Hoe ICT middelen mijn onderwijs deze week versterkt hebben!

Hoe de inzet van ICT mijn lessen deze week heeft versterkt.

Op de school waar ik les geef zijn we ons (leerplein-) onderwijs flink aan het revitaliseren. Het concept met onze leerpleinen draait al een aantal jaar, maar we zijn niet tevreden met het (leer-) rendement ervan. Dat maakt dat je weer scherper gaat kijken naar wat je wilt dat leerlingen gaan doen en gaan leren. In de gesprekken komen termen als “differentiëren”, “coöperatieve werkvormen” en “ICT” ruimschoots aan bod. Bij “ICT” wil er nog wel eens een doel & middelen discussie ontstaan.

Deze week heb ik een poging gedaan om te kijken naar mijn doelen en te zoeken naar vormen waarbij de inzet van ICT toegevoegde waarde kan hebben. Ik wil gebruik maken van ICT middelen die ik al ken, dus ik ga niks nieuws introduceren voor mezelf.

Wat heb ik deze week gedaan?

Dinsdag heb ik mijn brugklas atheneum/gymnasium een formatieve toets laten maken. Gewoon op papier omdat ze nog niet zo thuis zijn in onze ELO. Aan het einde van de les heb ik alle leerlingen een setje uitwerkingen meegegeven. De rubric waarin de leerdoelen van dit hoofdstuk zijn opgenomen hebben ze al via forallrubrics.com eerder gehad. De huiswerkopdracht was om de toets van de klasgenoot zo goed mogelijk na te kijken en vervolgens de rubric van die betreffende leerlingen in te vullen. Daarbij moesten ze in de rubric aangeven of de leerling het onderdeel nog niet zo goed beheerst, er al bijna is, of het al heel goed kan. Daarvoor heb ik ze wel een lijstje gegeven welke opgave bij wel leerdoel hoort. Leerlingen zijn gaan nakijken en hebben vervolgens de rubric op de site van forallrubrics.com ingevuld. Ze vonden dat lastig, maar hebben wel keuzes gemaakt hoe ze antwoorden beoordeeld hebben. Het Feedforward-deel heb ik met deze klas nog niet doorgenomen dus daar hebben we het nog niet over gehad. Doordat leerlingen elkaar online kunnen ‘scoren’ geeft dat mij en de leerling direct inzicht. Er ontstaat de les daarna gelijk een gesprek: ‘Ik dacht dat ik leerdoel x al kon, en nu blijkt van niet. Dat snap ik niet, kunnen we samen daar naar kijken? ‘

forallrubrics

Forallrubrics vind ik een fijn programma:

  • flexibel in te richten;
  • keuze tussen gebruik van afbeeldingen en/of tekst;
  •  mogelijkheid tot het verdienen van badges;
  • gebruiksvriendelijk;
  • leerlingen kunnen elkaar reviewen.

Bij ieder leerdoel in de rubric kun je ook comments toevoegen. Ofwel, er is ruimte om geschreven feedback & feedforward te geven. Het maken van een goede rubric kost tijd. Maar dat is een investering die zichzelf uitbetaalt. Ook al zou ik dit programma volgend jaar niet gebruiken, het is eenvoudig te exporteren.

Woensdag heb ik mijn klas 2 atheneum/gymnasium verschillende leerroutes aangeboden. Leerlingen konden kiezen uit’:

  • hele taak eerst;
  • eind taak eerst ;
  • lekker ouderwets van A t/m Z.

Bij de hele taak beginnen ze feitelijk bij een toepassingsopgave die normaal pas aangeboden wordt als het reguliere deel doorlopen is. De eind-taak-leerlingen beginnen bij de eindtoets van het hoofdstuk in de methode, waarin nog wel de stapsgewijze opbouw van het hoofdstuk in zit. De overige leerlingen volgen de traditionele programma met wat meer instructie en begeleid oefenen. Om leerlingen bewust te maken van hun keuze heb ik ze een Socrative-vragenlijst laten invullen waarin ze hun keuze moeten aangeven, aangevuld met drie argumenten waarom ze die keuze gemaakt hebben. De vragenlijst sluit af met de vraag hoe ze laten voor zichzelf gaan bepalen of de gemaakt keuze een goede keuze was. Wat ik merkte is dat leerlingen het lastig vonden om meer dan één argument te benoemen. Er was ook een leerling die in eerste instantie koos voor de eind-taak-eerst, want dan hoef ik minder te doen. Bij het invullen van de vragenlijst is hij de stof van het hoofdstuk gaan bekijken en heeft vervolgens zijn keuze gewijzigd, met sterke argumenten daarvoor. Het maken van de Socrative heeft me slechts 10 minuten gekost.

socrative

Behalve Socrative had dit net zo goed een Google formulier kunnen zijn. Maar omdat ik wat meer met Socrative wil doen, heb ik hier voor gekozen. Het helpt mij om een goed beeld te krijgen van de keuzes van leerlingen. Daarnaast moet iedere leerling voor zichzelf goed nadenken en is de invloed van klasgenoten minder geworden. Over ongeveer anderhalve week mail ik hun antwoorden naar ze terug. Even polsen hoe ze er dan tegen aan kijken.

Op woensdag heb ik ook de nieuwe response software van SmartNotebook 16.1 uitgetest in mijn 4 mavo tl klas. Tot deze versie maakte ik gebruik van de Smart Response stemkastjes. Nu gaat alles via classlab.com en gebruiken ze hun mobieltje. Ik heb een aantal vragen uit de paragraaf Voorkennis van het nieuwe hoofdstuk laten beantwoorden met deels multiple choice en deels korte antwoorden. Leerlingen maken in een halve les waar ze normaal meer dan een les voor nodig hebben. Er werd druk heen en weer gebladerd tussen de bladzijden van de opgaven en de samenvatting achter in het boek. Er werd dus actief gezocht naar het stukje nog niet parate kennis. Het merendeel van de voorkennis bleek prima in orde. Uit de rapportage (die sterk lijkt op de Excel die Kahoot uitspuugt) kon ik snel de twee onderwerpen pakken die nog aandacht nodig hadden. Ik heb dus geen tijd verspild met dingen uitleggen die niet nodig zijn. In de vragen heb ik steeds verwezen naar een opgave uit het boek. Al met al heeft het maken van deze toets me ong. 15 minuten tijd gekost.

De les daarna op het leerplein hebben ze in Edpuzzle een tweetal filmpjes over F- en Z-hoeken bekeken met een aantal controlevragen erin. Aansluitend maakten ze twee opgaven uit het boek. ‘s Avonds met de laptop op schoot zag ik in vijf minuten dat slechts vier leerlingen het echt hadden begrepen; vijf leerlingen hebben de video niet afgekeken en hadden veel fouten. Met die leerlingen heb ik een leergesprek gehad over doorzetten, hoe zorg je dat je verder kunt, wanneer geef je op, wanneer ga je actief op zoek naar antwoorden en oplossingen. In de uitleg in de les erna, kwam het begrip snel. Het kijken van de filmpjes en beantwoorden van vragen zorgde ervoor dat er nu sneller de losse puzzelstukjes op hun plek vielen.

edpuzzle

Een Edpuzzle klaar zetten kost iets meer tijd. Je wilt een kwalitatief goede video, daar moet je even naar zoeken. Die bekijk je ook een paar keer. Het bedenken van controle-van-begrip vragen kost ook tijd. Je wil niet zomaar wat zinloze vragen neerzetten. Het is ook geen doel op zich om zo veel mogelijk vragen per instructie te bedenken. Drie a vier goede vragen zijn vaak al voldoende. Al met al was dit per video een half uur werk.

Donderdag was klas 3P aan de beurt. Ook een atheneum/gymnasium klas. In het lokaal hebben we een Quizlet live gedaan rondom de begrippen die bij het werken met functies gebruikt worden. Tijdens de Quiz hoorde bijzonder veel goede gesprekken over de vakinhoud, leerlingen die elkaar proberen te overtuigen en zag ik goede afstemming. Het mooie van Quizlet Live is dat het programma groepjes maakt. De leerlingen krijgen de antwoorden verdeeld over de mobieltjes. Iedereen krijgt dezelfde vraag maar slechts één leerling heeft het juiste antwoord op zijn scherm. Fout antwoord = helemaal opnieuw beginnen.. Er was al een bestaande Quizlet definitie lijst. Aangevuld tot het minimum van 12 vragen die de Live versie vereist. Ik gok: 15 minuten voorbereiding.

Het 2e uur met deze klas is gevuld met het werken met Formative (goformative.com). In de opdracht staat een embedded youtube filmpje met uitleg over de verschillende manieren om een domein en bereik van een functie weer te geven. Gevolgd met een tiental vragen opbouwend in moeilijkheid. Ik had verwacht dat ze dat in de les af zouden krijgen. Dat is niet gelukt. Afgesproken dat dit huiswerk is, wat af moet voor zaterdag 10:00. Ik ga tussen 10:00 en 11:00 iedereen één of twee vragen feedback in het programma geven. Leerlingen zorgen dat ze die feedback ook in het programma weer verwerken voor de volgende les.

goformative

Ideaal is dat je dus feitelijk in de schriften mee kijkt & mee krabbelt terwijl je het schrift niet hoeft in te nemen. Ik kan eenvoudig controleren hoe het met het begrip en het toepassen zit. Daar kan ik mijn volgende les weer naadloos op aan laten sluiten. Ook hier geldt: vind een video die dekt wat je wilt behandelen, die aansluit bij de methode dan wel je eigen manier van uitleggen en die kwalitatief goed is. De vragen daarna zijn grotendeels ontleend aan opgaven uit de methode, met wat variatie. Ik denk dat deze me een 45 minuten gekost heeft , inclusief het voorbereiden van de leerlingaccounts (via Excel aan te leveren voor geautomatiseerd inlezen).

Wat heeft de inzet van ICT middelen nog meer opgeleverd?

In al deze lessen is me opgevallen dat ik geen seconde verspeeld heb aan het moeten aansporen van leerlingen om aan het werk te gaan. Blijkbaar heeft de inzet van ICT leerlingen gemotiveerd.

Nog belangrijk vind ik dat leerlingen gemerkt hebben dat ik gesprekken aanknoop op basis van wat ik bij ze gezien heb; ze voelen zich gezien, gehoord en erkend:

Aandacht is echt alles!

Leerlingen vinden het leuk om met technologie bezig te zijn; ik heb geen drempels ervaren in het gebruik van de verschillende programma’s bij de leerlingen. Ik heb tijdens de lessen tijd over! Tijd om meer individueel te begeleiden, tijd om even een collega mijn lokaal in te trekken om te laten zien wat en hoe leerlingen aan het doen zijn.
Er zit nog wat nawerk buiten de les bij. Dat klopt. Maar dat is nakijken van werk altijd, en voorbereiden van een volgende les idem dito. Het fijne vind ik, dat ik vooraf weet waar ik mijn volgende les moet insteken en vooraf al de meest passende werkvorm en differentiatie kan bedenken.
Differentiëren wordt dan ook het thema van volgende week.

Advertenties

De Onderwijsdagen 2015

Ook ondergetekende is één van de gelukkige 12 Edubloggers die De Onderwijsdagen van 2015 mocht bezoeken. Voor mij een eerste keer, en dat was een hele fijne en positieve ervaring.

Toch ook wel spannend om naar een onderwijsevenement te gaan waar je weinig mensen kent. Het gezellige #edubloggers diner op de maandag helpt dan wel een handje mee om toch wat bekende gezichten terug te zien op zo’n dag.

Over de opening key-notes is al een en ander beschreven door mijn mede bloggers.
Ik wil één plaatje van Danny Mekić er toch even uit lichten:

 

fabriekcommunity

Dit plaatje kwam met de vraag wat we nu zijn en wat we nu willen of zouden moeten zijn.
Met de huidige communicatiemiddelen, waarbij mijn dochter een werkstuk samen maakt in google documenten terwijl ze skypend het gesprek er over voert met klasgenoten, is het duidelijk dat de community periode al is aangebroken bij leerlingen.
Maar hoe zit dat bij docenten? Ook daar zie ik gelukkig veel initiatieven, zoals de #Mathstlp twitter sessies; de facebook groepen Leraar Wiskunde en Wiskundelessen; de ‘markplaatsen’ van tools als Lesson-up , Kahoot & Socrative om maar wat voorbeelden te noemen. De vereiste stap die docenten moeten maken hierin is vaak : je begeven op de social media.   Ook al heb je vanuit je prive daar bedenkingen bij of geen behoefte aan; op je werkterrein gaat een wereld voor je open zodra je daar je eerste stappen zet. En geloof me: er gaat zo’n enorme boost vanuit als je zelf deel gaat nemen als community member. De stap naar lesgeven in een community  met, van en voor leerlingen wordt een makkelijkere en kleinere stap!

 

Mijn eerste sessie was de 4 in balans: Weten wat werkt in de ICT en waarom van Kennisnet.

Er werd nog maar eens benadrukt dat de balans tussen de Visie, Deskundigheid, Infrastructuur en Inhoud & toepassing ook echt een balans moet zijn. Geen enkele van deze pijlers zal in zijn eentje in staat zijn een toegevoegde waarde te bewerkstelligen.

Er viel op dat bij een onderzoek 80% van de docenten zich didactisch ict vaardig vindt. Daar schrok ik van, en met mij nog anderen. Is hier sprake van zelfoverschatting? Wanneer mag je jezelf didactisch ict vaardig noemen? Vooral de toevoeging van het didactische deel ervan is wat mij zorgen baart. Digitale didactiek is een behoorlijk indrukwekkend terrein dat volop beweegt en ontwikkelt. Mijn praktische ervaring is dat, kijkend naar verhoudingen, ik eerder 30% didactisch ict vaardige docenten ken. De positieve kant van dit  cijfer werd genoemd als het feit, dat hieruit kan blijken dat er een goede basis is om op dit vlak enorm te gaan groeien want de schroom om met ict aan de slag te gaan lijkt met 80% didactisch ict vaardige collega’s weg te zijn.

Een nieuwe blik voor mij leverde nog op dat één van de mogelijke indelingen van je onderwijs de verdeling is tussen leerlinggestuurd onderwijs en leraargestuurd onderwijs. Nou is dat op zich geen vernieuwing, maar wel de rol van ict daarin. Ict inzetten voor leerlinggestuurd onderwijs is heel wat anders dan ict inzetten op leraargestuurd onderwijs. Je moet je altijd al afvragen wat de toegevoegde waarde is van de ict die je op enig moment in zet, maar je moet je ook goed realiseren dat er andere randvoorwaarden zijn waar de ict aan moet voldoen. Die is namelijk verschillend.

Een mooie afsluiting van deze sessie was de volgende vraag je jezelf steeds kunt stellen:

“Met de inzet bij deze ict verwacht ik bij mijn leerling de opbrengst …….”

 

Mijn  volgende bijeenkomsten waren panelgesprekken van Doorbraak ICT en Onderwijs.

De eerste uit de serie is die van het Curriculum Bewustzijn. Deze had voor mij een sterke link naar de laatste uit de serie , namelijk Leermiddelen & Leeromgevingen.

Vanuit de behoefte aan gepersonaliseerd leren en differentiëren is er sterk de behoefte bij docenten om leermateriaal uit verschillende bronnen te kunnen samenvoegen en arrangeren. Daar zitten een aantal hele belangrijke randvoorwaarden aan (o.a.) :

  • curriculum bewustzijn
  • flexibel inzetbare leermiddelen
  • een flexibel en device onafhankelijk platform om te arrangeren
  • een goed leerling volgsysteem (dashboard)

Het curriculum bewustzijn is voor de docent van belang: ken de leer- en kerndoelen van je vak! En hoeveel van ons zijn de afgelopen jaren niet een methodeslaaf geworden: de jaarplanner vullen vanuit het aantal bladzijden of paragrafen  uit je methode. Proppen, trekken en duwen om het er allemaal in te krijgen. Ik moet toegeven dat ik, zeker als beginnend docent, die methode wel heel prettig en handig vond. Het ontsloeg me op dat moment om ook daar nog eens over na te moeten denken.
Eén opmerking van een aanwezige docent is goed blijven hangen: “pak je methode en kijk eerst wat je er allemaal uit kunt schrappen”. Moet je eens kijken welke ruimte er over blijft!

Wil je als docent, vanuit het curriculum, vervangend (digitaal) materiaal vinden (of zelf ontwerpen) dan zijn huidige methoden daar niet op toegespitst. Leer- en les materiaal is gekoppeld aan paragrafen en hoofdstukken. Vanuit je curriculum ben je echter vanuit je leerdoelen aan het werk, en zou je feitelijk materiaal willen vinden op basis van je leerdoelen. Dat betekent dat aan leer- en lesmateriaal meta data moet worden toegevoegd. Binnen wikiwijs maken en klascement.net zie je dat al gebeuren. Ook het materiaal van VO Content met de flexibel inzetbare stercollecties is een mooie opstap hiertoe.  Een complexiteit die LessonUp ook heeft ervaren in gesprekken met docenten is de relatie tussen leerdoelen en leerobjecten. Dat is geen 1:1 relatie maar een veel:veel relatie.

Er is gesproken over een blendspace of spotify model waarin je als docent alleen datgene kunt pakken wat jij op dat moment als toegevoegde waarde beschouwt. Bij het tellen van de vingers welke docenten daar voorstander van zouden zijn, kwamen twee handen tekort. Ofwel: hier ligt een uitdaging voor de traditionele uitgevers.

Komt er ooit één ultieme leeromgeving waarin alle docenten worden voorzien in hun wensen en behoeften? Waarschijnlijk niet, daarvoor lopen de wensen en eisen te veel uitéén.  En ook die diversiteit is goed: juist door te blijven experimenteren blijft er beweging in de onderwijsontwikkeling. De beperkingen en starheid van een leeromgeving kan uiteindelijk ook de onderwijsontwikkeling tot een stilstand brengen.  Flexibiliteit is een belangrijk criteria bij de keuze voor de leeromgeving; het liefst uitgever en platform onafhankelijk zodat je makkelijk kunt switchen.

Als scholen op termijn meer vanuit de leervragen en leerbehoeften gaan nadenken , met een sterk ontwikkeld curriculum bewustzijn, en wanneer docenten vaardiger worden in het bepalen wat en hoe ze dat willen bereiken kun je veel bereiken op dit gebied. Maar dan moet je wel los komen van huidige (veel jaren) bindende contracten of afschrijvingen van methode zoals die er nu zijn.

 

Persoonlijke reflectie

Mijn persoonlijke thema waar ik in mijn lessen mee bezig ben is differentiëren. Bij de aanpak van Hele taak eerst is het curriculum bewustzijn ook van groot belang. Fijn om op zo’n dag te zien dat dat bewustzijn voor veel meer van belang is. Waar ik al kritisch was naar de methode toe, ga ik nu nog scherper kijken naar: wat kan er weg. Ik laat me inspireren in de communities waar ik al lid van ben om nieuw materiaal te vinden en geschikt te maken voor mijn lessen en andersom deel ik mijn lessen en materiaal met anderen (want immers: delen = vermenigvuldigen). Ik blijf experimenteren met LessonUp, Listr, N@tschool, Stercollecties etc.

Kortom: ik merk dat de dingen die ik nu toekomstbestendig zijn. Dat sterkt mij en stimuleert mij nog meer om daar mee door te gaan en daarmee ook anderen te inspireren (of toch in ieder geval pogingen te doen daartoe). Ik mag wat kritischer worden op de methode en wil me meer bewust worden van de kern-en leerdoelen van de verschillende niveaus die ik les geef.

 

Willem , Surf & Kennisnet en iedereen met wie ik gesproken heb : dank voor een leerzame  en inspirerende  dag! Tot volgend jaar.

Kijklijnen

Zoekende op internet naar een leuke verwerkingsopdracht over kijklijnen, liep ik eigenlijk nergens tegen aan. Dus deze keer zelf wat bedacht.

We zijn in de brugklas bezig met kijklijnen om te bepalen wat je wel en niet kunt zien. Daarbij krijg je een meestal bovenaanzicht van een situatie. Bijvoorbeeld een tuin waarin een schuurtje staat en waar wat kippen rondlopen. Vragen als : waar moet je staan om alle kippen te kunnen zien, of als je op plek A staat, hoeveel kippen zie je dan.

Deze keer heb ik de leerlingen eerst opschool een aantal voorwerpen op een tafel laten plaatsen en vervolgens met de smartphone een bovenaanzicht (mochten ze op tafel staan, altijd leuk) en een zij aanzicht.

Een voorbeeld van wat gemaakt is:

Aanzicht_bovenAanzicht_zij

 

Als aanzicht niet al te lastig te bepalen. Nadenkend over verdieping kwam ik tot de opdracht dat ze thuis aan de ontbijttafel een aantal pakken en potjes op tafel moesten zetten.  Hagelslag, cornflakes, jam: bedenk een leuke combinatie.

Maak ook nu weer een foto van het bovenaanzicht.

Daarna maak je twee foto’s gemaakt ter hoogte van het tafelblad, zodat je er recht tegen aan kijkt en zorg ervoor dat een aantal verpakkingen precies met een zijkant samenvallen. Op het bord een klein voorbeeldje laten zien.

Een van de resultaten (dank je wel Mirjam!):

Kijklijn_boven

Kijklijn_fotoAKijklijn_fotoB

Deze foto’s hebben de leerlingen aangeleverd in een word document. In de klas aan elkaar uitgedeeld met als doel om van het werkblad dat je gekregen hebt de juiste positie van de fotograaf te vinden.

Bijvoorbeeld zo:

Kijklijn_antwoord

Het leuke voor de leerlingen is het praktisch bezig zijn, ICT voegt wat toe (foto van smartphone naar tablet/laptop en als foto’s in een document plaatsen), het differentieert mooi en je hebt 25 werkbladen!

Ik denk dat ik er ook één ga toevoegen aan de toets.

Begrippen bij ruimtefiguren

In mijn brugklas 1 vmbo-gt/havo maak ik graag gebruik van het programma Formulator Tarsia.

Het is een windows programma waarmee je snel leuke puzzels kunt maken.

Je kunt kiezen uit een aantal vormen:

tarsia1 Het verschil tussen de jigsaw en de extende jigsaw is een verschil in moeilijkheidsgraad.

Naast deze legpuzzel en de follow-me cards (domino) is er ook een leuke student circle.
De cirkel delen worden op A4 uitgeprint. Leerlingen krijgen dan van mij ieder een deel en moeten in een kloppende cirkel gaan staan. Naast het inhoudelijke deel zie je ook mooi andere vaardigheden zoals leiderschap, organiseren ed naar boven komen.

tarsia4

Hieronder zie je een standaard driehoek puzzel:

tarsia2

Bij de extended versie is ook de buitenkant gevuld met (loze) vragen, zodat de maker niet direct ziet dat het stukje aan de buitenkant hoort.

Invoeren is makkelijk, je maakt steeds een vraag – antwoord combinatie. Tarsia is uitermate geschikt om allerlei wiskunde symbolen en formules te maken. Maar zoals je hierboven ziet: ook gewone tekst is geen enkel probleem.

tarsia3

Jij maakt dus de combinaties, Tarsia leg het op de juiste plek. De output is een knipblad zoals de volgende. Daarnaast kun je de tabel uit printen en de oplossing (zoals de driehoek hierboven).

tarsia

Hoe leuk het is ook om zelf te maken, het is nog veel leuker om leerlingen dit te laten doen en elkaars puzzels te laten leggen. Het programma is eenvoudig in gebruik, echt uitleg is nauwelijks nodig.

Het bedenken van goede vragen en combinaties van vragen is het lastige deel. Maar juist dus ook het leerzame deel. Ik gebruik het vaak voor differentiatie: de toppers op een onderwerp ontwerpen de puzzel, de mindere toppers leggen ‘m.

Zeker ook voor talen bruikbaar,  enige jammere is dat je er geen afbeeldingen in kunt plaatsen, aan de andere kant dat maakt de puzzel er ook niet duidelijker op. Dus die keuze begrijp ik.

Voor mijn 1 vmbo-tl/havo brugklas heb ik de driehoek puzzel die hierboven staat gemaakt.

Het origineel en de printbestanden vind je hieronder:

ruimtefiguren_begrippen_puzzel_origineel

ruimtefiguren_begrippen_puzzel_oplossing

ruimtefiguren_begrippen_puzzel_stukjes

ruimtefiguren_begrippen_puzzel_tabel

Listr – arrangeren, delen en volgen

Afgelopen woensdag heeft Sanoma Labs Listr  gelanceerd. In een kleine setting hebben we door Bas Verhoeven een introductie gekregen en ontstond er een productieve uitwisseling van ideeën, behoeften en ervaringen t.b.v. de verdere ontwikkeling van Listr.

Voor mij een eerste keer dat ik bij een dergelijke productpresentatie geweest ben. Leuk en leerzaam.

Maar Listr…wat gaat het ons onderwijsmensen opleveren, wat voegt het toe?

Listr1

Mijn eerste kennismaking, voorafgaand aan de productpresentatie was een kritische. Op het eerste gezicht had ik een Wikiwijs-maken beleving. Je kunt als docent lesmateriaal arrangeren (structureren, organiseren, geef het een naam) op een dusdanige manier dat je leerlingen overzichtelijk stof kunt aanbieden. Net als Wikiwijs-maken, gaan leerlingen van boven naar beneden. Materiaal dat je kunt toevoegen bestaat uit youtube, vimeo, pdf, prezi, examtime, links, quiz, tekst en (!) integratie met google documenten. Waar Wikiwijs-maken een wat oubollige presentatie heeft, is dat bij Listr bij de tijd. Het toevoegen is in vergelijking met Wikiwijs-maken een stuk eenvoudiger geworden. Gebruikers van Blendspace zullen veel herkenning hebben bij Listr. Ikzelf ken Blendspace wel, maar heb er nooit echt mee gewerkt. Het genummerde overzicht in blokjes bij Blendscpae spreekt mij wat minder aan. Toch heeft Blendspace wel features die nu nog niet in Listr zitten. Aangezien Tes in Amerika van alles aan het opkopen is, is de ontwikkeling van Blendspace ook wel aardig om te volgen. Het gevaar dat er volgens mij bij ontstaat is echter dat de ontwikkeling het minder vanuit onderwijs voor onderwijs wordt, en wat te veel commercieel wordt.

Maar als puur arrangeer tool doe je Listr tekort. Feitelijk dat is arrangeren nog maar het begin. Je kunt namelijk klassen en leerlingen toevoegen aan je arrangement, ofwel ‘Leerlijst’ in Listr termen. Daarmee kun je volgen welke onderdelen leerlingen doorlopen hebben en welke nog niet (een feature die Blendspace heeft laten varen heb ik me laten vertellen).

Nog mooier wordt het als je ziet dat Listr een marktplaatsfunctie biedt. Zie het als een iTunes of Nearpod Content Store: door jou gemaakte Leerlijsten (al  dan niet gevuld met eigen materiaal) kun je beschikbaar stellen aan anderen. Die dat vervolgens kunnen dupliceren en naar eigen behoefte aan kunnen passen. Vooralsnog bepaal jij met wie je deelt en is dat nog gratis. Maar net zoals in iedere app store: content kan betaald en onbetaald aangeboden worden. Dat biedt ruimte voor diverse bestaande content aanbieders om materiaal aan te bieden. Idealiter zou ik hier zien dat ook de uitgevers van methodes hun materiaal in gaan hangen. Ik ben namelijk niet altijd even gecharmeerd van hetgeen zij aanbieden.

Listr is nog geen volwassen product. Zo is de quiz module nog beperkt en kan het toevoegen van hele klassen leerlingen wat efficiënter. Dat maakt dat onderwijzers die de stap naar meer digitaal onderwijs wellicht nog wat aarzelend zullen zijn om in Listr zelf te gaan arrangeren. Maar deze groep kan natuurlijk wel Listr inzetten met bestaande Leerlijsten.

Ga ik het gebruiken? Ja dat ga ik zeker doen.

In mijn huidige elo (N@tschool) kan ik prima planners en lesmateriaal delen. Maar dat is voornamelijk een map met diverse soorten documenten, links, filmpjes etc. Daar moet ik trucjes uithalen om er enige vorm van structuur in aan te brengen. Listr biedt me die mogelijkheid wel. Zo wil ik graag differentiëren in mijn lessen. De kleurstructuur die Listr biedt in zijn labels kan ik bijvoorbeeld gebruiken voor de eenvoudige indeling in basis, extra en verdieping. Ik zie ook wie voor welke ‘route’ gekozen heeft en kan daar dus gerichter het gesprek met mijn leerlingen aan.

Mogelijk nadeel is dat de leerling, naast de de elo, voor ieder vak op deze manier wellicht weer een extra website krijgt waar ze mee moeten werken. Aan de anderen kant: als je in Listr bezig bent dan blijf je in Listr; al het externe materiaal wordt binnen de schil van Listr getoond.

Nog een pro voor mij als wiskunde docent is het feit dat Listr is ontstaan vanuit Clipschool. Een bak met ruim 300 korte uitleg filmpjes over wiskunde! Die krijg je er gratis bij.

Ik kijk er naar uit om leerlijsten te delen en samen te werken met collega’s om goede leerlijsten te ontwikkelen.