Orde houden, in het voortgezet onderwijs – boekbespreking

Is er dan geen orde in mijn klas, dat ik toch dit boekje van René Kneyber ben gaan lezen? Nee, dat niet (wanorde is ook een vorm van orde 😉  ), maar met de verandering van school die aanstaande is, besef ik me dat ik ergens weer opnieuw moet beginnen met iets op te bouwen. Ook qua hoe leerlingen tegen je aankijken. Er is geen vriendje of zus in een hogere klas die vooraf vertelt hoe jij bent en hoe je lessen gaan. Hoe positief leerlingen op mijn oude school ook zijn, op mijn nieuwe school (het Fioretti college in Hillegom) zal ik weer onderaan moeten beginnen. Daar komt dan bij dat het Fioretti een vmbo school is en ik voor het eerst ook te maken ga krijgen met basis en kader vmbo.

De inhoudsopgave stelt me gerust: de woorden ‘straffen’, ‘belonen’ en ‘sancties’ staan er niet in.

Wel:

  1. Het probleem in beeld
  2. Orde en ordening
  3. Voorkomen van problemen
  4. Reageren op probleem
  5. De eerste weken van het schooljaar

Probleem in beeld
Hoofdstuk één sluit mooi aan bij het boek Tienerbrein (Jelle Jolles). Er is sprake van hersenontwikkeling bij kinderen. Dat heeft tot gevolg dat ze nog niet altijd kunnen wat wij van ze verwachten en dat het aan ons is om daar iets aan en mee te doen. De wet op Passend Onderwijs heeft daarin de docent niet echt geholpen. Je komt nu vaker dan vroeger een leerling in je klas tegen die een geclassificeerde stoornis (bijvoorbeeld autisme of odd) heeft. Kneyber schets behalve dit probleem ( wat hij noemt gedragsproblemen) nog twee andere problemen namelijk motivatieproblemen en handelingscontroleproblemen. Maar wat de aard van de onrust in de klas ook is: de bal lig bij de docent om de orde te scheppen.

Jij als docent
In hoofdstuk twee geeft Kneyber wat richting aan houding en actie die je als docent kunt (in)nemen. Zo noemt hij het zorgen voor balans in de zin van geven en nemen; waarbij ik nog wel de aanvulling wil geven dat je moet voorkomen dat er een onderhandelingscultuur ontstaat. Het geven en nemen dat genoemd wordt is veel subtieler dan het platte onderhandelen (waar ik persoonlijk het liefst uit blijf).  Voor een ervaren docent een inkopper en voor een nieuwe docent een lastige: geef iedereen een plek; zorg dat iedereen zich gezien voelt. Ik weet nog wel dat ik als startende docent de klas als één geheel zag en dat het best wel tijd gekost heeft om minder met jezelf bezig te zijn en meer met de individuen in de klas. Toch is het belangrijk, ook als beginnend docent, om je te realiseren dat dit echt een groot effect heeft.  Het derde punt in dit hoofdstuk is het winnen van autoriteit. Let wel: autoriteit neem je niet, die moet je verdienen. De tips die gegeven worden openen voor mij, met de aanstaande schoolwissel, wel de ogen. Bruikbaar dus!

Voorkomen
Het voorkomen van problemen, beslaat hoofdstuk 3, en zit vol met tips, inzichten, handvatten en valkuilen. Ik herken veel van wat ik in de praktijk ook doe en gedaan heb. Fijn om te lezen dat dat iets breeds is. Sterk in dit hoofdstuk is het VIP: visuele instructie plannen. Vergelijk het met Lego bouwplan waarin stap voor stap steeds de nieuwe stap visueel zichtbaar is. Zeker voor de vmbo leerlingen die ik ga krijgen een mooi ondersteunend model. Dat ga ik zeker gebruiken, misschien iets online opzetten om dit met wiskundecollega’s te delen.

Reageren
Hoofdstuk 4, toch zo’n 35 van de in totaal 95 bladzijden, gaan over hoe te reageren op problemen. Zeker voor een beginnende docent is het gedeelte over persoonlijke- en professionele grenzen een waardevolle. Uiteraard wordt consequent zijn genoemd, evenals het opbouwen van de strafmaat en de verhouding tussen de straf en het ongewenste gedrag. De manier om daar tegen aan te kijken in termen van duurder en goedkoper is een mij onbekende maar wel een hele duidelijke manier om het voor jezelf goed ‘in te richten’. Er wordt ingegaan op vormen van straffen met de bijbehorende voor- en nadelen. Hier legt Kneyber ook een link naar de eerder genoemde geclassificeerde stoornissen m.b.v. handelingsplannen: duidelijk is dat orde houden hiermee ook een team issue is!

Het schooljaar begint…
In het laatste hoofdstukje – de eerste weken van het schooljaar – geeft nog wat tips en houvast om met nieuwe groepen het schooljaar te starten, met name geput uit de hoofdstukken voorkomen en reageren op problemen. Zo straks als Kneyber het hier schetst doe ik dat zeker niet als ik terugkijk naar mijn afgelopen jaren. Maar misschien dat ik dit hoofdstuk  voordat ik straks echt begin, nog eens opnieuw doorlees. Ik vraag me ook af wat René hier zelf van nog doet aan het begin van het schooljaar. En zeker nu ook hij op een nieuwe school gaat starten.

Conclusie
Veel van wat Kneyber schrijft in dit boekje is, als ervaren docent, zo herkenbaar. En praktisch alles heb ik daarvan hands-on en van collega’s doorgekregen. Wat was het fijn geweest als ik hier in mijn opleiding ook al wat van had meegekregen. Al was het maar om vanuit een stukje theorie wat meer gericht uit te kunnen proberen, reflecteren of bewust op te letten bij lesbezoeken tijdens de stages.
Daarnaast kan ik me ook voorstellen dat ik, nu ik dit boekje gelezen heb, bewuster van geworden van hoe ik bezig ben met orde. Dat maakt dat ik nieuwe docenten en stagiairs ook beter kan begeleiden op dit onderdeel. Het heeft een groot onbewust deel bewust gemaakt. En daaruit valt het halen wat René Kneyber ook in het begin van het boek schrijft: ‘orde houden is te leren’.

Tienerbrein – Jelle Jolles – boek bespreking

Het heeft even geduurd, maar na steeds een stukje gelezen te hebben is het boek Tienerbrein (Jelle Jolles) dan toch helemaal gelezen.

Was het dat zo’n opgave? Ja en Nee.

Ja.
Ondanks dat het boek, met allerlei nieuwe niet dagelijkse termen, prettig te lezen is, wordt er veel gezegd wat moet landen in je eigen systeem. Dat heeft bij mij altijd wat tijd nodig. Ik probeer wat ik lees te koppelen aan wat ik al weet en hoe een en ander toepasbaar is in mijn eigen onderwijspraktijk. Daarom heb ik het boek toch regelmatig even opzij moeten leggen.

Nee.
Wat Jolles schrijft over het brein en de transfer naar het onderwijs is uitermate boeiend en sluit perfect aan bij mijn belevingswereld. Ik zie linken naar formatief lesgeven, mindset, orde houden, onderwijs mythes, differentiëren, executieve vaardigheden en gepersonaliseerd leren. Dat laatste prikkelt mij dan weer veel omdat ik komend schooljaar aan de slag ga met Kunskapsskolan, waar ook al de nodige kritische kanttekeningen bij gemaakt zijn. Aan mij om de waarschuwingen en breinfeiten te gaan verwerken in mijn lespraktijk. Boeiend.

Als eerste een link naar de blog van Jaap Boogaard, die een uitgebreide samenvatting van het boek geschreven heeft. Dat is een mooi start punt als je nog twijfelt of het boek wat voor jou is.
Rest de vraag wat ik daar nog inhoudelijk aan toe te voegen hebt. Niet heel veel ben ik bang. Wel kan ik aangeven wat ik er uit gehaald heb voor mezelf.

Wat is bij mij blijven hangen?

De tiener wil misschien wel, maar kan het eenvoudigweg nog niet. Een tiener heeft ontzettend veel ervaringen met coaching en sturing nodig om zijn executieve vaardigheden te ontwikkelen. We moeten daarbij niet wachten tot die ervaringen ontstaan, we kunnen, nee: moeten, ze juist ook creëren en van daaruit de begeleiding oppakken die ze nodig hebben.
Tieners ontwikkelen zichzelf ieder voor zich, in een ander tempo en vanuit een andere sociale omgeving. Hoe rijker die sociale omgeving is, hoe meer de tiener zichzelf kan ontwikkelen. Hoe schraler de context hoe minder de tiener zich ontwikkelt. Tieners kunnen dus ‘voor’ lopen, maar ook ‘achter’ lopen ten opzichte van leeftijdsgenoten. Maar de quote die regelmatig in het boek terug komt hierover is:

“Een traag groeiende boom kan uiteindelijk de hoogste worden”

Aan ons in het onderwijs dus de taak om die rijke context te creëren en leerlingen te helpen hun executieve vaardigheden te ontwikkelen.

De rol die feedback hierbij speelt is enorm groot. Feedback is vanuit het formatieve lesgeven ook een belangrijke pijler. Echter de feedback vanuit Tienerbrein richt zich niet zo zeer op het vakinhoudelijke maar op het ontwikkelen van de nodige breinvaardigheden. Feedback in een bredere context dus. We moeten naar de leerling kijken als een geheel van cognitieve-, psychologische-, sociodemografische- en biologische en breinfactoren. Ons vak wordt er niet makkelijker op. Wel interessanter als je het mij vraagt.

Met betrekking tot het gepersonaliseerde leren en het zijn van een regisseur van het eigen leerproces is Jolles helder: Dat kan eenvoudigweg niet. De regie ligt bij de  leraren en de school. Een tiener is nog niet in staat om ‘morgen’ van ‘over een week’  te onderscheiden en consequenties (op termijn) van keuzes te overzien.
Zegt Jolles daarmee een halt aan gepersonaliseerd leren? Volgens mij niet. Als we namelijk wachten tot een tiener dit wel kan dan is deze wettelijk al volwassen. Dat is te laat.  We moeten met deze wetenschap juist die ervaringsmogelijkheden bieden om de executieve vaardigheden bij deze tieners te helpen ontwikkelen. Maar niet vanuit regie van de leerling, maar van de docent.  Dat klinkt alsof dit haaks staak op gepersonaliseerd leren, maar dat is het volgens mij niet.

“De tiener is werk in uitvoering”

Iedere tiener zit in een andere fase van ontwikkeling. Dat maakt dat een one size fit’s all werkwijze in het onderwijs niet goed is. In ieder geval niet aansluit bij de individuele behoefte. Wat we wel kunnen doen is leerroutes en alternatieven bieden waar de leerling keuzes in kan maken. We kunnen leerlingen helpen nadenken. Vooraf, tijdens en na die gemaakte keuzes door de juiste (metacognitieve) reflectie vragen te stellen. Ik hoop dat met Kunskapsskolan ook te kunnen bieden komend jaar: behalve instructie geven ook veel gesprekken op leerling niveau.

De moeite waard?

Zeker weten. Het geeft veel inzicht in hoe het brein van de tiener zich ontwikkeld. Maar meer dan dat het geeft richting aan het handelen in de klas. Verwacht geen oplossingen of veel veel praktische handvatten, maar vooral inzichten en inspiratie. Zeker scholen / docenten die werk willen maken van het meer ondersteunen en ontwikkelen van de executieve vaardigheden van de tiener zullen hier zeker wat aan hebben

Verder lezen / kijken:

Een mooie Ted-talk van Jolles die het totale plaatje mooi samenvat:

In juni heeft de Vereniging van Meesterschappers een masterclass met Jelle Jolles georganiseerd, waar ik ook bij aanwezig was. Mijn ‘samenvatting’ in twitter berichten is te lezen in de storify die ik daarvan gemaakt heb.

Op Komenskypost is ook in twee delen een boekrecensie geplaatst.

Natuurlijk ook de websites van Jelle Jolles zelf:

www.jellejolles.nl
www.hersenenenleren.nl
www.tienerbrein.nl

 

 

De neus voor kwaliteit

Deze week de daad bij het woord gevoegd en de inspiratie uit de peerfeedback workshop van Rob toegepast in mijn brugklas.

neus

De achterliggende reden is om een standaard met elkaar te vinden waar goed wiskunde werk aan moet voldoen. Als we die hebben, dan wordt het geven van feedback aan elkaar ook weer een stukje beter. We stellen op deze manier namelijk een aantal kwaliteitscriteria vast.

Met de Smart Notebook software kun je vanuit de 16.2 versie (bèta release) ook prima brainstormen met mobieltjes van de leerlingen.

Dat leverde veel bruikbare en ook minder bruikbare informatie op, die we gezamenlijk hebben doorgesproken.Wat over is gebleven is het volgende:

kwaliteit

Hier ga ik nog een mooie poster van maken. Dat is niet mijn sterkste punt (iets visueel aantrekkelijk maken) en misschien laat ik het wel een paar leerlingen doen die dit goed kunnen en leuk vinden. Het doel is om deze op te hangen (A3 formaat) in de lokalen waar ik les geef (omdat ik geen vast lokaal heb).

De vervolg stap wordt om over een aantal weken, misschien nog net voor de kerst, ook eens een aantal schriften van leerlingen te gaan onderzoeken. Ik maak dan scans van een stuk of vijf verschillende kwaliteiten en laat leerlingen die in groepjes op volgorde van lage kwaliteit naar hoge kwaliteit leggen. Daarbij moeten ze toe lichten wat steeds het verschil maakt. Op basis wat we dan constateren gaan de de poster aanvullen/verbeteren/aanscherpen. Wellicht kan dit een mooie groei poster worden die de klas meenemen straks naar klas 2 en klas 3.

Misschien dat we op deze manier ook een poster kunnen maken voor probleem analyse en aanpak in het kader van de wiskundige denkactiviteiten.

 

 

Peerfeedback toepassen in de klas

Een tijdje terug kwam ik onderstaande ergens tegen. Ik weet niet eens meer waar precies, maar ik wist wel gelijk dat ik er bij wilde zijn.

peerfeedback_poster

En gelukkig vond Jeroen Meisner (onderwijspionier en organisator) dit goed, ondanks het feit dat ik geen werkrelatie heb met het Mediacollege in Amsterdam. Ook toen ik aangaf mijn twee mede pioniers die (net als ik) dit jaar aan één klas geen cijfers geven, mee wou nemen was dat geen probleem. Heel tof en nogmaals heel erg bedankt Jeroen!

Rob is niet een hele onbekende. Ondanks dat we elkaar lijfelijk denk ik nog maar één keer eerder ontmoet hebben, volg ik Rob al langer via twitter @RPvanbakel en als bijdrager aan de facebook groep Actief leren zonder cijfers.

Rob heeft het me makkelijk gemaakt om een blog te schrijven over de bijeenkomst: hij heeft namelijk op zijn eigen blog de presentatie en relevante links naar verdere informatie gezet. Many thanks.

Bij het toepassen van peerfeedback kun je het beste de nadruk leggen op het proces van het geven van feedback. Daar is de meeste leerwinst mee te behalen. Verhelijk het met leerlingen aan elkaar laten uitgeven: ze moeten boven de stof staan.  Daarover nadenkend, durf ik zelfs te stellen dat bij het geven van feedback zelfs een hoger niveau is te bereiken. Niet alleen moet je de stof beheersen (kennis en/of vaardigheid) maar als je wilt toewerken naar het dichten van de kloof tussen de huidige prestatie en de gewenste prestatie praat je feitelijk al over feedforward. Je moet dus kunnen analyseren wat de huidige situatie feitelijk is, maar ook wat daar in ontbreekt vanuit de gewenste situatie en, nog een stap verder, richting kunnen  geven om heel gericht ook een stap naar de gewenste situatie toe te zetten.

In één van de slides kwamen onderdelen van goede feedback aan bod. Eén van die onderdelen is om feedback niet te specifiek te geven. Het risico bestaat dat het een afvinklijstje wordt, en het groter geheel niet meer zichtbaar is. Dat zie je vaak ook terug bij rubrics te te veel gericht zijn op hele specifieke punten (zie dia 17 op de blog van Rob voor een mooi plaatje hierbij). In de auto terug naar school hadden we het hier over. Ik gebruik in mijn 2e en 3e klas nu een single point rubric. Bijvoorbeeld deze over de stelling van Pythagoras in klas 2 vwo:

stellingDeze bevat de kern van het hoofdstuk. Teruggebracht in feitelijk drie wiskundige doelen, één doel om dit toe te passen in context en nog een aanvullend notatie doel, omdat dat vaak mis gaat.  Hierin staan dus niet de criteria waar de leerling succes aan kan afmeten.  Je zou kunnen zeggen dat een leerling dus geen idee heeft hoe het er uit ziet als hij de lengte van een lijnstuk in een ruimtefiguur moet kunnen uitrekenen. Dat klopt ook. Het mooie is dat hierdoor een gesprek ontstaat tussen leerling en docent en tussen leerlingen onderling. Leerlingen worden geactiveerd om op zoek te gaan naar wat goed is, wat volledig is, wat verwacht wordt.  Onderliggend hieraan ligt het ontwikkelen van een neus voor kwaliteit / kwaliteitsbegrip, zoals Rob dat noemt.  Omdat mijn 2e en 3e klassen al veel meer weten waar wiskunde werk en wiskundige denken aan moet voldoen, denk ik dat deze vorm van een rubric ook kan. Het kan ook als je in een eerdere fase wel details hebt gegeven, en deze later terug komen. Maar dan moet je ze niet specifiek maar meer in algemene zin, zodanig dat de leerling weer weet: Oh ja dat was … en … .

In mijn brugklas ben ik dus wel specifiek en probeer ik ook de criteria van de verschillende niveaus bij leerdoelen te formuleren:

rubric1ph3

Bij deze leerlingen, die nog moeten wennen hoe je bij wiskunde werkt en leert, vinden de leerlingen en ikzelf het nog prettig om met een uitgebreidere beschrijving te werken.  Dit geeft ons veel meer houvast.   Er zo over nadenkend (al weer een mooie opbrengst van vandaag) denk ik dat ik die single point rubric er in de hogere klassen voorlopig ga inhouden, Het was een proef om te zien of en hoe ze werken. Met de inzichten van vandaag zie ik dat ik hiermee het kwaliteitsbesef (de neus, dia 18 bij Rob) mee kan ontwikkelen bij mijn leerlingen.

De tweede grote opbrengst voor mij is het geven van een feedback model aan mijn leerlingen. In de brugklas ben ik vooral nog bezig geweest met het van elkaar laten nakijken, het geven van tips en tops, het ‘beoordelen’ van kwaliteit van werk aan de hand van de rubric en het laten werken aan zelfgekozen leerdoelen. Wat ik daarmee niet doe is het ontwikkelen van de kwaliteit van feedback en het onder woorden laten brengen van feedback. Wat dus juist voor de feedback gever van groot belang is.

Rob liet een formulier zien met daarin de naam van de feedbackgever (dus niet anoniem), het oordeel, een suggestie en een verklaring / onderbouwing (het liefst met een bron erbij).  Op deze manier moet de feedbackgever meer denkwerk verrichten en ontstijgt de feedback een oppervlakkig analyse. Bovendien wordt de feedback (deels ook feedforward) voor de ontvanger bruikbaarder.

We komen er tijdens de gesprekken met elkaar op deze bijeenkomst ook achter dat het ontwikkelen van die neus, en het ontwikkelen van goede feedbackvaardigheden bij leerlingen iets is dat je moet opbouwen in de loop van de jaren.  Een mooi thema wellicht om een nieuwe LOF aanvraag voor te doen: het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn feedbackgeven. Als er scholen docenten zijn die hier aan werken of willen werken, dan komen we graag met je in contact!

Jeroen en Rob, mede namens mijn collega’s Bianca en Jens, heel erg bedankt voor feit dat we mochten aanschuiven, de goede lunch, de mooie nieuwe contacten en de fijne opbrengsten die we weer kunnen meenemen naar onze lessen en onze leerlingen!

 

Bijeenkomst “Organiseren van feedback”

Deze week heb ik  mijn eerste Crowd activiteit georganiseerd. Stiekem vond ik dat toch best een beetje spannend. De opkomst vanuit de Crowd was goed, de opkomst vanuit collega docenten was iets minder dan ik op had gehoopt.

Vanuit ons cijferloos lesgeven lopen we tegen het onderwerp ‘feedback geven’ aan. In de praktijk worstelen we met hoe we dat feedback geven en feedback verwerken goed kunnen vormgeven in onze lessen. Dat worstelen is goed kwam ik achter in de TED talk van  Daniel Finkel, die ik gisteren toevallig zag:

Mijn oorspronkelijk idee was om samen feedback materiaal te gaan ontwikkelen en uit te wisselen welke werkvormen collega’s gebruiken om dat feedback proces in de klas op gang te brengen en houden. Doordat ik mijn voorbereiding van het laatste moment liet afhangen, was ik nog maar bij twee slides toen de eerste Crowdie binnen kwam. Ik heb toen mijn plan maar losgelaten, want wat kan er nou eigenlijk misgaan als je met acht andere bevlogen collega’s samen komt om aan professionalisering te werken? Helemaal niets en dat bleek ook achteraf wel.

De enige slide die we gebruikt hebben was de vertaling die Bas Trimbos heeft gemaakt van het origineel van Dylan Wiliam :

feedbackschemaWe zijn in een levendige uitwisseling alle vakjes langsgelopen en hebben onze persoonlijke ervaringen uitgewisseld, bevraagd en doorgevraagd. Verschillende ondersteunende middelen kwam aan bod, zowel digitaal als niet-digitaal.

Als je naar het schema hierboven kijkt, dan herken je:

  • in kolom 1: Feed-up (wat zijn de doelen);
  • in kolom 2: Feedback (waar sta je nu) ;
  • in kolom 3: Feedforward (hoe kom je een stap verder).

Feedup

We kwamen er in het gesprek achter dat kolom 1 randvoorwaardelijk is voor de kolommen erna.  Ofwel: de kern is het helder in kaart brengen van de doelen en duidelijk maken dat leerlingen weten hoe succes in dat doel er uit ziet. Als je dat niet hebt, waar geef je dan feedback op en hoe moet je feedforward geven als je het doel niet weet?

Die leerdoelen in kaart brengen en delen met leerlingen kun je doen met bijvoorbeeld:

  • Single point rubric; heeft als nadeel dat je niet concreet verschillende stadia van beheersing/kennis kunt aangeven; voordeel is dat deze rubric heel overzichtelijk is.
  • Rubrics met een niveau indeling; vaak worden er drie kolommen gebruikt  met “ik kan het nog niet”, “ik kan het bijna” , “ik kan het” achtige benamingen (het kunnen hierin, is gerelateerd aan vaardigheden). Nadeel is dat leerling te gericht op de rubric zijn en de bredere context en studie missen.
  • Leerdoelen in een planner, opdracht, werkstuk e.d. opnemen;
  • Voorbeelden geven van resultaten van andere leerlingen, van verschillende kwaliteit; daarbij is het heel leerzaam voor ze als zij die voorbeelden in volgorde van kwaliteit moeten zetten en dat beargumenteren naar anderen. Nadeel is dat hier wat meer de focus op de kwaliteit ligt en misschien de onderliggende leerdoelen wat verstopt zitten.

Rubrics maken en delen met leerlingen kan eenvoudig door een spreadsheetachtig programma te gebruiken en die in een digitale leeromgeving met je klas te delen. Het eigen overzicht voor de docent is dan wat minder. Er zijn ook digitale mogelijkheden zoals bijvoorbeeld ForAllRubrics waar ikzelf en Sacha nu ook mee aan het uitproberen zijn. Let wel op hoeveel doelen je stelt. Te veel maakt het onoverzichtelijk en te weinig leerdoelen hebben de neiging om te globaal te worden waardoor ze wellicht wat minder toepasbaar zijn op je lesstof.

Feedback

Als de doelen bekend zijn en leerlingen gaan aan het werk, dan komt kolom 2 in beeld: Waar is de leerling nu?
Formatief lesgeven betekent niet dat je niets meer toetst. Misschien toets je wel vaker dan voorheen, maar op hele andere manieren en op andere momenten. Waar het om gaat is dat je momenten creëert waarin jij als docent, de leerlingen van elkaar, of de leerling van zichzelf de balans kunt opmaken hoe ver de leerling is in het behalen van de leerdoelen.  Manieren om dat te doen zijn legio.

Wat voorbeelden:

  •  Met korte snelle quiz programma’s als Plickers, Kahoot, Socrative, Quiziz, Quizalize, Quizlet live of met het gebruik van wisbordjes, waarbij je per leerling en per vraag snel kunt zien wat er helder is en wat nog niet. Vaak gebruik je deze om als docent in de klas een vervolg te bepalen voor de lesinhoud direct aansluitend;
  • Met programma’s als Nearpod, The AnswerPad, Edpuzzle, Showme en GoFormative, waarbij je iets verder kunt gaan dan een snelle quiz. Bij deze programma’s kun je leerlingen voorzien van feedback op vragen. De resultaten van leerlingen zijn blijvend vastgelegd en kunnen ook verbeterd worden door leerlingen op dat moment of later. De feedback hier is gericht op het individu en bepaalt niet zo zeer het directe vervolg van je les. Dat kan overigens wel met deze tools, ze hebben allemaal de mogelijkheid om ook een quick question te stellen.
  • Met opdrachten, toetsvragen en controle van begrip vragen op papier. Met een uitwerkingenmodel kun je hier niet alleen eigen werk laten nakijken maar ook peerreview toepassen door leerlingen van elkaar te laten nakijken. En elkaar feedback te geven op het gemaakt werk.
  • Met een exit ticket per les waarin je vragen stelt als: Wat heb je geleerd deze les?  Heb je allen begrepen? Zo niet: welke hulp heb je nog nodig?
  • Peerscholar is een digitale omgeving die al wat verder gaat en ook de feedback ontvanger terugkoppeling laat geven over de toepasbaarheid/kwaliteit van de ontvangen feedback.

Feedforward

Over het feedforward deel hebben we veel minder tijd meer gehad. We zagen wel sterk dat hier het bijdrage van de docent bij ons allemaal nog het meest gebruikt wordt.  Dat zie je ook in het schema. In feite is het de docent die de feedforward geeft, en de leerlingen elkaar die als informatiebron gebruiken. De uitdaging die ik in ieder geval voel is dat ik het eigenaarschap bij de leerling wil laten hier, maar tegelijkertijd is het de leerling die een soort wacht op mij om de feedforward te ontvangen. Sacha van Looveren heeft daar al over nagedacht bij het opstellen van haar lesplan. Ze heeft daarin, zoals je hieronder kunt zien, in de leerroute een aantal vertakkingen gemaakt op basis controle vragen. Het resultaat van de controle vraag bepaalt het vervolg van de route. Het liefst heb je hier volledig arrangeerbare (en bij voorkeur adaptieve) software voor.

symbaloo-lesplan

 

Kwaliteit van feedback

Onderzoek geeft aan dat peerreview en peerfeedback krachtige instrumenten zijn om het leren te bevorderen. Met name voor de feedbackgever. Een vraag die we niet uitgediept hebben, maar die wel benoemd is, is hoe je de kwaliteit van de feedback die leerlingen elkaar geven kunt verhogen. Goede feedback kunnen geven is niet iets wat je zomaar doet of kunt. Ook daar zul je leerlingen in moeten trainen. Er is echter nog nauwelijks lesmateriaal voorhanden om leerlingen te leren feedback te geven. Wat peerscholar hier in doet is al een stuk reflectie, maar nog steeds is trainen op het proces van feedback noodzakelijk. Misschien iets voor een vervolgsessie?

The after party

Wat doet zo’n bijeenkomst met de aanwezigen? Hier zo maar een paar terugblikken op twitter:

tweet1 tweet2 tweet3 tweet4 tweet5 tweet6 tweet7

Leeropbrengst Frans Droog : https://fdroog.wordpress.com/2016/10/30/leren-voeden-via-feedup-feedback-feedforward/

Blog van Rhea Flohr: http://rheaflohr.weebly.com/blog/the-crowd-organiseren-van-feedback

 

Voor mezelf: ik heb het schrijven van een blog nodig om alle indrukken te verwerken. Mijn volgende stap is dat ik met name wil gaan kijken naar het maken van een start met peerfeedback. Mijn leerdoelen krijg ik met mijn rubrics voldoende in kaart om u meer aandacht aan de feedback tussen leerlingen te gaan bevorderen.  Ik ben dan ook erg blij dat we bij Rob van Bakel mogen aanschuiven over een paar weken als hij een workshop peerfeedback gaat geven. We gaan wisbordjes bestellen, want collega Kirsten en ikzelf hebben ook te maken met klassen waarin de tablet/laptop niet altijd beschikbaar is. En vooral gaan we met collega’s delen wat vandaag allemaal is langsgekomen.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.

 

PS: uiteraard is ook deze aanbod geweest, hij blijft prachtig.

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Zaterdag 22 oktober 2016: EdcampBE3

Voor mijn derde Edcamp, na Zoetermeer in 2015 en Texel in maart van dit jaar, ging de reis naar het Belgische Sint Niklaas. Bijna een thuiswedstrijd vanuit mijn geboorte plaats Hulst.

We waren te gast bij Broederschool Humaniora.  Samen met Frans droog hebben we Nederland vertegenwoordigt op dit (daarmee) internationale onderwijsfeest.  Want feest dat is is het als je met gedreven en passievolle docent collega’s ideeën en ervaringen kunt uitwisselen. Dat was deze keer niet anders.  Fijn was het om gelijkgestemden uit de facebookgroep Actief leren zonder cijfers hier tegen te komen.

Esbjörn heeft ons fijn door de dag heen geloodst en er voor gezorgd dat alles in goede banen liep.

sessieskiezen

De 17 sessie ideeën zijn in gezamenlijkheid terug gebracht naar 12. Zie 12 sessie zijn ingedeeld naar onderstaande planning waarbij we steeds moesten  kiezen uit twee gelijktijdige sessies. Dat zijn niet altijd makkelijke keuzes, maar gelukkig heb ik bij geen van mijn keuzes spijt gehad.

Het programma:

dagplanning

De eerste ronde stond in het teken van differentiëren. Waar mijn bijdrage de focus had op de getalenteerde leerlingen, ging Lucas meer de breedte in om te laten zien hoe je al makkelijk en snel kunt differentiëren in je lessen.

De tweede ronde was een keuze tussen het verhaal van Karen over Formatieve evaluatie en het toepassen van Plickers in je lessen. Zeker als de ICT voorzieningen in je klas beperkt zijn kun je met Plickers toch handig quizen met je klas (om voorkennis te testen, controle van begrip vragen te stellen  e.d.).  Gezien mijn huidige passie voor formatief werken is dit geen lastige keuze, maar op de geluiden van de aanwezigen bij de Plickers-sessie heeft ook Plickers een goede ontwikkeling doorgemaakt. Een aanrader dus. Het verhaal van Karen geeft veel herkenning.  Bottomline is dat veel en gerichte feedback leerlingen verder helpt in hun leren. Het geven van cijfers daarbij doet daar wat afbreuk aan,  want zodra het cijfer bekend is, stopt het leren. Leerlingen moeten bij Karen veelvuldig reflecteren op het proces. Onderdeel van die reflectie is altijd of de leerling nog hulp nodig heeft en zo ja, welke hulp? Een sterke toevoeging die ik zelf nog niet had opgenomen in mijn reflectiedocumenten.  Els geeft in deze bijeenkomst aan, dat op haar school (die werkt met brede evaluatie) leerlingen in de periode tot november helemaal geen cijfers krijgen. De focus in de start van het jaar is op het leren kennen van de leerling. Leerlingen krijgen op die school ook een coach (1 coach heeft 10 leerlingen) die de leerling helpt met de studie en studievaardigheden. Wauw, over het centraal stellen van je leerling gesproken!

In de derde ronde kunnen we kiezen tussen het gebruik van Trello in het onderwijs (leerlingen en docenten) of kun je je laten overtuigen door Frans Droog over het invoeren van een Genius hour op je school. Aangezien ik een dagelijkse gebruiker van Trello ben (zij het nog niet in mijn lessen) luister ik graag naar Frans,  en hij heeft me bijna overtuigd. De kern die ik eruit haal is dat je autonomie geeft aan een leerling om iets te doen waar die leerling interesse in heeft. Er zijn kaders, waaronder het feit dat het moet passen in het vakgebied van de docent en er moet een presentatie volgen. De wijze waarop is geheel aan de leerling. De beoordeling van het eindproduct doen leerlingen op elkaars presentatie. Je kunt er nog meer over lezen op een blog van Frans over zijn Genius Hour.

De middaglunch was geen reden om het niet meer over onderwijs te hebben. In tegendeel, de gesprekken liepen vanuit de sessie naadloos over naar de uitstekende maaltijd. Heerlijke broodjes (eindelijk weer eens een echte martino!) en een door de vrouw van een aanwezige docent zelfgemaakte soep. In België weten ze wat lekker eten is!

Al te snel moesten de gesprekken afgebroken worden voor het middag gedeelte.

De vierde ronde was een keuze tussen eTwinning & CLIL en het werken met contractwerk voor rekenen. Als wiskundedocent heb ik voor die laatste gekozen. In  eTwinning heb ik me al eens verdiept. Een prachtig platform om internationaal met andere scholen projectmatig te werken. Iets wat nog wel op mijn wensenlijstje staat maar nu even geen prioriteit heeft.  Bij het laten zien van het contractwerk rekenen koos Liesbeth voor de praktische kant: niet veel uitleggen, maar ons aan het werk zetten om aan de slag te gaan met het contractwerk. Ze liet ons ervaren hoe dat werkt. Super gekozen deze manier. Het contractwerk lijkt op een een soort weektaak formulier met ook reflectie onderdelen. Ondanks dat het contractwerk in de basis een standaard planning is voor de klas, differentieert ze wel door de te maken oefenstof op leerling niveau aan te passen op het contract werk van die leerling: gepersonaliseerd leren!

rekencontract

In de reflectieonderdelen werkt ze met smileys, heb je het alleen gedaan of samen, ging het goed of niet goed.In de les moeten leerlingen hun naam op het bord schrijven. Als ze na het nakijken nauwelijks fouten hebben, schrijven ze hun naam onder het woord Nakijken; hebben ze nog een vraag dan schrijft de leerling zijn/haar naam op in de kolom Vraag, het liefst met het onderwerp erbij.  Liesbeth helpt leerlingen in volgorde van de namenlijst en het liefst een aantal tegelijk over hetzelfde onderwerp. Op deze manier ontstaat er geen rij kinderen voor haar bureau; zowel zij als de klas weet waar ze aan toe zijn. Terecht wordt opgemerkt dat de veiligheid in de klas in orde moet zijn: wil een leerling zijn naam onder Vraag schrijven, wil je niet dat dat een drempel is voor die leerling.  Ik zie aanknopingspunten om nog eens goed te kijken naar onze (semi) digitale weekplanner.

Al weer de vijfde ronde dient zich aan. Wordt het brainstormen over onderwijsontwikkeling of kennismaken met de tool LoQuiz, waarbij je op basis van je gps positie een vraag krijgt op je device? Een lastige keuze. Ik heb lopen dubben en heb uiteindelijk voor de onderwijsontwikkeling gekozen. Met name omdat ik benieuwd ben naar waar docenten in België mee bezig zijn en waar zij tegenaan lopen. LoQuiz heb ik laten gaan, daar ga ik mezelf nog wel eens in verdiepen. Let wel op dat als je je inschrijft op de website bij LoQuiz, je daarna een mail stuurt naar de makers. Grote kans dat als je aangeeft in het onderwijs te werken, het gebruik ervan gratis is!
Met betrekking tot de onderwijsontwikkeling merk ik zelfde thema’s in vergelijking met Nederland:  formatief werken, wel of geen blokuren voor vakken, wel of geen graatklassen, wel of geen niveau groepen. Onderwijsvernieuwing is in België nog vaak een top down oefening. Bij ons niet anders, maar de laatste jaren is de roep op autonomie voor docenten groter geworden en zijn er verschillende initiatieven (Leraren Ontwikkel Fonds &  Stichting Leerkracht om er maar eens twee te noemen) om het zeggenschap weer terug bij de docent te leggen. Iets waar de aanwezige Belgische docenten ook behoefte aan hebben. Bram Faems verwees nog naar het boek Pei(ijlen) naar succesvol schoolbeleid van Peter van Petegem als leestip. Momenteel is het boek niet verkrijgbaar (enkel als onderdeel bij een training) maar als het goed is komt er in 2017 een nieuwe editie uit.

 

De dag loopt ten einde, de hoofden lopen vol en over van inspiratie, indrukken en talloze lesideeën. We zetten ons schrap voor de laatste ronde. Petra is heel trots op haar succesvolle aanpak om leerdoelen te realiseren, en de andere sessie gaat over het samen veranderingen realiseren met je school en je klas.  Het realiseren van leerdoelen sluit voor mij mooi aan bij mijn formatief lesgeven en kies ik ervoor om te zien hoe Petra dat voor elkaar heeft gekregen.

Onder het genot van een heerlijke mattentaart (dank je wel Els!) luisteren we naar het verhaal van Petra dat ze prachtig op papier uit de doeken doet. Ik vergeet aantekeningen te maken. Wat zij doet, daar droom ik van. Wij hebben het over de stap te zetten naar formatief werken, met leerdoelen, zonder cijfers, veel feedback etc. En Petra doet dit gewoon iedere dag. Al vele jaren lang. Ze kan zich niet heugen wanneer ze een leerling een cijfer heeft gegeven. Veel van wat vandaag voorbij is gekomen, komt samen in deze afsluitende bijeenkomst. Petra werkt op de school De Witte merel. Het is zeker de moeite waard om eens op hun schoolsite te kijken.

SessiePetra

We delen het belang van het op orde krijgen van de leerdoelen. Zowel voor de leerling (als vertrekpunt en houvast), maar ook voor de docent. Het opstellen van leerdoelen vergt kritisch kijken naar wat van belang is. Een methode kan daarin een belemmerende factor zijn.  Ergens kwam er een zinsnede voorbij die is blijven hangen bij me: ze hebben op de school van Petra aandacht voor het weten, kunnen en zijn. Als ik daar even op google kom ik op de website https://guidovermeeren.nl/de-onmisbare-mix-voor-succes/  Het plaatje dat ik daar tref  is deze:

 

weten-kunnen-willen-zijn-waterkleur-v04-1024x465

Ik geloof, als ik dit plaatje zie, dat je inderdaad op deze gebieden leerlingen wilt laten groeien. Weten en Kunnen zijn in het huidige onderwijs meer dan de helft van waar we met leerlingen mee bezig zijn. Nu wil ik niet gelijk zeggen dan bovenstaande verdeling de enige juiste is, maar er mag wat mij betreft meert balans komen in het huidige onderwijs programma. Er mag zeker meer aandacht uitgaan naar het Willen en het Zijn. Ook daar horen we met leerling aandacht aan te besteden

Wat een afsluiting van een geweldige dag.  Ik ben en blijf super positief over dit soort bijeenkomsten waarin docenten van en met elkaar (willen)  leren. Ik krijg daar iedere keer weer een hele berg energie van. Dat is deze keer niet anders.

Nog voor ik thuis ben komen de voorstellen voor EdcampBe4 al voorbij: Oost-Malle, Antwerpen en Brugge worden al genoemd. Ik hoop dat dan meer collega’s uit het onderwijs hun weg weten te vinden naar Edcamp.

Er wordt nu druk gewerkt om informatie van alle sessies te verzamelen op de website en facebookpagina van Edcamp België.

Dat is top werk van Bram en Esbjörn. Dank heren voor alle inspanningen die reeds gedaan zijn en waar jullie nu nog mee bezig zijn. Puik geregeld en ik ben er de volgende keer graag weer bij.

Een aantal aanwezigen zien we op 3 november weer terug. Dan in Middelharnis voor een eerste bijeenkomst van docenten uit de facebookgroep Actief leren zonder cijfers. Hopelijk gaan we ook daar weer bruisend de deur uit.

 

 

 

Ons LOF project in de school – een verslag van onze wereldcafé bijeenkomst

Een pilot doen met een aantal collega’s en één klas is goed, leuk en leerzaam. Er komt echter een moment dat je moet gaan besluiten of en hoe je hierna verder wilt gaan. Dat moment wil je niet een week voor het einde van het schooljaar nemen. Dat ontneemt je namelijk alle tijd die je nodig hebt om goed voorbereid die volgende stap te zetten.  Daarnaast wil je met je pilot ook verbinding zoeken met collega’s in je kernteam en collega’s die ook lesgeven aan deze pilot klas.

In ons kernteam hadden we afgelopen dinsdag in een ‘wereldcafe’ – werkvom een uitwerking van een viertal thema’s die dit jaar centraal staan in ons havo/vwo team. Dat zijn:

  • formatief lesgeven zonder cijfers
  • versterken mentoraat
  • versterken talentstroom
  • vwo profilering

Wat ik in eerste instantie al sterk vind, is dat we twee thema’s hebben die niet nieuw zijn, maar waarin we vanuit wat we al doen (en wat we daarin ook goed doen) voortzetten en daar een ontwikkeling is doormaken. We kiezen daarnaast voor twee nieuwe thema’s, waarbij de vwo profilering al wat langer rond zingt, maar waar we tot nu toe nog niet de concretisering in zijn gegaan. Geheel nieuw is het formatief lesgeven zonder cijfers.

 

In ons wereld café mocht ik tafelheer zijn bij het thema formatief lesgeven zonder cijfers.

Onderstaand tafellaken is wat we in vier ronden bij elkaar hebben ‘gekrabbeld’:

wereldcafe_lof

 

Helemaal centraal staat de leerling van onze pilot klas 1P, een vwo (atheneum/gymnasium) brugklas. Daarom heen staan Bianca, Jens  en ikzelf als docenten die nu met deze klas de cijfers hebben losgelaten. Om ons heen bevinden zich de mede kernteamleden, waarvan er een aantal ook lesgeven aan deze klas, maar een groot deel ook niet. In de cirkel daarbuiten staan de overige collega’s (docenten & niet-docenten) van onze school, waarvan er ook een aantal te maken hebben met deze klas, en een  nog groter deel helemaal (nog) niet.

Om onze pilot succesvol te laten zijn hebben we de pilot opgepakt als zijnde een PLG (professionele leergemeenschap). In onze opstart hebben we nadrukkelijk genoemd dat we zo veel mogelijk aansluiting moeten zoeken en houden met belanghebbenden om ons heen. Dat zijn ouders, met wie we in november gaan bespreken hoe het rapport eruit moet gaan zien, en of er überhaupt wel een rapport nodig is. Dat zijn de leerlingen, maar die staan als vanzelf al centraal in wat bij binnen de pilot doen. Dat zijn ook onze collega’s die mede lesgeven en collega’s die in ons kernteam zitten. De collega’s in de buitenste cirkel informeren we, maar betrekken we nog niet actief.

In eerste instantie leg ik uit wat we aan het doen zijn. Ieder groep heb ik drie vragen gesteld:

  • Wat heb jij van ons nodig of wil je van ons weten?
  • Hoe zouden jullie wat wij doen kunnen versterken?
  • Hoe zou een volgende stap eruit kunnen zien als we positief zijn over uitvoering van deze pilot?

Binnen het kernteam is er veel nieuwsgierigheid, merk ik in de gesprekken die we voeren. Niet iedereen weet echter precies wat het inhoudt, formatief lesgeven, en niet iedereen is direct een medestander, er zijn ook kritische noten. Men heeft behoefte aan informatie. Niet alleen nu, maar ze willen graag op de hoogte gehouden worden.

De versterkingsvraag levert leuke tips op. Laat leerlingen bij collega docenten aangeven wat ze fijn vinden en wat typisch is wat wij anders doen. Vraag of die andere docent daar ook iets van kan oppakken. Andersom willen collega’s ook graag zelf iets uitproberen waarvan wij vinden dat dat goed gaat of wat we wat breder ‘getest’ willen zien. Er zijn collega’s die bij het horen over rubrics aangeven dat ze graag met ons dat ook voor hun vak een keer willen doen. Hier komt de afspraak uit voort dat iedere docent 1 x met een klas gaat werken met leerdoelen in de vorm van een rubric. We komen in het gesprek ook op het breder kijken in een rubrics dan alleen vakspecifieke vaardigheden en kennis. Vanuit het versterken mentoraat en vwo profilering komt ook de behoefte aan het meer in kaart brengen van belangrijk meta cognitieve (studie) vaardigheden. Kunnen die ook vanuit rubrucs bij vakken meegenomen worden en kunnen we van daaruit leerlingen in kaart brengen en ze gerichte ondersteuning geven.  Het wereld café levert nu al zijn vruchten op. Thema’s staan niet los van elkaar.

De ideeën voor volgend schooljaar zijn er ook: doorgaan met deze klas en met meer vakken en meer docenten; de nieuwe brugklas of brugklassen ook met meerdere  vakken starten. Schoolbreed of leerlaag breed met alles over is voor iedereen een te grote stap. De beslissing moet ook wel op tijd vallen vindt men, want het kost docenten tijd om zich hierop voor te bereiden.

Een vraag die bij meerdere collega’s leeft is of dit niet heel veel extra tijd kost? Zou je dit ook met een twee-uurs vak kunnen doen en dan 14 klassen tegelijk? In deze fase ben ik blij dat ik dit met één klas doe. Ik merk ook dat ik als vanzelf al veel formatiever (maar wel met cijfers) bezig ben in mijn andere klassen. Formatief lesgeven kun je namelijk met kleine stapjes opbouwen. Omdat we nu ook geen cijfers geven, zorgt mijn gevoel om controle te houden, nog voor een administratieve last. Ik weet gelukkig wel dat ik die naar beneden kan bijstellen. Zo begon ik vorig jaar met overal feedback op te geven, nu doe ik dat beperkt en alleen op de kern en veel meer gericht op wat dit kind nodig heeft.

Wat nemen we als groep nu concreet hieruit mee:

  • We gaan collega’s uit het kernteam meer betrekken door hun actief te vragen een bepaald aspect een keer anders te doen. Bijvoorbeeld door op de toets geen cijfer te zetten, de toets in de klas te bespreken en pas nabespreking het cijfer in te voeren in magister;
  • We gaan met collega’s samen rubrics opbouwen en uit testen;
  • We houden op 27 oktober, vanuit The Crowd georganiseerd, een bijeenkomst over het organiseren van feedback op onze school;
  • We gaan in november als we nadenken over de criteria waarop we het vervolg gaan beslissen de ideeën van vandaag meenemen;
  • We gaan in onze rubrics ook meta cognitieve vaardigheden opnemen in afstemming met mentoraat en vwo profilering;
  • We gaan nadenken over een manier om onze collega’s (en ouders?) geïnformeerd te houden;

Tevreden ? Jazeker.  Voor mijn gevoel zaten we op een eilandje. Nu blijkt dat veel collega’s echt nieuwsgierig zijn naar wat we doen. Ik merk dat mijn focus te beperkt was. Wat fijn om te merken we iets doen dat in de belangstelling staat. Dat geeft nog meer energie wat we gaan samen onderwijs maken. Hoe cool is dat?

 

 

Deze blog verscheen eerder op https://lerarenontwikkelfonds.onderwijscooperatie.nl/ons-lof-projectg-in-de-school-een-werkcafe-verslag/

 

Bewaren

Bewaren