Portfolio-site van VO Content

Afgelopen dinsdag was ik met mijn collega Boris op bij de lancering van de Portfolio-Site van VO Content.

Het afgelopen jaar heeft VO Content met een paar scholen (Corlaer College en Martinuscollege) gewerkt aan deze nieuwe tool.

Zelf introduceert VO Content hun nieuwe tool als volgt:

Portfolio-site.nl is een nieuwe online tool waarmee leerlingen op een eenvoudige en gestructureerde manier de ontwikkeling van hun vaardigheden kunnen bijhouden en bewijsstukken kunnen bewaren. Je kunt hierbij denken aan vakvaardigheden, 21-eeuwse vaardigheden, LOB of werknemers-vaardigheden.

Nu mag je van alles vinden van de term 21-eeuwse vaardigheden. Probeer even door die term heen te kijken.

Onze school (het Ashram College, Alphen aan den Rijn) is dit schooljaar begonnen met coaching op persoonlijke ontwikkeling en leervaardigheden, formatief werken (en ook geen cijfers meer), projectonderwijs (m.b.v. edu-scrum) vanuit de eigen verwonderingsvraag en vakkenintegratie van een deel van de vakken. De leerlingen houden in een portfolio (nu nog Google Sites) hun vorderingen bij met ‘bewijsstukken van behaalde resultaten en zaken waar ze trots op zijn. In dat portfolio willen we ook de persoonlijke ontwikkeling (en de groei daarin) zichtbaar maken. Daarnaast zijn we op zoek hoe de de behaalde leerdoelen op een goede plek kunnen bijhouden zodat er overzicht is voor leerling, coach, ouder en vakdocent.

De startpagina van de portfolio-site ziet er als volgt uit:

Voor de leerlingen is deze nagenoeg gelijk, alleen de laatste optie ontbreekt.

Je biedt de leerling een portfolio aan, waarin de competenties en vaardigheden beschreven staan.
Als test heb ik een tweetal portfolio’s zelf ingericht (begin gemaakt) en één voorbeeld portfolio van een andere school overgenomen.
Per portfolio zie je welke competenties in dat portfolio terugkomen. In de presentatie lag de nadruk volledig op de competenties zoals te zien zijn in de voorbeeld portfolio onderaan.

Omdat wij ook geïnteresseerd zijn in het inzichtelijk maken en bijhouden van vak-leerdoelen heb ik ook een Wiskunde portfolio gemaakt.
Ik zie daarin de mogelijkheid om bij Competentie een overkoepelend wiskunde thema te noemen.
Onder competenties kun je prestatieindicatoren benoemen.  Hier zie je de prestatieindicatoren die horen bij de competentie Reflecteren:

In geval van het vak wiskunde, heb ik de leerdoelen binnen het overkoepelende thema op de plaats van de prestatieindicator geplaatst. Dat ziet er dan zo uit:

Je ziet hierin ook dat de leerling gescoord is op een aantal sterren. Dat zijn de verschillende niveau’s van beginner/ in ontwikkeling / gevorderde en expert. Dat lijkt heel sterk op een regel uit een rubric.

 

Hoe scoort een leerling hier nou op?

Dat komt uit het kopje taken wat je in het startscherm kunt zien. Je moet namelijk taken opnemen, die aan bijdrage leveren aan één of meerdere competenties. Als een leerling een taak maakt en afrond kan hij/zij zichzelf scoren en bewijsmateriaal toevoegen. Dat bewijs materiaal kan een afbeelding zijn, een video of een link (bijvoorbeeld naar een document op google drive).

 

Bij het toevoegen van bewijs kan de leerling er voor kiezen om dit onderdeel ‘in de etalage’ te zetten. Dus prominent zichtbaar op de startpagina van zijn/haar portfolio site. Overigens bepaalt de leerling ook zelf wie toegang heeft tot zijn/haar portfolio.

Het meest werk zal zitten in het opzetten van een goed raamwerk waarin je alle competenties en indicatoren verwerkt die je belangrijk vindt om te gebruiken op je school. Datzelfde geldt voor vakdoelen en succescriteria.

Het fijne is dat je als collega’s binnen een school portfolio’s kunt delen en ook kunt samenwerken aan een portfolio. Dat zijn gescheiden mogelijkheden. Fijn om samen te ontwikkelen, maar ook fijn dat een ander niet te portfolio per ongeluk kan wijzigen.

De leerlingen die een presentatie gaven op de bijeenkomst waren positief en enthousiast over het gebruik van de portfolio-site. Hij is eenvoudig en overzichtelijk in gebruik. Daarnaast vinden ze het prettig om niet alleen als cijfer gezien te worden, maar dat er ook naar hun andere kwaliteiten gekeken wordt. De portfolio-site kan zeker een mooie bijdrage ook leveren aan een (deel) invulling van het vmbo plusdocument. Zeker als je de LOB hier ook in mee neemt.

De Portfolio-site is te gebruiken als je school lid is van VO-Content. Single sign-on via een elo/ SOM / magister is geregeld. Maar gebruik wel een chrome browser is de aanbeveling.

Wij gaan donderdag onze bevinden presenteren aan de projectgroep binnen de school. Ons advies zal zeker zijn om hier met een paar coach groepen zo snel mogelijk ervaring mee op te gaan doen. Fijn is dat we al een groot deel van het raamwerk hebben (in losse documenten), dus we kunnen snel gaan invullen. Daarbij merkte in vandaag wel dat de indicatoren beschreven moeten worden in max 200 tekens. Daar gaan we soms overheen nu, dus dat wordt nog eens kritisch lezen en herformuleren.

 

Advertenties

Rekenonderwijs vs Rekenles

Sinds de discussie rondom het niveau van rekenen van Nederlands scholieren gestart is, jaren geleden,  is het onderwijs gaan reageren (al dan niet gedwongen) om er voor te zorgen dat dat niveau weer gaat stijgen.

Het gaat mij nu niet om de discussie rondom de rekentoets, maar meer om hoe we daar als onderwijs mee aan de slag zijn gegaan. En met welke rendementen.

Met de rendementen beginnend, moet ik toch de rekentoets even aanstippen. Als het gerucht ook maar enigszins waar is dat de staatssecretaris overwogen heeft om een 3,5 als cijfer te hanteren als ondergrens voor het slagen voor de rekentoets, mag ik dan de conclusie trekken dat het niet gelukt is in het onderwijs om de rekenvaardigheden voldoende te laten stijgen (los van de discussie over de kwaliteit van de rekentoets)? Eigenlijk zou ik van de mbo’s en hbo’s wel eens willen horen of zij een niveaustijging ervaren na al die jaren extra rekenonderwijs in het VO!?

Bij ons op school, en op veel scholen,  is er een reken-uur in de lessentabel bijgekomen. In dat uur gaan leerlingen weer rekenen. Met de toegenomen digitalisering, adaptieve systemen en gepersonaliseerd leren lijkt daar een gigantische mogelijkheid te liggen om leerlingen met behulp van nieuwe technologie zich individueel verder te laten ontwikkelen m.b.t. de rekenvaardigheden. In dat reken-uur kruipt de leerling achter de pc/laptop/tablet en gaat aan de slag met programma’s als Rekenblokken, Got-It, Count on Me, Studyflow of aanverwante programma’s. Wat doet de docent bij zo’n rekenles? Ik vermoed dat te veel docenten volledig blind varen op de motivatie van de leerlingen om zelf beter te willen worden in rekenen en dat de software dat allemaal regelt en oplost. Ik heb ook zo’n tijdje die gedachte en verwachting gehad.

Op de onderwijsdagen twee weken geleden spraken we over curriculum bewustzijn, organiseren van lesmateriaal en het niet moeten worden of zijn van een methodeslaaf. Een methode is een raamwerk, een houvast, maar jij als docent bepaalt hoe, waar en wat van de methode jij wilt inzetten.

Hetzelfde gaat op voor goed rekenonderwijs. In mijn ogen moet dat weer rekenles worden, waarbij de docent de (veelal digitale) methode daar inzet, waar het toegevoegde waarde heeft.  Het leerlingen zelfstandig laten werken met dit soort ICT toepassing zorgt er m.i. hoogstens voor dat reeds beheerste rekenvaardigheden onderhouden worden. En dan mag je van geluk spreken als dat zo is. Ik heb de afgelopen vier jaar niet ervaren dat de rekenscores hierdoor significant verbeterd zijn.

ICT is een prachtmiddel om in te zetten bij rekenles, je kunt er geweldig mee differentiëren, leerlingen kunnen bergen sommen oefenen. Maar laten we a.u.b. wel de docent aan het stuur houden en (mede) laten bepalen wat de leerling moet oefenen, welke uitleg hij nog kan en gaat krijgen van jou en wat hij of zij kan doen om een ‘level up’ te komen.

Ik moet uit mijn luie ‘coach’ stoel komen en volgens mij weer ‘gewoon’ goed rekenles gaan geven. Met uitleg, met begeleid oefenen, met directe en persoonlijke feedback, met complimenten en bemoedigende woorden. Wie volgt?

De Onderwijsdagen 2015

Ook ondergetekende is één van de gelukkige 12 Edubloggers die De Onderwijsdagen van 2015 mocht bezoeken. Voor mij een eerste keer, en dat was een hele fijne en positieve ervaring.

Toch ook wel spannend om naar een onderwijsevenement te gaan waar je weinig mensen kent. Het gezellige #edubloggers diner op de maandag helpt dan wel een handje mee om toch wat bekende gezichten terug te zien op zo’n dag.

Over de opening key-notes is al een en ander beschreven door mijn mede bloggers.
Ik wil één plaatje van Danny Mekić er toch even uit lichten:

 

fabriekcommunity

Dit plaatje kwam met de vraag wat we nu zijn en wat we nu willen of zouden moeten zijn.
Met de huidige communicatiemiddelen, waarbij mijn dochter een werkstuk samen maakt in google documenten terwijl ze skypend het gesprek er over voert met klasgenoten, is het duidelijk dat de community periode al is aangebroken bij leerlingen.
Maar hoe zit dat bij docenten? Ook daar zie ik gelukkig veel initiatieven, zoals de #Mathstlp twitter sessies; de facebook groepen Leraar Wiskunde en Wiskundelessen; de ‘markplaatsen’ van tools als Lesson-up , Kahoot & Socrative om maar wat voorbeelden te noemen. De vereiste stap die docenten moeten maken hierin is vaak : je begeven op de social media.   Ook al heb je vanuit je prive daar bedenkingen bij of geen behoefte aan; op je werkterrein gaat een wereld voor je open zodra je daar je eerste stappen zet. En geloof me: er gaat zo’n enorme boost vanuit als je zelf deel gaat nemen als community member. De stap naar lesgeven in een community  met, van en voor leerlingen wordt een makkelijkere en kleinere stap!

 

Mijn eerste sessie was de 4 in balans: Weten wat werkt in de ICT en waarom van Kennisnet.

Er werd nog maar eens benadrukt dat de balans tussen de Visie, Deskundigheid, Infrastructuur en Inhoud & toepassing ook echt een balans moet zijn. Geen enkele van deze pijlers zal in zijn eentje in staat zijn een toegevoegde waarde te bewerkstelligen.

Er viel op dat bij een onderzoek 80% van de docenten zich didactisch ict vaardig vindt. Daar schrok ik van, en met mij nog anderen. Is hier sprake van zelfoverschatting? Wanneer mag je jezelf didactisch ict vaardig noemen? Vooral de toevoeging van het didactische deel ervan is wat mij zorgen baart. Digitale didactiek is een behoorlijk indrukwekkend terrein dat volop beweegt en ontwikkelt. Mijn praktische ervaring is dat, kijkend naar verhoudingen, ik eerder 30% didactisch ict vaardige docenten ken. De positieve kant van dit  cijfer werd genoemd als het feit, dat hieruit kan blijken dat er een goede basis is om op dit vlak enorm te gaan groeien want de schroom om met ict aan de slag te gaan lijkt met 80% didactisch ict vaardige collega’s weg te zijn.

Een nieuwe blik voor mij leverde nog op dat één van de mogelijke indelingen van je onderwijs de verdeling is tussen leerlinggestuurd onderwijs en leraargestuurd onderwijs. Nou is dat op zich geen vernieuwing, maar wel de rol van ict daarin. Ict inzetten voor leerlinggestuurd onderwijs is heel wat anders dan ict inzetten op leraargestuurd onderwijs. Je moet je altijd al afvragen wat de toegevoegde waarde is van de ict die je op enig moment in zet, maar je moet je ook goed realiseren dat er andere randvoorwaarden zijn waar de ict aan moet voldoen. Die is namelijk verschillend.

Een mooie afsluiting van deze sessie was de volgende vraag je jezelf steeds kunt stellen:

“Met de inzet bij deze ict verwacht ik bij mijn leerling de opbrengst …….”

 

Mijn  volgende bijeenkomsten waren panelgesprekken van Doorbraak ICT en Onderwijs.

De eerste uit de serie is die van het Curriculum Bewustzijn. Deze had voor mij een sterke link naar de laatste uit de serie , namelijk Leermiddelen & Leeromgevingen.

Vanuit de behoefte aan gepersonaliseerd leren en differentiëren is er sterk de behoefte bij docenten om leermateriaal uit verschillende bronnen te kunnen samenvoegen en arrangeren. Daar zitten een aantal hele belangrijke randvoorwaarden aan (o.a.) :

  • curriculum bewustzijn
  • flexibel inzetbare leermiddelen
  • een flexibel en device onafhankelijk platform om te arrangeren
  • een goed leerling volgsysteem (dashboard)

Het curriculum bewustzijn is voor de docent van belang: ken de leer- en kerndoelen van je vak! En hoeveel van ons zijn de afgelopen jaren niet een methodeslaaf geworden: de jaarplanner vullen vanuit het aantal bladzijden of paragrafen  uit je methode. Proppen, trekken en duwen om het er allemaal in te krijgen. Ik moet toegeven dat ik, zeker als beginnend docent, die methode wel heel prettig en handig vond. Het ontsloeg me op dat moment om ook daar nog eens over na te moeten denken.
Eén opmerking van een aanwezige docent is goed blijven hangen: “pak je methode en kijk eerst wat je er allemaal uit kunt schrappen”. Moet je eens kijken welke ruimte er over blijft!

Wil je als docent, vanuit het curriculum, vervangend (digitaal) materiaal vinden (of zelf ontwerpen) dan zijn huidige methoden daar niet op toegespitst. Leer- en les materiaal is gekoppeld aan paragrafen en hoofdstukken. Vanuit je curriculum ben je echter vanuit je leerdoelen aan het werk, en zou je feitelijk materiaal willen vinden op basis van je leerdoelen. Dat betekent dat aan leer- en lesmateriaal meta data moet worden toegevoegd. Binnen wikiwijs maken en klascement.net zie je dat al gebeuren. Ook het materiaal van VO Content met de flexibel inzetbare stercollecties is een mooie opstap hiertoe.  Een complexiteit die LessonUp ook heeft ervaren in gesprekken met docenten is de relatie tussen leerdoelen en leerobjecten. Dat is geen 1:1 relatie maar een veel:veel relatie.

Er is gesproken over een blendspace of spotify model waarin je als docent alleen datgene kunt pakken wat jij op dat moment als toegevoegde waarde beschouwt. Bij het tellen van de vingers welke docenten daar voorstander van zouden zijn, kwamen twee handen tekort. Ofwel: hier ligt een uitdaging voor de traditionele uitgevers.

Komt er ooit één ultieme leeromgeving waarin alle docenten worden voorzien in hun wensen en behoeften? Waarschijnlijk niet, daarvoor lopen de wensen en eisen te veel uitéén.  En ook die diversiteit is goed: juist door te blijven experimenteren blijft er beweging in de onderwijsontwikkeling. De beperkingen en starheid van een leeromgeving kan uiteindelijk ook de onderwijsontwikkeling tot een stilstand brengen.  Flexibiliteit is een belangrijk criteria bij de keuze voor de leeromgeving; het liefst uitgever en platform onafhankelijk zodat je makkelijk kunt switchen.

Als scholen op termijn meer vanuit de leervragen en leerbehoeften gaan nadenken , met een sterk ontwikkeld curriculum bewustzijn, en wanneer docenten vaardiger worden in het bepalen wat en hoe ze dat willen bereiken kun je veel bereiken op dit gebied. Maar dan moet je wel los komen van huidige (veel jaren) bindende contracten of afschrijvingen van methode zoals die er nu zijn.

 

Persoonlijke reflectie

Mijn persoonlijke thema waar ik in mijn lessen mee bezig ben is differentiëren. Bij de aanpak van Hele taak eerst is het curriculum bewustzijn ook van groot belang. Fijn om op zo’n dag te zien dat dat bewustzijn voor veel meer van belang is. Waar ik al kritisch was naar de methode toe, ga ik nu nog scherper kijken naar: wat kan er weg. Ik laat me inspireren in de communities waar ik al lid van ben om nieuw materiaal te vinden en geschikt te maken voor mijn lessen en andersom deel ik mijn lessen en materiaal met anderen (want immers: delen = vermenigvuldigen). Ik blijf experimenteren met LessonUp, Listr, N@tschool, Stercollecties etc.

Kortom: ik merk dat de dingen die ik nu toekomstbestendig zijn. Dat sterkt mij en stimuleert mij nog meer om daar mee door te gaan en daarmee ook anderen te inspireren (of toch in ieder geval pogingen te doen daartoe). Ik mag wat kritischer worden op de methode en wil me meer bewust worden van de kern-en leerdoelen van de verschillende niveaus die ik les geef.

 

Willem , Surf & Kennisnet en iedereen met wie ik gesproken heb : dank voor een leerzame  en inspirerende  dag! Tot volgend jaar.