Bezoek van Dylan Wiliam aan Nederland

Het is al weer even geleden, maar afgelopen 3 t/m 5 september was Dylan Wiliam, na zijn bezoek aan het ministerie OC&W, weer in Nederland. Nu voor het meenemen van het onderwijs werkveld in de wereld van formatief evalueren.  Een speciaal evenement van de makers van Toetsrevolutie.

De documentaire “The Classroom Experiment” dateert van 2010, maar is nog steeds een veel aangehaalde bron als het gaat om het in beeld kennismaken met formatief evalueren. In 2011 schreef Wiliam “Embedded Formative Assessment”, waarvan in het Nederlands in 2013 een bewerkt en samengevat boekje is verschenen onder de titel : “Cijfers geven werkt niet”.

Inmiddels zijn we, door onderzoek, al veel meer te weten gekomen over wat wel en niet werkt in het onderwijs en dat werd deze dagen ook helder in de workshops die Wiliam gaf. Het gedachtegoed van formatief evalueren is versterkt, met name door opgedane kennis met betrekking tot de cognitieve leerpsychologie. Volgers van The Learning Scientist zullen herkennen dat Wiliam nu veel meer evicence-based te werk gaat en onderzoeksresultaten verwerkt in zijn formatief evalueren programma.

In zijn workshop houdt Wiliam een warm pleidooi voor het vasthouden en zelfs versterken van de aandacht voor kunstvakken. Zij dragen namelijk bij aan leesvaardigheden, aan persoonlijke ontwikkeling en voldoening en daar liggen zeker in de toekomst ook banen die niet te automatiseren zijn. Met alle druk op goed scoren op internationale onderzoeken als PISA dreigen deze kunstvakken ten onder te gaan.

Omdat het onderwijs een complex werkgebied is en iedere les weer een nieuwe situatie is, is het niet te doen om het perfecte lesgeven te definiëren. Wel kun je onderwijs verbeteren door kennis te hebben van wat werkt in welke situatie en wat niet. Docenten maken daarin het verschil. Dat betekent dat bij het professionaliseren van docenten niet zozeer gekeken moet worden naar waar de docent niet zo goed in is, maar dat je met name moet kijken naar verbeterpunten in het handelen en in de mindset van docenten, die de leerling helpen beter te worden.  De gebieden die bewezen veel invloed hebben op het beter worden van leerlingen zijn o.a. de mate van aangepaste instructie en de hoeveelheid docent geleide instructie. Beiden zitten ingebakken in de fundamenten van formatief evalueren. Wiliam heeft aangegeven dat ‘responsive teaching’ wellicht een term is die veel meer de lading dekt. Hij beschrijft dat mooi in de zin die antwoord geeft op “Waar gaat formatief evalueren over?” : Using evidence of achievement to adapt what happens in classrooms to meet learner needs.

Tijdens de workshop past Wiliam technieken toe die in het repertoire van de formatief werkende docent zitten. Hij stelt vragen waarbij je met tafelgenoten in gesprek moet, daarna moet er gestemd worden op een antwoord. Old school met het aantal vingers in de lucht voor het antwoord dat jij denkt. Daarop volgt een willekeurige selectie van wie een toelichting moet geven. Wat dan opvalt is dat bij doorvragen Wiliam regelmatig geen vraag stelt, maar een stelling geeft, of herhaalt wat de spreker zegt. Wat volgt is soms een ongemakkelijke stilte, maar altijd een uitvoeriger antwoord.  Hij ligt ook toe welke technieken hij inzet, met welk beoogd doel en waarom die techniek in die situatie werkt. De aanwezigen ervaren formatief evalueren in de praktijk, en dat voegt veel toe.

Aan bod komen verder nog de 21st century skills (die niet bestaan), rubrics, werk  veel met voorbeelden (van verschillende kwaliteit), weet welke vraag je stelt en plan die vooraf (een goed antwoord mag niet gekozen worden vanwege een foute redenatie, en stel je een vraag voor check van begrip of om een klasse discussie te voeren) en natuurlijk feedback. Voor feedback benadrukt Wiliam dat het van belang is dat de leerling iets met de feedback moet doen. Opmerkingen bij een toets schrijven zelf is nutteloos als de leerling niet vervolgens actief aan de slag gaat om de feedback te verwerken. Daarbij mag de feedback best iets later gegeven worden dan direct na de taak, bijvoorkeur op het moment dat de leerling dreigt te gaan vergeten. Hij wijst ons ook op het gevaar van feedback, van de acht mogelijke reacties op feedback zijn er slechts twee positief. Bedenk dus goed hoe je je feedback formuleert en gebruik daarin vooral het woordje ‘nog’! Een mooi citaat dat hij daarbij gebruikt is ‘Everything is hard, before it becomes easy.”

Een voor mij nieuw stuk theorie was over de opslag in je geheugen. Daarin is onderscheid tussen sterkte van de opslag (storage strength) en terughaal kracht (retrieval strength).

Storage strength is hoe goed iets opgeslagen is in het geheugen en kan alleen maar toenemen in sterkte.  Retrieval strength is hoe gemakkelijk je iets kunt ophalen uit je geheugen en deze kan zowel toe- als afnemen.

In het gegeven voorbeeld gaf een aanwezige aan, zijn eerste kenteken echt niet meer te herinneren. Waarop Wiliam aangaf dat als er een lijstje van kentekens getoond wordt met daartussen het eerste kenteken van die persoon, hij wel degelijk zijn eigen kenteken zal herkennen. Blijkbaar kennen de Engelsen hun BSN nummer allemaal uit hun hoofd, in de zaal bleek dat in Nederland niet het geval te zijn.

Hoe kun je storage strength en retrieval strength het beste vergroten? Door oefenen! En dan vooral oefenen met het ophalen van het geleerde uit het geheugen. Dat vergt ook dat er in de vraag iets moet zitten wat niet te veel voor de hand ligt, de leerling moet het liefste wat moeite moeten doen om de kennis te construeren uit zijn/haar geheugen.

 

Als ik terugkijk op deze dag, dan herken ik veel uit publicaties, webinars en boeken die ik al gelezen heb. De verrijking zit echt het het meer evidence-based onderbouwen en uitdiepen van formatief evalueren. Er is via de twitter hashtag #dwe2018 nog meer te lezen wat anderen de moeite waard vonden om te melden en te inspireren.

Gerelateerde links:

Presentaties van de gegeven workshops

http://toetsrevolutie.nl/?page_id=148

 

The Classroom Experiment (part 1)

https://www.youtube.com/watch?v=J25d9aC1GZA

The Classroom Experiment (part 2)

https://www.youtube.com/watch?v=1iD6Zadhg4M

 

The Learning Scientists

http://www.learningscientists.org/

 

Advertenties

Boekbespreking: De 5 interactiestappen voor leren

Op het Ashram College wordt sinds dit jaar formatief gewerkt met daarbij ook intensieve coaching van alle leerlingen en een ambitie om van didactisch coachen een onderdeel te maken van het dna van de school. Omdat bij formatief werken mijn hart ligt ben ik superblij hier een bijdrage aan te mogen leveren.

De school wordt bij deze implementatie begeleidt door Linque Consult, en met name Jannie Steegenga en Ella Kwakkestein. Zij (en wij dus ook) werken met het model: De 5 interactiestappen voor leren.

Deze 5 stappen komen mij erg bekend voor vanuit het plaatjes rondom formatief lesgeven die ik zelf altijd ‘gebruik’ als ik daarover praat met collega’s:

De 5 interactiestappen die benoemd worden in een cyclisch proces zijn:

  • Leerdoel
  • Creëren
  • Waarnemen
  • Feedback
  • Hoe nu verder…

Deze stappen kennen daarnaast een aantal dimensies die komen uit Didactisch Coachen (Voerman & Faber):

  • Inhoud en taak
  • Proces en strategie
  • Leerstand en gevoel (modus)
  • Kwaliteiten en talenten

Door deze combinatie te zien wordt ik gelijk al blij. Het model pretendeert niets compleet nieuws, het brengt juist verschillende uitgangspunten samen.

In het boek worden eerst de 5 interactiestappen en de 4 dimensies kort beschreven.
Vervolgens vindt per stap een verdieping plaats waarin aan de hand van een kort stukje theorie in combinatie met praktijkvoorbeelden (en scripts van gesprekken) toegelicht wordt, hoe de stap er in de praktijk uit ziet. Daarmee ervaar ik als lezer gelijk dat ik met kleine aanpassingen in mijn huidige manier van lesgeven (door ergens meer of minder aandacht aan te besteden, of bewust een actie te verrichten) al een flinke stap kan zetten in het vormgeven van de interactiestap in mijn les. De stap wordt vervolgens ook uitgewerkt in de 4 dimensies. Zo is er, bijvoorbeeld, aandacht voor niet alleen leerdoelen op lesinhoud (wat meest voor de hand ligt), maar ook op de dimensies van Strategie, Gevoel en Kwaliteiten.

In hoofdstuk 7 worden de uitgangspunten die bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van dit model kort genoemd met daarbij een verwijzing naar bronnen. Zo komen o.a. terug het geloof in de ontwikkelbaarheid van mensen (benadering vanuit de growth mindset), mediërend leren van Feuerstein, breinprincipes (Dirksen), didactisch coachen, coachingstheorieën, formatief evalueren, motivatie theorieën (Ryan en Deci), etc.

Het boekje leest prettig weg. Verwacht niet al te veel diepgang en uitgebreide achtergronden op de verschillende stappen. Daarvoor is de insteek van het boekje te praktisch. Ik denk dat het voornamelijk een uitstekend boekje is voor als je iets wilt met formatief lesgeven en didactisch coachen en je vraagt je af: hoe doe ik dat en wat komt er bij kijken. Dit model/boekje geeft een mooie samenhang der dingen weer. Het geeft aan dat je met kleine gerichte veranderingen in je huidige lespraktijk al veel impact kunt maken op het leren van leerlingen. Die kleine stappen worden met praktische voorbeelden getoond. Ergens geeft het ook wel aan dat met 5 stappen en daarbij 4 dimensies, je in een ingewikkelde matrix werkt. Maar dat is onderwijs per definitie: een complex proces. Dat maakt ons vak zo mooi en uitdagend. Ik denk dat ik dit boekje nog best af en toe eens in zal kijken om mezelf scherp te krijgen en om gericht te kiezen waar ik eens wat extra aandacht aan wil gaan geven.

Portfolio-site van VO Content

Afgelopen dinsdag was ik met mijn collega Boris op bij de lancering van de Portfolio-Site van VO Content.

Het afgelopen jaar heeft VO Content met een paar scholen (Corlaer College en Martinuscollege) gewerkt aan deze nieuwe tool.

Zelf introduceert VO Content hun nieuwe tool als volgt:

Portfolio-site.nl is een nieuwe online tool waarmee leerlingen op een eenvoudige en gestructureerde manier de ontwikkeling van hun vaardigheden kunnen bijhouden en bewijsstukken kunnen bewaren. Je kunt hierbij denken aan vakvaardigheden, 21-eeuwse vaardigheden, LOB of werknemers-vaardigheden.

Nu mag je van alles vinden van de term 21-eeuwse vaardigheden. Probeer even door die term heen te kijken.

Onze school (het Ashram College, Alphen aan den Rijn) is dit schooljaar begonnen met coaching op persoonlijke ontwikkeling en leervaardigheden, formatief werken (en ook geen cijfers meer), projectonderwijs (m.b.v. edu-scrum) vanuit de eigen verwonderingsvraag en vakkenintegratie van een deel van de vakken. De leerlingen houden in een portfolio (nu nog Google Sites) hun vorderingen bij met ‘bewijsstukken van behaalde resultaten en zaken waar ze trots op zijn. In dat portfolio willen we ook de persoonlijke ontwikkeling (en de groei daarin) zichtbaar maken. Daarnaast zijn we op zoek hoe de de behaalde leerdoelen op een goede plek kunnen bijhouden zodat er overzicht is voor leerling, coach, ouder en vakdocent.

De startpagina van de portfolio-site ziet er als volgt uit:

Voor de leerlingen is deze nagenoeg gelijk, alleen de laatste optie ontbreekt.

Je biedt de leerling een portfolio aan, waarin de competenties en vaardigheden beschreven staan.
Als test heb ik een tweetal portfolio’s zelf ingericht (begin gemaakt) en één voorbeeld portfolio van een andere school overgenomen.
Per portfolio zie je welke competenties in dat portfolio terugkomen. In de presentatie lag de nadruk volledig op de competenties zoals te zien zijn in de voorbeeld portfolio onderaan.

Omdat wij ook geïnteresseerd zijn in het inzichtelijk maken en bijhouden van vak-leerdoelen heb ik ook een Wiskunde portfolio gemaakt.
Ik zie daarin de mogelijkheid om bij Competentie een overkoepelend wiskunde thema te noemen.
Onder competenties kun je prestatieindicatoren benoemen.  Hier zie je de prestatieindicatoren die horen bij de competentie Reflecteren:

In geval van het vak wiskunde, heb ik de leerdoelen binnen het overkoepelende thema op de plaats van de prestatieindicator geplaatst. Dat ziet er dan zo uit:

Je ziet hierin ook dat de leerling gescoord is op een aantal sterren. Dat zijn de verschillende niveau’s van beginner/ in ontwikkeling / gevorderde en expert. Dat lijkt heel sterk op een regel uit een rubric.

 

Hoe scoort een leerling hier nou op?

Dat komt uit het kopje taken wat je in het startscherm kunt zien. Je moet namelijk taken opnemen, die aan bijdrage leveren aan één of meerdere competenties. Als een leerling een taak maakt en afrond kan hij/zij zichzelf scoren en bewijsmateriaal toevoegen. Dat bewijs materiaal kan een afbeelding zijn, een video of een link (bijvoorbeeld naar een document op google drive).

 

Bij het toevoegen van bewijs kan de leerling er voor kiezen om dit onderdeel ‘in de etalage’ te zetten. Dus prominent zichtbaar op de startpagina van zijn/haar portfolio site. Overigens bepaalt de leerling ook zelf wie toegang heeft tot zijn/haar portfolio.

Het meest werk zal zitten in het opzetten van een goed raamwerk waarin je alle competenties en indicatoren verwerkt die je belangrijk vindt om te gebruiken op je school. Datzelfde geldt voor vakdoelen en succescriteria.

Het fijne is dat je als collega’s binnen een school portfolio’s kunt delen en ook kunt samenwerken aan een portfolio. Dat zijn gescheiden mogelijkheden. Fijn om samen te ontwikkelen, maar ook fijn dat een ander niet te portfolio per ongeluk kan wijzigen.

De leerlingen die een presentatie gaven op de bijeenkomst waren positief en enthousiast over het gebruik van de portfolio-site. Hij is eenvoudig en overzichtelijk in gebruik. Daarnaast vinden ze het prettig om niet alleen als cijfer gezien te worden, maar dat er ook naar hun andere kwaliteiten gekeken wordt. De portfolio-site kan zeker een mooie bijdrage ook leveren aan een (deel) invulling van het vmbo plusdocument. Zeker als je de LOB hier ook in mee neemt.

De Portfolio-site is te gebruiken als je school lid is van VO-Content. Single sign-on via een elo/ SOM / magister is geregeld. Maar gebruik wel een chrome browser is de aanbeveling.

Wij gaan donderdag onze bevinden presenteren aan de projectgroep binnen de school. Ons advies zal zeker zijn om hier met een paar coach groepen zo snel mogelijk ervaring mee op te gaan doen. Fijn is dat we al een groot deel van het raamwerk hebben (in losse documenten), dus we kunnen snel gaan invullen. Daarbij merkte in vandaag wel dat de indicatoren beschreven moeten worden in max 200 tekens. Daar gaan we soms overheen nu, dus dat wordt nog eens kritisch lezen en herformuleren.

 

TheCrowd.nl & afscheid nemen, maar toch ook weer niet

Een dag die al een hele tijd in mijn agenda stond: zaterdag 7 april 2018 , afscheidsfeest van The Crowd.

Afscheid en feest in één woord. En dat in combinatie met The Crowd.

Dat voelt dubbel, maar gek genoeg kwam dat hele gevoel niet bovendrijven op die prachtige stralende zaterdag in april op Het Houtens.

Dit soort bijeenkomsten, onderwijsfeestjes, zijn een genot om heen te gaan en je weer helemaal te laten vollopen met energie. Het zijn dit soort bijeenkomsten die voor mij gestart zijn met de EdCamp in Zoetermeer in 2015. Daar liep ik een aantal ‘crowdies’ tegen het lijf. Wist ik toen veel wat er aan onderwijs buiten mijn schooltje gebeurde? De mensen die je op deze bijeenkomsten ontmoet: de Rhea’s, Glenn’s, Rob’s, Jacques’, Patricia’s, Michel’s en de lijst goes on and on: allemaal onderwijsdieren met maar één doel: morgen een beetje betere docent te willen zijn dan vandaag.

Hoe? Door kennis en ervaring met elkaar te delen. Zonder bijbedoelingen, maar vanuit passie. Willen weten hoe een ander een ervaren probleem of uitdaging aanpakt; even je laten inspireren door succesverhalen en ervaringen van anderen. Even uithuilen op een schouder en je verhaalt kwijt kunnen.
Niet voor niets is #onderwijsvrienden veel gebruikt op 7 april. Ik hoop dat dat niet zal veranderen. Eerlijk gezegd durf ik wel te stellen dat dat niet gaan veranderen.

Als eerste op het programma stond samen met Melle (mijn oude huisgenoot op ’t Visser) een bordspel spelen: Het spel van verandering met gastheer en spelbegeleider Lambrecht Spijkerboer We kregen als taak een onderwijsvernieuwing binnen de school geïmplementeerd te krijgen. We mochten allerlei acties inzetten zoals: intervisie, informeel netwerk leren kennen, informatie over de geschiedenis van de school, nieuwsbrief delen, presentatie geven, materiaal delen, met mensen praten etc.

De medewerkers met wie je een interactie kon aangaan, waren verdeeld in management/bestuur (groen), onderbouw (rood) en bovenbouw (blauw). Van iedere medewerker had je een korte beschrijving met daarin in de basis hun houding t.o.v. school, veranderingen en /of wat zij belangrijk vonden. Voorloper, volgers en tegenstanders dus. En hoe pak je dan de verandering aan?

Op een gegeven moment wilden wij in een intervisiegroep met een aantal medewerkers samen komen.

Helaas:

Waar je achter komt is, dat de actie of activiteit die je inzet, wel moet passen bij de mate van betrokkenheid van de ander. Zo kun je drie fasen van betrokkenheid onderscheiden: De ik-betrokkenheid, de taak-betrokkenheid en de ander-betrokkenheid. Als iemand nog worstelt met wat de verandering voor hem betekent, en hij zelf nog niet zo goed weet wat het is, of hoe hij daar zelf over denkt, dan moet je dus nog niet gaan presenteren of iets dergelijks, maar vooral veel praten, aandacht geven, luisteren, verduidelijken etc.

Ik herken daarin de acties die we op mijn eigen school nu inzetten om de onderwijsvernieuwing die begonnen is in leerjaar één, dit schooljaar de school in te brengen om ook leerjaar 2 op te gaan bouwen. Meer mensen raken betrokken en hoe doe je dat? Super leerzaam dus dit spel. Zo heb ik in vier gesprekken deze week al gerefereerd naar wat ik uit dit spel heb kunnen halen. En dan hebben wij nog maar de verkorte versie gespeeld (en ook die niet uit).

Dit plaatje over CBAM is nog wel een interessante om hier te delen. Het zegt iets over mogelijke opvolgende fasen waarin iemand zit en de vragen die iemand zich in die fase stelt. Daarop inhaken bij je de ontwikkeling die je wilt implementeren kan wel eens heel waardevol zijn!

Dan een heerlijke lunch, met verse streekproducten uit Houten en omgeving. In het zonnetje buiten met #onderwijsvrienden. Genieten dus.

In de middag ben ik aangeschoven bij een workshop Visual Notes, gegeven door Bureau voor Beeldzaken. Uit mijn comfortzone, want in mijn beleving kan ik helemaal niet goed tekenen. Dat bleek achteraf nog wel mee te vallen. Met aardig wat tips en voorbeelden kwamen er plaatjes uit waarbij je de bedoeling die erachter zat vrij snel zag. En dat was ook de boodschap: een beeld zegt meer en onthoudt beter dan woorden alleen.


In het voorstelrondje moesten we een beeld tekenen wat iets zei over onszelf.  Vijf personen hebben zich daarna ook voorgesteld aan de hand van hun getekende beeld. En het zal je niet verbazen, maar persoon zes kon prima vertellen wie zich voorgesteld hadden. Alleen de naam erbij….die wist hij niet meer.
Dual Coding is natuurlijk niets nieuws maar het blijkt maar weer eens hoe ontzettend krachtig dit instrument inwerkt op het brein. En dus zou het een prominente plek moeten krijgen in je leeraanbod naar leerlingen toe.

De afsluitende borrel werd muzikaal omlijst door Blue and Broke.
Wellicht zullen onderwijskenners wel herkennen welke onderwijsgoeroe zich vandaag van een andere kant liet zien:

https://twitter.com/twitter/statuses/982604037085433856

Tijdens de borrel heb ik ook nog gesproken met o.a. Bob Hofman over het gebruik van peer-feedback (Peerscholar) bij wiskunde. We hebben een deal gesloten om begin komend schooljaar met een groep van wiskunde docenten bij elkaar te komen om met elkaar opdrachten te maken, reviewen en in te zetten t.b.v. peer-feedback bij wiskunde. Daar gaan we op reflecteren en voortborduren. We gaan aantonen dat ook bij wiskunde peer-feedback prima ingezet kan worden.

Met Koen Verheggen afgesproken om weer eens op het Beekdal Lyceum te gaan kijken hoe het hun vergaat met het onderwijsavontuur dat zij dit schooljaar zijn aangegaan. Vorig jaar zijn we daar langs geweest om met hen mee te denken en te delen wat wij reeds doen in het formatieve lesgeven. Erg interessant om te gaan zien hoe ze het nu inzetten en aanpakken.

Met Jacques gesproken over keuzes maken, wat belangrijk is in je werkomgeving, hoe je daar invloed op hebt en wat je daar zelf in wilt bijdragen en bereiken. Veel herkenning en overeenstemming.

Mieke Haverkort kort gesproken over waar je als pionier in het onderwijs tegen aanloopt, welke behoefte je dan hebt in steun, reflectie en meedenken. Hier komt ook nog wel iets moois uit verwacht ik zo maar.

En dan ben ik nog veel andere gesprekken vergeten, maar leuk, zinvol en inspirerend was het zeker.

Op de vraag:

“Wat neem je mee?”

Kun je al lezen dat dat heel veel is.
Maar het allerbelangrijkste in het meenemen is en blijft toch: #onderwijsvrienden

Tot een volgende keer allemaal!  Somewhere. Everywhere.

Lang leve de diversiteit aan onderwijsvisies

De laatste tijd zie ik op mijn twittertijdlijn en op facebook te vaak berichten die propageren dat onderwijsvisie A beter is dan onderwijsvisie B. Dat coachen taboe is, of dat een school juist alleen maar coaches meer heeft. Dat directe instructie de weg te gaan is, maar dan ook weer niet meer dan één uur per dag. Dat homogene groepen wetenschappelijk bewezen de kenniskloof tussen sterk en zwak vergroten. Daar tegenover lees ik weer, dat in heterogene groepen leerlingen onvoldoende uitgedaagd worden. Dat differentiëren op zijn retour is, waarbij ik me dan afvraag welke vorm van differentiëren dan bedoeld wordt.

De discussie verhardt en lijkt aan te sturen op verschillende kampen. Volgens mij is dat niet de weg die we moeten bewandelen.

Natuurlijk moeten we als beroepsgroep luisteren naar wat onderzoek ons leert en daar ons handelen mee verrijken. Ik ben de laatste die zal beweren dat kennis opdoen overbodig is geworden. Maar ik ben ook de laatste die zal zeggen dat dat het enige doel is. Dat geldt ook voor coachen. Behalve dat ik vakdidactisch probeer te coachen ben ik ook coach in een rol als mentor en leerlingbegeleider, waarin ik de leerlingen help in hun sociaal-emotionele en persoonlijke ontwikkeling maar ook help in het aanleren van effectieve leerstrategieën. Ik differentieer in: toetsen, instructie, werkvormen & tijd. En dat doe ik zowel in homogene als in heterogene groepen, omdat ik zie en ervaar dat leerlingen daar behoefte aan hebben en er sterker van worden dan als ik dat niet doen.

Ik vind het prachtig dat we in Nederland niet alleen traditionele gymnasia kennen, maar ook een Vathorst College waarin expressie en persoonlijke ontwikkeling een grote rol spelen. Jenaplan, vrijescholen, Montessori scholen, Dalton onderwijs, Agora: prachtig dat deze naast elkaar kunnen bestaan. Leerlingen en ouders hebben zo de mogelijkheid om een vorm van onderwijs te kiezen die aansluit bij de behoefte van het kind. En op al die scholen zul je een vorm van coaching aantreffen, zal differentiatie een rol spelen, zal er zorg zijn voor leerlingen die dat nodig hebben, zal kennisoverdracht plaats vinden, wordt leerlingen geleerd kritisch na te denken en samen te werken.

Op al die scholen lopen kinderen rond die zichzelf aan het ontdekken zijn, die leergierig zijn of juist even wat minder, die hun talenten graag willen laten zien of juist willen ontdekken, die astronaut willen worden, journalist of verpleegkundige.

Op al die scholen werken professionals die leerlingen van alles bij brengen. Ze leren de leerlingen kennis van hun vak, ze geven de leerlingen begeleiding op hun persoonsvorming. Leerkrachten die vooral een band aan gaan met de kinderen die ze les geven.

Vanuit de relatie ontstaat goed onderwijs

Want al is je visie nog zo mooi, als de docent de relatie met de klas niet kan aangaan en er geen leerklimaat ontstaat, wordt er eenvoudigweg niet geleerd.

Mijn wens zou zijn, dat de verscheidenheid aan scholen die we hebben m.b.t. onderwijsvisies naast elkaar mogen bestaan en dat je daar gaat werken of naar school gaat waar de onderwijsvisie aansluit bij je persoonlijke drijfveren.

En dat iedere docent dagelijks probeert een betere docent te zijn dan hij de dag ervoor was.

Activerende werkvormen voor Bèta docenten

Een tijdje terug kwam in een aankondiging van dit boekje – Activerende werkvormen voor bèta docenten van Martin Bruggink –  tegen. Dat kan op facebook geweest zijn, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Als wiskunde docent ben ik altijd op zoek naar pakkende werkvormen dus heb ik dit boekje gelijk aangeschaft. Bij binnenkomst op de nog te lezen stapel gelegd, die groter is dan ik kan bij-lezen momenteel.

Tot ik in een projectbespreking ineens een college dit boek op tafel zag leggen. Hij was er erg enthousiast over. Toen bedacht ik me dat ik deze ook in de stapel had. Thuis gekomen toch maar eens doorgenomen. En dat gaat makkelijk en vlot. Het is niet een boek dat je op je gemakje van A tot Z gaat zitten lezen. Het is bladeren, aansprekende titels van werkvormen eens verder verkennen en zo scan je ze met het grootste gemak toch ook snel allemaal.

Bij iedere werkvorm staat beschreven:

  • Duur
  • Voorbereidingstijd
  • Soort opgaven: verdiepend en/of eenvoudig

Er volgt dan een korte beschrijving 1 a 2 korte alinea’s die de werkvorm introduceren.

De werkvorm is vervolgens uitgewerkt in twee delen:

  • Voorbereiding
  • In de les

Voorbereiding

Het mooie en praktische van bijna alle werkvormen is dat je als input veelal je methode/leer/werkboek kunt gebruiken. Daar pluk je de opgaven uit, die je in een ander jasje giet. Daar kun je naar wens iets meer werk van maken door niet te knippen en plakken maar iets digitaals van te maken. Ook daar worden tips voor gegeven. In de voorbereiding wordt je ook getipt om na te denken over hoe je groepjes gaat vormen of hoe je een klas fysiek gaat indelen.

In de les

Hierin zijn het proces en de stappen beschreven hoe je de werkvorm toepast in de lessituatie. Tot letterlijke inleidende en begeleidende teksten aan toe. Niet dat je die letterlijk hoeft op te volgen, maar ze geven een heel concreet beeld hoe je de werkvorm kunt begeleiden en waar je sterk op moet letten.

 

Een werkvorm

In mijn les van morgen ga ik aan de slag in een 3 vmbo-tl klas met de vorm Vul aan.

De leerlingen krijgen opgaven met uitwerkingen, maar in de uitwerking zijn stapjes en getallen weggevallen. Aan de leerlingen om deze in te gaan vullen. Omdat ik bezig ben met het oplossen van een vergelijking met de bordjes methode hecht ik nogal grote waarde aan de aanpak en notatie en minder aan de uitkomsten. Met deze opdracht confronteer ik ze acht keer (want acht gekozen opgaven uit het boek) met de vorm van de gewenste uitwerking / manier van opschrijven. Om het overzichtelijk te maken heb ik de opgaven even digitaal in word geschreven en in de uitwerking legen vakjes gemaakt die ze moeten invullen:

 

Evaluatie

De proef op de som vandaag. Mijn anders zo drukke klas (3 vmbo-tl) die vaak wat onrustig is (omdat het  hun laatste lesuur van de dag is),  is knijtergoed bezig geweest met deze opdracht. In de vorige les is de theorie behandeld en hebben we wat opgaven samen gedaan. Als huiswerk moesten ze als verdere oefening nog 12 vergelijkingen oplossen. Dit zou dus echt een check kunnen zijn hoe ver ze gevorderd zijn in het oplossen van een lineaire vergelijking met de balans methode.

Dat blijkt ook zo te zijn. Ik zie leerlingen er relatief makkelijk doorheen gaan, maar ik zie ook leerlingen worstelen. Dat is deels vanwege de nieuwe werkvorm die ze nog onbekend is. Voor hen hebben we samen nog een vergelijking op het bord gemaakt. Daarna heb ik op het bord vakjes getekend en de inhoud uitgeveegd. Toen viel het kwartje en zagen ze de gelijkenis.

Een paar leerlingen kwam ook vragen om wat extra oefenmateriaal, om er zeker van de zijn dat ze het nu ook echt snappen. Ik was superblij en verbaasd hiervan.

Aan de leerlingen ook gevraagd wat ze er van vonden. “Veel beter dan gewoon sommen uit het boek maken”. Wat ook hielp, kwamen we in gesprek achter, is dat het een heldere en afgebakende taak was. Ze ervoeren dat veel meer dat “Maak deze les opgaven 13 en 14.”

Deze vorm pas dus prima bij verwerken (retrieval practise) en minder bij als het nieuwe stof betreft. Voor de theorie van de kwadratische vergelijking oplossen komende week ga ik maar weer eens snuffelen in het boek!

Wil je al een inkijkje in alle werkvormen? Check dan de bijbehorende website:

http://www.activerende-werkvormen.nl/

 

Power to the Crowd

Jaren geleden was ik zoekende naar gelijkgestemden: onderwijscollega’s die verder kijken dan wat er op de eigen school gebeurd en op de eigen school mogelijk is. Via een Edcamp in Zoetermeer kwam ik in contact met Patricia en Michel. Ik werd actief op twitter en begon Frans  te volgen. Al snel kreeg ik door dat deze onderwijscollega’s iets gemeenschappelijks hadden namelijk The Crowd Nl: een groep onderwijs collega’s die graag van en met elkaar willen leren en zich ontwikkelen & verder bekwamen in ons prachtige vak.

Ik weet ook nog dat Else Marike op die Edcamp in Zoetermeer net begonnen was met de oprichting van @Meetup010. Het twitteraccount werd, dacht ik, zelfs op die dag actief. De start van iets moois blijkt nu een paar jaar later, gezien de hoeveelheid MeetUps die momenteel bestaan.

Mede door deze ontwikkeling merkten we bij The Crowd dat er nu zo veel bottom-up initiatieven zijn (diverse Facebook pagina’s zoals Leraar Nederlands, Leraar wiskunde, Actief leren zonder cijfers; de Edcamps en de #MeetUp’s) dat de behoefte aan  The Crowd op andere manieren ingevuld wordt. De behoefte aan professionaliseren lijkt zelfs sterker dan ooit. The Crowd houdt op te bestaan, zo is besloten op de laatste ledenvergadering. Maar wel met een knal!

Op 7 april organiseert The Crowd samen met @MeetupNL en aantal facebookpagina’s een fantastisch onderwijsfestijn in de regio Utrecht. Je kunt je hier al aanmelden .   Ik heb de eer om deel te mogen nemen aan het samenstellen van het programma;  in januari komen we bij elkaar om een start te maken met het programma. Spannend en tegelijk ook energiegevend!

De Crowd stopt dan wel, maar ga jij met ons mee door?