Bijeenkomst “Organiseren van feedback”

Deze week heb ik  mijn eerste Crowd activiteit georganiseerd. Stiekem vond ik dat toch best een beetje spannend. De opkomst vanuit de Crowd was goed, de opkomst vanuit collega docenten was iets minder dan ik op had gehoopt.

Vanuit ons cijferloos lesgeven lopen we tegen het onderwerp ‘feedback geven’ aan. In de praktijk worstelen we met hoe we dat feedback geven en feedback verwerken goed kunnen vormgeven in onze lessen. Dat worstelen is goed kwam ik achter in de TED talk van  Daniel Finkel, die ik gisteren toevallig zag:

Mijn oorspronkelijk idee was om samen feedback materiaal te gaan ontwikkelen en uit te wisselen welke werkvormen collega’s gebruiken om dat feedback proces in de klas op gang te brengen en houden. Doordat ik mijn voorbereiding van het laatste moment liet afhangen, was ik nog maar bij twee slides toen de eerste Crowdie binnen kwam. Ik heb toen mijn plan maar losgelaten, want wat kan er nou eigenlijk misgaan als je met acht andere bevlogen collega’s samen komt om aan professionalisering te werken? Helemaal niets en dat bleek ook achteraf wel.

De enige slide die we gebruikt hebben was de vertaling die Bas Trimbos heeft gemaakt van het origineel van Dylan Wiliam :

feedbackschemaWe zijn in een levendige uitwisseling alle vakjes langsgelopen en hebben onze persoonlijke ervaringen uitgewisseld, bevraagd en doorgevraagd. Verschillende ondersteunende middelen kwam aan bod, zowel digitaal als niet-digitaal.

Als je naar het schema hierboven kijkt, dan herken je:

  • in kolom 1: Feed-up (wat zijn de doelen);
  • in kolom 2: Feedback (waar sta je nu) ;
  • in kolom 3: Feedforward (hoe kom je een stap verder).

Feedup

We kwamen er in het gesprek achter dat kolom 1 randvoorwaardelijk is voor de kolommen erna.  Ofwel: de kern is het helder in kaart brengen van de doelen en duidelijk maken dat leerlingen weten hoe succes in dat doel er uit ziet. Als je dat niet hebt, waar geef je dan feedback op en hoe moet je feedforward geven als je het doel niet weet?

Die leerdoelen in kaart brengen en delen met leerlingen kun je doen met bijvoorbeeld:

  • Single point rubric; heeft als nadeel dat je niet concreet verschillende stadia van beheersing/kennis kunt aangeven; voordeel is dat deze rubric heel overzichtelijk is.
  • Rubrics met een niveau indeling; vaak worden er drie kolommen gebruikt  met “ik kan het nog niet”, “ik kan het bijna” , “ik kan het” achtige benamingen (het kunnen hierin, is gerelateerd aan vaardigheden). Nadeel is dat leerling te gericht op de rubric zijn en de bredere context en studie missen.
  • Leerdoelen in een planner, opdracht, werkstuk e.d. opnemen;
  • Voorbeelden geven van resultaten van andere leerlingen, van verschillende kwaliteit; daarbij is het heel leerzaam voor ze als zij die voorbeelden in volgorde van kwaliteit moeten zetten en dat beargumenteren naar anderen. Nadeel is dat hier wat meer de focus op de kwaliteit ligt en misschien de onderliggende leerdoelen wat verstopt zitten.

Rubrics maken en delen met leerlingen kan eenvoudig door een spreadsheetachtig programma te gebruiken en die in een digitale leeromgeving met je klas te delen. Het eigen overzicht voor de docent is dan wat minder. Er zijn ook digitale mogelijkheden zoals bijvoorbeeld ForAllRubrics waar ikzelf en Sacha nu ook mee aan het uitproberen zijn. Let wel op hoeveel doelen je stelt. Te veel maakt het onoverzichtelijk en te weinig leerdoelen hebben de neiging om te globaal te worden waardoor ze wellicht wat minder toepasbaar zijn op je lesstof.

Feedback

Als de doelen bekend zijn en leerlingen gaan aan het werk, dan komt kolom 2 in beeld: Waar is de leerling nu?
Formatief lesgeven betekent niet dat je niets meer toetst. Misschien toets je wel vaker dan voorheen, maar op hele andere manieren en op andere momenten. Waar het om gaat is dat je momenten creëert waarin jij als docent, de leerlingen van elkaar, of de leerling van zichzelf de balans kunt opmaken hoe ver de leerling is in het behalen van de leerdoelen.  Manieren om dat te doen zijn legio.

Wat voorbeelden:

  •  Met korte snelle quiz programma’s als Plickers, Kahoot, Socrative, Quiziz, Quizalize, Quizlet live of met het gebruik van wisbordjes, waarbij je per leerling en per vraag snel kunt zien wat er helder is en wat nog niet. Vaak gebruik je deze om als docent in de klas een vervolg te bepalen voor de lesinhoud direct aansluitend;
  • Met programma’s als Nearpod, The AnswerPad, Edpuzzle, Showme en GoFormative, waarbij je iets verder kunt gaan dan een snelle quiz. Bij deze programma’s kun je leerlingen voorzien van feedback op vragen. De resultaten van leerlingen zijn blijvend vastgelegd en kunnen ook verbeterd worden door leerlingen op dat moment of later. De feedback hier is gericht op het individu en bepaalt niet zo zeer het directe vervolg van je les. Dat kan overigens wel met deze tools, ze hebben allemaal de mogelijkheid om ook een quick question te stellen.
  • Met opdrachten, toetsvragen en controle van begrip vragen op papier. Met een uitwerkingenmodel kun je hier niet alleen eigen werk laten nakijken maar ook peerreview toepassen door leerlingen van elkaar te laten nakijken. En elkaar feedback te geven op het gemaakt werk.
  • Met een exit ticket per les waarin je vragen stelt als: Wat heb je geleerd deze les?  Heb je allen begrepen? Zo niet: welke hulp heb je nog nodig?
  • Peerscholar is een digitale omgeving die al wat verder gaat en ook de feedback ontvanger terugkoppeling laat geven over de toepasbaarheid/kwaliteit van de ontvangen feedback.

Feedforward

Over het feedforward deel hebben we veel minder tijd meer gehad. We zagen wel sterk dat hier het bijdrage van de docent bij ons allemaal nog het meest gebruikt wordt.  Dat zie je ook in het schema. In feite is het de docent die de feedforward geeft, en de leerlingen elkaar die als informatiebron gebruiken. De uitdaging die ik in ieder geval voel is dat ik het eigenaarschap bij de leerling wil laten hier, maar tegelijkertijd is het de leerling die een soort wacht op mij om de feedforward te ontvangen. Sacha van Looveren heeft daar al over nagedacht bij het opstellen van haar lesplan. Ze heeft daarin, zoals je hieronder kunt zien, in de leerroute een aantal vertakkingen gemaakt op basis controle vragen. Het resultaat van de controle vraag bepaalt het vervolg van de route. Het liefst heb je hier volledig arrangeerbare (en bij voorkeur adaptieve) software voor.

symbaloo-lesplan

 

Kwaliteit van feedback

Onderzoek geeft aan dat peerreview en peerfeedback krachtige instrumenten zijn om het leren te bevorderen. Met name voor de feedbackgever. Een vraag die we niet uitgediept hebben, maar die wel benoemd is, is hoe je de kwaliteit van de feedback die leerlingen elkaar geven kunt verhogen. Goede feedback kunnen geven is niet iets wat je zomaar doet of kunt. Ook daar zul je leerlingen in moeten trainen. Er is echter nog nauwelijks lesmateriaal voorhanden om leerlingen te leren feedback te geven. Wat peerscholar hier in doet is al een stuk reflectie, maar nog steeds is trainen op het proces van feedback noodzakelijk. Misschien iets voor een vervolgsessie?

The after party

Wat doet zo’n bijeenkomst met de aanwezigen? Hier zo maar een paar terugblikken op twitter:

tweet1 tweet2 tweet3 tweet4 tweet5 tweet6 tweet7

Leeropbrengst Frans Droog : https://fdroog.wordpress.com/2016/10/30/leren-voeden-via-feedup-feedback-feedforward/

Blog van Rhea Flohr: http://rheaflohr.weebly.com/blog/the-crowd-organiseren-van-feedback

 

Voor mezelf: ik heb het schrijven van een blog nodig om alle indrukken te verwerken. Mijn volgende stap is dat ik met name wil gaan kijken naar het maken van een start met peerfeedback. Mijn leerdoelen krijg ik met mijn rubrics voldoende in kaart om u meer aandacht aan de feedback tussen leerlingen te gaan bevorderen.  Ik ben dan ook erg blij dat we bij Rob van Bakel mogen aanschuiven over een paar weken als hij een workshop peerfeedback gaat geven. We gaan wisbordjes bestellen, want collega Kirsten en ikzelf hebben ook te maken met klassen waarin de tablet/laptop niet altijd beschikbaar is. En vooral gaan we met collega’s delen wat vandaag allemaal is langsgekomen.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.

 

PS: uiteraard is ook deze aanbod geweest, hij blijft prachtig.

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Advertenties

Zaterdag 22 oktober 2016: EdcampBE3

Voor mijn derde Edcamp, na Zoetermeer in 2015 en Texel in maart van dit jaar, ging de reis naar het Belgische Sint Niklaas. Bijna een thuiswedstrijd vanuit mijn geboorte plaats Hulst.

We waren te gast bij Broederschool Humaniora.  Samen met Frans droog hebben we Nederland vertegenwoordigt op dit (daarmee) internationale onderwijsfeest.  Want feest dat is is het als je met gedreven en passievolle docent collega’s ideeën en ervaringen kunt uitwisselen. Dat was deze keer niet anders.  Fijn was het om gelijkgestemden uit de facebookgroep Actief leren zonder cijfers hier tegen te komen.

Esbjörn heeft ons fijn door de dag heen geloodst en er voor gezorgd dat alles in goede banen liep.

sessieskiezen

De 17 sessie ideeën zijn in gezamenlijkheid terug gebracht naar 12. Zie 12 sessie zijn ingedeeld naar onderstaande planning waarbij we steeds moesten  kiezen uit twee gelijktijdige sessies. Dat zijn niet altijd makkelijke keuzes, maar gelukkig heb ik bij geen van mijn keuzes spijt gehad.

Het programma:

dagplanning

De eerste ronde stond in het teken van differentiëren. Waar mijn bijdrage de focus had op de getalenteerde leerlingen, ging Lucas meer de breedte in om te laten zien hoe je al makkelijk en snel kunt differentiëren in je lessen.

De tweede ronde was een keuze tussen het verhaal van Karen over Formatieve evaluatie en het toepassen van Plickers in je lessen. Zeker als de ICT voorzieningen in je klas beperkt zijn kun je met Plickers toch handig quizen met je klas (om voorkennis te testen, controle van begrip vragen te stellen  e.d.).  Gezien mijn huidige passie voor formatief werken is dit geen lastige keuze, maar op de geluiden van de aanwezigen bij de Plickers-sessie heeft ook Plickers een goede ontwikkeling doorgemaakt. Een aanrader dus. Het verhaal van Karen geeft veel herkenning.  Bottomline is dat veel en gerichte feedback leerlingen verder helpt in hun leren. Het geven van cijfers daarbij doet daar wat afbreuk aan,  want zodra het cijfer bekend is, stopt het leren. Leerlingen moeten bij Karen veelvuldig reflecteren op het proces. Onderdeel van die reflectie is altijd of de leerling nog hulp nodig heeft en zo ja, welke hulp? Een sterke toevoeging die ik zelf nog niet had opgenomen in mijn reflectiedocumenten.  Els geeft in deze bijeenkomst aan, dat op haar school (die werkt met brede evaluatie) leerlingen in de periode tot november helemaal geen cijfers krijgen. De focus in de start van het jaar is op het leren kennen van de leerling. Leerlingen krijgen op die school ook een coach (1 coach heeft 10 leerlingen) die de leerling helpt met de studie en studievaardigheden. Wauw, over het centraal stellen van je leerling gesproken!

In de derde ronde kunnen we kiezen tussen het gebruik van Trello in het onderwijs (leerlingen en docenten) of kun je je laten overtuigen door Frans Droog over het invoeren van een Genius hour op je school. Aangezien ik een dagelijkse gebruiker van Trello ben (zij het nog niet in mijn lessen) luister ik graag naar Frans,  en hij heeft me bijna overtuigd. De kern die ik eruit haal is dat je autonomie geeft aan een leerling om iets te doen waar die leerling interesse in heeft. Er zijn kaders, waaronder het feit dat het moet passen in het vakgebied van de docent en er moet een presentatie volgen. De wijze waarop is geheel aan de leerling. De beoordeling van het eindproduct doen leerlingen op elkaars presentatie. Je kunt er nog meer over lezen op een blog van Frans over zijn Genius Hour.

De middaglunch was geen reden om het niet meer over onderwijs te hebben. In tegendeel, de gesprekken liepen vanuit de sessie naadloos over naar de uitstekende maaltijd. Heerlijke broodjes (eindelijk weer eens een echte martino!) en een door de vrouw van een aanwezige docent zelfgemaakte soep. In België weten ze wat lekker eten is!

Al te snel moesten de gesprekken afgebroken worden voor het middag gedeelte.

De vierde ronde was een keuze tussen eTwinning & CLIL en het werken met contractwerk voor rekenen. Als wiskundedocent heb ik voor die laatste gekozen. In  eTwinning heb ik me al eens verdiept. Een prachtig platform om internationaal met andere scholen projectmatig te werken. Iets wat nog wel op mijn wensenlijstje staat maar nu even geen prioriteit heeft.  Bij het laten zien van het contractwerk rekenen koos Liesbeth voor de praktische kant: niet veel uitleggen, maar ons aan het werk zetten om aan de slag te gaan met het contractwerk. Ze liet ons ervaren hoe dat werkt. Super gekozen deze manier. Het contractwerk lijkt op een een soort weektaak formulier met ook reflectie onderdelen. Ondanks dat het contractwerk in de basis een standaard planning is voor de klas, differentieert ze wel door de te maken oefenstof op leerling niveau aan te passen op het contract werk van die leerling: gepersonaliseerd leren!

rekencontract

In de reflectieonderdelen werkt ze met smileys, heb je het alleen gedaan of samen, ging het goed of niet goed.In de les moeten leerlingen hun naam op het bord schrijven. Als ze na het nakijken nauwelijks fouten hebben, schrijven ze hun naam onder het woord Nakijken; hebben ze nog een vraag dan schrijft de leerling zijn/haar naam op in de kolom Vraag, het liefst met het onderwerp erbij.  Liesbeth helpt leerlingen in volgorde van de namenlijst en het liefst een aantal tegelijk over hetzelfde onderwerp. Op deze manier ontstaat er geen rij kinderen voor haar bureau; zowel zij als de klas weet waar ze aan toe zijn. Terecht wordt opgemerkt dat de veiligheid in de klas in orde moet zijn: wil een leerling zijn naam onder Vraag schrijven, wil je niet dat dat een drempel is voor die leerling.  Ik zie aanknopingspunten om nog eens goed te kijken naar onze (semi) digitale weekplanner.

Al weer de vijfde ronde dient zich aan. Wordt het brainstormen over onderwijsontwikkeling of kennismaken met de tool LoQuiz, waarbij je op basis van je gps positie een vraag krijgt op je device? Een lastige keuze. Ik heb lopen dubben en heb uiteindelijk voor de onderwijsontwikkeling gekozen. Met name omdat ik benieuwd ben naar waar docenten in België mee bezig zijn en waar zij tegenaan lopen. LoQuiz heb ik laten gaan, daar ga ik mezelf nog wel eens in verdiepen. Let wel op dat als je je inschrijft op de website bij LoQuiz, je daarna een mail stuurt naar de makers. Grote kans dat als je aangeeft in het onderwijs te werken, het gebruik ervan gratis is!
Met betrekking tot de onderwijsontwikkeling merk ik zelfde thema’s in vergelijking met Nederland:  formatief werken, wel of geen blokuren voor vakken, wel of geen graatklassen, wel of geen niveau groepen. Onderwijsvernieuwing is in België nog vaak een top down oefening. Bij ons niet anders, maar de laatste jaren is de roep op autonomie voor docenten groter geworden en zijn er verschillende initiatieven (Leraren Ontwikkel Fonds &  Stichting Leerkracht om er maar eens twee te noemen) om het zeggenschap weer terug bij de docent te leggen. Iets waar de aanwezige Belgische docenten ook behoefte aan hebben. Bram Faems verwees nog naar het boek Pei(ijlen) naar succesvol schoolbeleid van Peter van Petegem als leestip. Momenteel is het boek niet verkrijgbaar (enkel als onderdeel bij een training) maar als het goed is komt er in 2017 een nieuwe editie uit.

 

De dag loopt ten einde, de hoofden lopen vol en over van inspiratie, indrukken en talloze lesideeën. We zetten ons schrap voor de laatste ronde. Petra is heel trots op haar succesvolle aanpak om leerdoelen te realiseren, en de andere sessie gaat over het samen veranderingen realiseren met je school en je klas.  Het realiseren van leerdoelen sluit voor mij mooi aan bij mijn formatief lesgeven en kies ik ervoor om te zien hoe Petra dat voor elkaar heeft gekregen.

Onder het genot van een heerlijke mattentaart (dank je wel Els!) luisteren we naar het verhaal van Petra dat ze prachtig op papier uit de doeken doet. Ik vergeet aantekeningen te maken. Wat zij doet, daar droom ik van. Wij hebben het over de stap te zetten naar formatief werken, met leerdoelen, zonder cijfers, veel feedback etc. En Petra doet dit gewoon iedere dag. Al vele jaren lang. Ze kan zich niet heugen wanneer ze een leerling een cijfer heeft gegeven. Veel van wat vandaag voorbij is gekomen, komt samen in deze afsluitende bijeenkomst. Petra werkt op de school De Witte merel. Het is zeker de moeite waard om eens op hun schoolsite te kijken.

SessiePetra

We delen het belang van het op orde krijgen van de leerdoelen. Zowel voor de leerling (als vertrekpunt en houvast), maar ook voor de docent. Het opstellen van leerdoelen vergt kritisch kijken naar wat van belang is. Een methode kan daarin een belemmerende factor zijn.  Ergens kwam er een zinsnede voorbij die is blijven hangen bij me: ze hebben op de school van Petra aandacht voor het weten, kunnen en zijn. Als ik daar even op google kom ik op de website https://guidovermeeren.nl/de-onmisbare-mix-voor-succes/  Het plaatje dat ik daar tref  is deze:

 

weten-kunnen-willen-zijn-waterkleur-v04-1024x465

Ik geloof, als ik dit plaatje zie, dat je inderdaad op deze gebieden leerlingen wilt laten groeien. Weten en Kunnen zijn in het huidige onderwijs meer dan de helft van waar we met leerlingen mee bezig zijn. Nu wil ik niet gelijk zeggen dan bovenstaande verdeling de enige juiste is, maar er mag wat mij betreft meert balans komen in het huidige onderwijs programma. Er mag zeker meer aandacht uitgaan naar het Willen en het Zijn. Ook daar horen we met leerling aandacht aan te besteden

Wat een afsluiting van een geweldige dag.  Ik ben en blijf super positief over dit soort bijeenkomsten waarin docenten van en met elkaar (willen)  leren. Ik krijg daar iedere keer weer een hele berg energie van. Dat is deze keer niet anders.

Nog voor ik thuis ben komen de voorstellen voor EdcampBe4 al voorbij: Oost-Malle, Antwerpen en Brugge worden al genoemd. Ik hoop dat dan meer collega’s uit het onderwijs hun weg weten te vinden naar Edcamp.

Er wordt nu druk gewerkt om informatie van alle sessies te verzamelen op de website en facebookpagina van Edcamp België.

Dat is top werk van Bram en Esbjörn. Dank heren voor alle inspanningen die reeds gedaan zijn en waar jullie nu nog mee bezig zijn. Puik geregeld en ik ben er de volgende keer graag weer bij.

Een aantal aanwezigen zien we op 3 november weer terug. Dan in Middelharnis voor een eerste bijeenkomst van docenten uit de facebookgroep Actief leren zonder cijfers. Hopelijk gaan we ook daar weer bruisend de deur uit.

 

 

 

Hele taak eerst – differentiëren voor getalenteerde leerlingen (op EdcampBE3)

Op zaterdag 22oktober heb ik een kleine bijdrage geleverd aan EdcampBe3. Meer informatie daarover is ook de vinden op de facebookgroep van Edcamp België.

Ik heb mijn ervaringen met het differentiëren met behulp van de “Hele taak eerst” aanpak gedeeld met een aantal belangstellenden.

Hieronder kun je de gebruikte documentatie vinden

 

Presentatie:

hte_edcampbe3

Het belangrijkste document, de hele toolkit van de Whole task first / Hele aanpak eerst:

lesegevenmetperspectief

De kwaliteitskaart gemaakt door Scholen aan zet:

kwaliteitskaart

Praktijkvoorbeelden via Scholen aan zet:

excellentie

 

Een flinke verzameling praktijkvoorbeelden voor een hele verscheidenheid aan vakken:

uitdagend

In het verleden heb ik ook al een aantal blogs aan dit thema gewijd. Je vindt die onder deze link.

Ons LOF project in de school – een verslag van onze wereldcafé bijeenkomst

Een pilot doen met een aantal collega’s en één klas is goed, leuk en leerzaam. Er komt echter een moment dat je moet gaan besluiten of en hoe je hierna verder wilt gaan. Dat moment wil je niet een week voor het einde van het schooljaar nemen. Dat ontneemt je namelijk alle tijd die je nodig hebt om goed voorbereid die volgende stap te zetten.  Daarnaast wil je met je pilot ook verbinding zoeken met collega’s in je kernteam en collega’s die ook lesgeven aan deze pilot klas.

In ons kernteam hadden we afgelopen dinsdag in een ‘wereldcafe’ – werkvom een uitwerking van een viertal thema’s die dit jaar centraal staan in ons havo/vwo team. Dat zijn:

  • formatief lesgeven zonder cijfers
  • versterken mentoraat
  • versterken talentstroom
  • vwo profilering

Wat ik in eerste instantie al sterk vind, is dat we twee thema’s hebben die niet nieuw zijn, maar waarin we vanuit wat we al doen (en wat we daarin ook goed doen) voortzetten en daar een ontwikkeling is doormaken. We kiezen daarnaast voor twee nieuwe thema’s, waarbij de vwo profilering al wat langer rond zingt, maar waar we tot nu toe nog niet de concretisering in zijn gegaan. Geheel nieuw is het formatief lesgeven zonder cijfers.

 

In ons wereld café mocht ik tafelheer zijn bij het thema formatief lesgeven zonder cijfers.

Onderstaand tafellaken is wat we in vier ronden bij elkaar hebben ‘gekrabbeld’:

wereldcafe_lof

 

Helemaal centraal staat de leerling van onze pilot klas 1P, een vwo (atheneum/gymnasium) brugklas. Daarom heen staan Bianca, Jens  en ikzelf als docenten die nu met deze klas de cijfers hebben losgelaten. Om ons heen bevinden zich de mede kernteamleden, waarvan er een aantal ook lesgeven aan deze klas, maar een groot deel ook niet. In de cirkel daarbuiten staan de overige collega’s (docenten & niet-docenten) van onze school, waarvan er ook een aantal te maken hebben met deze klas, en een  nog groter deel helemaal (nog) niet.

Om onze pilot succesvol te laten zijn hebben we de pilot opgepakt als zijnde een PLG (professionele leergemeenschap). In onze opstart hebben we nadrukkelijk genoemd dat we zo veel mogelijk aansluiting moeten zoeken en houden met belanghebbenden om ons heen. Dat zijn ouders, met wie we in november gaan bespreken hoe het rapport eruit moet gaan zien, en of er überhaupt wel een rapport nodig is. Dat zijn de leerlingen, maar die staan als vanzelf al centraal in wat bij binnen de pilot doen. Dat zijn ook onze collega’s die mede lesgeven en collega’s die in ons kernteam zitten. De collega’s in de buitenste cirkel informeren we, maar betrekken we nog niet actief.

In eerste instantie leg ik uit wat we aan het doen zijn. Ieder groep heb ik drie vragen gesteld:

  • Wat heb jij van ons nodig of wil je van ons weten?
  • Hoe zouden jullie wat wij doen kunnen versterken?
  • Hoe zou een volgende stap eruit kunnen zien als we positief zijn over uitvoering van deze pilot?

Binnen het kernteam is er veel nieuwsgierigheid, merk ik in de gesprekken die we voeren. Niet iedereen weet echter precies wat het inhoudt, formatief lesgeven, en niet iedereen is direct een medestander, er zijn ook kritische noten. Men heeft behoefte aan informatie. Niet alleen nu, maar ze willen graag op de hoogte gehouden worden.

De versterkingsvraag levert leuke tips op. Laat leerlingen bij collega docenten aangeven wat ze fijn vinden en wat typisch is wat wij anders doen. Vraag of die andere docent daar ook iets van kan oppakken. Andersom willen collega’s ook graag zelf iets uitproberen waarvan wij vinden dat dat goed gaat of wat we wat breder ‘getest’ willen zien. Er zijn collega’s die bij het horen over rubrics aangeven dat ze graag met ons dat ook voor hun vak een keer willen doen. Hier komt de afspraak uit voort dat iedere docent 1 x met een klas gaat werken met leerdoelen in de vorm van een rubric. We komen in het gesprek ook op het breder kijken in een rubrics dan alleen vakspecifieke vaardigheden en kennis. Vanuit het versterken mentoraat en vwo profilering komt ook de behoefte aan het meer in kaart brengen van belangrijk meta cognitieve (studie) vaardigheden. Kunnen die ook vanuit rubrucs bij vakken meegenomen worden en kunnen we van daaruit leerlingen in kaart brengen en ze gerichte ondersteuning geven.  Het wereld café levert nu al zijn vruchten op. Thema’s staan niet los van elkaar.

De ideeën voor volgend schooljaar zijn er ook: doorgaan met deze klas en met meer vakken en meer docenten; de nieuwe brugklas of brugklassen ook met meerdere  vakken starten. Schoolbreed of leerlaag breed met alles over is voor iedereen een te grote stap. De beslissing moet ook wel op tijd vallen vindt men, want het kost docenten tijd om zich hierop voor te bereiden.

Een vraag die bij meerdere collega’s leeft is of dit niet heel veel extra tijd kost? Zou je dit ook met een twee-uurs vak kunnen doen en dan 14 klassen tegelijk? In deze fase ben ik blij dat ik dit met één klas doe. Ik merk ook dat ik als vanzelf al veel formatiever (maar wel met cijfers) bezig ben in mijn andere klassen. Formatief lesgeven kun je namelijk met kleine stapjes opbouwen. Omdat we nu ook geen cijfers geven, zorgt mijn gevoel om controle te houden, nog voor een administratieve last. Ik weet gelukkig wel dat ik die naar beneden kan bijstellen. Zo begon ik vorig jaar met overal feedback op te geven, nu doe ik dat beperkt en alleen op de kern en veel meer gericht op wat dit kind nodig heeft.

Wat nemen we als groep nu concreet hieruit mee:

  • We gaan collega’s uit het kernteam meer betrekken door hun actief te vragen een bepaald aspect een keer anders te doen. Bijvoorbeeld door op de toets geen cijfer te zetten, de toets in de klas te bespreken en pas nabespreking het cijfer in te voeren in magister;
  • We gaan met collega’s samen rubrics opbouwen en uit testen;
  • We houden op 27 oktober, vanuit The Crowd georganiseerd, een bijeenkomst over het organiseren van feedback op onze school;
  • We gaan in november als we nadenken over de criteria waarop we het vervolg gaan beslissen de ideeën van vandaag meenemen;
  • We gaan in onze rubrics ook meta cognitieve vaardigheden opnemen in afstemming met mentoraat en vwo profilering;
  • We gaan nadenken over een manier om onze collega’s (en ouders?) geïnformeerd te houden;

Tevreden ? Jazeker.  Voor mijn gevoel zaten we op een eilandje. Nu blijkt dat veel collega’s echt nieuwsgierig zijn naar wat we doen. Ik merk dat mijn focus te beperkt was. Wat fijn om te merken we iets doen dat in de belangstelling staat. Dat geeft nog meer energie wat we gaan samen onderwijs maken. Hoe cool is dat?

 

 

Deze blog verscheen eerder op https://lerarenontwikkelfonds.onderwijscooperatie.nl/ons-lof-projectg-in-de-school-een-werkcafe-verslag/

 

Bewaren

Bewaren

SLO bijeenkomst Toetsen om van te leren – 13 oktober 2016

De groep docenten in Nederland die met het onderwerp formatief toetsen, formatief evalueren of formatief lesgeven bezig zijn, is groeiende. SLO heeft dat enige tijd geleden ook gemerkt en is nu druk bezig om scholen, het ministerie OC&W, docenten, experts en belangstellenden bij elkaar te brengen.

Als aftrap zijn er de afgelopen week, twee bijeenkomsten geweest, waarbij mijn collega’s en ik op donderdag aanwezig waren.

formsumma

Als eerste spreekster laat Karen Heij (toetsexpert)  ons over het, wellicht ietwat stoffige imago, van een toetsexpert heen stappen en toont ons hoe lastig maar ook hoe boeiend het ontwerpen van goede toetsen kan zijn. Met welk doel toets je (selectie, beoordeling, voor feedback, …)? Toets je formeel, of informeel? Het geeft aan dat je er niet te licht over moet denken: ze geeft  het belang aan van een goede vraag te kunnen stellen.  Formatief of summatief: vragen stellen (noem het toetsen) blijf je namelijk  doen.

 Lees hier het recente blog van Karen op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs:
Van rangschikken groei je niet. Leer je voor een toets of toets je om te leren.

 

Michel Pijpers geeft ons vervolgens een inkijkje in het proces dat het Odulphus Lyceum heeft doorlopen tot waar ze nu staan. Een proces dat nog lang niet klaar is, blijkt tijdens het verhaal van Michel. Het lyceum heeft het roer omgegooid.  Leerlingen kunnen niet blijven zitten (later aangepast naar : leerlingen mogen niet blijven zitten) en een onvoldoende voor een toets is een onvoldoende voor de docent: blijkbaar heeft de docent het niet goed genoegd uitgelegd. Klein begonnen en als olievlek uitbreidend zien we een proces met vallen en opstaan. Keuzes maken en keuzes moeten bijstellen. Het geeft aan dat je enerzijds lef moet hebben om belangrijke keuzes te maken, anderzijds moet je faalvaardig zijn: fouten durven maken, dat erkennen en met bijstellingen weer verder gaan. Toetsen heeft in dit proces als katalysator gewerkt, aldus  Michel.

Lees hier het blog Toetsing en cijfers vanaf 2016 van : Onze havo blogspot.

 

Als derde in rij, vertelt de bevlogen docent Engels, Norbert Sparnaay, hoe hij in zijn eentje begonnen is met het afschaffen van cijfers in zijn klas. Dat is gegroeid naar een nieuwe werkwijze van de sectie Engels in 2 jaarlagen! Vol passie laat hij zien waar zijn inspiratie vandaan komt: Dylan Wiliam en Carol Dweck. De formative assessment aanpak van Wiliams laat zich naadloos combineren met de Growth Mindset van Dweck. Het loslaten van de cijfers heeft Norbert en zijn leerlingen zoveel lucht gegeven, dat het een bodem heeft gelegd waarin het formatief werken daadwerkelijk het leren weer op gang heeft gebracht zonder het zwaard van een toetscijfer dat boven het hoofd kan hangen. Het is me gelukt om een uitspraak bij Norbert te ontlokken : hij zou deze slag niet hebben kunnen maken  zonder zijn methode los te laten! Zelf merk ik dat, ondanks dat de methode die ik gebruik mij houvast geeft, ik toch ook al begin te merken dat die methode belemmering kan gaan worden.

Lees hier het blog van Norbert Onderwijs zonder cijfers. Waarom?

 

Na al deze inspirerende verhalen krijgen we even tijd om de socialmedia contacten om te zetten in persoonlijke kennismakingen. Wat is het toch super fijn om niet te lezen wat iemand vindt, maar dat in een gesprek met elkaar te kunnen uitwisselen. Voor ik het wist stonden we met een groepje wiskunde docenten bij elkaar; allemaal met de ambitie om formatief te gaan werken (al dan niet met cijfers). Ik kan me niet voorstellen dat dit geen vervolg gaat krijgen.

 

wi_slo

Na de pauze waren er twee ronden in wisselende samenstellingen . In de eerste ronde hebben we ervaringen uitgewisseld en verzameld in de vorm van Tops, Tips en Behoeftes. Wat heeft gewerkt en waarom? Wat heb je nodig en van wie om verder te komen? Met een mix aan achtergronden van docenten, schoolleiders, medewerkers van het ministerie, VO-raad, examensecretaris krijg je een heel mooi totaalbeeld. Input waarvan ik hoop dat de SLO met haar partners daar mooi vervolg aan kunnen geven.

Er zijn deze middag mensen geïnspireerd, verbindingen gelegd, samenwerkingsafspraken gemaakt, netwerken in gang gezet & lesbezoeken afgesproken.

@Sander: voor hoeveel mogen we dit meetellen voor het lerarenregister?

Een supergeslaagde middag. Dank je wel Gerdineke en Lammie voor de organisatie. Jullie kunnen op ons rekenen bij het vervolg.

 

 

Er zijn binnenkort nog een aantal interessante bijeenkomsten rondom formatief lesgeven:

Donderdag 3 november organiseert de facebookgroep Actief leren zonder cijfers, voor haar leden een minicongres met medewerking van Gerdineke van Silfhout, Dominique Sluijsmans en natuurlijk veel leden van de facebookgroep.

Vrijdag 4 november organiseert Bureau ICE het 2e Nationale toetscongres, met als thema: Van polsstok naar peilstok.

 

 

Om te lezen:

Binnenkort komt het nieuwe boek van René Kneyber en Dominique Sluijsmans uit: Toetsrevolutie, naar een feedback cultuur in het voortgezet onderwijs.

Formatief evalueren tijdens Nederlands , van Gerdineke van Silfhout en Joanneke Prenger.

De blog van Anke Swanenberg op toets.nl: Woehoe! Geen cijfers meer.

100 vragen die wiskundig denken bevorderen

Enige tijd terug verscheen er een Engelstalige poster met “100 Questions to pomote Mathematical discourse”.100questions

Een poster die door veel mensen snel geliket werd.

In de facebook groep Leraar Wiskunde is er vervolgens samengewerkt om van deze poster een vertaling te maken naar het Nederlands.

De vertalingen heb ik omgezet naar een soortgelijke vormgeven als het origineel. In de facebook groep heeft daarna nog een controle op de Nederlandse versie plaatsgevonden.

Het resultaat is ook daar weer gedeeld.

Conclusie: als docenten samenwerken ontstaan er mooie dingen!

De poster in het Nederlands is hieronder ook te downloaden als word en als pdf bestand.

De word versie:

100vragenword

De pdf versie:

100vragenpdf

 

De reis is begonnen – start van een cijferloos schooljaar

Want een reis: dat is het. We hebben een doel voor ogen, maar de reis naar dat doel is nog vele malen interessanter dan het bereiken van het doel. En laten we eerlijk zijn: een doel in onderwijsland is altijd een bewegend doel: je bent er eigenlijk nooit echt helemaal.

We hebben een rustige start genomen. In de eerste twee weken van het schooljaar zijn we in gesprek gegaan met elkaar over hoe we de klas gaan voorbereiden op een jaar geen cijfers krijgen voor onze vakken.  We zijn Jens, Bianca en Jörgen. Docenten aardrijkskunde, Engels en wiskunde. In die volgorde.  Wat mooi samenvalt is de dat de enthousiaste docenten ook verschillende soorten vakken vertegenwoordigen: vaardigheden, kennis en een moderne vreemde taal komen er in terug. Ieder met zijn eigen leer-karakteristieken.

Leerdoelen formuleren

We hebben er voor gekozen om er allereerst voor te zorgen dat we de leerdoelen voor de leerlingen zo helder mogelijk formuleren. We gaan daarbij uit van de reguliere methode die we op onze school gebruiken. Dat zorgt voor een goede aansluiting voor komend jaar; we weten namelijk niet hoe onze pilot komend jaar een vervolg gaat krijgen.  De keuze is dus een stukje risico beheersing en het geeft houvast aan ons als docenten, omdat het bekend terrein is.

We hebben alle drie een ander format gekozen om de leerdoelen te beschrijven, ook om de eerste stap lekker dicht bij jezelf te houden. Daarnaast doen wij en leerlingen ervaring op met de verschillen in die formats zodat we ook daar steeds het beste uit kunnen gaan halen. Inmiddels ben ik overgestapt op rubrics via de forallrubrics.com (een tip die ik tegenkwam in de facebookgroep Actief leren zonder cijfers).  De rubric is helemaal aan te passen naar eigen wensen, en zowel op papier als digitaal goed te gebruiken. Forallrubrics biedt daarbij, en daar zit volgens mij een enorm potentieel, de mogelijkheid om studenten elkaars rubric in te laten vullen en daarbij ook algemeen of per leerdoel van feedback/feedforward te voorzien.  Voeg daar nog aan toe dat een leerling een badge kan claimen als hij/zij vindt dat ze klaar is met een onderdeel. De leerling kan daarbij bewijs toevoegen door bestanden te uploaden of via google drive toe te voegen. Jens gaat komend hoofdstuk daar ook met forallrubrics aan de slag.

 

De eerste stapjes met de klas

Bianca heeft zich ontfermd over de feedbackwijzers die Bureau ICE ontwikkeld heeft. Ze heeft die wijzers aangepast om te gebruiken in onze brugklas. Zoals de wijzers aangeboden worden leek het haar net iets te hoog gegrepen voor een beginnende groep. De formatieve toets die ze afgenomen heeft is besproken en daarbij hebben de leerlingen de feedbackwijzers ingevuld om inzicht in hun leerproces te krijgen.

Bij mijn eerste grotere formatieve toets heb ik de leerlingen elkaars toets laten nakijken en die te scoren op de rubric van de klasgenoot. Daarvoor heb ik aan de rubric toegevoegd welke opgaven van de toets horen bij welk leerdoel. Dat hebben ze aardig gedaan (ze zijn soms nog iets te lief voor elkaar) en dat levert een goed leergesprek op. Veel leerlingen hadden nog het beeld dat geen cijfers krijgen betekent dat je niet hoeft te leren. Het tegendeel is waar, maar je leert anders. Dat besef moet nog goed landen bij ze. Als huiswerk kregen ze mee dat ze thuis een planning moesten maken op basis van de leerdoelen waar ze nog niet op hun max zaten. De opdracht was: kies twee leerdoelen waar je aan wilt werken en kies bij die leerdoelen, per leerdoel twee passende opgaven uit het boek. De vervolg les hebben ze besteed aan het werken aan hun eigen leerdoel. Differentiatie ten top! Leeropbrengst: doelgericht en bij iedereen groot. Of het nou een stap was van het nog niet kunnen naar het er bijna zijn, of van het er bijna zijn naar volledige beheersing: iedere leerling is die les gegroeid.

 

Ouders

De eerste ouderavond is geweest. Naast de reguliere informatiedeling kwam ook het leren zonder het krijgen van cijfers ter sprake.  Dat leverde verrassend genoeg weinig vragen open. Voor veel aanwezige ouders kwam het verhaal zo logisch over dat er weinig zorgen waren. De vragen die gesteld werden waren over compensatiepunten (gebaseerd op cijfers), over het rapport (hoe gaat dat er uit zien) en over het meten van het niveau (waar staat de leerling).  Logische vragen. Over het rapport hebben we voorgesteld om na de herfstvakantie met een paar ouders om de tafel te gaan zitten om uit te wisselen wat ouders willen zien en wat wij kunnen opleveren. Een aantal ouders gaven ook aan dat deze manier van leren wel eens de toekomst kan zijn of worden. Super fijn om te horen!

 

Belemmeringen

Gaat alles dan vanzelf. Nee, uiteraard niet. Het grootste ding waar we tegen aan lopen is tijd. Niet zo zeer onze eigen tijd, dat is via de subsidie van het leraren ontwikkel fonds goed geregeld. Het introduceren van een andere manier van leren kost lestijd. We lopen er  alle drie tegenaan, dat we onze lessen behoorlijk flexibel moeten plannen. Voorspellen hoeveel tijd er in een les naar het proces gaat blijkt in de praktijk lastig. Een deel van de reguliere lestijd wordt nu dus niet direct aan het vak besteed. Dat is investeren in de toekomst. In de tussentijd zijn we de lesstof aan het compacten en moeten we scherp in het oog houden wat we waar later in het jaar kunnen terugwinnen. Tot dusver lukt dat nog, maar we merken wel dat het compacten een bepaald spanningsveld oproept. Bij onszelf dan wel te verstaan. Omdat we het alle drie herkennen kunnen we elkaar de nodige steun en reflectie geven. Ook dat is super fijn.

 

Kennisdeling & leren

Formatief toetsen en het loslaten van cijfers lijkt steeds meer aandacht te krijgen in ons land. Een bevestiging voor ons dat we een goede weg zijn ingeslagen. We zijn dan ook erg blij met initiatieven van Bureau ICE die het 2e Nationale toetscongres weer organiseren op 4 november. Blij met het initiatief van SLO die twee startbijeenkomsten Toetsen om van te leren organiseren op 11  en 13 oktober. Blij met het initiatief (en de inbreng van ruim 800 leden daarin) van de facebookgroep Actief leren zonder cijfers die een kennisdelingsbijeenkomst organiseren op 3 november. Blij met het nieuwe initiatief van René Kneyber en Dominique Sluijsmans: Toetsrevolutie, met een congres op 20 april.  We gaan naar deze bijeenkomsten. We hopen daar onze ervaringen tot dusver te kunnen delen en we hopen verbindingen te leggen naar scholen die in een gelijksoortig traject zitten. We zullen het samen moeten doen. Samen met collega’s van andere scholen, samen met onze leerlingen en samen met de ouders.

Wij barsten van energie en enthousiasme. De reis is mooi begonnen…….