, want ook de gesprekken tijdens het eten gaan onverminderd voort.

img_20161103_192411 img_20161103_192425

 

 

 

 

 

 

Van de geplande drie intervisie sessies zijn we vanwege de tijd terug gegaan naar twee intervisie sessies. Dat maakt de keuze nog lastiger, want er waren vijf thema’s in twee rondes : Draagvlak creëren, Uitwisseling van ervaring met formatief, ICT inzetten bij formatief  evalueren, (Peer) Feedback organiseren  en Werken met Rubrics.

Al voor we begonnen aan deze sessie kwam de melding binnen dat we trending waren op twitter. Wil je al die berichten nalezen, dan kan dat in deze storify.

img_20161103_194702

Hoe verder?
Ondanks dat Nederland niet zo groot is,. is reistijd toch wel een beperkende factor om na schooltijden elkaar te kunnen ontmoeten. We horen en voelen de behoefte aan het laten ontstaan van regionale samenwerkingen. Enerzijds tussen scholen in de algemene zin, anderzijds vakbroerders en -zusters die vanuit hun vak naar de praktische en concrete invulling van formatief evalueren zoeken en willen co- creëren.  Een hulpmiddel kan zijn om de wereldkaart in de facebookgroep te gaan vullen met waar iedereen die wil samenwerken zit. Je kunt je gegevens hier invullen.  En de kaart kun je hier vinden. Houdt er rekening mee dat de map (achter de schermen) één keer per dag wordt bijgewerkt.

img_20161103_195500

 

 

 

 

 

 

Alle ruim 40 aanwezigen hebben natuurlijk allemaal hun eigen blik op en eigen beleving van die sessies. Dit zijn die van mij:

De eerste sessie met collega’s die al enige ervaring hebben met formatief evalueren en één collega die erg geïnteresseerd is, was een fijne uitwisseling. Op het Penta college (Scala Molen Watering, te Spijkenisse) zijn ze dit jaar overgegaan naar 4 blokken van 80 minuten als lesdag, aansluitend met een begeleidingsuur (naar keuze, op op aangeven van docent).  Ondanks dat ze hier nog maar net mee begonnen zijn, geven de drie collega’s in koor aan dat ze nooit meer terug willen. Een hele belangrijke reden is dat er nu eindelijk tijd is ontstaan om al IN de les feedback te gaan geven. Dat doen ze, naast alle summatieve toetsen die ze nog wel gewoon geven. Behalve dat de didactiek anders moet (want de traditionele manieren werken niet in een 80 minuten les) is hun focus op het constant monitoren wat een kind kan, waar een kind staat en wat een kind nog moet doen. Dat past helemaal in de stijl van formatief lesgeven. Christaan Dekens (Dr Nassau College, Gieten) , zette uiteen hoe hij al zoekende en speurende op internet terecht was gekomen bij de Feedback loop van turnitin.com, en hoe hij die toe past in zijn lessen. Ikzelf lichtte toe, hoe ik keuzevrijheid geef aan leerlingen om te werken aan hun leerdoelen, en hoe die doelen tot stand zijn gekomen. Veel te snel kwam de bel voor de volgende ronde.

Mijn tweede ronde bracht mij bij (peer)feedback. Deze stond al op mijn lijstje, omdat ik wist dat Rob van Bakel zou komen. Helaas moest hij op het laatste moment afzeggen om begrijpelijke redenen. Toch hebben we hem betrokken bij ons gesprek en wel op de volgende manier:fb0fb1fb2fb3fb4

Voor het geven en ontvangen van feedback is het dus van groot belang dat er onderling vertrouwen en voldoende veiligheid is bij de gever en de nemer. De feedback moet er altijd op gericht zijn om de ander te helpen. Feedback kun je heel omvangrijk maken maar ook klein houden. Feedback geven doet iedere docent al, de vraag is alleen hoe gericht en hoe bewust doe je dat.  De hoeveelheid feedback moet ook niet te veel worden. Sowieso is het voor de docent bijna niet te doen om iedere leerling overal feedback op te geven. Daarnaast heeft een leerling ook niets aan het ontvangen van veel feedback tegelijk: hoe moet hij/zij dat verwerken, wat is belangrijk en wat niet zo? Richt je focus dus op de kern en beperk de feedback dusdanig dat de ontvanger gericht gestuurd wordt op wat belangrijk is en daar wat mee kan gaan doen.

Er komen steeds meer digitale mogelijkheden om feedback te geven. De meeste heb ik al eens eerder genoemd in vorige blogs: Goformative, Forallrubrics, Edpuzzle, Google docs, Peerdeck en Nearpod zijn zo maar een aantal programma’s waar dat mee kan. Maar feedback geven kan net zo makkelijk in schriften. Laat leerlingen elkaars gemaakte werk nakijken en elkaar daarna een tip en een top geven. Bespreek de waarde van de ontvangen feedback: kan de ontvanger er wat mee of niet. En stuur daar dan ook op.

“Feedback geven op het feedback geven dus”

De kwaliteit van de feedback kun je verhogen door aandacht te besteden aan de gegeven en ontvangen feedback. En dat zul je moeten doen, wil je leerlingen daarin helpen ontwikkelen.  Meer over feedback kun je teruglezen in mijn verslag van de bijeenkomst van The Crowd “Het organiseren van feedback“.

En dan komt de bel voor het einde van een bijzondere avond. Een avond waarvan ik persoonlijk hoop dat er meerdere zullen volgen.

Wat ik voor een tweede keer in deze blog wil melden is de mogelijkheid om aan te geven in welke regio je woont/werkt, zodat dat zichtwaar wordt – per vak – op de kaart van Nederland en België . Op die manier kun je makkelijk en snel in contact komen met vakgenoten bij jou in de buurt. Zoek elkaar op om met en van elkaar te leren!

ledenkaart

 

 

 

 

 

 

 

 

Martin, Mariska en René : hartelijk dank voor de gastvrijheid en de puike verzorging van alles op en rond deze avond. Zonder jullie inzet was dit niet mogelijk geweest.

Alle aanwezigen, hartelijk dank voor jullie komst. Soms van ver, soms van iets dichterbij, maar allemaal met dezelfde toewijding en passie: Heel erg bedankt.

Ik kan niet anders afsluiten, dan met de groepsfoto die we gemaakt hebben op deze fantastische avond.

alzc311

 

 

Bewaren

SLO bijeenkomst Toetsen om van te leren – 13 oktober 2016

De groep docenten in Nederland die met het onderwerp formatief toetsen, formatief evalueren of formatief lesgeven bezig zijn, is groeiende. SLO heeft dat enige tijd geleden ook gemerkt en is nu druk bezig om scholen, het ministerie OC&W, docenten, experts en belangstellenden bij elkaar te brengen.

Als aftrap zijn er de afgelopen week, twee bijeenkomsten geweest, waarbij mijn collega’s en ik op donderdag aanwezig waren.

formsumma

Als eerste spreekster laat Karen Heij (toetsexpert)  ons over het, wellicht ietwat stoffige imago, van een toetsexpert heen stappen en toont ons hoe lastig maar ook hoe boeiend het ontwerpen van goede toetsen kan zijn. Met welk doel toets je (selectie, beoordeling, voor feedback, …)? Toets je formeel, of informeel? Het geeft aan dat je er niet te licht over moet denken: ze geeft  het belang aan van een goede vraag te kunnen stellen.  Formatief of summatief: vragen stellen (noem het toetsen) blijf je namelijk  doen.

 Lees hier het recente blog van Karen op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs:
Van rangschikken groei je niet. Leer je voor een toets of toets je om te leren.

 

Michel Pijpers geeft ons vervolgens een inkijkje in het proces dat het Odulphus Lyceum heeft doorlopen tot waar ze nu staan. Een proces dat nog lang niet klaar is, blijkt tijdens het verhaal van Michel. Het lyceum heeft het roer omgegooid.  Leerlingen kunnen niet blijven zitten (later aangepast naar : leerlingen mogen niet blijven zitten) en een onvoldoende voor een toets is een onvoldoende voor de docent: blijkbaar heeft de docent het niet goed genoegd uitgelegd. Klein begonnen en als olievlek uitbreidend zien we een proces met vallen en opstaan. Keuzes maken en keuzes moeten bijstellen. Het geeft aan dat je enerzijds lef moet hebben om belangrijke keuzes te maken, anderzijds moet je faalvaardig zijn: fouten durven maken, dat erkennen en met bijstellingen weer verder gaan. Toetsen heeft in dit proces als katalysator gewerkt, aldus  Michel.

Lees hier het blog Toetsing en cijfers vanaf 2016 van : Onze havo blogspot.

 

Als derde in rij, vertelt de bevlogen docent Engels, Norbert Sparnaay, hoe hij in zijn eentje begonnen is met het afschaffen van cijfers in zijn klas. Dat is gegroeid naar een nieuwe werkwijze van de sectie Engels in 2 jaarlagen! Vol passie laat hij zien waar zijn inspiratie vandaan komt: Dylan Wiliam en Carol Dweck. De formative assessment aanpak van Wiliams laat zich naadloos combineren met de Growth Mindset van Dweck. Het loslaten van de cijfers heeft Norbert en zijn leerlingen zoveel lucht gegeven, dat het een bodem heeft gelegd waarin het formatief werken daadwerkelijk het leren weer op gang heeft gebracht zonder het zwaard van een toetscijfer dat boven het hoofd kan hangen. Het is me gelukt om een uitspraak bij Norbert te ontlokken : hij zou deze slag niet hebben kunnen maken  zonder zijn methode los te laten! Zelf merk ik dat, ondanks dat de methode die ik gebruik mij houvast geeft, ik toch ook al begin te merken dat die methode belemmering kan gaan worden.

Lees hier het blog van Norbert Onderwijs zonder cijfers. Waarom?

 

Na al deze inspirerende verhalen krijgen we even tijd om de socialmedia contacten om te zetten in persoonlijke kennismakingen. Wat is het toch super fijn om niet te lezen wat iemand vindt, maar dat in een gesprek met elkaar te kunnen uitwisselen. Voor ik het wist stonden we met een groepje wiskunde docenten bij elkaar; allemaal met de ambitie om formatief te gaan werken (al dan niet met cijfers). Ik kan me niet voorstellen dat dit geen vervolg gaat krijgen.

 

wi_slo

Na de pauze waren er twee ronden in wisselende samenstellingen . In de eerste ronde hebben we ervaringen uitgewisseld en verzameld in de vorm van Tops, Tips en Behoeftes. Wat heeft gewerkt en waarom? Wat heb je nodig en van wie om verder te komen? Met een mix aan achtergronden van docenten, schoolleiders, medewerkers van het ministerie, VO-raad, examensecretaris krijg je een heel mooi totaalbeeld. Input waarvan ik hoop dat de SLO met haar partners daar mooi vervolg aan kunnen geven.

Er zijn deze middag mensen geïnspireerd, verbindingen gelegd, samenwerkingsafspraken gemaakt, netwerken in gang gezet & lesbezoeken afgesproken.

@Sander: voor hoeveel mogen we dit meetellen voor het lerarenregister?

Een supergeslaagde middag. Dank je wel Gerdineke en Lammie voor de organisatie. Jullie kunnen op ons rekenen bij het vervolg.

 

 

Er zijn binnenkort nog een aantal interessante bijeenkomsten rondom formatief lesgeven:

Donderdag 3 november organiseert de facebookgroep Actief leren zonder cijfers, voor haar leden een minicongres met medewerking van Gerdineke van Silfhout, Dominique Sluijsmans en natuurlijk veel leden van de facebookgroep.

Vrijdag 4 november organiseert Bureau ICE het 2e Nationale toetscongres, met als thema: Van polsstok naar peilstok.

 

 

Om te lezen:

Binnenkort komt het nieuwe boek van René Kneyber en Dominique Sluijsmans uit: Toetsrevolutie, naar een feedback cultuur in het voortgezet onderwijs.

Formatief evalueren tijdens Nederlands , van Gerdineke van Silfhout en Joanneke Prenger.

De blog van Anke Swanenberg op toets.nl: Woehoe! Geen cijfers meer.

De reis is begonnen – start van een cijferloos schooljaar

Want een reis: dat is het. We hebben een doel voor ogen, maar de reis naar dat doel is nog vele malen interessanter dan het bereiken van het doel. En laten we eerlijk zijn: een doel in onderwijsland is altijd een bewegend doel: je bent er eigenlijk nooit echt helemaal.

We hebben een rustige start genomen. In de eerste twee weken van het schooljaar zijn we in gesprek gegaan met elkaar over hoe we de klas gaan voorbereiden op een jaar geen cijfers krijgen voor onze vakken.  We zijn Jens, Bianca en Jörgen. Docenten aardrijkskunde, Engels en wiskunde. In die volgorde.  Wat mooi samenvalt is de dat de enthousiaste docenten ook verschillende soorten vakken vertegenwoordigen: vaardigheden, kennis en een moderne vreemde taal komen er in terug. Ieder met zijn eigen leer-karakteristieken.

Leerdoelen formuleren

We hebben er voor gekozen om er allereerst voor te zorgen dat we de leerdoelen voor de leerlingen zo helder mogelijk formuleren. We gaan daarbij uit van de reguliere methode die we op onze school gebruiken. Dat zorgt voor een goede aansluiting voor komend jaar; we weten namelijk niet hoe onze pilot komend jaar een vervolg gaat krijgen.  De keuze is dus een stukje risico beheersing en het geeft houvast aan ons als docenten, omdat het bekend terrein is.

We hebben alle drie een ander format gekozen om de leerdoelen te beschrijven, ook om de eerste stap lekker dicht bij jezelf te houden. Daarnaast doen wij en leerlingen ervaring op met de verschillen in die formats zodat we ook daar steeds het beste uit kunnen gaan halen. Inmiddels ben ik overgestapt op rubrics via de forallrubrics.com (een tip die ik tegenkwam in de facebookgroep Actief leren zonder cijfers).  De rubric is helemaal aan te passen naar eigen wensen, en zowel op papier als digitaal goed te gebruiken. Forallrubrics biedt daarbij, en daar zit volgens mij een enorm potentieel, de mogelijkheid om studenten elkaars rubric in te laten vullen en daarbij ook algemeen of per leerdoel van feedback/feedforward te voorzien.  Voeg daar nog aan toe dat een leerling een badge kan claimen als hij/zij vindt dat ze klaar is met een onderdeel. De leerling kan daarbij bewijs toevoegen door bestanden te uploaden of via google drive toe te voegen. Jens gaat komend hoofdstuk daar ook met forallrubrics aan de slag.

 

De eerste stapjes met de klas

Bianca heeft zich ontfermd over de feedbackwijzers die Bureau ICE ontwikkeld heeft. Ze heeft die wijzers aangepast om te gebruiken in onze brugklas. Zoals de wijzers aangeboden worden leek het haar net iets te hoog gegrepen voor een beginnende groep. De formatieve toets die ze afgenomen heeft is besproken en daarbij hebben de leerlingen de feedbackwijzers ingevuld om inzicht in hun leerproces te krijgen.

Bij mijn eerste grotere formatieve toets heb ik de leerlingen elkaars toets laten nakijken en die te scoren op de rubric van de klasgenoot. Daarvoor heb ik aan de rubric toegevoegd welke opgaven van de toets horen bij welk leerdoel. Dat hebben ze aardig gedaan (ze zijn soms nog iets te lief voor elkaar) en dat levert een goed leergesprek op. Veel leerlingen hadden nog het beeld dat geen cijfers krijgen betekent dat je niet hoeft te leren. Het tegendeel is waar, maar je leert anders. Dat besef moet nog goed landen bij ze. Als huiswerk kregen ze mee dat ze thuis een planning moesten maken op basis van de leerdoelen waar ze nog niet op hun max zaten. De opdracht was: kies twee leerdoelen waar je aan wilt werken en kies bij die leerdoelen, per leerdoel twee passende opgaven uit het boek. De vervolg les hebben ze besteed aan het werken aan hun eigen leerdoel. Differentiatie ten top! Leeropbrengst: doelgericht en bij iedereen groot. Of het nou een stap was van het nog niet kunnen naar het er bijna zijn, of van het er bijna zijn naar volledige beheersing: iedere leerling is die les gegroeid.

 

Ouders

De eerste ouderavond is geweest. Naast de reguliere informatiedeling kwam ook het leren zonder het krijgen van cijfers ter sprake.  Dat leverde verrassend genoeg weinig vragen open. Voor veel aanwezige ouders kwam het verhaal zo logisch over dat er weinig zorgen waren. De vragen die gesteld werden waren over compensatiepunten (gebaseerd op cijfers), over het rapport (hoe gaat dat er uit zien) en over het meten van het niveau (waar staat de leerling).  Logische vragen. Over het rapport hebben we voorgesteld om na de herfstvakantie met een paar ouders om de tafel te gaan zitten om uit te wisselen wat ouders willen zien en wat wij kunnen opleveren. Een aantal ouders gaven ook aan dat deze manier van leren wel eens de toekomst kan zijn of worden. Super fijn om te horen!

 

Belemmeringen

Gaat alles dan vanzelf. Nee, uiteraard niet. Het grootste ding waar we tegen aan lopen is tijd. Niet zo zeer onze eigen tijd, dat is via de subsidie van het leraren ontwikkel fonds goed geregeld. Het introduceren van een andere manier van leren kost lestijd. We lopen er  alle drie tegenaan, dat we onze lessen behoorlijk flexibel moeten plannen. Voorspellen hoeveel tijd er in een les naar het proces gaat blijkt in de praktijk lastig. Een deel van de reguliere lestijd wordt nu dus niet direct aan het vak besteed. Dat is investeren in de toekomst. In de tussentijd zijn we de lesstof aan het compacten en moeten we scherp in het oog houden wat we waar later in het jaar kunnen terugwinnen. Tot dusver lukt dat nog, maar we merken wel dat het compacten een bepaald spanningsveld oproept. Bij onszelf dan wel te verstaan. Omdat we het alle drie herkennen kunnen we elkaar de nodige steun en reflectie geven. Ook dat is super fijn.

 

Kennisdeling & leren

Formatief toetsen en het loslaten van cijfers lijkt steeds meer aandacht te krijgen in ons land. Een bevestiging voor ons dat we een goede weg zijn ingeslagen. We zijn dan ook erg blij met initiatieven van Bureau ICE die het 2e Nationale toetscongres weer organiseren op 4 november. Blij met het initiatief van SLO die twee startbijeenkomsten Toetsen om van te leren organiseren op 11  en 13 oktober. Blij met het initiatief (en de inbreng van ruim 800 leden daarin) van de facebookgroep Actief leren zonder cijfers die een kennisdelingsbijeenkomst organiseren op 3 november. Blij met het nieuwe initiatief van René Kneyber en Dominique Sluijsmans: Toetsrevolutie, met een congres op 20 april.  We gaan naar deze bijeenkomsten. We hopen daar onze ervaringen tot dusver te kunnen delen en we hopen verbindingen te leggen naar scholen die in een gelijksoortig traject zitten. We zullen het samen moeten doen. Samen met collega’s van andere scholen, samen met onze leerlingen en samen met de ouders.

Wij barsten van energie en enthousiasme. De reis is mooi begonnen…….