Een formatieve werkvorm: My favorite no.

Afgelopen maandag was het RTL4 programma EditieNL te gast op onze school (het Ashram College in Alphen aan den Rijn) en in mijn wiskunde les. De aanleiding waren twee artikelen in het AD over de ‘doorgeslagen toetscultuur’ en ‘formatief evalueren’ :

De uitzending van EditieNL , waarin ook leerlingen van ons te horen zijn over formatief evalueren, is hier terug te zien:

https://www.rtlnieuws.nl/editienl/laatste-videos-editienl/video/4670786/leerling-komt-om-toetsen

Naar aanleiding van deze uitzending heb ik een paar vragen gekregen omtrent de werkvorm die ik hier inzette. Deze werkvorm heet: My favorite no. Niet zelf bedacht uiteraard maar wel een werkvorm die ik graag inzet in mijn les. Ik heb deze opgepakt vanuit de volgende video.

Formatief evalueren gaat over doelgericht leren. Leren van fouten is daarbij voor mij (en hopelijk inmiddels ook voor mijn leerlingen) een natuurlijk proces. Een proces dat je bewust en doelgericht kunt stimuleren in je leslokaal.

Wat ik doe, is een kleine opdracht geven. In de les die opgenomen is, was dat een opgave voor het optellen, en een opgave voor het vermenigvuldigen van ongelijknamige breuken met helen. Het voortraject was dat de leerlingen dit al beheersen voor ongelijknamige breuken zonder helen en de afgelopen les bezig geweest zijn geweest met het rekenen met helen erbij.

De vraag voor mezelf was: hoe ver zijn ze daarmee en waar lopen ze tegen aan? Wie staat waar, zonder specifiek dat op leerling niveau te willen monitoren, maar meer als leermoment voor de hele klas.

Bij het ophalen kijk ik naar de gemaakte fouten en ik zoek eigenlijk naar twee dingen:

  • Welke fout komt vaak voor?
  • Welke bekende mis-conceptie vind ik terug? Dat zou in dit geval kunnen zijn: een fout in het gelijknamig maken, of de helen niet (goed) terug in de breuk zetten. Deze mis-concepties heb ik in de voorbereiding op mijn netvlies gebrand.

Uit de fouten kies ik het liefst twee antwoorden op basis van bovenstaande, die laat ik zien aan de klas en waarna ik leerlingen in tweetallen laat nadenken en discussiëren of ze de fout kunnen vinden. Die discussie verplaats ik vervolgens naar een klassikaal gesprek. Ik stimuleer daarbij het gebruik van vaktaal in de analyse naar waar de fout zit, en hoe je de fout kunt herstellen/voorkomen. Ik geef ook altijd aan wat er (ook in de foute uitwerking) wel goed is gegaan. De antwoorden zijn anoniem (en als er een naam op staat, vouw ik die om), waardoor het ook veilig is voor leerlingen.

Hier hebben zowel de goede als de minder goede leerlingen baat bij:

  • De goede leerlingen, die de vraag in eerste instantie wellicht goed hadden gaan een analyse fase in en moeten vanuit hun analyse leren verwoorden wat ze constateren en gaan uitleggen hoe het wel moet. Dit verdiept hun leren en begrip van de lesstof;
  • De minder goede leerling, die de vraag wellicht fout had, of daar nog niet zo zeker over was, krijgt het denken te horen wat geleid heeft tot het maken van de fout. Dit denken expliciet maken helpt hen hun eigen gedachten te ordenen en geeft daarmee ook een handvat om de juiste strategie een goede plek te geven.

Na deze klassikale bespreking geef ik nog één opgave op het bord voor leerlingen om in het schrift te maken. Een verwerkingsmoment die met name gericht is op de leerlingen die hier nog echt wat te leren hadden en een extra oefening voor de snelle/goede leerling (inslijten/automatiseren). Deze stap lukt het beste als het een vaardigheid betreft is mijn ervaring. Een kennisvraag leent zit daarbij denk ik wat minder, maar daar ontbreekt even mijn ervaring om daar een onderbouwde uitspraak over te doen.

Het is niet altijd zo dat dit proces altijd binnen één les plaats vindt. De vraag stel ik soms ook als een soort Exit ticket aan het einde van de les. Dan bestudeer ik thuis de resultaten en bereid mijn volgende les hierop voor. Vaak doe ik dat bij onderwerpen waarbij het begrip van een nieuw concept wat complexer is.

Je kunt deze werkvorm op papier doen, handig als je ook iets van een projector hebt. Digitaal kan ook met apps als Nearpod en Goformative bijvoorbeeld. Hierbij kun je makkelijk antwoorden van leerlingen verzamelen op op het bord laten zien.

Verder lezen kan bijvoorbeeld in dit stappenplan (Engelstalig)

Advertenties

Activerende werkvormen voor Bèta docenten

Een tijdje terug kwam in een aankondiging van dit boekje – Activerende werkvormen voor bèta docenten van Martin Bruggink –  tegen. Dat kan op facebook geweest zijn, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Als wiskunde docent ben ik altijd op zoek naar pakkende werkvormen dus heb ik dit boekje gelijk aangeschaft. Bij binnenkomst op de nog te lezen stapel gelegd, die groter is dan ik kan bij-lezen momenteel.

Tot ik in een projectbespreking ineens een college dit boek op tafel zag leggen. Hij was er erg enthousiast over. Toen bedacht ik me dat ik deze ook in de stapel had. Thuis gekomen toch maar eens doorgenomen. En dat gaat makkelijk en vlot. Het is niet een boek dat je op je gemakje van A tot Z gaat zitten lezen. Het is bladeren, aansprekende titels van werkvormen eens verder verkennen en zo scan je ze met het grootste gemak toch ook snel allemaal.

Bij iedere werkvorm staat beschreven:

  • Duur
  • Voorbereidingstijd
  • Soort opgaven: verdiepend en/of eenvoudig

Er volgt dan een korte beschrijving 1 a 2 korte alinea’s die de werkvorm introduceren.

De werkvorm is vervolgens uitgewerkt in twee delen:

  • Voorbereiding
  • In de les

Voorbereiding

Het mooie en praktische van bijna alle werkvormen is dat je als input veelal je methode/leer/werkboek kunt gebruiken. Daar pluk je de opgaven uit, die je in een ander jasje giet. Daar kun je naar wens iets meer werk van maken door niet te knippen en plakken maar iets digitaals van te maken. Ook daar worden tips voor gegeven. In de voorbereiding wordt je ook getipt om na te denken over hoe je groepjes gaat vormen of hoe je een klas fysiek gaat indelen.

In de les

Hierin zijn het proces en de stappen beschreven hoe je de werkvorm toepast in de lessituatie. Tot letterlijke inleidende en begeleidende teksten aan toe. Niet dat je die letterlijk hoeft op te volgen, maar ze geven een heel concreet beeld hoe je de werkvorm kunt begeleiden en waar je sterk op moet letten.

 

Een werkvorm

In mijn les van morgen ga ik aan de slag in een 3 vmbo-tl klas met de vorm Vul aan.

De leerlingen krijgen opgaven met uitwerkingen, maar in de uitwerking zijn stapjes en getallen weggevallen. Aan de leerlingen om deze in te gaan vullen. Omdat ik bezig ben met het oplossen van een vergelijking met de bordjes methode hecht ik nogal grote waarde aan de aanpak en notatie en minder aan de uitkomsten. Met deze opdracht confronteer ik ze acht keer (want acht gekozen opgaven uit het boek) met de vorm van de gewenste uitwerking / manier van opschrijven. Om het overzichtelijk te maken heb ik de opgaven even digitaal in word geschreven en in de uitwerking legen vakjes gemaakt die ze moeten invullen:

 

Evaluatie

De proef op de som vandaag. Mijn anders zo drukke klas (3 vmbo-tl) die vaak wat onrustig is (omdat het  hun laatste lesuur van de dag is),  is knijtergoed bezig geweest met deze opdracht. In de vorige les is de theorie behandeld en hebben we wat opgaven samen gedaan. Als huiswerk moesten ze als verdere oefening nog 12 vergelijkingen oplossen. Dit zou dus echt een check kunnen zijn hoe ver ze gevorderd zijn in het oplossen van een lineaire vergelijking met de balans methode.

Dat blijkt ook zo te zijn. Ik zie leerlingen er relatief makkelijk doorheen gaan, maar ik zie ook leerlingen worstelen. Dat is deels vanwege de nieuwe werkvorm die ze nog onbekend is. Voor hen hebben we samen nog een vergelijking op het bord gemaakt. Daarna heb ik op het bord vakjes getekend en de inhoud uitgeveegd. Toen viel het kwartje en zagen ze de gelijkenis.

Een paar leerlingen kwam ook vragen om wat extra oefenmateriaal, om er zeker van de zijn dat ze het nu ook echt snappen. Ik was superblij en verbaasd hiervan.

Aan de leerlingen ook gevraagd wat ze er van vonden. “Veel beter dan gewoon sommen uit het boek maken”. Wat ook hielp, kwamen we in gesprek achter, is dat het een heldere en afgebakende taak was. Ze ervoeren dat veel meer dat “Maak deze les opgaven 13 en 14.”

Deze vorm pas dus prima bij verwerken (retrieval practise) en minder bij als het nieuwe stof betreft. Voor de theorie van de kwadratische vergelijking oplossen komende week ga ik maar weer eens snuffelen in het boek!

Wil je al een inkijkje in alle werkvormen? Check dan de bijbehorende website:

http://www.activerende-werkvormen.nl/