Een formatieve werkvorm: My favorite no.

Afgelopen maandag was het RTL4 programma EditieNL te gast op onze school (het Ashram College in Alphen aan den Rijn) en in mijn wiskunde les. De aanleiding waren twee artikelen in het AD over de ‘doorgeslagen toetscultuur’ en ‘formatief evalueren’ :

De uitzending van EditieNL , waarin ook leerlingen van ons te horen zijn over formatief evalueren, is hier terug te zien:

https://www.rtlnieuws.nl/editienl/laatste-videos-editienl/video/4670786/leerling-komt-om-toetsen

Naar aanleiding van deze uitzending heb ik een paar vragen gekregen omtrent de werkvorm die ik hier inzette. Deze werkvorm heet: My favorite no. Niet zelf bedacht uiteraard maar wel een werkvorm die ik graag inzet in mijn les. Ik heb deze opgepakt vanuit de volgende video.

Formatief evalueren gaat over doelgericht leren. Leren van fouten is daarbij voor mij (en hopelijk inmiddels ook voor mijn leerlingen) een natuurlijk proces. Een proces dat je bewust en doelgericht kunt stimuleren in je leslokaal.

Wat ik doe, is een kleine opdracht geven. In de les die opgenomen is, was dat een opgave voor het optellen, en een opgave voor het vermenigvuldigen van ongelijknamige breuken met helen. Het voortraject was dat de leerlingen dit al beheersen voor ongelijknamige breuken zonder helen en de afgelopen les bezig geweest zijn geweest met het rekenen met helen erbij.

De vraag voor mezelf was: hoe ver zijn ze daarmee en waar lopen ze tegen aan? Wie staat waar, zonder specifiek dat op leerling niveau te willen monitoren, maar meer als leermoment voor de hele klas.

Bij het ophalen kijk ik naar de gemaakte fouten en ik zoek eigenlijk naar twee dingen:

  • Welke fout komt vaak voor?
  • Welke bekende mis-conceptie vind ik terug? Dat zou in dit geval kunnen zijn: een fout in het gelijknamig maken, of de helen niet (goed) terug in de breuk zetten. Deze mis-concepties heb ik in de voorbereiding op mijn netvlies gebrand.

Uit de fouten kies ik het liefst twee antwoorden op basis van bovenstaande, die laat ik zien aan de klas en waarna ik leerlingen in tweetallen laat nadenken en discussiëren of ze de fout kunnen vinden. Die discussie verplaats ik vervolgens naar een klassikaal gesprek. Ik stimuleer daarbij het gebruik van vaktaal in de analyse naar waar de fout zit, en hoe je de fout kunt herstellen/voorkomen. Ik geef ook altijd aan wat er (ook in de foute uitwerking) wel goed is gegaan. De antwoorden zijn anoniem (en als er een naam op staat, vouw ik die om), waardoor het ook veilig is voor leerlingen.

Hier hebben zowel de goede als de minder goede leerlingen baat bij:

  • De goede leerlingen, die de vraag in eerste instantie wellicht goed hadden gaan een analyse fase in en moeten vanuit hun analyse leren verwoorden wat ze constateren en gaan uitleggen hoe het wel moet. Dit verdiept hun leren en begrip van de lesstof;
  • De minder goede leerling, die de vraag wellicht fout had, of daar nog niet zo zeker over was, krijgt het denken te horen wat geleid heeft tot het maken van de fout. Dit denken expliciet maken helpt hen hun eigen gedachten te ordenen en geeft daarmee ook een handvat om de juiste strategie een goede plek te geven.

Na deze klassikale bespreking geef ik nog één opgave op het bord voor leerlingen om in het schrift te maken. Een verwerkingsmoment die met name gericht is op de leerlingen die hier nog echt wat te leren hadden en een extra oefening voor de snelle/goede leerling (inslijten/automatiseren). Deze stap lukt het beste als het een vaardigheid betreft is mijn ervaring. Een kennisvraag leent zit daarbij denk ik wat minder, maar daar ontbreekt even mijn ervaring om daar een onderbouwde uitspraak over te doen.

Het is niet altijd zo dat dit proces altijd binnen één les plaats vindt. De vraag stel ik soms ook als een soort Exit ticket aan het einde van de les. Dan bestudeer ik thuis de resultaten en bereid mijn volgende les hierop voor. Vaak doe ik dat bij onderwerpen waarbij het begrip van een nieuw concept wat complexer is.

Je kunt deze werkvorm op papier doen, handig als je ook iets van een projector hebt. Digitaal kan ook met apps als Nearpod en Goformative bijvoorbeeld. Hierbij kun je makkelijk antwoorden van leerlingen verzamelen op op het bord laten zien.

Verder lezen kan bijvoorbeeld in dit stappenplan (Engelstalig)

Advertenties

Mixed Attainment Maths Conference

Bij de voorbereiding van de studiereis naar London, waar schoolbezoeken, BETT en workshops in relatie tot gepersonaliseerd leren en ICT gepland staan, kwam ik via twitter op de Mixed Attainment Conference. Op de geplande vrije zaterdagochtend, voorafgaand aan de terugreis heb ik het ochtendprogramma hiervan bijgewoond.

Op hun site staat het doel van de conferentie als volgt beschreven:

To help form a community of teachers who share a common belief in social justice and the value of not separating children into groups according to some notion of their (fixed) ‘ability.’

De workshops die gegeven worden, zijn niet commercieel van aard. Sterker nog: het zijn collega wiskunde docenten die hun best practice komen delen. Het zijn ook workshops waarin iedereen aan het werk wordt gezet: geen lezingen, maar na een korte introductie worden we zelf als student ondergedompeld in de praktijk. Om vervolgens er weer met elkaar boven te gaan hangen en te reflecteren: wat gebeurde er, hoe reageer je in de klas, welke keuzes kun je maken, en waarom. Hele toffe intervisie.

NRich: Low Threshold – High Ceiling

De eerste workshop die ik bijwoonde was van Alison Kiddle & Charlie Gilderdale die vanuit Nrich Maths het concept van Low Treshold, High Ceiling toelichten. Zijn hebben een hele verzameling wiskundige denkactiviteit-achtige opdrachten voor verschillende niveau’s. De aard van die opdracht is dat ze toegankelijk zijn voor alle leerlingen, zowel de sterke als de minder sterke. Ondanks de lage instap en toegankelijkheid van de opdracht is er ook een behoorlijke verdieping te behalen, maar die is niet noodzakelijk. Ofwel: de leerling kan zijn eigen uitdaging er in vinden.

Een voorbeeld van een opgave waar we zelf aan gewerkt hebben is de Polygon Rings:

Verdiepende vragen:
Once you’ve had a chance to explore, here are some questions you might like to consider.

How many pentagons form a ring?
How many decagons would form a ring?
Why do they fit together so neatly without overlapping or leaving a gap?

What about other polygons?
Can you always make a ring?
Is there a way to predict how many polygons you need to form a ring?

Deze opdracht werd op verschillende manier aangepakt door de aanwezigen. Van gebruik makend van symmetrie tot en met hoeken berekenen.

Een andere opdracht, die voor mij mooi passend kwam bij het onderwerp dat ik zelf op dat moment in de klas aan het doen was.

Neem vier opeenvolgende hele getallen. Vermenigvuldig het eerste en vierde getal met elkaar. Vermenigvuldig het tweede en derde getal met elkaar. Noteer het verschil tussen beiden.

Als je deze opdracht aan leerlingen geeft, komt de verwondering dat het verschil altijd twee is. En hoe kun je dat nou verklaren?

Met algebra : neem voor het eerste getal n, dan n+1 etc. en werk de vermenigvuldiging uit.

Het mooie vind ik dat je leerlingen hiermee stimuleert om als een wiskundige te denken. De leren relaties leggen tussen wiskunde onderwerpen en leren de technieken die ze geleerd hebben in te zetten om verklaringen te vinden en beweringen of vermoedend te onderbouwen. Iets waar we in het huidige curriculum vaak te weinig tijd voor vinden.

Inquiry Maths

De tweede workshop was van Andrew Blair, van Inquirymaths borduurt op deze werkvormen voort. Een slide die het denk ik aardig samenvat is de volgende:

Met de nadruk op de laatste drie bullits hiervan kregen we de volgende opdracht:

Zoek uit wat hier gebeurd en formuleer er zoveel mogelijk vragen bij, en probeer niet te blijven hangen in constateren. Dus van “7 en 13 zijn priemgetallen” naar “zijn de volgende omcirkelde getallen ook priemgetallen?”

Het stellen van vragen triggert veel meer de nieuwsgierigheid en creëert een meer onderzoekende houding.

Nadat we aan de slag waren geweest voor een aantal minuten kregen we een setje van heel veel mogelijke vervolgacties. We moesten er een tweetal uitkiezen hoe wij nu verder zouden willen gaan:

Je zult zien dat leerlingen op een verschillende manier door willen gaan: meer zelfgestuurd – meer docentgestuurd; vraaggericht – antwoord gericht; alleen – samen.

Op het volgende blad zijn uitwerkingen van twee klassen zichtbaar gemaakt en rechts zie je de keuzes die de leerlingen maakten om door te gaan. Duidelijk is dat de ene klas al veel meer inquiry based bezig is geweest t.o.v. de andere klas.

Ook hier zie je de wiskundige denkactiviteiten terug, gericht op het leren van een onderzoekende, nieuwsgierige houding: “Learning to think like a mathematician.”

Hiermee raakt je ook de metacognitie die bij ons vak (wiskunde) o zo belangrijk is. En dat hoeft uiteraard niet gelijk met activiteiten zoals hierboven, maar kan ook prima vanuit een paar simpele vragen:

Of met behulp van de posters over het bevorderen van wiskundige denken, waar ik eerder een blog over schreef:

https://jvremoortere.wordpress.com/2017/03/05/co-creatie-van-een-wiskundig-denken-poster/

Al met al een mooie waardevolle invulling van een zaterdagochtend in Londen. Thanks to all the math teachers I worked with that morning! Cheers.

Schoolbezoek Paddington Academy (Londen)

Een reis van ruim een uur en aansluitend een wandeling van 20 minuten, bracht ons op Paddington Academy (https://www.paddington-academy.org/).  Een school die bekend staat als zeer strikt (naar voorbeeld van Michaela Community School – https://mcsbrent.co.uk/ ) en met uitzonderlijke goede resultaten op de landelijke examens (stabiel in de top 1% beste resultaten). Het advies vooraf was ook om even goed na te denken over de kleding die je zelf gaat dragen bij dit bezoek, aangezien het voor de leerlingen tot op de sokken voorgeschreven is.

Net als op Wren ademt deze school rust uit, met overal in het gebouw korte spreuken op de muur ter bekrachtiging van de ethos: Work Hard,  Knowledge is power, Be better then yesterday etc. De ontvangst is prima, het programma is top en we krijgen alle ruimte om klassen in te lopen en met leerlingen in gesprek te gaan. Gezien het hoge tempo in de lessen en de docentsturing van de lessen (directe instructie – met ook wisbordjes), merk ik bij mezelf dat ik de leerling niet van de uitleg wil afleiden en is het zoeken naar kleine momentjes om eens een vraag te stellen.

De context van de school is wel belangrijk om te weten. Op deze school is 80% moslim, slechts 1% blank Brits. De school staat in een gebied waar je kunt spreken van achterstandswijken met een diversiteit aan nationaliteiten en waar heel veel leerlingen thuis een andere taal dan Engels spreken. Leerlingen komen vaak vroeg naar school, het is voor hen een rustpunt en een stabiele en duidelijke omgeving. De discipline die wij hier wellicht wat als militaristisch beschouwen geeft een kind hier zo veel duidelijkheid en regelmaat dat zij dat als prettig ervaren. Een leerling zegt daarover letterlijk dat indien je straf krijgt, je zeker weet dat de leraar dat niet doet omdat hij/zij je niet mag. De straf heeft dus geen emotionele lading die raakt aan de eigenwaarde van de leerling of de relatie met de docent. De persoonlijke aandacht in de les gaat uit naar de leerbehoeften van de leerling. Op de gang en buiten de les is ruimte voor een meer persoonlijk en sociaal contact met de docent.

De school als doel om leerlingen een kans te geven op goed onderwijs, hoge resultaten en toegang tot de universiteit omdat ze geloven dat dit leidt tot een gelukkig en succesvol leven.

Hun missie en waarden zoals ze bij binnenkomst in het gebouw te lezen zijn:

Een van de manier om hun doel te bereiken is het zorgen dat er geen onderwijstijd verspilt wordt. Dat uit zich o.a. in de volgende posters die in ieder lokaal duidelijk zichtbaar ophangen:

Dit in de praktijk uitvoeren is de volgende stap. Hoe zorg je ervoor dat er die onderbrekingsloze lessen zijn en dat leerlingen zich houden aan deze afspraken en uitgangspunten?

Op Paddington is er voor gekozen om dat met een strakke discipline aan te pakken. Die discipline is herkenbaar op verschillende onderdelen:

  • De te dragen uniformen zijn tot op detail beschreven. Inclusief het (verbod op) dragen van sieraden,  welke kapsels wel en niet zijn toegestaan en welke soorten jassen & schoenen er gedragen mogen worden. Zowel op Wren als op Paddington hebben de sixth form leerlingen iets meer ruimte en zijn hun voorschriften wat ruimer opgesteld.
  • Leerlingen hebben 12 onderdelen in hun doorzichtig etui/mapje. Deze 12 onderdelen zijn specifiek beschreven en worden twee keer per week gecontroleerd op aanwezigheid.
  • Iedereen gebruikt dezelfde agenda om huiswerk in te noteren en af te vinken welk huiswerk af is. De achterkant van de agenda is een wisbordje.
  • Afwezigheid op school wordt niet geaccepteerd, gemiste lessen worden diezelfde week nog ingehaald.
  • Leswisselingen gebeuren in stilte en leerlingen wachten netjes in de rij bij het lokaal voor ze binnen gevraagd worden door de leerkracht.

Afspraken nakomen en sancties:

Het niet nakomen van alle beschreven voorschriften geeft een waarschuwing, bij de derde waarschuwingen moet een leerling naar de isolatieruimte. Als dat op het 4e lesuur van de dag is, dan zit de leerling daar tot half zes en de volgende dag vanaf aanvang tot en met het einde van het 4e les uur. In deze ruimte werkt de leerling zelfstandig aan schoolvakken. Over de sancties die de school op legt valt door ouders ook niet te discussiëren. In de driehoek leerling – ouder – school verwacht men wederzijds vertrouwen. Dat houdt ook in dat ouders de school vertrouwen in dat wat zij doet, in het belang van de leerling is.

In de schoolbrochure is aangegeven waar men op let:

De leerlingen die ik heb gesproken geven aan dat het niet vaak voorkomt dat leerlingen in de isolatie zitten. In het begin is het wennen aan het strikte beleid, maar went snel en geeft duidelijkheid. Ze kunnen ook benoemen dat de regels heel duidelijk het leren bevorderen “en daarvoor zijn we op school”.

In de presentaties die we kregen komt ook de onderwijskundige kant wat meer aan het licht en zien we ook de aandacht voor de leerbehoeften van groepen leerlingen en van individuele leerlingen.

Er zijn klasseplattegronden gemaakt met daarop veel leerling specifieke informatie:

De gekleurde vakjes zijn de resultaten/scores van leerlingen op de verschillende vakken. Daarnaast zijn er handgeschreven bijzonderheden waar de docent rekening mee dient te houden bij het aanspreken/aansturen en begeleiden van de leerling.

In de lesplannen die iedere sectie maakt staat informatie over de les, maar wordt ook aangegeven bij welke leerlingen er extra aandacht nodig is.

Hoe langer ik hier naar kijk hoe indrukwekkender ik dit ingevulde lespland vind.

In de presentatie over het curriculum en kwaliteit van leren werd veel gesproken over de cognitieve workload theorie, interleaving, formative assessment, retrieval practice en literacy.  In het lesplan wat je hier kunt zien, komt dit allemaal terug.

De sectieleiders maken de lege lesplannen, waarin ze het curriculum verdelen over alle lessen van het hele jaar. De docent gaat daar dan verder zijn lessen op voorbereiden. Bij alle genoemde aspecten dient hij/zij rekening te houden. Uiteraard zal de ene docent dat uitgebreider doen dan de ander, maar alle aspecten moeten aandacht krijgen. Schoolleiding ziet hier ook op toe door wekelijks, zo niet dagelijks, lessen binnen te wandelen en observaties uit te voeren. Niet alleen gericht op de leerlingen, maar dus ook op de docenten. Bij docenten waar het wat minder gaat wordt daarna een interventie gedaan en wordt gekeken welke hulp en begeleiding de betreffende docent nodig heeft.

In sectie-vergaderingen wordt altijd vooruitgekeken naar komende onderwerpen en wordt afgestemd welke didactiek daarbij het meest effectief is om het leerlingen aan te leren. De docenten staan 80% van hun aanstellingsomvang voor de klas. De overige 20% is voor de lesvoorbereidingen en overleggen. Bij taken als sectiehoofd, jaarlaag leider etc is het aantal uur voor de klas uiteraard lager.

Docenten die we spreken geven aan dat er een heel hecht team draait: de school wordt echt door en met elkaar gemaakt, niemand verzaakt daar in. Alle docenten staan achter de doelen en de aanpak; succes daarin kan alleen gerealiseerd worden als daar gezamenlijk in opgetreden wordt. Eén docent geeft duidelijk aan dat het lesgeven zelf op deze school veel minder energie kost dan op zijn vorige school en wel om de simpele reden dat klassenmanagement geen issue meer is. Alle tijd en energie gaat naar de les en de lesinhoud. Dat maakt niet dat het een school is waar je een relaxte baan hebt, de werkdruk is hoog, omdat vooral de verwachtingen torenhoog zijn.

In de afsluitende Q&A komt nog ter sprake dat er naast het vak curriculum er nog één curriculum draait op deze school en dat is het PSHE curriculum (ook vereist vanuit wetgeving) wat gaat over gezondheid, veiligheid, relaties en algemeen functioneren in de maatschappij.  Aanvullend gaf de principal wel aan dat ze in de toekomst wellicht nog wat meer aandacht moeten gaan geven aan ‘character building’ zoals ze dat omschreef.

En dat is herkenbaar, in alles ademt de school uit dat het onderwijs hier gaat om normen & waarden, evidence based teaching en een zwaar kennis curriculum.

Wat je daar van vindt en of dat aansluit bij hoe jij tegen de rol van onderwijs aankijkt: dat is aan jou!

En dank weer aan @Mathpaul voor de feedback!

Schoolbezoek Wren Academy (Londen)

Vanochtend op pad naar de Wren Academy. Dan blijkt wel hoe groot Londen is. Anderhalf uur onderweg en gewoon binnen Londen gebleven. Alsof je met de trein van Alphen aan den Rijn naar Den Haag gaat en daar nog even overstapt op de tram naar Scheveningen.

Maar goed, de Wren academy. Een van de best presterende scholen in het Verenigd Koninkrijk (top 50). Een school die PO en VO in zich heeft waarbij de jaren 4, 5 en 6 nog ontbreken omdat het PO er later aan toegevoegd is (vanuit lokale behoefte).  Kans om op deze school aangenomen te worden als je verder dan 500m van de school woont is trouwens klein. Ruim 1000 aanmeldingen voor jaarlijks 180 plaatsen.

Door wijzigingen (inhoudelijke verzwaringen)  in het curriculum en het aantal GCSE examens dat een leerling maximaal mag afleggen (12 stuks) hebben veel scholen het maximaal aantal lager gelegd. Zo ook Wren met maximaal 9 examens. Minder vakken, maar meer tijd per vak om de verzwaring het hoofd te bieden. Het smaller curriculum gaat veelal ten koste van de expressievakken. Wren probeert dat iets te verzachten door de leerlingen na year 8 een keuze te geven voor welke (maximaal 2) art vakken ze kiezen in year 9.  Ze hebben dus minder verschillende art vakken, maar kiezen wat hun meer ligt. Daar krijgen ze dan ook meer uren in. Zo kunnen ze alsnog enthousiast worden voor een art vak om daar examen in te doen.

De grades kunnen ze drie keer per jaar halen (of herkansen).

  • Herfst: alles van de eerste 6 weken
  • Voorjaar (februari): alles vanaf begin schooljaar
  • Zomer: voor de vakantie alles van dat vak van het hele jaar.

Bij elkaar geeft dat relatief weinig cijfers. Er was helaas geen tijd meer om door te vragen op welke wijze er tussen deze summatieve momenten invulling gegeven wordt aan het formatieve deel. Wel zag ik in een aardrijkskundeles een docent ingenomen schriften van leerlingen teruggeven waar hij feedback in het paars had bijgeschreven (die kleur gebruiken alle docenten voor feedback die verwerkt moet worden). Deze les moesten de leerlingen aan de slag met het verwerken van die feedback, om hun werk te verbeteren.

De school stelt hoge eisen aan leerlingen, ook zeker op het disciplinaire vlak. Leerlingen die we gesproken hebben spreken over ‘strict but fun’ en je raakt eraan gewend. Er hangt een rustige sfeer op de school. Geen geren, geschreeuw, geduw op de gangen of in de aula. Pesten komt hier ook eigenlijk niet voor.  In de klassen valt op dat leerlingen behoorlijk stil zijn. Ook het wachten voor het lokaal is netjes aan de zijkant langs de muur in een rij tot de docent hen verwelkomt. Leerlingen hebben spullen netjes op tafel liggen aan het begin van de les.

Pas als we in de common-room komen van de leerlingen van de sixth-form, de pre-university groep als het ware, zien we herkenning van thuis: leerlingen geen uniform meer aan, mobieltje geplakt aan de hand, zittend op de tafels en geklets wat niet meer fluisterend is.

Deze groep krijgt duidelijk wat meer ruimte. Overigens, zodra ze in de gemeenschappelijke ruimtes aan het werk zijn, zijn ook zij weer stil en meer taakgericht bezig.

Leerlingen worden ook op verschillende manieren betrokken bij het vormgeven van de leergemeenschap die ze creëren. Wat voorbeelden:

  • Leerlingen worden ingedeeld in Houses, waarin hogere-jaars leerlingen Prefect zijn. In deze houses, zorgen leerlingen voor elkaar en helpen ze elkaar door hun schooltijd heen
  • Bij de receptie zit een (year 8) leerling-receptionist. Die volgt die dag geen les, maar werkt daar zelfstandig aan huiswerk waarbij hij/zij kleine klusjes krijgt van leerkrachten (briefjes rondbrengen, kopietje ophalen e.d.).
  • Een aantal leerlingen bezoekt ongeveer 1 x in de twee maanden een dag lessen bij docenten van een lagere jaarlaag. Hij/zij geeft de docent feedback op de les, maar ook over de didactiek, gebruik van ICT etc. Zij zien ook de veranderingen die docenten daarvan doorvoeren

De school vindt het welbevinden van leerlingen erg belangrijk, dat zie je terug in de ingeplande lessen rondom physical health, emotional health, social health en spiritual health. Waarbij die laatste niet zo zweverig is als die klinkt: het gaat ook om het bewustzijn van de omgeving waarin je leeft, het waarnemen van het laagje ijs op de bomen etc. Deze lessen (1 uur per week, ik dacht in jaar 8 t/m 10) vinden plaats in lessen of alleen jongens of alleen meisjes. Ouders worden betrokken door hen ook workshops hierover aan te bieden. Workshops die goed bezocht worden en waarin ze ook laten zien hoe zij met de leerlingen hier mee bezig zijn en hoe ouders daarin kunnen ondersteunen.

Docenten hebben drie uur per week naast hun lessen in hun rooster staan voor

  • teamvergadering
  • sectievergadering
  • professionalisering

Die laatste heeft wel een interessant invulling.

Een derde deel van het jaar geef je in dat uur extra ondersteuning aan zorgbehoevende leerling/leerlingen.

Een derde deel ga je met een aantal collega’s van verschillende vakken in drietallen met een onderwerp aan de slag. Meestal zijn dat leerstrategieën zoals spaced practice, retrieval practices etc. Vanuit de verschillende vakken, onderzoek je de theorie en pas je dat in je lessen toe, je reflecteert en leert met elkaar.

Het laatste derde deel van het jaar wordt gewerkt aan een persoonlijk leerdoel, meestal vakgericht onderzoek of ontwikkeling van eigen vaardigheden.

Dat laatste wordt ook jaarlijks besproken in functioneringsgesprekken en daar zit dan ook wat verantwoording aan vast.

Tijdens het bezoek borrelt het in me op dat het ook voor leerlingen ontzettend verrijkend kan zijn om scholen te bezoeken die zo anders zijn, dan wij wij gewend zijn in Nederland. Vanavond bij de borrel maar eens met collega Boris verder over bomen.

Nog wat sfeer beelden van o.a. het wiskunde lokaal:

Met dank aan @Mathpaul voor redactionele opmerkingen!

Google Classroom – Leerlingkiezer

Terwijl op mijn telefoon in de Google Classroom app een leerling aan het toevoegen was aan de groep zag ik een icoontje wat me niet eerder opgevallen was.


Wat blijkt, dat is een leerlingkiezer, een ‘random namen kiezer’, zoals er op verschillende sites (wheeldecide, classroomscreen e.v.a.) ook zijn.

Dat ziet er dan als volgt uit, als je wat namen hebt gekozen. Ik heb de echte naam van de leerling hierin maar aangepast.

Als je op volgende tikt, dan gaat de teller van Gekozen ééntje omhoog. Nadeel daarvan vind ik dat de leerling achterover kan gaan leunen, immers, zijn of haar beurt is voorbij. Wat ik dan ga doen is kiezen voor ‘Later de beurt geven’. Daarmee moet iedereen scherp blijven.

De PC versie van Google Classroom heeft deze optie niet, of ik heb die niet kunnen vinden.

Handig of niet. Dat laat ik aan jou over.


Conversations worth having.

Op mijn mooie school zijn we druk bezig met het implementeren van onze visie op het onderwijs. We zitten in ons tweede jaar van een ingrijpende verandering, waarbij we op meerdere fronten tegelijk bezig zijn te ontwikkelen. Veranderen gaat daarbij niet zonder slag of stoot.

We zien leerlingen regelmatig door de leerkuil gaan en het is met ons, het docententeam, niet anders.

We leren met elkaar dagelijks. Er gaat veel goed, maar de perfectionist in mij  ziet ook het nodige waar ik nog niet blij van word. Het gekke daarbij is dat ik mijn leerlingen #faalvaardigheid probeer aan te leren, maar dat naar mezelf lastig vind om toe te staan.

Als ik dan weer eens onderin de kuil sta, heb ik ook wel eens moeite om mijn zwartkijkers-bril af te zetten. Dat maakt dat ik in gesprekken soms ook niet meer in staat ben om echt te luisteren of open te staan om vanuit wat wel goed gaat door te bouwen. Ik zie dan simpel weg de route vooruit even niet; ik blijf hangen in wat er nog niet goed gaat. Het ergste vind ik dat ik die route ook afsluit voor mezelf, door de manier waarop ik dat het gesprek in ga en voer.

Toen ik hierover sprak met Melle, tipte hij het boek “Conversations worth having”  (Stravros & Torres).

De eerste weerstand waar ik mezelf even over heen moest tillen was de Amerikaanse schrijfstijl van het boek.
Omdat de tip van Melle kwam, ben ik stug door blijven lezen, en eerlijkheid gebied te zeggen, dat het uiteindelijk best mee viel.

In de kern beschrijven ze de technieken van Appreciative Inquiry die ieder gesprek kunnen maken tot een waardevol gesprek, een gesprek dat er toe doet.
In feite bestaat de aanpak uit twee stappen: positive framing en generative questions.
Ik heb dat voor mezelf maar vertaald naar  een positief raamwerk en creërende vragen.

Positive framing

Kijkend naar de aard van gesprekken, wordt het volgende schema gepresenteerd:

Om deze manier terugkijken naar gesprekken die je onlangs gevoerd hebt geeft je een mooi inzicht. Het voelt als een soort bewust onbekwaam worden. Natuurlijk had je door dat het gesprek niet liep en dat je er niet positief uitkwam. Maar dat is niet vreemd als je op zoek gaat naar bevestiging van wat je al weet en vind of naar wat nog niet goed gaat.  En dan waardeer je je gesprekspartner en het gesprek ook niet. Je kunt jezelf afvragen waarom je het gesprek bent aangegaan of wat je er mee wilt bereiken. Wil je echter verder komen dan zul je de toon en insteek van het gesprek wezenlijk anders moeten doen.

Hoe dan? Met een techniek die flipping genoemd wordt en die in een driestapsproces (Name it, Flip it, Frame it) wordt aangeboden:

  • Wat is het probleem (feitelijk)?
  • Wat is het positief tegenovergestelde van het probleem (nog steeds feitelijk)?
  • Wat is de impact als het positief tegenovergestelde gebeurt? Wat is de gewenste uitkomst daarvan?

Dat is het positive framing gedeelte van de aanpak.

Generative questions

De tweede component generative questions  vergt een nieuwsgierige houding. Vragen die op zoek gaan naar nieuwe beelden, metaforen, (fysieke) representaties die allen twee eigenschappen hebben: ze veranderen het denken zodat nieuwe opties beschikbaar komen en ze stimuleren het overgaan tot handelen/acteren  naar die nieuwe opties.
In de voorbeelden die gegeven wordt valt op dat de aandacht voornamelijk gaat naar wat er al is en wat goed werkt. Dat wordt dan als vertrekpunt genomen bij vervolgstappen om naar een oplossing van het probleem te komen.
Het zijn dus vragen die niet iemand in een hokje stoppen, of naar bevestiging zoeken. Het zijn vragen die de blik verruimen, waarbij je trots mag zijn op wat er is en die een beroep doen om de kennis & kunde die aanwezig is. Veel van die vragen zijn Hoe en Wat vragen, die gericht zijn op de gesprekspartner: Hoe zou jij…, Wat denk jij dat….

Vijf regels bij het toepassen

Om de genoemde twee strategieën kracht bij de zetten zijn er vijf regels opgesteld:

  1. Constructionist  principle: Met welk wereldbeeld, mentaal kader kijk je naar de situatie? Wat is je vertrekpunt?
  2. Simultaneity principle: Zodra de vraag gesteld is, treed de verandering in. Direct.
  3. Poetic principle: Elke situatie kun je vanuit meerdere perspectieven bekijken, je ziet het pas als je er naar kijkt.
  4. Anticipatory principle: Om ruimte te maken voor een ander perspectief, moet je in staat zijn die van jezelf los te laten.
  5. Positive principle: Hoe positiever de vraag geformuleerd, des te positiever het resultaat er van.In het boek worden deze regels met voorbeelden van gesprekken toegelicht. Volgens mij spreken ze voor zich.

    Voor mij was het tot hier in het boek voldoende. Het boek gaat echter verder met het toepassen binnen je organisatie volgens de 5-D cyclus. Ik heb dat stuk dus overgeslagen. Voor hier laat ik het bij waar de 5-D vandaan komt:  Define – Discover – Dream – Design – Deploy.

    Dit wordt in onderstaande video kort toegelicht:

    Wat het mij gebracht heeft is dat ik in een gesprek bewuster ‘voel’ hoe ik erin zit. Ik merk dat ik ook in staat ben mijn gevoel te beïnvloeden en door bewust na te denken over wat ik uit het gesprek wil halen in staan ben om het gesprek te ‘flippen’. Nog lang niet altijd helemaal, maar wel zodanig dat ik uit mijn negatieve en/of bevestigende modus kan komen.  Dat geeft gelijk ook een andere energie bij mezelf. Vermoedelijk ook bij de ander, maar daar heb ik tot nu toe nog niet zo opgelet.

    Bijzonder om te ervaren hoe iets eenvoudigs als dit toe te passen is en het positieve effect ervan te ervaren.

    Ik maak me nog steeds zorgen om bepaalde zaken in onze ontwikkeling op school, ik leg de lat nog steeds hoog en ga nog steeds door de leerkuil. Ik merk alleen dat ik meer oog begin te krijgen voor wat wel goed gaat.

    En dat voelt tof.

Waarom Edcamp een feestje is.

Vandaag was het weer zo ver: de zesde Nederlandse edcamp.
Deze keer op de Nutsbasisschool de Meent in Waalre.

Voor de verandering nu eens geen inhoudelijk verslag van deze dag. Wil je een indruk van afgelopen zaterdag dan adviseer ik je de twitter hashtag #edcampnl te bekijken, of de blog van Glenn Hille te lezen.

Een edcamp is voor mij (en daar ben ik niet alleen in) een echt feestje. Waarom?
Ik zal een poging doen om dat toe te lichten.

Zodra de afspraak van de edcamp in mijn agenda komt, ontstaat er een soort aftel gevoel. Ondanks dat er tot die tijd ook nog andere interessante bijeenkomsten voorbij komen, heeft een edcamp voor mij altijd iets bijzonders.

Een edcamp is een ontmoeting met onderwijsvrienden: een weerzien met oude en ontmoetingen met nieuwe onderwijsvrienden. Die vermenging van nieuw en oud gaat op zo’n dag heel organisch en vanzelf.
Alles wat er op een edcamp dag voorbij komt  heeft een positieve insteek. Iedereen die komt is nieuwsgierig naar de ander, staat open om te delen en heeft een passie voor ons prachtige vak. Alle deelnemers komen wat brengen en iedereen neemt wat mee terug naar huis. Het brengen hoeft niet direct het leiden van een workshop te zijn; je eigen ervaringen inbrengen, de vragen die je stelt en feedback die je geeft zijn vaak waardevol voor de ander. Onderwijsvrienden komen namelijk ook binnen met een vraag waar ze mee worstelen of met een tool die ze aan het ontwikkelen en waar ze feedback op nodig hebben. We brainstormen, we maken iets, we discussiëren, we wisselen boektips uit en sinds ons bezoek aan een edcamp in België hebben we ook de traditie overgenomen om wat lekkers mee te nemen.

Het is een dag vol trots, kwetsbaarheid, verwondering en inspiratie.

Edcamp is delen. En delen is vermenigvuldigen.
Delen kun je niet in je eentje, delen lukt alleen samen.
En wat is er mooier dan omdat met onderwijsvrienden te doen?