Portfolio-site van VO Content

Afgelopen dinsdag was ik met mijn collega Boris op bij de lancering van de Portfolio-Site van VO Content.

Het afgelopen jaar heeft VO Content met een paar scholen (Corlaer College en Martinuscollege) gewerkt aan deze nieuwe tool.

Zelf introduceert VO Content hun nieuwe tool als volgt:

Portfolio-site.nl is een nieuwe online tool waarmee leerlingen op een eenvoudige en gestructureerde manier de ontwikkeling van hun vaardigheden kunnen bijhouden en bewijsstukken kunnen bewaren. Je kunt hierbij denken aan vakvaardigheden, 21-eeuwse vaardigheden, LOB of werknemers-vaardigheden.

Nu mag je van alles vinden van de term 21-eeuwse vaardigheden. Probeer even door die term heen te kijken.

Onze school (het Ashram College, Alphen aan den Rijn) is dit schooljaar begonnen met coaching op persoonlijke ontwikkeling en leervaardigheden, formatief werken (en ook geen cijfers meer), projectonderwijs (m.b.v. edu-scrum) vanuit de eigen verwonderingsvraag en vakkenintegratie van een deel van de vakken. De leerlingen houden in een portfolio (nu nog Google Sites) hun vorderingen bij met ‘bewijsstukken van behaalde resultaten en zaken waar ze trots op zijn. In dat portfolio willen we ook de persoonlijke ontwikkeling (en de groei daarin) zichtbaar maken. Daarnaast zijn we op zoek hoe de de behaalde leerdoelen op een goede plek kunnen bijhouden zodat er overzicht is voor leerling, coach, ouder en vakdocent.

De startpagina van de portfolio-site ziet er als volgt uit:

Voor de leerlingen is deze nagenoeg gelijk, alleen de laatste optie ontbreekt.

Je biedt de leerling een portfolio aan, waarin de competenties en vaardigheden beschreven staan.
Als test heb ik een tweetal portfolio’s zelf ingericht (begin gemaakt) en één voorbeeld portfolio van een andere school overgenomen.
Per portfolio zie je welke competenties in dat portfolio terugkomen. In de presentatie lag de nadruk volledig op de competenties zoals te zien zijn in de voorbeeld portfolio onderaan.

Omdat wij ook geïnteresseerd zijn in het inzichtelijk maken en bijhouden van vak-leerdoelen heb ik ook een Wiskunde portfolio gemaakt.
Ik zie daarin de mogelijkheid om bij Competentie een overkoepelend wiskunde thema te noemen.
Onder competenties kun je prestatieindicatoren benoemen.  Hier zie je de prestatieindicatoren die horen bij de competentie Reflecteren:

In geval van het vak wiskunde, heb ik de leerdoelen binnen het overkoepelende thema op de plaats van de prestatieindicator geplaatst. Dat ziet er dan zo uit:

Je ziet hierin ook dat de leerling gescoord is op een aantal sterren. Dat zijn de verschillende niveau’s van beginner/ in ontwikkeling / gevorderde en expert. Dat lijkt heel sterk op een regel uit een rubric.

 

Hoe scoort een leerling hier nou op?

Dat komt uit het kopje taken wat je in het startscherm kunt zien. Je moet namelijk taken opnemen, die aan bijdrage leveren aan één of meerdere competenties. Als een leerling een taak maakt en afrond kan hij/zij zichzelf scoren en bewijsmateriaal toevoegen. Dat bewijs materiaal kan een afbeelding zijn, een video of een link (bijvoorbeeld naar een document op google drive).

 

Bij het toevoegen van bewijs kan de leerling er voor kiezen om dit onderdeel ‘in de etalage’ te zetten. Dus prominent zichtbaar op de startpagina van zijn/haar portfolio site. Overigens bepaalt de leerling ook zelf wie toegang heeft tot zijn/haar portfolio.

Het meest werk zal zitten in het opzetten van een goed raamwerk waarin je alle competenties en indicatoren verwerkt die je belangrijk vindt om te gebruiken op je school. Datzelfde geldt voor vakdoelen en succescriteria.

Het fijne is dat je als collega’s binnen een school portfolio’s kunt delen en ook kunt samenwerken aan een portfolio. Dat zijn gescheiden mogelijkheden. Fijn om samen te ontwikkelen, maar ook fijn dat een ander niet te portfolio per ongeluk kan wijzigen.

De leerlingen die een presentatie gaven op de bijeenkomst waren positief en enthousiast over het gebruik van de portfolio-site. Hij is eenvoudig en overzichtelijk in gebruik. Daarnaast vinden ze het prettig om niet alleen als cijfer gezien te worden, maar dat er ook naar hun andere kwaliteiten gekeken wordt. De portfolio-site kan zeker een mooie bijdrage ook leveren aan een (deel) invulling van het vmbo plusdocument. Zeker als je de LOB hier ook in mee neemt.

De Portfolio-site is te gebruiken als je school lid is van VO-Content. Single sign-on via een elo/ SOM / magister is geregeld. Maar gebruik wel een chrome browser is de aanbeveling.

Wij gaan donderdag onze bevinden presenteren aan de projectgroep binnen de school. Ons advies zal zeker zijn om hier met een paar coach groepen zo snel mogelijk ervaring mee op te gaan doen. Fijn is dat we al een groot deel van het raamwerk hebben (in losse documenten), dus we kunnen snel gaan invullen. Daarbij merkte in vandaag wel dat de indicatoren beschreven moeten worden in max 200 tekens. Daar gaan we soms overheen nu, dus dat wordt nog eens kritisch lezen en herformuleren.

 

Advertenties

Leerdoelen wiskunde 1 vwo

In de pilot van het afgelopen jaar hebben we (de vakken Engels, aardrijkskunde en wiskunde) met subsidie van het Leraren Ontwikkel Fonds, de eerste stappen gezet in  het formatieve (en ook cijferloze) lesgeven aan een vwo brugklas.

 

We zijn gestart met het opstellen van leerdoelen en succescriteria en hadden gehoopt ook wat aan de ontwikkeling van en het ervaring opdoen met formatieve leeractiviteiten. Dat laatste is maar mondjes aan gelukt. Waarom? Omdat het opstellen van heldere, passende, en in taal begrijpbare leerdoelen en succescriteria geen eenvoudige taak is.

 

Voor mijn vak wiskunde, gaat het veelal om vaardigheden. De leerdoelen hebben dus al snel enkel betrekking op vaardigheden en daarbij met name met oog voor het product en veel minder op het proces. Leerdoelen op het proces kun je ook formuleren om later ook daarmee gerichter feedback op het proces te kunnen geven. De leerdoelen die we nu hebben zijn dus nog lang niet af, maar geven wel een basis om verder te gaan en ze door te ontwikkelen. Ik heb daarin sparring met wiskunde collega’s wel gemist. Gelukkig heb ik regelmatig de leerdoelen en criteria tegen Sacha van Looveren aan mogen houden voor feedback.

Hieronder vinden jullie de leerdoelen terug die ik gemaakt heb voor de vwo brugklas, gebaseerd op (en in tekst ook gekoppeld aan) de methode Moderne Wiskunde , editie 10. Er zit grote overlap met de havo/vwo boeken van deze methode.

Op hoofdstuk 7 en 11 na, zijn de leerdoelen uitgebreid met 3 (en soms 2) niveaus succescriteria :

Noot: De punten die je daar bij ziet staan kun je weglaten. Ik heb ze erbij staan om in de gebruikte tool wat statistieken en overzichten te kunnen genereren.

 

Hoofdstuk 11 en 7 hebben we aan het einde van het jaar (in deze volgorde) gedaan in de planning om twee redenen. Reden één is dat we hoofdstuk 12 (algebra) zo belangrijk vinden dat we dat niet in de laatste weken van het schooljaar willen doen, omdat het  leerrendement dan niet op zijn hoogst is en er geen ruimte meer is om te remediëren indien dat dan nodig is. Het missen van het begrip van dit stuk algebra (het begin van het letterrekenen) levert een achterstand in leerjaar twee op, die we dus niet willen.
Reden twee is, dat we niet zeker wisten of we door de stof van het boek heen zouden komen en we wel een garantie op aansluiting in 2 vwo moesten geven ongeacht het vervolg van onze pilot.  Hoofdstuk 7  (oppervlakte, omtrek en inhoud) is voor de meeste vwo-ers herhaling van basisschool en is aan bod gekomen bij het vak rekenen. Uiteindelijk is hoofdstuk 11 gewoon gelukt en zijn de basisparagrafen van hoofdstuk 7, verkort, ook behandelt.

Omdat de leerlingen gedurende het eerste jaar een ‘neus voor kwaliteit’ hebben ontwikkelt, heb ik bij deze twee hoofdstukken gewerkt met single point rubrics. Ofwel: rubrics waarin wel het leerdoel staat, maar niet de niveaus van succescriteria zijn opgenomen of benoemd.  Onder andere met behulp van de manier van Comparative Judgement heb ik leerlingen met elkaar die succescriteria laten formuleren.

De leerdoelen hieronder kun je als .pdf bestand downloaden, inzien en overnemen naar eigen believen. Om dat laatste iets makkelijker te maken heb ik ze ook as .csv geplaatst zodat je deze in een spreadsheet programma kunt importeren en aanpassen.

Als je dat laatste (aanpassen) doet, dan ontvang ik graag ook jouw versie (jorgen@vanremoortere.nl).  Dan leer ik ook weer wat!

Noot: de punten die je erbij ziet staan komen vanuit het spelen van mijn in de tool Forallrubrics, waarin ik ze heb gemaakt en de voortgang heb bijgehouden.  Met het toevoegen van scores heb ik gekeken naar de bruikbaarheid van de rapportage mogelijkheden die deze tool biedt.  Daar ben ik verder nog niet helemaal uitgekomen.

 

Hoofdstuk en onderwerp Link naar de .pdf Link naar de .csv/.xls
H1 Ruimtefiguren

pdf

csv

H2 Verhoudingen

pdf

csv

H3 Grafieken & Coördinaten

pdf

csv

H4 Getallen

pdf

csv

H5 Lijnen & hoeken

pdf

csv

H6 Formules

pdf

csv

H7 Oppervlakte, omtrek & inhoud

pdf

xls

H8 Negatieve getallen

pdf

csv

H9 Werken met formules

pdf

csv

H10 Vergelijkingen

pdf

csv

H11 Vlakke meetkunde

pdf

xls

H12 Rekenen met variabelen

pdf

csv

Ik kan me ook voorstellen dat je de documenten in één keer wilt downloaden.

Dat kan als je naar deze drive map gaat (van de facebook groep Actief leren zonder cijfer).
Daarin staan ook twee zip bestanden. Eén voor de pdf bestanden en één voor de csv bestanden.

 

 

Comparative judgement – ofwel over hoe leerlingen succescriteria bedenken en bediscussiëren

Soms tipt iemand je, en weet je op dat moment nog niet zo goed wat je daar mee moet.

En af en toe blijkt die tip toch in je achterhoofd te blijven hangen want een term uit die tip begint op te vallen in andere stukken die je leest en voorbij ziet komen. Een zaadje dat gezaaid is. Dank je wel Rob voor deze tweets:

Het idee van comparative assessment ook wel genoemd  comparative judgement is dat je een ordening op volgorde van kwaliteit aanbrengt in het werk van leerlingen.

Oorspronkelijk is het opgebouwd door een groep professionals steeds twee werken te presenteren en ze te laten kiezen welke van de twee de betere is. Als je dit met een voldoende omvang doet, dat krijg je een  beoordeling waarbij je geen vooraf opgestelde criteria of punten verdeling nodig hebt. Het is ook een manier van beoordelen die daarbij sneller werkt dan vraag voor vraag nakijken met een puntenmodel.

Hoe dat in de praktijk werkt legt dit korte filmpje mooi uit:

 

Nu ben ik niet zo van het cijfers geven, maar nog wel van de rubrics met criteria. In de brugklas waarin we nu onze pilot doen van formatief lesgeven  zonder cijfers zijn we gaan werken met deze cyclus:

Ik ben dus voor alle leer- en lesstof leerdoelen gaan opstellen in rubric-vorm met daarin de succescriteria in verschillende stadia van beheersing zo duidelijk mogelijk benoemd in leerling taal. Bij de leerdoelen in mijn 3e klas ben ik meer met single-point-rubrics gaan werken omdat zij al veel meer weten hoe succescriteria voor mijn vak eruit zijn. Hun neus voor kwaliteit bij wiskunde is al veel verder ontwikkelt in vergelijking met mijn brugklassen.

Toch zag ik nu met comparative judgement ook een mogelijkheid om juist op dit vlak iets met leerlingen te doen. En wel in de gebieden van het activeren van leerlingen als belangrijke informatiebron voor elkaar en het stimuleren van eigenaarschap over het eigen leren.

Bekende schema van Dylan Wiliam

In een hoofdstuk waarin de brugklas leerlingen allerlei vlakke figuren leren kennen met hun specifieke eigenschappen, en waarbij ze dat met wiskundige symbolen moeten kunnen aangeven, leek me dat een mooi moment om ze dat met elkaar te laten ontdekken.

Na een klassikale introductie was het de opdracht om onderstaande blad te gaan invullen /tekenen:

(omwille van de blog is de regelhoogte wat smaller dan in de werkelijke opdracht)

Leerlingen hebben individueel deze opdracht gemaakt. De kwaliteit van die opdracht varieerde gelukkige behoorlijk. Geen enkele was perfect. Wel in in combinatie van een aantal, dus als ze die zouden weten te combineren, dan is de perfecte uitwerking mogelijk!

Na inname heb ik één pagina (waarop twee tekeningen van de ruit en de parallellogram stonden) van tien leerlingen gekopieerd en in setjes aan drietallen in mijn klas terug gegeven. Op de kopieën was niet te zien welke uitwerking van wie was. De opdracht was: sorteer deze in volgorde van kwaliteit. Eerst in vijf minuten voor jezelf zonder overleg. Daarna in je groepje om te komen tot een volgorde waar je het met elkaar over eens bent. Schrijf ook allemaal op, op basis van welke criteria je vind waarom je de bovenste de beste vindt en wat je nog zou veranderen (criteria) om de bovenste nog beter te maken.

Per drietal hebben ze hun stapel ingeleverd met een kort toelichting. Vervolgens mochten ze hun eigen werk verbeteren, wat ze zonder uitzondering hebben gedaan (eigen keuze). Een groot deel stond te trappelen om dat te doen, want ze hadden door de opdracht nu ineens veel helderder wat ze te doen stond, hadden er zin in. Sommigen waren trots omdat ze het de eerste keer al bijna helemaal goed hadden. Maar vooral zag ik veel lampjes aan gaan. En ik heb ze niets hoeven te vertellen, ze hebben het zelf met elkaar ontdekt en gaan gemotiveerd hun eigen werk verbeteren.

Het eindresultaat wat voor mij ligt ziet er erg goed uit. Is het foutloos? Bijna. Waar gaat het vooral nog mis?
Bij definities geven, en dat is ook behoorlijk lastig. Zeker bij het verschil tussen een ruit en een vierkant. Want er zijn er nog die een gekantelde vierkant als ruit tekenen, En ja dan zijn de hoeken 90 graden. Maar dat is niet altijd bij een ruit (een vierkant is een ruit maar een ruit is niet altijd een vierkant). Dus niet alle leerlingen zitten op foutloos. Dat is ook een utopie om te willen bereiken. Geen enkele onderwijsmethode of les aanpak garandeert je dat alle leerlingen foutloos werken (ofwel een 10 gaan scoren). Het gaat erom dat je een aanpak kiest die pas bij de klas, het onderwerp, jezelf, de visie van de school en het leereffect en leerrendement dat je beoogt te bereiken.

Mijn doel was inhoudelijke vakkennis (vlakke figuren met hun eigenschappen en visuele notatie ervan) als doel op een manier waarbij de leerlingen bron voor elkaar zouden zijn en ze met elkaar een neus voor kwaliteit voor wiskunde werk zouden ontwikkelen, daarbij een stukje eigenaarschap zouden oppakken door hun eigen werk te verbeteren als ze daar aanleiding voor zagen.

Ik zie dat iedereen gegroeid is in het vakinhoudelijke deel, ik heb vakinhoudelijke gesprekken, discussies en uitwisselingen waargenomen tijdens de gezamenlijke opdracht, ik heb goede criteria gezien die opgesteld zijn door leerlingen en ik heb eigenaarschap gezien. Kortom de doelen zijn gehaald!

Daarnaast hebben we nu van de studie methode Spaced pratice gebruik gemaakt: in de les uitgelegd (directe instructie), thuis hebben ze een paar opgaven uit het boek gemaakt. De les erna hebben ze individueel het tekenblad gemaakt in de les (thuis afgemaakt indien nodig). Twee dagen later deze opdracht gemaakt in de les met elkaar. Volgende week eerste les krijgen ze een controle opdracht om er een paar te tekenen aan het begin van de les.

Dit zijn nou echt de lessen waar ik energie van krijg!

Nog bedankt voor de tip, Rob!

 

Verdere lezen over comparative judgement:

http://arkonline.org/blog/comparative-judgement-future-moderation

http://www.learningspy.co.uk/tag/comparative-judgement/

https://www.nomoremarking.com/

 

BewarenBewaren

Bewaren

Bewaren

Co-creatie van een ‘wiskundig denken’ poster

Een tijdje terug heb ik een blog geplaatst met daarin de Nederlandstalige look-a-like poster van een Engelstalig origineel.

Die Nederlandstalige poster is een samenwerking van docenten in de facebookgroep Leraar Wiskunde.

Uitgeverij Malmberg, met name de makers van de wiskunde methode MathPlus, hebben deze poster in de facebookgroep Leraar wiskunde gesignaleerd en met mij contact gezocht om deze in een wat andere lay-out te gaan omzetten. Daarbij stelden ze ook  de vraag of we twee dingen konden doen:

  1. Een splitsing aanbrengen tussen vragen die een docent stelt aan leerlingen en vragen die een leerling aan zichzelf kan stellen;  Doel: een docent- en een leerlingposter uitbrengen;
  2. Voor beide posters het aantal vragen terugbrengen naar de ‘kern’ in 20 a 25 vragen.

Samen met Sacha van Looveren (die ook net begonnen is met bloggen, zeker de moeite waard om te volgen) ben ik aan de slag gegaan. Het schrappen van vragen was lastig; het aangeven of een vraag bij een docent en/of leerling thuis hoort viel gelukkig mee.

Het resultaat is prachtig en ontzettend bruikbaar geworden. De reacties op de Nationale Wiskunde Dagen, waar de posters werden uitgedeeld waren ontzettend positief.

De posters zijn gratis te downloaden via de site van Malmberg (als je email adres geregistreerd staat in de ASSU onderwijsdatabank)  of via de googledrive map van de facebookgroep Leraar wiskunde.

Op verzoek van Malmberg heb ik ook nog een kort artikel geschreven met tips om aan de slag te gaan met online co-creëeren. Deze kun je lezen op de site van Onderwijs van Morgen.

 

Nog even op volgorde de ontwikkeling van de poster.

Het origineel:

100questions

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse vertaling:

100vragennl

 

 

 

 

 

 

 

De nieuwe posters:

Peerfeedback toepassen in de klas

Een tijdje terug kwam ik onderstaande ergens tegen. Ik weet niet eens meer waar precies, maar ik wist wel gelijk dat ik er bij wilde zijn.

peerfeedback_poster

En gelukkig vond Jeroen Meisner (onderwijspionier en organisator) dit goed, ondanks het feit dat ik geen werkrelatie heb met het Mediacollege in Amsterdam. Ook toen ik aangaf mijn twee mede pioniers die (net als ik) dit jaar aan één klas geen cijfers geven, mee wou nemen was dat geen probleem. Heel tof en nogmaals heel erg bedankt Jeroen!

Rob is niet een hele onbekende. Ondanks dat we elkaar lijfelijk denk ik nog maar één keer eerder ontmoet hebben, volg ik Rob al langer via twitter @RPvanbakel en als bijdrager aan de facebook groep Actief leren zonder cijfers.

Rob heeft het me makkelijk gemaakt om een blog te schrijven over de bijeenkomst: hij heeft namelijk op zijn eigen blog de presentatie en relevante links naar verdere informatie gezet. Many thanks.

Bij het toepassen van peerfeedback kun je het beste de nadruk leggen op het proces van het geven van feedback. Daar is de meeste leerwinst mee te behalen. Verhelijk het met leerlingen aan elkaar laten uitgeven: ze moeten boven de stof staan.  Daarover nadenkend, durf ik zelfs te stellen dat bij het geven van feedback zelfs een hoger niveau is te bereiken. Niet alleen moet je de stof beheersen (kennis en/of vaardigheid) maar als je wilt toewerken naar het dichten van de kloof tussen de huidige prestatie en de gewenste prestatie praat je feitelijk al over feedforward. Je moet dus kunnen analyseren wat de huidige situatie feitelijk is, maar ook wat daar in ontbreekt vanuit de gewenste situatie en, nog een stap verder, richting kunnen  geven om heel gericht ook een stap naar de gewenste situatie toe te zetten.

In één van de slides kwamen onderdelen van goede feedback aan bod. Eén van die onderdelen is om feedback niet te specifiek te geven. Het risico bestaat dat het een afvinklijstje wordt, en het groter geheel niet meer zichtbaar is. Dat zie je vaak ook terug bij rubrics te te veel gericht zijn op hele specifieke punten (zie dia 17 op de blog van Rob voor een mooi plaatje hierbij). In de auto terug naar school hadden we het hier over. Ik gebruik in mijn 2e en 3e klas nu een single point rubric. Bijvoorbeeld deze over de stelling van Pythagoras in klas 2 vwo:

stellingDeze bevat de kern van het hoofdstuk. Teruggebracht in feitelijk drie wiskundige doelen, één doel om dit toe te passen in context en nog een aanvullend notatie doel, omdat dat vaak mis gaat.  Hierin staan dus niet de criteria waar de leerling succes aan kan afmeten.  Je zou kunnen zeggen dat een leerling dus geen idee heeft hoe het er uit ziet als hij de lengte van een lijnstuk in een ruimtefiguur moet kunnen uitrekenen. Dat klopt ook. Het mooie is dat hierdoor een gesprek ontstaat tussen leerling en docent en tussen leerlingen onderling. Leerlingen worden geactiveerd om op zoek te gaan naar wat goed is, wat volledig is, wat verwacht wordt.  Onderliggend hieraan ligt het ontwikkelen van een neus voor kwaliteit / kwaliteitsbegrip, zoals Rob dat noemt.  Omdat mijn 2e en 3e klassen al veel meer weten waar wiskunde werk en wiskundige denken aan moet voldoen, denk ik dat deze vorm van een rubric ook kan. Het kan ook als je in een eerdere fase wel details hebt gegeven, en deze later terug komen. Maar dan moet je ze niet specifiek maar meer in algemene zin, zodanig dat de leerling weer weet: Oh ja dat was … en … .

In mijn brugklas ben ik dus wel specifiek en probeer ik ook de criteria van de verschillende niveaus bij leerdoelen te formuleren:

rubric1ph3

Bij deze leerlingen, die nog moeten wennen hoe je bij wiskunde werkt en leert, vinden de leerlingen en ikzelf het nog prettig om met een uitgebreidere beschrijving te werken.  Dit geeft ons veel meer houvast.   Er zo over nadenkend (al weer een mooie opbrengst van vandaag) denk ik dat ik die single point rubric er in de hogere klassen voorlopig ga inhouden, Het was een proef om te zien of en hoe ze werken. Met de inzichten van vandaag zie ik dat ik hiermee het kwaliteitsbesef (de neus, dia 18 bij Rob) mee kan ontwikkelen bij mijn leerlingen.

De tweede grote opbrengst voor mij is het geven van een feedback model aan mijn leerlingen. In de brugklas ben ik vooral nog bezig geweest met het van elkaar laten nakijken, het geven van tips en tops, het ‘beoordelen’ van kwaliteit van werk aan de hand van de rubric en het laten werken aan zelfgekozen leerdoelen. Wat ik daarmee niet doe is het ontwikkelen van de kwaliteit van feedback en het onder woorden laten brengen van feedback. Wat dus juist voor de feedback gever van groot belang is.

Rob liet een formulier zien met daarin de naam van de feedbackgever (dus niet anoniem), het oordeel, een suggestie en een verklaring / onderbouwing (het liefst met een bron erbij).  Op deze manier moet de feedbackgever meer denkwerk verrichten en ontstijgt de feedback een oppervlakkig analyse. Bovendien wordt de feedback (deels ook feedforward) voor de ontvanger bruikbaarder.

We komen er tijdens de gesprekken met elkaar op deze bijeenkomst ook achter dat het ontwikkelen van die neus, en het ontwikkelen van goede feedbackvaardigheden bij leerlingen iets is dat je moet opbouwen in de loop van de jaren.  Een mooi thema wellicht om een nieuwe LOF aanvraag voor te doen: het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn feedbackgeven. Als er scholen docenten zijn die hier aan werken of willen werken, dan komen we graag met je in contact!

Jeroen en Rob, mede namens mijn collega’s Bianca en Jens, heel erg bedankt voor feit dat we mochten aanschuiven, de goede lunch, de mooie nieuwe contacten en de fijne opbrengsten die we weer kunnen meenemen naar onze lessen en onze leerlingen!

 

De eerste Algemene Ledenvergadering van “Actief leren zonder cijfers”

Wauw.

Bijna een jaar geleden bracht Ankie Cuijpers drie docenten bijeen die blijkbaar iets deelden met elkaar: Geen cijfers meer willen geven. Arjan Moree, Martin Ringenaldus en ikzelf werden via twitter gekoppeld en als snel ontstond de behoefte om met elkaar en anderen te gaan delen en uitwisselen. De plek werd facebook. De naam werd Actief leren zonder cijfers.

Dat woordje actief moest er nadrukkelijk bij.  Voor ons drukt dat uit, dat de leerling actief is in zijn/haar leren en niet wacht op een actie van een ander om tot leren over te gaan. Noem het eigenaarschap tonen.
Ongeveer een maand na oprichting zagen we het ledenaantal gestaag groeien en ontstond het idee (en behoefte) om het contact tussen de leden ook een keer tastbaar te maken; om echte gesprekken met elkaar te voeren.

Bam!

We zijn net geen jaar onderweg (pas op 22 november) en de ledenteller staat ruim boven de 1200 (tussen het moment van opstellen van deze blog en de publicatie ervan, heb ik het genoemde aantal twee keer naar boven moeten bijstellen). Dit overtreft al onze verwachtingen en daar zijn we super blij mee en stiekem ook wel een beetje trots op.

img_20161103_170054

Het was dus donderdag 3 november : onze eerste Algemene Ledenvergadering. En werd het een vergadering? Welnee, want al tijdens de startpresentatie van Dominque Sluijsmans kwam aan bod dat we te veel vergaderen en meer met elkaar aan de slag moeten. Mooi vastgelegd in deze twee tweets (leesvolgorde: van onder naar boven):

vergaderen

Net als Edcamps en MeetUps is zo’n middag/avond een dag van ontmoeten en delen.  En een avond van flexibel zijn, want de twee start spreeksters waren zo enthousiast dat ze beiden hun spreektijd verdubbelden van een half uur naar een vol uur. En beiden eindigden met de opmerking: “Dus dit was in het kort….” , “Ik ben er snel door heen gegaan….”. Deerde dat de aanwezigen? Nee, want wat Gerdineke en Dominique brachten was een mooi samenspel tussen theorie en praktijk.

Twee modellen stonden daarbij centraal:

spinnenweb

bouwstenen

Aan de hand van die bouwblokken hebben meegekregen hoe, in de SLO pilot Formatief evalueren , de gevolgen van het ontbreken van invulling van een bouwblok  duidelijk zichtbaar waren of werden. Voor veel aanwezigen was dit een heel fijn kader om er een keer mee naar de eigen school te kijken. Waarom gaan dingen zoals ze gaan? Dit schema helpt daar achter te komen. En dus ook waar je je energie in kunt/moet gaan stoppen.  In de Komensky Post geeft Ankie Cuijpers een mooi verslag van de presentaties van Dominique en Gerdineke. De presentaties van Dominique en Gerdineke zijn trouwens ook terug te vinden in de Google drive van onze facebookgroep.

Om het hoofd even wat rust te bieden en de catering niet langer te laten wachten, schoven we bij een uitstekende verzorgde maaltijd aan. Waar broodjes en soep aangekondigd waren, werd het een heerlijk saté & nasi buffet. Dat hoofd rust geven is niet gelukt, want ook de gesprekken tijdens het eten gaan onverminderd voort.

img_20161103_192411 img_20161103_192425

 

 

 

 

 

 

Van de geplande drie intervisie sessies zijn we vanwege de tijd terug gegaan naar twee intervisie sessies. Dat maakt de keuze nog lastiger, want er waren vijf thema’s in twee rondes : Draagvlak creëren, Uitwisseling van ervaring met formatief, ICT inzetten bij formatief  evalueren, (Peer) Feedback organiseren  en Werken met Rubrics.

Al voor we begonnen aan deze sessie kwam de melding binnen dat we trending waren op twitter. Wil je al die berichten nalezen, dan kan dat in deze storify.

img_20161103_194702

Hoe verder?
Ondanks dat Nederland niet zo groot is,. is reistijd toch wel een beperkende factor om na schooltijden elkaar te kunnen ontmoeten. We horen en voelen de behoefte aan het laten ontstaan van regionale samenwerkingen. Enerzijds tussen scholen in de algemene zin, anderzijds vakbroerders en -zusters die vanuit hun vak naar de praktische en concrete invulling van formatief evalueren zoeken en willen co- creëren.  Een hulpmiddel kan zijn om de wereldkaart in de facebookgroep te gaan vullen met waar iedereen die wil samenwerken zit. Je kunt je gegevens hier invullen.  En de kaart kun je hier vinden. Houdt er rekening mee dat de map (achter de schermen) één keer per dag wordt bijgewerkt.

img_20161103_195500

 

 

 

 

 

 

Alle ruim 40 aanwezigen hebben natuurlijk allemaal hun eigen blik op en eigen beleving van die sessies. Dit zijn die van mij:

De eerste sessie met collega’s die al enige ervaring hebben met formatief evalueren en één collega die erg geïnteresseerd is, was een fijne uitwisseling. Op het Penta college (Scala Molen Watering, te Spijkenisse) zijn ze dit jaar overgegaan naar 4 blokken van 80 minuten als lesdag, aansluitend met een begeleidingsuur (naar keuze, op op aangeven van docent).  Ondanks dat ze hier nog maar net mee begonnen zijn, geven de drie collega’s in koor aan dat ze nooit meer terug willen. Een hele belangrijke reden is dat er nu eindelijk tijd is ontstaan om al IN de les feedback te gaan geven. Dat doen ze, naast alle summatieve toetsen die ze nog wel gewoon geven. Behalve dat de didactiek anders moet (want de traditionele manieren werken niet in een 80 minuten les) is hun focus op het constant monitoren wat een kind kan, waar een kind staat en wat een kind nog moet doen. Dat past helemaal in de stijl van formatief lesgeven. Christaan Dekens (Dr Nassau College, Gieten) , zette uiteen hoe hij al zoekende en speurende op internet terecht was gekomen bij de Feedback loop van turnitin.com, en hoe hij die toe past in zijn lessen. Ikzelf lichtte toe, hoe ik keuzevrijheid geef aan leerlingen om te werken aan hun leerdoelen, en hoe die doelen tot stand zijn gekomen. Veel te snel kwam de bel voor de volgende ronde.

Mijn tweede ronde bracht mij bij (peer)feedback. Deze stond al op mijn lijstje, omdat ik wist dat Rob van Bakel zou komen. Helaas moest hij op het laatste moment afzeggen om begrijpelijke redenen. Toch hebben we hem betrokken bij ons gesprek en wel op de volgende manier:fb0fb1fb2fb3fb4

Voor het geven en ontvangen van feedback is het dus van groot belang dat er onderling vertrouwen en voldoende veiligheid is bij de gever en de nemer. De feedback moet er altijd op gericht zijn om de ander te helpen. Feedback kun je heel omvangrijk maken maar ook klein houden. Feedback geven doet iedere docent al, de vraag is alleen hoe gericht en hoe bewust doe je dat.  De hoeveelheid feedback moet ook niet te veel worden. Sowieso is het voor de docent bijna niet te doen om iedere leerling overal feedback op te geven. Daarnaast heeft een leerling ook niets aan het ontvangen van veel feedback tegelijk: hoe moet hij/zij dat verwerken, wat is belangrijk en wat niet zo? Richt je focus dus op de kern en beperk de feedback dusdanig dat de ontvanger gericht gestuurd wordt op wat belangrijk is en daar wat mee kan gaan doen.

Er komen steeds meer digitale mogelijkheden om feedback te geven. De meeste heb ik al eens eerder genoemd in vorige blogs: Goformative, Forallrubrics, Edpuzzle, Google docs, Peerdeck en Nearpod zijn zo maar een aantal programma’s waar dat mee kan. Maar feedback geven kan net zo makkelijk in schriften. Laat leerlingen elkaars gemaakte werk nakijken en elkaar daarna een tip en een top geven. Bespreek de waarde van de ontvangen feedback: kan de ontvanger er wat mee of niet. En stuur daar dan ook op.

“Feedback geven op het feedback geven dus”

De kwaliteit van de feedback kun je verhogen door aandacht te besteden aan de gegeven en ontvangen feedback. En dat zul je moeten doen, wil je leerlingen daarin helpen ontwikkelen.  Meer over feedback kun je teruglezen in mijn verslag van de bijeenkomst van The Crowd “Het organiseren van feedback“.

En dan komt de bel voor het einde van een bijzondere avond. Een avond waarvan ik persoonlijk hoop dat er meerdere zullen volgen.

Wat ik voor een tweede keer in deze blog wil melden is de mogelijkheid om aan te geven in welke regio je woont/werkt, zodat dat zichtwaar wordt – per vak – op de kaart van Nederland en België . Op die manier kun je makkelijk en snel in contact komen met vakgenoten bij jou in de buurt. Zoek elkaar op om met en van elkaar te leren!

ledenkaart

 

 

 

 

 

 

 

 

Martin, Mariska en René : hartelijk dank voor de gastvrijheid en de puike verzorging van alles op en rond deze avond. Zonder jullie inzet was dit niet mogelijk geweest.

Alle aanwezigen, hartelijk dank voor jullie komst. Soms van ver, soms van iets dichterbij, maar allemaal met dezelfde toewijding en passie: Heel erg bedankt.

Ik kan niet anders afsluiten, dan met de groepsfoto die we gemaakt hebben op deze fantastische avond.

alzc311

 

 

Bewaren

Bijeenkomst “Organiseren van feedback”

Deze week heb ik  mijn eerste Crowd activiteit georganiseerd. Stiekem vond ik dat toch best een beetje spannend. De opkomst vanuit de Crowd was goed, de opkomst vanuit collega docenten was iets minder dan ik op had gehoopt.

Vanuit ons cijferloos lesgeven lopen we tegen het onderwerp ‘feedback geven’ aan. In de praktijk worstelen we met hoe we dat feedback geven en feedback verwerken goed kunnen vormgeven in onze lessen. Dat worstelen is goed kwam ik achter in de TED talk van  Daniel Finkel, die ik gisteren toevallig zag:

Mijn oorspronkelijk idee was om samen feedback materiaal te gaan ontwikkelen en uit te wisselen welke werkvormen collega’s gebruiken om dat feedback proces in de klas op gang te brengen en houden. Doordat ik mijn voorbereiding van het laatste moment liet afhangen, was ik nog maar bij twee slides toen de eerste Crowdie binnen kwam. Ik heb toen mijn plan maar losgelaten, want wat kan er nou eigenlijk misgaan als je met acht andere bevlogen collega’s samen komt om aan professionalisering te werken? Helemaal niets en dat bleek ook achteraf wel.

De enige slide die we gebruikt hebben was de vertaling die Bas Trimbos heeft gemaakt van het origineel van Dylan Wiliam :

feedbackschemaWe zijn in een levendige uitwisseling alle vakjes langsgelopen en hebben onze persoonlijke ervaringen uitgewisseld, bevraagd en doorgevraagd. Verschillende ondersteunende middelen kwam aan bod, zowel digitaal als niet-digitaal.

Als je naar het schema hierboven kijkt, dan herken je:

  • in kolom 1: Feed-up (wat zijn de doelen);
  • in kolom 2: Feedback (waar sta je nu) ;
  • in kolom 3: Feedforward (hoe kom je een stap verder).

Feedup

We kwamen er in het gesprek achter dat kolom 1 randvoorwaardelijk is voor de kolommen erna.  Ofwel: de kern is het helder in kaart brengen van de doelen en duidelijk maken dat leerlingen weten hoe succes in dat doel er uit ziet. Als je dat niet hebt, waar geef je dan feedback op en hoe moet je feedforward geven als je het doel niet weet?

Die leerdoelen in kaart brengen en delen met leerlingen kun je doen met bijvoorbeeld:

  • Single point rubric; heeft als nadeel dat je niet concreet verschillende stadia van beheersing/kennis kunt aangeven; voordeel is dat deze rubric heel overzichtelijk is.
  • Rubrics met een niveau indeling; vaak worden er drie kolommen gebruikt  met “ik kan het nog niet”, “ik kan het bijna” , “ik kan het” achtige benamingen (het kunnen hierin, is gerelateerd aan vaardigheden). Nadeel is dat leerling te gericht op de rubric zijn en de bredere context en studie missen.
  • Leerdoelen in een planner, opdracht, werkstuk e.d. opnemen;
  • Voorbeelden geven van resultaten van andere leerlingen, van verschillende kwaliteit; daarbij is het heel leerzaam voor ze als zij die voorbeelden in volgorde van kwaliteit moeten zetten en dat beargumenteren naar anderen. Nadeel is dat hier wat meer de focus op de kwaliteit ligt en misschien de onderliggende leerdoelen wat verstopt zitten.

Rubrics maken en delen met leerlingen kan eenvoudig door een spreadsheetachtig programma te gebruiken en die in een digitale leeromgeving met je klas te delen. Het eigen overzicht voor de docent is dan wat minder. Er zijn ook digitale mogelijkheden zoals bijvoorbeeld ForAllRubrics waar ikzelf en Sacha nu ook mee aan het uitproberen zijn. Let wel op hoeveel doelen je stelt. Te veel maakt het onoverzichtelijk en te weinig leerdoelen hebben de neiging om te globaal te worden waardoor ze wellicht wat minder toepasbaar zijn op je lesstof.

Feedback

Als de doelen bekend zijn en leerlingen gaan aan het werk, dan komt kolom 2 in beeld: Waar is de leerling nu?
Formatief lesgeven betekent niet dat je niets meer toetst. Misschien toets je wel vaker dan voorheen, maar op hele andere manieren en op andere momenten. Waar het om gaat is dat je momenten creëert waarin jij als docent, de leerlingen van elkaar, of de leerling van zichzelf de balans kunt opmaken hoe ver de leerling is in het behalen van de leerdoelen.  Manieren om dat te doen zijn legio.

Wat voorbeelden:

  •  Met korte snelle quiz programma’s als Plickers, Kahoot, Socrative, Quiziz, Quizalize, Quizlet live of met het gebruik van wisbordjes, waarbij je per leerling en per vraag snel kunt zien wat er helder is en wat nog niet. Vaak gebruik je deze om als docent in de klas een vervolg te bepalen voor de lesinhoud direct aansluitend;
  • Met programma’s als Nearpod, The AnswerPad, Edpuzzle, Showme en GoFormative, waarbij je iets verder kunt gaan dan een snelle quiz. Bij deze programma’s kun je leerlingen voorzien van feedback op vragen. De resultaten van leerlingen zijn blijvend vastgelegd en kunnen ook verbeterd worden door leerlingen op dat moment of later. De feedback hier is gericht op het individu en bepaalt niet zo zeer het directe vervolg van je les. Dat kan overigens wel met deze tools, ze hebben allemaal de mogelijkheid om ook een quick question te stellen.
  • Met opdrachten, toetsvragen en controle van begrip vragen op papier. Met een uitwerkingenmodel kun je hier niet alleen eigen werk laten nakijken maar ook peerreview toepassen door leerlingen van elkaar te laten nakijken. En elkaar feedback te geven op het gemaakt werk.
  • Met een exit ticket per les waarin je vragen stelt als: Wat heb je geleerd deze les?  Heb je allen begrepen? Zo niet: welke hulp heb je nog nodig?
  • Peerscholar is een digitale omgeving die al wat verder gaat en ook de feedback ontvanger terugkoppeling laat geven over de toepasbaarheid/kwaliteit van de ontvangen feedback.

Feedforward

Over het feedforward deel hebben we veel minder tijd meer gehad. We zagen wel sterk dat hier het bijdrage van de docent bij ons allemaal nog het meest gebruikt wordt.  Dat zie je ook in het schema. In feite is het de docent die de feedforward geeft, en de leerlingen elkaar die als informatiebron gebruiken. De uitdaging die ik in ieder geval voel is dat ik het eigenaarschap bij de leerling wil laten hier, maar tegelijkertijd is het de leerling die een soort wacht op mij om de feedforward te ontvangen. Sacha van Looveren heeft daar al over nagedacht bij het opstellen van haar lesplan. Ze heeft daarin, zoals je hieronder kunt zien, in de leerroute een aantal vertakkingen gemaakt op basis controle vragen. Het resultaat van de controle vraag bepaalt het vervolg van de route. Het liefst heb je hier volledig arrangeerbare (en bij voorkeur adaptieve) software voor.

symbaloo-lesplan

 

Kwaliteit van feedback

Onderzoek geeft aan dat peerreview en peerfeedback krachtige instrumenten zijn om het leren te bevorderen. Met name voor de feedbackgever. Een vraag die we niet uitgediept hebben, maar die wel benoemd is, is hoe je de kwaliteit van de feedback die leerlingen elkaar geven kunt verhogen. Goede feedback kunnen geven is niet iets wat je zomaar doet of kunt. Ook daar zul je leerlingen in moeten trainen. Er is echter nog nauwelijks lesmateriaal voorhanden om leerlingen te leren feedback te geven. Wat peerscholar hier in doet is al een stuk reflectie, maar nog steeds is trainen op het proces van feedback noodzakelijk. Misschien iets voor een vervolgsessie?

The after party

Wat doet zo’n bijeenkomst met de aanwezigen? Hier zo maar een paar terugblikken op twitter:

tweet1 tweet2 tweet3 tweet4 tweet5 tweet6 tweet7

Leeropbrengst Frans Droog : https://fdroog.wordpress.com/2016/10/30/leren-voeden-via-feedup-feedback-feedforward/

Blog van Rhea Flohr: http://rheaflohr.weebly.com/blog/the-crowd-organiseren-van-feedback

 

Voor mezelf: ik heb het schrijven van een blog nodig om alle indrukken te verwerken. Mijn volgende stap is dat ik met name wil gaan kijken naar het maken van een start met peerfeedback. Mijn leerdoelen krijg ik met mijn rubrics voldoende in kaart om u meer aandacht aan de feedback tussen leerlingen te gaan bevorderen.  Ik ben dan ook erg blij dat we bij Rob van Bakel mogen aanschuiven over een paar weken als hij een workshop peerfeedback gaat geven. We gaan wisbordjes bestellen, want collega Kirsten en ikzelf hebben ook te maken met klassen waarin de tablet/laptop niet altijd beschikbaar is. En vooral gaan we met collega’s delen wat vandaag allemaal is langsgekomen.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.

 

PS: uiteraard is ook deze aanbod geweest, hij blijft prachtig.

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren