Google Classroom – Leerlingkiezer

Terwijl op mijn telefoon in de Google Classroom app een leerling aan het toevoegen was aan de groep zag ik een icoontje wat me niet eerder opgevallen was.


Wat blijkt, dat is een leerlingkiezer, een ‘random namen kiezer’, zoals er op verschillende sites (wheeldecide, classroomscreen e.v.a.) ook zijn.

Dat ziet er dan als volgt uit, als je wat namen hebt gekozen. Ik heb de echte naam van de leerling hierin maar aangepast.

Als je op volgende tikt, dan gaat de teller van Gekozen ééntje omhoog. Nadeel daarvan vind ik dat de leerling achterover kan gaan leunen, immers, zijn of haar beurt is voorbij. Wat ik dan ga doen is kiezen voor ‘Later de beurt geven’. Daarmee moet iedereen scherp blijven.

De PC versie van Google Classroom heeft deze optie niet, of ik heb die niet kunnen vinden.

Handig of niet. Dat laat ik aan jou over.


Advertenties

Conversations worth having.

Op mijn mooie school zijn we druk bezig met het implementeren van onze visie op het onderwijs. We zitten in ons tweede jaar van een ingrijpende verandering, waarbij we op meerdere fronten tegelijk bezig zijn te ontwikkelen. Veranderen gaat daarbij niet zonder slag of stoot.

We zien leerlingen regelmatig door de leerkuil gaan en het is met ons, het docententeam, niet anders.

We leren met elkaar dagelijks. Er gaat veel goed, maar de perfectionist in mij  ziet ook het nodige waar ik nog niet blij van word. Het gekke daarbij is dat ik mijn leerlingen #faalvaardigheid probeer aan te leren, maar dat naar mezelf lastig vind om toe te staan.

Als ik dan weer eens onderin de kuil sta, heb ik ook wel eens moeite om mijn zwartkijkers-bril af te zetten. Dat maakt dat ik in gesprekken soms ook niet meer in staat ben om echt te luisteren of open te staan om vanuit wat wel goed gaat door te bouwen. Ik zie dan simpel weg de route vooruit even niet; ik blijf hangen in wat er nog niet goed gaat. Het ergste vind ik dat ik die route ook afsluit voor mezelf, door de manier waarop ik dat het gesprek in ga en voer.

Toen ik hierover sprak met Melle, tipte hij het boek “Conversations worth having”  (Stravros & Torres).

De eerste weerstand waar ik mezelf even over heen moest tillen was de Amerikaanse schrijfstijl van het boek.
Omdat de tip van Melle kwam, ben ik stug door blijven lezen, en eerlijkheid gebied te zeggen, dat het uiteindelijk best mee viel.

In de kern beschrijven ze de technieken van Appreciative Inquiry die ieder gesprek kunnen maken tot een waardevol gesprek, een gesprek dat er toe doet.
In feite bestaat de aanpak uit twee stappen: positive framing en generative questions.
Ik heb dat voor mezelf maar vertaald naar  een positief raamwerk en creërende vragen.

Positive framing

Kijkend naar de aard van gesprekken, wordt het volgende schema gepresenteerd:

Om deze manier terugkijken naar gesprekken die je onlangs gevoerd hebt geeft je een mooi inzicht. Het voelt als een soort bewust onbekwaam worden. Natuurlijk had je door dat het gesprek niet liep en dat je er niet positief uitkwam. Maar dat is niet vreemd als je op zoek gaat naar bevestiging van wat je al weet en vind of naar wat nog niet goed gaat.  En dan waardeer je je gesprekspartner en het gesprek ook niet. Je kunt jezelf afvragen waarom je het gesprek bent aangegaan of wat je er mee wilt bereiken. Wil je echter verder komen dan zul je de toon en insteek van het gesprek wezenlijk anders moeten doen.

Hoe dan? Met een techniek die flipping genoemd wordt en die in een driestapsproces (Name it, Flip it, Frame it) wordt aangeboden:

  • Wat is het probleem (feitelijk)?
  • Wat is het positief tegenovergestelde van het probleem (nog steeds feitelijk)?
  • Wat is de impact als het positief tegenovergestelde gebeurt? Wat is de gewenste uitkomst daarvan?

Dat is het positive framing gedeelte van de aanpak.

Generative questions

De tweede component generative questions  vergt een nieuwsgierige houding. Vragen die op zoek gaan naar nieuwe beelden, metaforen, (fysieke) representaties die allen twee eigenschappen hebben: ze veranderen het denken zodat nieuwe opties beschikbaar komen en ze stimuleren het overgaan tot handelen/acteren  naar die nieuwe opties.
In de voorbeelden die gegeven wordt valt op dat de aandacht voornamelijk gaat naar wat er al is en wat goed werkt. Dat wordt dan als vertrekpunt genomen bij vervolgstappen om naar een oplossing van het probleem te komen.
Het zijn dus vragen die niet iemand in een hokje stoppen, of naar bevestiging zoeken. Het zijn vragen die de blik verruimen, waarbij je trots mag zijn op wat er is en die een beroep doen om de kennis & kunde die aanwezig is. Veel van die vragen zijn Hoe en Wat vragen, die gericht zijn op de gesprekspartner: Hoe zou jij…, Wat denk jij dat….

Vijf regels bij het toepassen

Om de genoemde twee strategieën kracht bij de zetten zijn er vijf regels opgesteld:

  1. Constructionist  principle: Met welk wereldbeeld, mentaal kader kijk je naar de situatie? Wat is je vertrekpunt?
  2. Simultaneity principle: Zodra de vraag gesteld is, treed de verandering in. Direct.
  3. Poetic principle: Elke situatie kun je vanuit meerdere perspectieven bekijken, je ziet het pas als je er naar kijkt.
  4. Anticipatory principle: Om ruimte te maken voor een ander perspectief, moet je in staat zijn die van jezelf los te laten.
  5. Positive principle: Hoe positiever de vraag geformuleerd, des te positiever het resultaat er van.In het boek worden deze regels met voorbeelden van gesprekken toegelicht. Volgens mij spreken ze voor zich.

    Voor mij was het tot hier in het boek voldoende. Het boek gaat echter verder met het toepassen binnen je organisatie volgens de 5-D cyclus. Ik heb dat stuk dus overgeslagen. Voor hier laat ik het bij waar de 5-D vandaan komt:  Define – Discover – Dream – Design – Deploy.

    Dit wordt in onderstaande video kort toegelicht:

    Wat het mij gebracht heeft is dat ik in een gesprek bewuster ‘voel’ hoe ik erin zit. Ik merk dat ik ook in staat ben mijn gevoel te beïnvloeden en door bewust na te denken over wat ik uit het gesprek wil halen in staan ben om het gesprek te ‘flippen’. Nog lang niet altijd helemaal, maar wel zodanig dat ik uit mijn negatieve en/of bevestigende modus kan komen.  Dat geeft gelijk ook een andere energie bij mezelf. Vermoedelijk ook bij de ander, maar daar heb ik tot nu toe nog niet zo opgelet.

    Bijzonder om te ervaren hoe iets eenvoudigs als dit toe te passen is en het positieve effect ervan te ervaren.

    Ik maak me nog steeds zorgen om bepaalde zaken in onze ontwikkeling op school, ik leg de lat nog steeds hoog en ga nog steeds door de leerkuil. Ik merk alleen dat ik meer oog begin te krijgen voor wat wel goed gaat.

    En dat voelt tof.

Waarom Edcamp een feestje is.

Vandaag was het weer zo ver: de zesde Nederlandse edcamp.
Deze keer op de Nutsbasisschool de Meent in Waalre.

Voor de verandering nu eens geen inhoudelijk verslag van deze dag. Wil je een indruk van afgelopen zaterdag dan adviseer ik je de twitter hashtag #edcampnl te bekijken, of de blog van Glenn Hille te lezen.

Een edcamp is voor mij (en daar ben ik niet alleen in) een echt feestje. Waarom?
Ik zal een poging doen om dat toe te lichten.

Zodra de afspraak van de edcamp in mijn agenda komt, ontstaat er een soort aftel gevoel. Ondanks dat er tot die tijd ook nog andere interessante bijeenkomsten voorbij komen, heeft een edcamp voor mij altijd iets bijzonders.

Een edcamp is een ontmoeting met onderwijsvrienden: een weerzien met oude en ontmoetingen met nieuwe onderwijsvrienden. Die vermenging van nieuw en oud gaat op zo’n dag heel organisch en vanzelf.
Alles wat er op een edcamp dag voorbij komt  heeft een positieve insteek. Iedereen die komt is nieuwsgierig naar de ander, staat open om te delen en heeft een passie voor ons prachtige vak. Alle deelnemers komen wat brengen en iedereen neemt wat mee terug naar huis. Het brengen hoeft niet direct het leiden van een workshop te zijn; je eigen ervaringen inbrengen, de vragen die je stelt en feedback die je geeft zijn vaak waardevol voor de ander. Onderwijsvrienden komen namelijk ook binnen met een vraag waar ze mee worstelen of met een tool die ze aan het ontwikkelen en waar ze feedback op nodig hebben. We brainstormen, we maken iets, we discussiëren, we wisselen boektips uit en sinds ons bezoek aan een edcamp in België hebben we ook de traditie overgenomen om wat lekkers mee te nemen.

Het is een dag vol trots, kwetsbaarheid, verwondering en inspiratie.

Edcamp is delen. En delen is vermenigvuldigen.
Delen kun je niet in je eentje, delen lukt alleen samen.
En wat is er mooier dan omdat met onderwijsvrienden te doen?

 

Bezoek van Dylan Wiliam aan Nederland

Het is al weer even geleden, maar afgelopen 3 t/m 5 september was Dylan Wiliam, na zijn bezoek aan het ministerie OC&W, weer in Nederland. Nu voor het meenemen van het onderwijs werkveld in de wereld van formatief evalueren.  Een speciaal evenement van de makers van Toetsrevolutie.

De documentaire “The Classroom Experiment” dateert van 2010, maar is nog steeds een veel aangehaalde bron als het gaat om het in beeld kennismaken met formatief evalueren. In 2011 schreef Wiliam “Embedded Formative Assessment”, waarvan in het Nederlands in 2013 een bewerkt en samengevat boekje is verschenen onder de titel : “Cijfers geven werkt niet”.

Inmiddels zijn we, door onderzoek, al veel meer te weten gekomen over wat wel en niet werkt in het onderwijs en dat werd deze dagen ook helder in de workshops die Wiliam gaf. Het gedachtegoed van formatief evalueren is versterkt, met name door opgedane kennis met betrekking tot de cognitieve leerpsychologie. Volgers van The Learning Scientist zullen herkennen dat Wiliam nu veel meer evicence-based te werk gaat en onderzoeksresultaten verwerkt in zijn formatief evalueren programma.

In zijn workshop houdt Wiliam een warm pleidooi voor het vasthouden en zelfs versterken van de aandacht voor kunstvakken. Zij dragen namelijk bij aan leesvaardigheden, aan persoonlijke ontwikkeling en voldoening en daar liggen zeker in de toekomst ook banen die niet te automatiseren zijn. Met alle druk op goed scoren op internationale onderzoeken als PISA dreigen deze kunstvakken ten onder te gaan.

Omdat het onderwijs een complex werkgebied is en iedere les weer een nieuwe situatie is, is het niet te doen om het perfecte lesgeven te definiëren. Wel kun je onderwijs verbeteren door kennis te hebben van wat werkt in welke situatie en wat niet. Docenten maken daarin het verschil. Dat betekent dat bij het professionaliseren van docenten niet zozeer gekeken moet worden naar waar de docent niet zo goed in is, maar dat je met name moet kijken naar verbeterpunten in het handelen en in de mindset van docenten, die de leerling helpen beter te worden.  De gebieden die bewezen veel invloed hebben op het beter worden van leerlingen zijn o.a. de mate van aangepaste instructie en de hoeveelheid docent geleide instructie. Beiden zitten ingebakken in de fundamenten van formatief evalueren. Wiliam heeft aangegeven dat ‘responsive teaching’ wellicht een term is die veel meer de lading dekt. Hij beschrijft dat mooi in de zin die antwoord geeft op “Waar gaat formatief evalueren over?” : Using evidence of achievement to adapt what happens in classrooms to meet learner needs.

Tijdens de workshop past Wiliam technieken toe die in het repertoire van de formatief werkende docent zitten. Hij stelt vragen waarbij je met tafelgenoten in gesprek moet, daarna moet er gestemd worden op een antwoord. Old school met het aantal vingers in de lucht voor het antwoord dat jij denkt. Daarop volgt een willekeurige selectie van wie een toelichting moet geven. Wat dan opvalt is dat bij doorvragen Wiliam regelmatig geen vraag stelt, maar een stelling geeft, of herhaalt wat de spreker zegt. Wat volgt is soms een ongemakkelijke stilte, maar altijd een uitvoeriger antwoord.  Hij ligt ook toe welke technieken hij inzet, met welk beoogd doel en waarom die techniek in die situatie werkt. De aanwezigen ervaren formatief evalueren in de praktijk, en dat voegt veel toe.

Aan bod komen verder nog de 21st century skills (die niet bestaan), rubrics, werk  veel met voorbeelden (van verschillende kwaliteit), weet welke vraag je stelt en plan die vooraf (een goed antwoord mag niet gekozen worden vanwege een foute redenatie, en stel je een vraag voor check van begrip of om een klasse discussie te voeren) en natuurlijk feedback. Voor feedback benadrukt Wiliam dat het van belang is dat de leerling iets met de feedback moet doen. Opmerkingen bij een toets schrijven zelf is nutteloos als de leerling niet vervolgens actief aan de slag gaat om de feedback te verwerken. Daarbij mag de feedback best iets later gegeven worden dan direct na de taak, bijvoorkeur op het moment dat de leerling dreigt te gaan vergeten. Hij wijst ons ook op het gevaar van feedback, van de acht mogelijke reacties op feedback zijn er slechts twee positief. Bedenk dus goed hoe je je feedback formuleert en gebruik daarin vooral het woordje ‘nog’! Een mooi citaat dat hij daarbij gebruikt is ‘Everything is hard, before it becomes easy.”

Een voor mij nieuw stuk theorie was over de opslag in je geheugen. Daarin is onderscheid tussen sterkte van de opslag (storage strength) en terughaal kracht (retrieval strength).

Storage strength is hoe goed iets opgeslagen is in het geheugen en kan alleen maar toenemen in sterkte.  Retrieval strength is hoe gemakkelijk je iets kunt ophalen uit je geheugen en deze kan zowel toe- als afnemen.

In het gegeven voorbeeld gaf een aanwezige aan, zijn eerste kenteken echt niet meer te herinneren. Waarop Wiliam aangaf dat als er een lijstje van kentekens getoond wordt met daartussen het eerste kenteken van die persoon, hij wel degelijk zijn eigen kenteken zal herkennen. Blijkbaar kennen de Engelsen hun BSN nummer allemaal uit hun hoofd, in de zaal bleek dat in Nederland niet het geval te zijn.

Hoe kun je storage strength en retrieval strength het beste vergroten? Door oefenen! En dan vooral oefenen met het ophalen van het geleerde uit het geheugen. Dat vergt ook dat er in de vraag iets moet zitten wat niet te veel voor de hand ligt, de leerling moet het liefste wat moeite moeten doen om de kennis te construeren uit zijn/haar geheugen.

 

Als ik terugkijk op deze dag, dan herken ik veel uit publicaties, webinars en boeken die ik al gelezen heb. De verrijking zit echt het het meer evidence-based onderbouwen en uitdiepen van formatief evalueren. Er is via de twitter hashtag #dwe2018 nog meer te lezen wat anderen de moeite waard vonden om te melden en te inspireren.

Gerelateerde links:

Presentaties van de gegeven workshops

http://toetsrevolutie.nl/?page_id=148

 

The Classroom Experiment (part 1)

https://www.youtube.com/watch?v=J25d9aC1GZA

The Classroom Experiment (part 2)

https://www.youtube.com/watch?v=1iD6Zadhg4M

 

The Learning Scientists

http://www.learningscientists.org/

 

Boekbespreking: De 5 interactiestappen voor leren

Op het Ashram College wordt sinds dit jaar formatief gewerkt met daarbij ook intensieve coaching van alle leerlingen en een ambitie om van didactisch coachen een onderdeel te maken van het dna van de school. Omdat bij formatief werken mijn hart ligt ben ik superblij hier een bijdrage aan te mogen leveren.

De school wordt bij deze implementatie begeleidt door Linque Consult, en met name Jannie Steegenga en Ella Kwakkestein. Zij (en wij dus ook) werken met het model: De 5 interactiestappen voor leren.

Deze 5 stappen komen mij erg bekend voor vanuit het plaatjes rondom formatief lesgeven die ik zelf altijd ‘gebruik’ als ik daarover praat met collega’s:

De 5 interactiestappen die benoemd worden in een cyclisch proces zijn:

  • Leerdoel
  • Creëren
  • Waarnemen
  • Feedback
  • Hoe nu verder…

Deze stappen kennen daarnaast een aantal dimensies die komen uit Didactisch Coachen (Voerman & Faber):

  • Inhoud en taak
  • Proces en strategie
  • Leerstand en gevoel (modus)
  • Kwaliteiten en talenten

Door deze combinatie te zien wordt ik gelijk al blij. Het model pretendeert niets compleet nieuws, het brengt juist verschillende uitgangspunten samen.

In het boek worden eerst de 5 interactiestappen en de 4 dimensies kort beschreven.
Vervolgens vindt per stap een verdieping plaats waarin aan de hand van een kort stukje theorie in combinatie met praktijkvoorbeelden (en scripts van gesprekken) toegelicht wordt, hoe de stap er in de praktijk uit ziet. Daarmee ervaar ik als lezer gelijk dat ik met kleine aanpassingen in mijn huidige manier van lesgeven (door ergens meer of minder aandacht aan te besteden, of bewust een actie te verrichten) al een flinke stap kan zetten in het vormgeven van de interactiestap in mijn les. De stap wordt vervolgens ook uitgewerkt in de 4 dimensies. Zo is er, bijvoorbeeld, aandacht voor niet alleen leerdoelen op lesinhoud (wat meest voor de hand ligt), maar ook op de dimensies van Strategie, Gevoel en Kwaliteiten.

In hoofdstuk 7 worden de uitgangspunten die bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van dit model kort genoemd met daarbij een verwijzing naar bronnen. Zo komen o.a. terug het geloof in de ontwikkelbaarheid van mensen (benadering vanuit de growth mindset), mediërend leren van Feuerstein, breinprincipes (Dirksen), didactisch coachen, coachingstheorieën, formatief evalueren, motivatie theorieën (Ryan en Deci), etc.

Het boekje leest prettig weg. Verwacht niet al te veel diepgang en uitgebreide achtergronden op de verschillende stappen. Daarvoor is de insteek van het boekje te praktisch. Ik denk dat het voornamelijk een uitstekend boekje is voor als je iets wilt met formatief lesgeven en didactisch coachen en je vraagt je af: hoe doe ik dat en wat komt er bij kijken. Dit model/boekje geeft een mooie samenhang der dingen weer. Het geeft aan dat je met kleine gerichte veranderingen in je huidige lespraktijk al veel impact kunt maken op het leren van leerlingen. Die kleine stappen worden met praktische voorbeelden getoond. Ergens geeft het ook wel aan dat met 5 stappen en daarbij 4 dimensies, je in een ingewikkelde matrix werkt. Maar dat is onderwijs per definitie: een complex proces. Dat maakt ons vak zo mooi en uitdagend. Ik denk dat ik dit boekje nog best af en toe eens in zal kijken om mezelf scherp te krijgen en om gericht te kiezen waar ik eens wat extra aandacht aan wil gaan geven.

Portfolio-site van VO Content

Afgelopen dinsdag was ik met mijn collega Boris op bij de lancering van de Portfolio-Site van VO Content.

Het afgelopen jaar heeft VO Content met een paar scholen (Corlaer College en Martinuscollege) gewerkt aan deze nieuwe tool.

Zelf introduceert VO Content hun nieuwe tool als volgt:

Portfolio-site.nl is een nieuwe online tool waarmee leerlingen op een eenvoudige en gestructureerde manier de ontwikkeling van hun vaardigheden kunnen bijhouden en bewijsstukken kunnen bewaren. Je kunt hierbij denken aan vakvaardigheden, 21-eeuwse vaardigheden, LOB of werknemers-vaardigheden.

Nu mag je van alles vinden van de term 21-eeuwse vaardigheden. Probeer even door die term heen te kijken.

Onze school (het Ashram College, Alphen aan den Rijn) is dit schooljaar begonnen met coaching op persoonlijke ontwikkeling en leervaardigheden, formatief werken (en ook geen cijfers meer), projectonderwijs (m.b.v. edu-scrum) vanuit de eigen verwonderingsvraag en vakkenintegratie van een deel van de vakken. De leerlingen houden in een portfolio (nu nog Google Sites) hun vorderingen bij met ‘bewijsstukken van behaalde resultaten en zaken waar ze trots op zijn. In dat portfolio willen we ook de persoonlijke ontwikkeling (en de groei daarin) zichtbaar maken. Daarnaast zijn we op zoek hoe de de behaalde leerdoelen op een goede plek kunnen bijhouden zodat er overzicht is voor leerling, coach, ouder en vakdocent.

De startpagina van de portfolio-site ziet er als volgt uit:

Voor de leerlingen is deze nagenoeg gelijk, alleen de laatste optie ontbreekt.

Je biedt de leerling een portfolio aan, waarin de competenties en vaardigheden beschreven staan.
Als test heb ik een tweetal portfolio’s zelf ingericht (begin gemaakt) en één voorbeeld portfolio van een andere school overgenomen.
Per portfolio zie je welke competenties in dat portfolio terugkomen. In de presentatie lag de nadruk volledig op de competenties zoals te zien zijn in de voorbeeld portfolio onderaan.

Omdat wij ook geïnteresseerd zijn in het inzichtelijk maken en bijhouden van vak-leerdoelen heb ik ook een Wiskunde portfolio gemaakt.
Ik zie daarin de mogelijkheid om bij Competentie een overkoepelend wiskunde thema te noemen.
Onder competenties kun je prestatieindicatoren benoemen.  Hier zie je de prestatieindicatoren die horen bij de competentie Reflecteren:

In geval van het vak wiskunde, heb ik de leerdoelen binnen het overkoepelende thema op de plaats van de prestatieindicator geplaatst. Dat ziet er dan zo uit:

Je ziet hierin ook dat de leerling gescoord is op een aantal sterren. Dat zijn de verschillende niveau’s van beginner/ in ontwikkeling / gevorderde en expert. Dat lijkt heel sterk op een regel uit een rubric.

 

Hoe scoort een leerling hier nou op?

Dat komt uit het kopje taken wat je in het startscherm kunt zien. Je moet namelijk taken opnemen, die aan bijdrage leveren aan één of meerdere competenties. Als een leerling een taak maakt en afrond kan hij/zij zichzelf scoren en bewijsmateriaal toevoegen. Dat bewijs materiaal kan een afbeelding zijn, een video of een link (bijvoorbeeld naar een document op google drive).

 

Bij het toevoegen van bewijs kan de leerling er voor kiezen om dit onderdeel ‘in de etalage’ te zetten. Dus prominent zichtbaar op de startpagina van zijn/haar portfolio site. Overigens bepaalt de leerling ook zelf wie toegang heeft tot zijn/haar portfolio.

Het meest werk zal zitten in het opzetten van een goed raamwerk waarin je alle competenties en indicatoren verwerkt die je belangrijk vindt om te gebruiken op je school. Datzelfde geldt voor vakdoelen en succescriteria.

Het fijne is dat je als collega’s binnen een school portfolio’s kunt delen en ook kunt samenwerken aan een portfolio. Dat zijn gescheiden mogelijkheden. Fijn om samen te ontwikkelen, maar ook fijn dat een ander niet te portfolio per ongeluk kan wijzigen.

De leerlingen die een presentatie gaven op de bijeenkomst waren positief en enthousiast over het gebruik van de portfolio-site. Hij is eenvoudig en overzichtelijk in gebruik. Daarnaast vinden ze het prettig om niet alleen als cijfer gezien te worden, maar dat er ook naar hun andere kwaliteiten gekeken wordt. De portfolio-site kan zeker een mooie bijdrage ook leveren aan een (deel) invulling van het vmbo plusdocument. Zeker als je de LOB hier ook in mee neemt.

De Portfolio-site is te gebruiken als je school lid is van VO-Content. Single sign-on via een elo/ SOM / magister is geregeld. Maar gebruik wel een chrome browser is de aanbeveling.

Wij gaan donderdag onze bevinden presenteren aan de projectgroep binnen de school. Ons advies zal zeker zijn om hier met een paar coach groepen zo snel mogelijk ervaring mee op te gaan doen. Fijn is dat we al een groot deel van het raamwerk hebben (in losse documenten), dus we kunnen snel gaan invullen. Daarbij merkte in vandaag wel dat de indicatoren beschreven moeten worden in max 200 tekens. Daar gaan we soms overheen nu, dus dat wordt nog eens kritisch lezen en herformuleren.

 

TheCrowd.nl & afscheid nemen, maar toch ook weer niet

Een dag die al een hele tijd in mijn agenda stond: zaterdag 7 april 2018 , afscheidsfeest van The Crowd.

Afscheid en feest in één woord. En dat in combinatie met The Crowd.

Dat voelt dubbel, maar gek genoeg kwam dat hele gevoel niet bovendrijven op die prachtige stralende zaterdag in april op Het Houtens.

Dit soort bijeenkomsten, onderwijsfeestjes, zijn een genot om heen te gaan en je weer helemaal te laten vollopen met energie. Het zijn dit soort bijeenkomsten die voor mij gestart zijn met de EdCamp in Zoetermeer in 2015. Daar liep ik een aantal ‘crowdies’ tegen het lijf. Wist ik toen veel wat er aan onderwijs buiten mijn schooltje gebeurde? De mensen die je op deze bijeenkomsten ontmoet: de Rhea’s, Glenn’s, Rob’s, Jacques’, Patricia’s, Michel’s en de lijst goes on and on: allemaal onderwijsdieren met maar één doel: morgen een beetje betere docent te willen zijn dan vandaag.

Hoe? Door kennis en ervaring met elkaar te delen. Zonder bijbedoelingen, maar vanuit passie. Willen weten hoe een ander een ervaren probleem of uitdaging aanpakt; even je laten inspireren door succesverhalen en ervaringen van anderen. Even uithuilen op een schouder en je verhaalt kwijt kunnen.
Niet voor niets is #onderwijsvrienden veel gebruikt op 7 april. Ik hoop dat dat niet zal veranderen. Eerlijk gezegd durf ik wel te stellen dat dat niet gaan veranderen.

Als eerste op het programma stond samen met Melle (mijn oude huisgenoot op ’t Visser) een bordspel spelen: Het spel van verandering met gastheer en spelbegeleider Lambrecht Spijkerboer We kregen als taak een onderwijsvernieuwing binnen de school geïmplementeerd te krijgen. We mochten allerlei acties inzetten zoals: intervisie, informeel netwerk leren kennen, informatie over de geschiedenis van de school, nieuwsbrief delen, presentatie geven, materiaal delen, met mensen praten etc.

De medewerkers met wie je een interactie kon aangaan, waren verdeeld in management/bestuur (groen), onderbouw (rood) en bovenbouw (blauw). Van iedere medewerker had je een korte beschrijving met daarin in de basis hun houding t.o.v. school, veranderingen en /of wat zij belangrijk vonden. Voorloper, volgers en tegenstanders dus. En hoe pak je dan de verandering aan?

Op een gegeven moment wilden wij in een intervisiegroep met een aantal medewerkers samen komen.

Helaas:

Waar je achter komt is, dat de actie of activiteit die je inzet, wel moet passen bij de mate van betrokkenheid van de ander. Zo kun je drie fasen van betrokkenheid onderscheiden: De ik-betrokkenheid, de taak-betrokkenheid en de ander-betrokkenheid. Als iemand nog worstelt met wat de verandering voor hem betekent, en hij zelf nog niet zo goed weet wat het is, of hoe hij daar zelf over denkt, dan moet je dus nog niet gaan presenteren of iets dergelijks, maar vooral veel praten, aandacht geven, luisteren, verduidelijken etc.

Ik herken daarin de acties die we op mijn eigen school nu inzetten om de onderwijsvernieuwing die begonnen is in leerjaar één, dit schooljaar de school in te brengen om ook leerjaar 2 op te gaan bouwen. Meer mensen raken betrokken en hoe doe je dat? Super leerzaam dus dit spel. Zo heb ik in vier gesprekken deze week al gerefereerd naar wat ik uit dit spel heb kunnen halen. En dan hebben wij nog maar de verkorte versie gespeeld (en ook die niet uit).

Dit plaatje over CBAM is nog wel een interessante om hier te delen. Het zegt iets over mogelijke opvolgende fasen waarin iemand zit en de vragen die iemand zich in die fase stelt. Daarop inhaken bij je de ontwikkeling die je wilt implementeren kan wel eens heel waardevol zijn!

Dan een heerlijke lunch, met verse streekproducten uit Houten en omgeving. In het zonnetje buiten met #onderwijsvrienden. Genieten dus.

In de middag ben ik aangeschoven bij een workshop Visual Notes, gegeven door Bureau voor Beeldzaken. Uit mijn comfortzone, want in mijn beleving kan ik helemaal niet goed tekenen. Dat bleek achteraf nog wel mee te vallen. Met aardig wat tips en voorbeelden kwamen er plaatjes uit waarbij je de bedoeling die erachter zat vrij snel zag. En dat was ook de boodschap: een beeld zegt meer en onthoudt beter dan woorden alleen.


In het voorstelrondje moesten we een beeld tekenen wat iets zei over onszelf.  Vijf personen hebben zich daarna ook voorgesteld aan de hand van hun getekende beeld. En het zal je niet verbazen, maar persoon zes kon prima vertellen wie zich voorgesteld hadden. Alleen de naam erbij….die wist hij niet meer.
Dual Coding is natuurlijk niets nieuws maar het blijkt maar weer eens hoe ontzettend krachtig dit instrument inwerkt op het brein. En dus zou het een prominente plek moeten krijgen in je leeraanbod naar leerlingen toe.

De afsluitende borrel werd muzikaal omlijst door Blue and Broke.
Wellicht zullen onderwijskenners wel herkennen welke onderwijsgoeroe zich vandaag van een andere kant liet zien:

https://twitter.com/twitter/statuses/982604037085433856

Tijdens de borrel heb ik ook nog gesproken met o.a. Bob Hofman over het gebruik van peer-feedback (Peerscholar) bij wiskunde. We hebben een deal gesloten om begin komend schooljaar met een groep van wiskunde docenten bij elkaar te komen om met elkaar opdrachten te maken, reviewen en in te zetten t.b.v. peer-feedback bij wiskunde. Daar gaan we op reflecteren en voortborduren. We gaan aantonen dat ook bij wiskunde peer-feedback prima ingezet kan worden.

Met Koen Verheggen afgesproken om weer eens op het Beekdal Lyceum te gaan kijken hoe het hun vergaat met het onderwijsavontuur dat zij dit schooljaar zijn aangegaan. Vorig jaar zijn we daar langs geweest om met hen mee te denken en te delen wat wij reeds doen in het formatieve lesgeven. Erg interessant om te gaan zien hoe ze het nu inzetten en aanpakken.

Met Jacques gesproken over keuzes maken, wat belangrijk is in je werkomgeving, hoe je daar invloed op hebt en wat je daar zelf in wilt bijdragen en bereiken. Veel herkenning en overeenstemming.

Mieke Haverkort kort gesproken over waar je als pionier in het onderwijs tegen aanloopt, welke behoefte je dan hebt in steun, reflectie en meedenken. Hier komt ook nog wel iets moois uit verwacht ik zo maar.

En dan ben ik nog veel andere gesprekken vergeten, maar leuk, zinvol en inspirerend was het zeker.

Op de vraag:

“Wat neem je mee?”

Kun je al lezen dat dat heel veel is.
Maar het allerbelangrijkste in het meenemen is en blijft toch: #onderwijsvrienden

Tot een volgende keer allemaal!  Somewhere. Everywhere.