Oudergesprekken plannen

Binnenkort houden we op school de Coach – Ouder – Leerling gesprekken. Het is aan de coach om deze gesprekken met ouders in te plannen. In plaats van een strookje meegeven, innemen en plannen of ouders gewoon direct een tijdstip te geven wil ik graag iets hebben dat ik ouders een (beperkte) keuze voor dagen en tijdstippen zodat zij het beschikbare tijdstip dat het beste uit komt kunnen kiezen. Die optie moet dan vervallen voor de andere ouders.

In mijn zoektocht kwam ik , naast allerlei betaalde diensten en opties in programma’s als Magister en Som (wat vaak door administratie dan gebruikt wordt) op een drietal handige tools uit.

 

Doodle.com

De site van Doodle lijkt een beetje op de volgende in de lijst (die wat bekender is denk ik). Doodle heeft een gratis deel en een betaalde pro versie.
In het gratis deel kun je contact lijsten uit Google en office 365 koppelen, net als een aantal agenda’s synchroon houden. Ofwel: je afspraken gemaakt in Doodle komen in je eigen agenda terug. Dat is super handig.

Je kunt handig op een aantal dagen een aantal tijdstippen beschikbaar stellen. Er is een optie om als je één dag hebt ingevoerd ook die tijdstippen naar andere dagen te kopieren. Dat scheelt je werkt.

De afspraak ziet er dan als volgt uit:

Per tijdstip geeft je aan hoeveel gesprekken er gepland mogen worden op dat tijdstip ( de 1 uit 0/1) en je ziet of er al een gesprek gepland staat ( de 1 uit 0 uit 0/1).

Als je ouders via de site uitnodigt of de link mailt, komen ze in dit scherm en kunnen ze een regel toevoegen door het + tekentje (even zoeken in het plaatje) aan te klikken en hun naam en keuze te geven:

De opties die al gekozen zijn, zijn niet meer kiesbaar.

Dat kleine + tekentje vind ik zelf niet zo overzichtelijk. Dat vergt een kleine toelichting in de mail naar ouders.  Als ouders hun naam invullen (zeker langs moeders kant) is het hopelijk overzichtelijk voor jou van wie dit de ouder(s) is/zijn.

 

Datumprikker.nl

De Datumprikker ken ik eigenlijk alleen van het plannen van uitjes, wanneer kunnen de meesten. Tot mijn verrassing kan wat in Doodle kan ook in de datumprikker tegenwoordig:

Een voordeel t.o.v. Doodle is dat je deelnemers kunt aanmaken en opslaan in het adresboek van Datumprikker. Dat houdt overzicht wie gereageerd hebben en wie niet. Plus dat je voor de volgende reeks gesprekken, dat niet nogmaals hoeft in te voeren. Je kunt ouders die nog niet gereageerd hebben een herinnering mailen die alleen die ouders krijgen. Dat hoeft je in Datumprikker niet zelf uit te zoeken.

Een ouder krijgt nu één mogelijkheid om te kiezen:

Na het opslaan  ontvangt de ouder een bevestigingsmail met daarin een .ics bestand zodat de afspraak in de eigen agenda geplaatst kan worden van de ouder. Dat scheelt misschien een ouder die de afspraak vergeet. Ook bij datumprikker geldt dat een gekozen dag/tijd uit de lijst van de volgende ouders gehaald wordt. Ouders zien hier dan niet (in tegenstelling tot Doodle) welke ouder wanneer het gesprek gepland heeft. Dat maakt eventueel onderling ruilen niet mogelijk.

Datumprikker is niet gekoppeld aan jouw agenda, maar je kunt wel de afspraken exporteren naar Excel.

 

Google form met Choice Eliminator

Je kunt natuurlijk ook een Google formulier aanmaken voor ouders. Bij de standaard opties voor een formulier heb je echter niet de mogelijkheid om reeds gekozen tijdstippen uit de selectielijst te halen. Dat is niet heel praktisch, maar gelukkig is er een oplossing door de add-on Choice Eliminator te installeren.  Een formulier maken kost wat extra tijd, als je dat leuk vind is dat helemaal prima natuurlijk.

Omdat mijn tijd nu wat beperkt is heb ik deze add-on niet verder uitgeprobeerd.

Slottr

Na het publiceren van deze blog kwam nog iemand met Slottr. Ook een gratis programma. Wel met advertenties en geheel Engelstalig. Advertentievrij maken kost een bescheiden bedrag.

In tegenstelling tot Doodle en Datumprikker moet je hier alle momenten afzonderlijk aangeven en ook per moment (slot) een naam geven. Iets bewerkelijker dus.

Je ontvangt in stap 3 een link die je kunt delen met de genodigden. Als zij de link volgen zien ze het totaaloverzicht als volgt:

Wanneer een ouder een moment prikt (Slot me in) dan krijgen ze een invulscherm:

Alleen de naam is verplicht, de overige velden zijn vrij invulbaar.

De zowel de organisator als de gast (mits emailadres ingevuld) ontvangen een afspraakverzoek als email, die makkelijk aan de agenda toegevoegd kan worden op dat moment.

 

 

Conclusie

Alle vier zijn prima opties. Mijn voorkeur gaat uit naar Datumprikker. Die is qua beheermodule een stuk volwassener dan Doodle.com. Het gebruiksgemak voor ouders schat ik ook hoger in; ze hoeven zich zelf niet toe te voegen. En wellicht kennen ze Datumprikker al vanuit privé gebruik. Plus dat het ‘gewoon’ Nederlandstalig is.

 

Advertenties

Klaskit – boekbespreking

Onderzoeker een pedagoog Pedro De Bruyckere brengt in dit boek de onderwijswetenschap je klaslokaal en school binnen.
Daarbij schrijft Pedro zoals hij spreekt. Als je al eens een ‘talk’ van hem hebt gehoord of bijgewoond dan hoor je hem spreken terwijl je dit boek leest: toegankelijk, vermakelijk en toch serieus.

Na het lezen van Klaskit – tools voor topleraren, besef ik me terdege welk complex vak wij uitoefenen als leerkrachten. Waar we mee te maken hebben is een diverse groep individuen die we iets willen bijbrengen. De factoren die daarbij allemaal een rol spelen zijn legio. Als een iets-ervaren docent vind ik het al lastig om daar iedere keer weer een optimale mix in zien te vinden. Laat staan dat je als beginnend docent dit boek leest. Ik kan me dan zomaar voorstellen dat je niet weet waar te beginnen. Mijn tip: begin met één ding, waar jij op dit moment iets kunt oppakken waarvan je denkt dat je het laat liggen. En doe dat ene ding goed, totdat je toe bent aan de volgende!

Maar het boek Klaskit. Een boekje van 125 bladzijden (zonder het dankwoord en alle verwijzingen naar onderzoeken en literatuur) laat zich prima lezen langs een twaalftal hoofdstukken.
In ieder hoofdstuk komt een onderwerp (of lesmethode) aan bod waarbij steeds gekeken wordt waarom die methode van belang is, wanneer het kan werken, maar ook zeker wanneer het het dat (mogelijk) niet doet.
Daarmee kom je gelijk in de metafoor van het koken, die Pedro gebruikt, om aan te tonen dat in het onderwijs geen sprake kan zijn van een standaard recept, wat iedere keer hetzelfde gerecht oplevert. Nee je zult steeds goed moeten kijken in welke setting jij les geeft, met welke populatie, vanuit je eigen authenticiteit, met de bekende beperkingen of risico’s van een methode om in te schatten of je met de methode gaat bereiken wat je wilt bereiken. Dit geeft wel aan hoe complex lesgeven is. En hoe uitdagend en inspirerend het ook kan zijn.

In de loop van het lezen merk je dat de methodes ook nog eens niet los van elkaar staan maar in een complex geheel in elkaar grijpen; elkaar versterken of elkaar tegen kunnen werken.
Een aspect wat regelmatig terug komt is de rol van het werkgeheugen. Het werk geheugen kan veel, maar heeft ook zijn beperkingen.  Weten hoe het werkgeheugen functioneert helpt enorm om te begrijpen waarom bepaalde methodes die Pedro noemt zo goed werken en tegelijk waar de begrenzing ervan zit. Iets om hierover door te lezen is de cognitive load theorie van Sweller. Mocht je daar interesse in hebben kijk dan in deze blog van Paul Kirschner of in deze blog.

De methoden/onderwerpen die in Klaskit langs komen zijn:

  • Voorkennis
  • Vakkennis
  • Denken
  • Herhaling
  • Oefenen
  • Metacognitie
  • Evalueren & Feedback
  • Multimediaal (dual coding)
  • Visie
  • Relatie leerkracht-leerling

Een goed lezer herkent hierin het werk van de Learning Scientists , formatief evalueren , directe instructie en de onderwerpen die Dylan Wiliam propageert

De onderwerpen hier kort toelichten is ondoenlijk, daarmee doe ik de onderwerpen te kort. Ik stel voor dat je daarvoor het boekje gewoon aanschaft.

Het siert Pedro dat hij niet alleen mythes bestrijdt, maar ook een deur opent naar bewezen methodes voor je lessen die wel werken. Hij waarschuwt daar gelijk bij dat niet alles altijd in alle omstandigheden werkt. Die combinatie maakt dit boek eigenlijk verplichte kost voor de docentenopleidingen als je het mij vraagt. Maar ook voor nascholing van de oude rotten in het vak die met alle nieuwe inzichten, opgedaan uit onderzoek, ook weer een slag kunnen maken in hun professionaliseren.

 

 

Stilstand is ……?

Een nieuwe school, uitgezocht op stappen in het formatieve biedt nieuwe kansen.  En toch voelt dat momenteel nog niet zo.

Links en recht zie ik blog’s en initiatieven van scholen en het leernetwerk van het SLO voorbijkomen. Allemaal treinen die ik lijk te missen. Ergens jeukt, kriebelt en frustreert dat.
Ik zie collega’s melding maken van wat ze doen in de klas, welke werkvorm ze fantastisch vinden en waarom. Veel leden van de facebookgroep zijn actief formatief evalueren aan het implementeren in hun lessen en delen dat. Helemaal super, want delen is vermenigvuldigen; daar worden we allemaal rijker van.

Kijken naar mijn eigen lessen dan herken ik nog weinig formatiefs terug. Toch niet in de mate waarop ik denk dat ik dat zou willen doen. En dan vraag ik me hardop af hoe dat komt.
Is het alleen al de tijd die het nodig heeft om op een nieuwe school te landen, je plek te vinden met alle energie die daar voor nodig is? Niet persé als ik de blog van Sacha van Looveren lees die ook een overstap heeft gemaakt.

Is het het feit van de opstart van een schooljaar met wat roosterperikelen, kampen, cito toetsen e.d. die nog weinig reguliere lesweken opgeleverd hebben? Toch ook niet verwacht ik, en een op zichzelf staande les kun je ook formatief benaderen. Toch doe ik dat nog niet.

Je kent nog niet alle leerlingen, is dat het dan? Wellicht, want formatief evalueren lukt het beste als je zicht het op de individuele leerlingen en hun prestaties (die nu nog niet zo zichtbaar zijn). Maar vorig jaar ben ik gestart met een nieuwe klas en heb ik daar geen last van gehad. Maar ja dat was op mijn oude school, waar je alles door en door kent.

Misschien dan een nieuwe methode? Waar ik tot nu toe altijd Moderne Wiskunde gebruikt heb, heb ik nu voor één klas te maken met Getal & Ruimte en voor drie andere klassen met de leerportaal van Kunskapsskolan.  Die voor getal en ruimte hebben we gezamenlijk al via leerdoelen aangevlogen, aantal toetsen voor een cijfer terug gebracht van 18 naar 10 en formatieve momenten afgesproken. Kunskapsskolan is een ander verhaal. Ik mis de rode draad in de methode nog. Veel wisselend bron materiaal (vrije internet bronnen) met wisselende kwaliteit. Maar waar de methode voor staat weet ik nog niet. Ik zie ook nauwelijks formatief materiaal terug.  Hier zit dus wel een factor: ik sta nog niet boven het gebruikte materiaal.

We werken met gepersonaliseerd leren, met Kunskapsskolan dus in drie klassen. Die implementatie is er ook één van vallen en opstaan. Niet alles gaat gelijk goed, dat hoeft ook niet, maar als onbekende hierin is het wel erg zoeken naar de vorm van de lessen die ik gewend ben te geven v.s. de filosofie van gepersonaliseerd leren. Ik merk dat ik toch veel nog klassikaal deed qua aanpak (niet qua inhoudt) en als je leerlingen meer in eigen tempo laat werken mis je controle. Controle die ik blijkbaar nog wel als behoefte in mijn eigen interne systeem voel. En ik dacht dat ik makkelijk kon loslaten?!

Ik merk bij mezelf een grote vraag hoe ik formatief evalueren en gepersonaliseerd leren moet / kan gaan combineren, met een methode die ik nog onvoldoende ken, op een school waar ik mijn pappenheimers nog niet ken en ook de bewegingen van de organisatie nog niet altijd aanvoel of kan peilen.

Het kan niet anders dan dat mijn gevoel een een combinatie van bovenstaande factoren komt.

En in de tussentijd rijdt de formatieve trein verder door onderwijsland en ik voel me ergens op een station staan en het lukt me niet in te stappen omdat ik zo graag ook op die trein verder wil. Maar is dat wel de trein waar ik in moet stappen, mis ik niet dat mijn bestemming wel eens iets anders zou kunnen zijn? En wat vind ik daar dan van?

Hacking homework – Boekbespreking

Eén van de boeken uit de Hacking serie, geschreven door Starr Sackstein & Connie Hamilton.

Sackstein is voor mij geen onbekende omdat ze actief is in de facebook groep Teachers throwing out grades – de Amerikaanse tegenhanger van Actief leren zonder cijfers. Sackstein was ook mede auteur van Hacking 10 ways to go gradeless die ik eerder al gereviewed heb.

Het principe van de Hacking serie vind ik mooi (komt in elk boek en bij iedere hack terug):

  • Stel een probleem vast
  • Beschrijf kort de ‘hack’
  • Wat kun je morgen al doen
  • Een blauwdruk voor een volledige implementatie
  • Omgaan met weerstand
  • Een praktijkvoorbeeld van een docent die de hack toegepast heeft

Het pleidooi in Hacking Homework is niet dat huiswerk in principe onzin is. Over het nut van huiswerk heeft Alfie Kohn al veel weerlegt in zijn The Homework myth (nog niet gelezen), maar dit boek is dus vooral geen oproep om een huiswerkvrije school te worden. In tegenstelling: het gaat op zoek naar vormen van huiswerk die wel waardevol zijn.

De hacks die beschreven worden vielen me eerlijk gezegd een beetje tegen. Ik heb geen echte eye openers gelezen. Veel hack zijn zijn zo voor de hand liggend, maar misschien wordt daardoor juist wel jouw blinde vlek belicht. Wie weet. Voor mij was het weinig nieuws onder de zon. Dat maakt dat ik het boek ook niet in detail heb lezen.

De 10 Hacks:

  1. Stop met het (verplicht) dagelijks opgeven van huiswerk;
    Op veel scholen blijkt het opgeven en maken van huiswerk een vast en verplicht gegeven te zijn. Breek daarmee en denk na over welk huiswerk je wanneer wilt opgeven. Dat kan bijvoorbeeld ook zijn: zoek thuis vier verpakkingen die wiskundig een ander ruimtefiguur voorstellen.
  2. Leer leerlingen in de les organiseren en verantwoordelijkheid nemen;
    Veel docenten lijken te denken dat huiswerk een manier is om leerlingen te leren organiseren en verantwoordelijkheid te nemen.Echter je vraag iets aan een leerling om te leren, maar thuis kun je de benodigde hulp niet geven. Doe dat dan dus op school!
  3. Leer je leerlingen kennen (‘cultivate rapport’);
    De vertaling hiervan vond ik even lastig. Hier wordt beschreven dat je moet investeren in het leren kennen van je leerling. Bespreek regelmatig hoe het gaat en luister vooral actief.
  4. Maak huiswerk op maat (differentieer in huiswerk);
    Niet iedere leerling is in dezelfde fase van leren. Waarom dus iedereen hetzelfde huiswerk geven. Dat zal voor de één te saai zijn (en dus stom) en voor een ander nog te lastig (en haakt af). Geef dus huiswerk die relevant is voor die leerling.
  5. Moedig leerlingen aan om te spelen;
    Kinderen spelen te weinig en huiswerk is niet belangrijker dan sociale ontwikkeling. Waar mogelijk probeer je school activiteit te koppelen aan een spel vorm.
  6. Wek nieuwsgierigheid aan het begin van de les;
    Leerlingen raken gedemotiveerd als ze niet weten wat ze moeten leren en waarom. Leerlingen zijn van nature wel nieuwsgierig. Als je die nieuwsgierigheid weet aan te boren, zal ook de weerstand voor o.a. huiswerk minder worden.
  7. Gebruik digitale mogelijkheden;
    In dit hoofdstuk noemen ze het zelf : de digitale speeltuin; ofwel maak gebruik van spelvormen die digitaal mogelijk zijn in je lessen en integreer de digitale sociale media daarbij.
  8. Laat leerlingen invloed hebben in het huiswerk;
    Dit sluit aan op het differentiëren in hack no 4, maar gaat een stap verder: geef leerlingen keuze mogelijkheden en leer ze kwaliteit van werk en kwaliteit van leren. Doordat ze eigen keuzes maken, neemt de motivatie toe.
  9. Betrek het gezin (ouders) ;
    Niet alleen bij het huiswerk, wat dat versterkt wellicht nog meer de verschillen vanuit thuis situaties, maar vooral bij de verandering die je ten aanzien van huiswerkbeleid maakt. Het hebben van leerdoelen en succescriteria helpt ouders hier al een hoop in.
  10. Laat groei/ontwikkeling zien bij leerlingen;
    Om het leren van ze leerlingen zichtbaar te maken is het laten zien van groei essentieel. Leerlingen die groei zijn, zullen gemotiveerder zijn om ook een volgende stap te zetten. Leerlingen zelf ook laten reflecteren op het geleerde. Ofwel: hier zit een stuk formatieve evaluatie in.

Ten aanzien van huiswerk denk ik dat wel als leerkracht altijd moeten zorgen dat het opgegeven huiswerk relevant is en terugkomt in de lessen zodat het voor leerlingen ook aan belangrijkheid wint. Het is ook goed om te realiseren dat leerlingen ook buiten school op sociaal vlak nog volop in ontwikkeling zijn. Als wij die ruimte volgooien met 2 uur huiswerk per dag, dan wordt een schoolweek met 32 uur les en 14 uur huiswerk meer dan de werkweek van de gemiddelde werkende. Willen we dat echt?

Wil je het effect van verschillen in thuissituaties verminderen, dan moet je erg voorzichtig zijn met welk huiswerk je gaat opgeven. Verwerken en stampen hebben dan geen zin. Bij verwerking kan onvoldoende steun mogelijk thuis gegeven worden en stampen is geen effectieve leerstrategie.

Wil je anders met huiswerk omgaan en/of ben je sceptisch  en laat je je graag overtuigen dan is dit een fijn boekje om te lezen.
Ben je al kritisch met huiswerk en denk je daar al zorgvuldig over na, dan betwijfel ik of dit boekje je iets te bieden heeft.

Orde houden, in het voortgezet onderwijs – boekbespreking

Is er dan geen orde in mijn klas, dat ik toch dit boekje van René Kneyber ben gaan lezen? Nee, dat niet (wanorde is ook een vorm van orde 😉  ), maar met de verandering van school die aanstaande is, besef ik me dat ik ergens weer opnieuw moet beginnen met iets op te bouwen. Ook qua hoe leerlingen tegen je aankijken. Er is geen vriendje of zus in een hogere klas die vooraf vertelt hoe jij bent en hoe je lessen gaan. Hoe positief leerlingen op mijn oude school ook zijn, op mijn nieuwe school (het Fioretti college in Hillegom) zal ik weer onderaan moeten beginnen. Daar komt dan bij dat het Fioretti een vmbo school is en ik voor het eerst ook te maken ga krijgen met basis en kader vmbo.

De inhoudsopgave stelt me gerust: de woorden ‘straffen’, ‘belonen’ en ‘sancties’ staan er niet in.

Wel:

  1. Het probleem in beeld
  2. Orde en ordening
  3. Voorkomen van problemen
  4. Reageren op probleem
  5. De eerste weken van het schooljaar

Probleem in beeld
Hoofdstuk één sluit mooi aan bij het boek Tienerbrein (Jelle Jolles). Er is sprake van hersenontwikkeling bij kinderen. Dat heeft tot gevolg dat ze nog niet altijd kunnen wat wij van ze verwachten en dat het aan ons is om daar iets aan en mee te doen. De wet op Passend Onderwijs heeft daarin de docent niet echt geholpen. Je komt nu vaker dan vroeger een leerling in je klas tegen die een geclassificeerde stoornis (bijvoorbeeld autisme of odd) heeft. Kneyber schets behalve dit probleem ( wat hij noemt gedragsproblemen) nog twee andere problemen namelijk motivatieproblemen en handelingscontroleproblemen. Maar wat de aard van de onrust in de klas ook is: de bal lig bij de docent om de orde te scheppen.

Jij als docent
In hoofdstuk twee geeft Kneyber wat richting aan houding en actie die je als docent kunt (in)nemen. Zo noemt hij het zorgen voor balans in de zin van geven en nemen; waarbij ik nog wel de aanvulling wil geven dat je moet voorkomen dat er een onderhandelingscultuur ontstaat. Het geven en nemen dat genoemd wordt is veel subtieler dan het platte onderhandelen (waar ik persoonlijk het liefst uit blijf).  Voor een ervaren docent een inkopper en voor een nieuwe docent een lastige: geef iedereen een plek; zorg dat iedereen zich gezien voelt. Ik weet nog wel dat ik als startende docent de klas als één geheel zag en dat het best wel tijd gekost heeft om minder met jezelf bezig te zijn en meer met de individuen in de klas. Toch is het belangrijk, ook als beginnend docent, om je te realiseren dat dit echt een groot effect heeft.  Het derde punt in dit hoofdstuk is het winnen van autoriteit. Let wel: autoriteit neem je niet, die moet je verdienen. De tips die gegeven worden openen voor mij, met de aanstaande schoolwissel, wel de ogen. Bruikbaar dus!

Voorkomen
Het voorkomen van problemen, beslaat hoofdstuk 3, en zit vol met tips, inzichten, handvatten en valkuilen. Ik herken veel van wat ik in de praktijk ook doe en gedaan heb. Fijn om te lezen dat dat iets breeds is. Sterk in dit hoofdstuk is het VIP: visuele instructie plannen. Vergelijk het met Lego bouwplan waarin stap voor stap steeds de nieuwe stap visueel zichtbaar is. Zeker voor de vmbo leerlingen die ik ga krijgen een mooi ondersteunend model. Dat ga ik zeker gebruiken, misschien iets online opzetten om dit met wiskundecollega’s te delen.

Reageren
Hoofdstuk 4, toch zo’n 35 van de in totaal 95 bladzijden, gaan over hoe te reageren op problemen. Zeker voor een beginnende docent is het gedeelte over persoonlijke- en professionele grenzen een waardevolle. Uiteraard wordt consequent zijn genoemd, evenals het opbouwen van de strafmaat en de verhouding tussen de straf en het ongewenste gedrag. De manier om daar tegen aan te kijken in termen van duurder en goedkoper is een mij onbekende maar wel een hele duidelijke manier om het voor jezelf goed ‘in te richten’. Er wordt ingegaan op vormen van straffen met de bijbehorende voor- en nadelen. Hier legt Kneyber ook een link naar de eerder genoemde geclassificeerde stoornissen m.b.v. handelingsplannen: duidelijk is dat orde houden hiermee ook een team issue is!

Het schooljaar begint…
In het laatste hoofdstukje – de eerste weken van het schooljaar – geeft nog wat tips en houvast om met nieuwe groepen het schooljaar te starten, met name geput uit de hoofdstukken voorkomen en reageren op problemen. Zo straks als Kneyber het hier schetst doe ik dat zeker niet als ik terugkijk naar mijn afgelopen jaren. Maar misschien dat ik dit hoofdstuk  voordat ik straks echt begin, nog eens opnieuw doorlees. Ik vraag me ook af wat René hier zelf van nog doet aan het begin van het schooljaar. En zeker nu ook hij op een nieuwe school gaat starten.

Conclusie
Veel van wat Kneyber schrijft in dit boekje is, als ervaren docent, zo herkenbaar. En praktisch alles heb ik daarvan hands-on en van collega’s doorgekregen. Wat was het fijn geweest als ik hier in mijn opleiding ook al wat van had meegekregen. Al was het maar om vanuit een stukje theorie wat meer gericht uit te kunnen proberen, reflecteren of bewust op te letten bij lesbezoeken tijdens de stages.
Daarnaast kan ik me ook voorstellen dat ik, nu ik dit boekje gelezen heb, bewuster van geworden van hoe ik bezig ben met orde. Dat maakt dat ik nieuwe docenten en stagiairs ook beter kan begeleiden op dit onderdeel. Het heeft een groot onbewust deel bewust gemaakt. En daaruit valt het halen wat René Kneyber ook in het begin van het boek schrijft: ‘orde houden is te leren’.

Verwondering – Dick van der Wateren – Boekbespreking

Met als ondertitel: ‘Leren creatief en kritisch denken door vragen te stellen’

Een prettig leesbaar boekje. Zonder de bijlagen nog geen 80 bladzijden en in een steltreinvaart te lezen.

Getriggerd door vragen als ‘Waarom moet ik dit leren?’ heeft Dick zich afgevraagd waarom we in het onderwijs de dingen doen zoals we ze doen. Hij zag de motivatieproblematiek van leerlingen en is tot de conclusie gekomen dat we te veel met antwoorden (uit de boeken) bezig zijn en te weinig met de vragen zelf. Die vragen zijn namelijk veel interessanter, stelt hij,  en doen veel meer een beroep op de aangeboren nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid die leerlingen, door de manier waarop veelal lesgegeven wordt, al snel in het voortgezet onderwijs kwijt raken.

Een van de citaten die mij erg aanspreek is

‘Leren zonder fouten maken is onmogelijk’

Om een leerlingen fouten te kunnen laten maken, moet je wel de juiste context creëren. Het stellen van wat Dick ‘Grote vragen’ noemt bevordert het denken & onderzoeken en wakkeren een nieuwsgierigheid aan bij leerlingen. Grote vragen gaan bijvoorbeeld over ‘ethiek en zingeving’, ‘ontstaan en geschiedenis van de aarde’, ‘democratie’, etc. Vragen die alleen triviale antwoorden kennen zijn niet interessant in het kader van het bevorderen van het denken.
Uiteraard kenmerkt de vraagstelling het gebruik van de woorden waarom, waardoor, waarvoor, wat….als en hoe. Niet toevallig zijn dat ook de woorden die Jelle Jolles in zijn boek Tienerbrein gebruikt om leerlingen te helpen in het ontwikkelen van hun executieve vaardigheden. Het zijn worden waardoor de vraag niet alleen open is, maar ook waardoor het denken aangezet wordt.

In het vervolg van het boekje gaat om om de juiste open vragen te leren stellen, in een context en omgeving waarin leerlingen zich veilig en vertrouwd voelen om daar over na te denken en zelf vragen over te kunnen stellen. Dat vraag iets van jou als docent en van de leerling in je klas. Het boek biedt voldoende handvatten om daar werk van te maken.

De bijlage kennen veelal goede toevoegingen en voorbeelden op de verschillende onderdelen om de juiste vragen te leren stellen en leerlingen daarmee aan het werk te zetten. Hij geeft voorbeelden voor de verschillende profielen (havo/vwo).  Duidelijk is wel dat de achtergrond van Dick een technische is, want veel voorbeelden zijn opgehangen aan het doen van onderzoek. Wellicht hoor dat ook bij verwonderen, maar ik houdt het graag ook klein.

Ik neem mee dat ik mijn lessen veel interessanter kan maken door meer gebruik te maken van prikkelende vragen, waarvan het antwoord feitelijk niet interessant (en nog niet bekend) is en die leerlingen aanzet om te gaan denken. Ze moeten dus nieuwsgierigheid opwekken en in aan belevingswereld aan sluiten. Dat zal niet altijd makkelijk zijn.
Er lijkt enige parallel naar de wiskundige denk activiteiten te zijn, maar daar is de focus toch snel weer naar een stuk oplossing en minder naar het wat bredere verwonderen. Vaak zijn het ook verdiepingsvragen. Ik zie ook juist mogelijkheden om aan het begin van onderwerpen de verwondering in te zetten en het vak in de basis aantrekkelijker te maken.

Heb ik heel veel nieuws gelezen: nee eigenlijk niet. Maar doordat het zo bondig en overzichtelijk beschreven staat en ook nog eens aansluit bij wat ik in Tienerbrein gelezen heb, vindt er toch wat transfer tussen beide boeken plaats en in mijn brein is weer een extra antenne actief gemaakt.

Dank Dick daarvoor!

 

Tienerbrein – Jelle Jolles – boek bespreking

Het heeft even geduurd, maar na steeds een stukje gelezen te hebben is het boek Tienerbrein (Jelle Jolles) dan toch helemaal gelezen.

Was het dat zo’n opgave? Ja en Nee.

Ja.
Ondanks dat het boek, met allerlei nieuwe niet dagelijkse termen, prettig te lezen is, wordt er veel gezegd wat moet landen in je eigen systeem. Dat heeft bij mij altijd wat tijd nodig. Ik probeer wat ik lees te koppelen aan wat ik al weet en hoe een en ander toepasbaar is in mijn eigen onderwijspraktijk. Daarom heb ik het boek toch regelmatig even opzij moeten leggen.

Nee.
Wat Jolles schrijft over het brein en de transfer naar het onderwijs is uitermate boeiend en sluit perfect aan bij mijn belevingswereld. Ik zie linken naar formatief lesgeven, mindset, orde houden, onderwijs mythes, differentiëren, executieve vaardigheden en gepersonaliseerd leren. Dat laatste prikkelt mij dan weer veel omdat ik komend schooljaar aan de slag ga met Kunskapsskolan, waar ook al de nodige kritische kanttekeningen bij gemaakt zijn. Aan mij om de waarschuwingen en breinfeiten te gaan verwerken in mijn lespraktijk. Boeiend.

Als eerste een link naar de blog van Jaap Boogaard, die een uitgebreide samenvatting van het boek geschreven heeft. Dat is een mooi start punt als je nog twijfelt of het boek wat voor jou is.
Rest de vraag wat ik daar nog inhoudelijk aan toe te voegen hebt. Niet heel veel ben ik bang. Wel kan ik aangeven wat ik er uit gehaald heb voor mezelf.

Wat is bij mij blijven hangen?

De tiener wil misschien wel, maar kan het eenvoudigweg nog niet. Een tiener heeft ontzettend veel ervaringen met coaching en sturing nodig om zijn executieve vaardigheden te ontwikkelen. We moeten daarbij niet wachten tot die ervaringen ontstaan, we kunnen, nee: moeten, ze juist ook creëren en van daaruit de begeleiding oppakken die ze nodig hebben.
Tieners ontwikkelen zichzelf ieder voor zich, in een ander tempo en vanuit een andere sociale omgeving. Hoe rijker die sociale omgeving is, hoe meer de tiener zichzelf kan ontwikkelen. Hoe schraler de context hoe minder de tiener zich ontwikkelt. Tieners kunnen dus ‘voor’ lopen, maar ook ‘achter’ lopen ten opzichte van leeftijdsgenoten. Maar de quote die regelmatig in het boek terug komt hierover is:

“Een traag groeiende boom kan uiteindelijk de hoogste worden”

Aan ons in het onderwijs dus de taak om die rijke context te creëren en leerlingen te helpen hun executieve vaardigheden te ontwikkelen.

De rol die feedback hierbij speelt is enorm groot. Feedback is vanuit het formatieve lesgeven ook een belangrijke pijler. Echter de feedback vanuit Tienerbrein richt zich niet zo zeer op het vakinhoudelijke maar op het ontwikkelen van de nodige breinvaardigheden. Feedback in een bredere context dus. We moeten naar de leerling kijken als een geheel van cognitieve-, psychologische-, sociodemografische- en biologische en breinfactoren. Ons vak wordt er niet makkelijker op. Wel interessanter als je het mij vraagt.

Met betrekking tot het gepersonaliseerde leren en het zijn van een regisseur van het eigen leerproces is Jolles helder: Dat kan eenvoudigweg niet. De regie ligt bij de  leraren en de school. Een tiener is nog niet in staat om ‘morgen’ van ‘over een week’  te onderscheiden en consequenties (op termijn) van keuzes te overzien.
Zegt Jolles daarmee een halt aan gepersonaliseerd leren? Volgens mij niet. Als we namelijk wachten tot een tiener dit wel kan dan is deze wettelijk al volwassen. Dat is te laat.  We moeten met deze wetenschap juist die ervaringsmogelijkheden bieden om de executieve vaardigheden bij deze tieners te helpen ontwikkelen. Maar niet vanuit regie van de leerling, maar van de docent.  Dat klinkt alsof dit haaks staak op gepersonaliseerd leren, maar dat is het volgens mij niet.

“De tiener is werk in uitvoering”

Iedere tiener zit in een andere fase van ontwikkeling. Dat maakt dat een one size fit’s all werkwijze in het onderwijs niet goed is. In ieder geval niet aansluit bij de individuele behoefte. Wat we wel kunnen doen is leerroutes en alternatieven bieden waar de leerling keuzes in kan maken. We kunnen leerlingen helpen nadenken. Vooraf, tijdens en na die gemaakte keuzes door de juiste (metacognitieve) reflectie vragen te stellen. Ik hoop dat met Kunskapsskolan ook te kunnen bieden komend jaar: behalve instructie geven ook veel gesprekken op leerling niveau.

De moeite waard?

Zeker weten. Het geeft veel inzicht in hoe het brein van de tiener zich ontwikkeld. Maar meer dan dat het geeft richting aan het handelen in de klas. Verwacht geen oplossingen of veel veel praktische handvatten, maar vooral inzichten en inspiratie. Zeker scholen / docenten die werk willen maken van het meer ondersteunen en ontwikkelen van de executieve vaardigheden van de tiener zullen hier zeker wat aan hebben

Verder lezen / kijken:

Een mooie Ted-talk van Jolles die het totale plaatje mooi samenvat:

In juni heeft de Vereniging van Meesterschappers een masterclass met Jelle Jolles georganiseerd, waar ik ook bij aanwezig was. Mijn ‘samenvatting’ in twitter berichten is te lezen in de storify die ik daarvan gemaakt heb.

Op Komenskypost is ook in twee delen een boekrecensie geplaatst.

Natuurlijk ook de websites van Jelle Jolles zelf:

www.jellejolles.nl
www.hersenenenleren.nl
www.tienerbrein.nl