Co-creatie van een ‘wiskundig denken’ poster

Een tijdje terug heb ik een blog geplaatst met daarin de Nederlandstalige look-a-like poster van een Engelstalig origineel.

Die Nederlandstalige poster is een samenwerking van docenten in de facebookgroep Leraar Wiskunde.

Uitgeverij Malmberg, met name de makers van de wiskunde methode MathPlus, hebben deze poster in de facebookgroep Leraar wiskunde gesignaleerd en met mij contact gezocht om deze in een wat andere lay-out te gaan omzetten. Daarbij stelden ze ook  de vraag of we twee dingen konden doen:

  1. Een splitsing aanbrengen tussen vragen die een docent stelt aan leerlingen en vragen die een leerling aan zichzelf kan stellen;  Doel: een docent- en een leerlingposter uitbrengen;
  2. Voor beide posters het aantal vragen terugbrengen naar de ‘kern’ in 20 a 25 vragen.

Samen met Sacha van Looveren (die ook net begonnen is met bloggen, zeker de moeite waard om te volgen) ben ik aan de slag gegaan. Het schrappen van vragen was lastig; het aangeven of een vraag bij een docent en/of leerling thuis hoort viel gelukkig mee.

Het resultaat is prachtig en ontzettend bruikbaar geworden. De reacties op de Nationale Wiskunde Dagen, waar de posters werden uitgedeeld waren ontzettend positief.

De posters zijn gratis te downloaden via de site van Malmberg (als je email adres geregistreerd staat in de ASSU onderwijsdatabank)  of via de googledrive map van de facebookgroep Leraar wiskunde.

Op verzoek van Malmberg heb ik ook nog een kort artikel geschreven met tips om aan de slag te gaan met online co-creëeren. Deze kun je lezen op de site van Onderwijs van Morgen.

 

Nog even op volgorde de ontwikkeling van de poster.

Het origineel:

100questions

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse vertaling:

100vragennl

 

 

 

 

 

 

 

De nieuwe posters:

Pedagogiek — De plicht om weerstand te bieden

Een maandje of twee geleden heb ik de Nederlandse vertaling van Simon Verwer van dit boekje van de Franse pedagoog Philip Meirieu aangeschaft.

 

front_meirieu-202x300

Een boek dat tot denken aanzet over mijn rol als docent. De focus in het onderwijs ligt nu veel op het presteren en het behalen van resultaten. De pedagogiek lijkt daarin terrein te verliezen, maar blijk o zo noodzakelijk te zijn.

Afgelopen zaterdag verscheen een artikel in de NRC Next “Pak die mobiel af dat heet opvoeden” over de toenemende prikkelrijke samenleving. Dat gaat o.a. ten kosten van de nachtrust en het concentratievermogen.

Meirieu roept in zijn boek op om weerstand te gaan bieden. Niet alleen gericht aan volwassenen werkzaam in het onderwijs, maar weerstand gaan bieden als samenleving. Weerstand tegen de adolescenten van nu.

Jongeren van nu wordt verweten alleen in het nu te leven. De opkomst van sociale media lijkt duaal te zijn: enerzijds verbinden jongeren zich in allerlei groepen vanuit een gevonden gemeenschappelijkheid. Anderzijds is die verbondenheid vluchtig en oppervlakkig. Als jongeren iets willen, dan moet dat direct. Je aanpassen aan het gewenste gedrag, gewenste gedachten en meningen is een vereiste, of je ligt uit de groep. Het individu kan geen individu meer zijn.

Meirieu stelt dat het gezag in onze samenleving dat vanuit de jaren opgebouwd is in structuren en regels, een democratische samenleving is. Vanuit het democratische principe kan een samenleving alleen legitiem zijn als de autoriteiten daarin betwistbaar zijn. Het probleem ontstaat nu dat de huidige individuen zich niet meer kunnen of durven onderscheiden. De democratie kan niet meer betwist worden. Meirieu schrijft daarover:

De uitdaging van het hedendaagse onderwijs is dus niet het herstellen van gezag. De uitdaging ligt in het ondersteunen van jongeren in het ontwikkelen van hun vermogen om weerstand te bieden , zodat zij degenen aan wie zij zich blind hebben onderworpen leren tegenspreken.

De school dient als gevolg daarvan situaties te creëren waarin we een beroep doen op het verbinden van van jongeren vanuit een gemeenschappelijk belang. Tegelijkertijd moeten we ook de jongeren in staat tellen voor zichzelf te denken.

We leiden onze leerlingen dus niet alleen op om ze aan een ooit vastgestelde uniforme meetlat af te rekenen (lees een diploma te laten behalen), maar onze taak ligt veel meer in het voorbereiden van jongeren op hun rol in de samenleving.

Daartoe dient een jongere zich eerst zelf te ontwikkelen, zich zelf te leren kennen, zich niet blind te laten onderwerpen aan wat de groep verlangt, maar daarin zelf keuzes te maken.

In mijn eigen klassen, heb ik iedere schooljaar in klas 4 mavo wel één of twee leerlingen die zichzelf durven te onderscheiden. Lak hebben aan wat anderen daarvan vinden. Ik vind dat iedere keer weer prachtig. Het onderscheid zit hem de ene keer in uiterlijke kenmerken (kleding, haar), de andere keer in heel zichtbaar willen leren, doorzetten en na de les nog even blijven totdat iets echt begrepen wordt. Vaak zijn dit leerlingen die al heel wat hebben meegemaakt wat je een jongeren eigenlijk nog niet toe wenst. Ze zijn wat sneller volwassen geworden dan hun klasgenoten. Deze leerlingen hebben ook echt een doel of een set wijsheden wat maakt dat ze de invloed van hun omgeving niet als waarheid aannemen, maar dat betwisten, er over nadenken en dan besluiten wat ze er mee willen.

Ik gun het eigenlijk al mijn leerlingen om die eigenheid te bereiken, zonder dat ze daarvoor een negatieve ervaring voor nodig hebben. Tegelijkertijd merk ik dat ik ook vast zit in het denken in resultaten. Het geven van geen cijfers meer, helpt om dat denken los te laten. De focus gaat meer naar het leerproces en de metacognitieve vaardigheden. Maar het burgerschap, het ontwikkelen van het individu speelt daarin nog een veel kleinere rol. Een vereist en uitdagend aspect om voor volgend jaar mee te nemen in het ontwikkelen van het het cijferloos lesgeven.

Meirieu heeft me aan het denken gezet. Het boek lees niet als een roman en op het nachtkastje hoort hij niet thuis. Het vergt lezen met aandacht. Voor mij was het een terugkerend proces van lezen, wegleggen, nadenken en nog eens lezen. Het taalgebruik is academisch en zet vooral aan tot denken en reflectie op je eigen handelen. Heb je Biesta gelezen, dan is dit eigenlijk verplichte vervolg kost.

De Onderwijsdagen 2015

Ook ondergetekende is één van de gelukkige 12 Edubloggers die De Onderwijsdagen van 2015 mocht bezoeken. Voor mij een eerste keer, en dat was een hele fijne en positieve ervaring.

Toch ook wel spannend om naar een onderwijsevenement te gaan waar je weinig mensen kent. Het gezellige #edubloggers diner op de maandag helpt dan wel een handje mee om toch wat bekende gezichten terug te zien op zo’n dag.

Over de opening key-notes is al een en ander beschreven door mijn mede bloggers.
Ik wil één plaatje van Danny Mekić er toch even uit lichten:

 

fabriekcommunity

Dit plaatje kwam met de vraag wat we nu zijn en wat we nu willen of zouden moeten zijn.
Met de huidige communicatiemiddelen, waarbij mijn dochter een werkstuk samen maakt in google documenten terwijl ze skypend het gesprek er over voert met klasgenoten, is het duidelijk dat de community periode al is aangebroken bij leerlingen.
Maar hoe zit dat bij docenten? Ook daar zie ik gelukkig veel initiatieven, zoals de #Mathstlp twitter sessies; de facebook groepen Leraar Wiskunde en Wiskundelessen; de ‘markplaatsen’ van tools als Lesson-up , Kahoot & Socrative om maar wat voorbeelden te noemen. De vereiste stap die docenten moeten maken hierin is vaak : je begeven op de social media.   Ook al heb je vanuit je prive daar bedenkingen bij of geen behoefte aan; op je werkterrein gaat een wereld voor je open zodra je daar je eerste stappen zet. En geloof me: er gaat zo’n enorme boost vanuit als je zelf deel gaat nemen als community member. De stap naar lesgeven in een community  met, van en voor leerlingen wordt een makkelijkere en kleinere stap!

 

Mijn eerste sessie was de 4 in balans: Weten wat werkt in de ICT en waarom van Kennisnet.

Er werd nog maar eens benadrukt dat de balans tussen de Visie, Deskundigheid, Infrastructuur en Inhoud & toepassing ook echt een balans moet zijn. Geen enkele van deze pijlers zal in zijn eentje in staat zijn een toegevoegde waarde te bewerkstelligen.

Er viel op dat bij een onderzoek 80% van de docenten zich didactisch ict vaardig vindt. Daar schrok ik van, en met mij nog anderen. Is hier sprake van zelfoverschatting? Wanneer mag je jezelf didactisch ict vaardig noemen? Vooral de toevoeging van het didactische deel ervan is wat mij zorgen baart. Digitale didactiek is een behoorlijk indrukwekkend terrein dat volop beweegt en ontwikkelt. Mijn praktische ervaring is dat, kijkend naar verhoudingen, ik eerder 30% didactisch ict vaardige docenten ken. De positieve kant van dit  cijfer werd genoemd als het feit, dat hieruit kan blijken dat er een goede basis is om op dit vlak enorm te gaan groeien want de schroom om met ict aan de slag te gaan lijkt met 80% didactisch ict vaardige collega’s weg te zijn.

Een nieuwe blik voor mij leverde nog op dat één van de mogelijke indelingen van je onderwijs de verdeling is tussen leerlinggestuurd onderwijs en leraargestuurd onderwijs. Nou is dat op zich geen vernieuwing, maar wel de rol van ict daarin. Ict inzetten voor leerlinggestuurd onderwijs is heel wat anders dan ict inzetten op leraargestuurd onderwijs. Je moet je altijd al afvragen wat de toegevoegde waarde is van de ict die je op enig moment in zet, maar je moet je ook goed realiseren dat er andere randvoorwaarden zijn waar de ict aan moet voldoen. Die is namelijk verschillend.

Een mooie afsluiting van deze sessie was de volgende vraag je jezelf steeds kunt stellen:

“Met de inzet bij deze ict verwacht ik bij mijn leerling de opbrengst …….”

 

Mijn  volgende bijeenkomsten waren panelgesprekken van Doorbraak ICT en Onderwijs.

De eerste uit de serie is die van het Curriculum Bewustzijn. Deze had voor mij een sterke link naar de laatste uit de serie , namelijk Leermiddelen & Leeromgevingen.

Vanuit de behoefte aan gepersonaliseerd leren en differentiëren is er sterk de behoefte bij docenten om leermateriaal uit verschillende bronnen te kunnen samenvoegen en arrangeren. Daar zitten een aantal hele belangrijke randvoorwaarden aan (o.a.) :

  • curriculum bewustzijn
  • flexibel inzetbare leermiddelen
  • een flexibel en device onafhankelijk platform om te arrangeren
  • een goed leerling volgsysteem (dashboard)

Het curriculum bewustzijn is voor de docent van belang: ken de leer- en kerndoelen van je vak! En hoeveel van ons zijn de afgelopen jaren niet een methodeslaaf geworden: de jaarplanner vullen vanuit het aantal bladzijden of paragrafen  uit je methode. Proppen, trekken en duwen om het er allemaal in te krijgen. Ik moet toegeven dat ik, zeker als beginnend docent, die methode wel heel prettig en handig vond. Het ontsloeg me op dat moment om ook daar nog eens over na te moeten denken.
Eén opmerking van een aanwezige docent is goed blijven hangen: “pak je methode en kijk eerst wat je er allemaal uit kunt schrappen”. Moet je eens kijken welke ruimte er over blijft!

Wil je als docent, vanuit het curriculum, vervangend (digitaal) materiaal vinden (of zelf ontwerpen) dan zijn huidige methoden daar niet op toegespitst. Leer- en les materiaal is gekoppeld aan paragrafen en hoofdstukken. Vanuit je curriculum ben je echter vanuit je leerdoelen aan het werk, en zou je feitelijk materiaal willen vinden op basis van je leerdoelen. Dat betekent dat aan leer- en lesmateriaal meta data moet worden toegevoegd. Binnen wikiwijs maken en klascement.net zie je dat al gebeuren. Ook het materiaal van VO Content met de flexibel inzetbare stercollecties is een mooie opstap hiertoe.  Een complexiteit die LessonUp ook heeft ervaren in gesprekken met docenten is de relatie tussen leerdoelen en leerobjecten. Dat is geen 1:1 relatie maar een veel:veel relatie.

Er is gesproken over een blendspace of spotify model waarin je als docent alleen datgene kunt pakken wat jij op dat moment als toegevoegde waarde beschouwt. Bij het tellen van de vingers welke docenten daar voorstander van zouden zijn, kwamen twee handen tekort. Ofwel: hier ligt een uitdaging voor de traditionele uitgevers.

Komt er ooit één ultieme leeromgeving waarin alle docenten worden voorzien in hun wensen en behoeften? Waarschijnlijk niet, daarvoor lopen de wensen en eisen te veel uitéén.  En ook die diversiteit is goed: juist door te blijven experimenteren blijft er beweging in de onderwijsontwikkeling. De beperkingen en starheid van een leeromgeving kan uiteindelijk ook de onderwijsontwikkeling tot een stilstand brengen.  Flexibiliteit is een belangrijk criteria bij de keuze voor de leeromgeving; het liefst uitgever en platform onafhankelijk zodat je makkelijk kunt switchen.

Als scholen op termijn meer vanuit de leervragen en leerbehoeften gaan nadenken , met een sterk ontwikkeld curriculum bewustzijn, en wanneer docenten vaardiger worden in het bepalen wat en hoe ze dat willen bereiken kun je veel bereiken op dit gebied. Maar dan moet je wel los komen van huidige (veel jaren) bindende contracten of afschrijvingen van methode zoals die er nu zijn.

 

Persoonlijke reflectie

Mijn persoonlijke thema waar ik in mijn lessen mee bezig ben is differentiëren. Bij de aanpak van Hele taak eerst is het curriculum bewustzijn ook van groot belang. Fijn om op zo’n dag te zien dat dat bewustzijn voor veel meer van belang is. Waar ik al kritisch was naar de methode toe, ga ik nu nog scherper kijken naar: wat kan er weg. Ik laat me inspireren in de communities waar ik al lid van ben om nieuw materiaal te vinden en geschikt te maken voor mijn lessen en andersom deel ik mijn lessen en materiaal met anderen (want immers: delen = vermenigvuldigen). Ik blijf experimenteren met LessonUp, Listr, N@tschool, Stercollecties etc.

Kortom: ik merk dat de dingen die ik nu toekomstbestendig zijn. Dat sterkt mij en stimuleert mij nog meer om daar mee door te gaan en daarmee ook anderen te inspireren (of toch in ieder geval pogingen te doen daartoe). Ik mag wat kritischer worden op de methode en wil me meer bewust worden van de kern-en leerdoelen van de verschillende niveaus die ik les geef.

 

Willem , Surf & Kennisnet en iedereen met wie ik gesproken heb : dank voor een leerzame  en inspirerende  dag! Tot volgend jaar.

Fotoliegen – over foto’s & social media

Een tijdje terug kwam ik een bericht tegen over #Fotoliegen. Het triggerde me, maar geen een idee waarom eigenlijk. Het bracht me naar de website van ElseKramer.

Fotoliegen is een online cursus over hoe je met foto’s de werkelijkheid naar je hand kunt zetten. En met ruim 1,8 miljard foto’s per dag die erbij komen op de diverse sociale media is het goed om je er van bewust te worden dat iedere foto wel een beetje kan ‘liegen’.

Omdat ik vind dat we op onze school best meer aandacht kunnen besteden aan de (sociale) mediavaardigheden van onze leerlingen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en niet gehinderd door het feit dat ik een wiskundedocent ben (ik voel me meer een docent die ook het vak wiskunde geeft),  met twee klassen 3 VWO gestart.  De eerste van de vier opdrachten is achter de rug.   De opdracht heeft als titel ‘Alice in wonderland’; ofwel fotografeer iets dat groot is, zo dat het klein lijkt. Of omgekeerd. De foto moet echt zijn: bewerken is bij deze opdracht ten strengste verboden. Dat de ene klas wat actiever hierin is dan de andere klas: het zij zo.

De resultaten hebben we verzameld op twee pinterest borden, die van klas 3P en van klas 3Q.

Collega Gerben Wessels, die behalve docent Duits ook een verwoed fotograaf is, heeft samen met mij een paar foto’s geselecteerd die er voor ons uit springen omdat daar het bevreemdende effect volgens ons het best gelukt is:

collage

Wat me opvalt is de creativiteit die de leerlingen laten zien. Als wiskundedocent gaat het toch vaak om vaste structuren, uitwerkingen die aan voorwaarden moeten voldoen : veel kaders dus. Nu de kaders wegvallen bloeien er mooie dingen op. Ik zie talent voor schoonheid, talent om out of the box te denken, talent voor fotografie. Daarnaast zie ik dat er vanzelf samenwerking plaats vind: met klasgenoten, met broertjes en zusjes & met ouders. Een mooi bijeffect.

Hopelijk draagt deze opdracht bij aan de manier waarop deze leerlingen in de toekomst naar de foto’s kijken die ze tegen komen op de diverse media. Nog drie opdrachten te gaan!

Else Kramer bied ook de cursus AndersKijken. Een zesdaagse cursus om iedere dag eens op een andere manier om je heen te kijken. Het heeft mij verbaasd en verrast. Je leert onderweg ook nog iets over fotograferen, ook mooi meegenomen. Ik ben stiekem wel benieuwd welke foto er voor haar uit springt in onze eerste opdracht?!