Ons LOF project in de school – een verslag van onze wereldcafé bijeenkomst

Een pilot doen met een aantal collega’s en één klas is goed, leuk en leerzaam. Er komt echter een moment dat je moet gaan besluiten of en hoe je hierna verder wilt gaan. Dat moment wil je niet een week voor het einde van het schooljaar nemen. Dat ontneemt je namelijk alle tijd die je nodig hebt om goed voorbereid die volgende stap te zetten.  Daarnaast wil je met je pilot ook verbinding zoeken met collega’s in je kernteam en collega’s die ook lesgeven aan deze pilot klas.

In ons kernteam hadden we afgelopen dinsdag in een ‘wereldcafe’ – werkvom een uitwerking van een viertal thema’s die dit jaar centraal staan in ons havo/vwo team. Dat zijn:

  • formatief lesgeven zonder cijfers
  • versterken mentoraat
  • versterken talentstroom
  • vwo profilering

Wat ik in eerste instantie al sterk vind, is dat we twee thema’s hebben die niet nieuw zijn, maar waarin we vanuit wat we al doen (en wat we daarin ook goed doen) voortzetten en daar een ontwikkeling is doormaken. We kiezen daarnaast voor twee nieuwe thema’s, waarbij de vwo profilering al wat langer rond zingt, maar waar we tot nu toe nog niet de concretisering in zijn gegaan. Geheel nieuw is het formatief lesgeven zonder cijfers.

 

In ons wereld café mocht ik tafelheer zijn bij het thema formatief lesgeven zonder cijfers.

Onderstaand tafellaken is wat we in vier ronden bij elkaar hebben ‘gekrabbeld’:

wereldcafe_lof

 

Helemaal centraal staat de leerling van onze pilot klas 1P, een vwo (atheneum/gymnasium) brugklas. Daarom heen staan Bianca, Jens  en ikzelf als docenten die nu met deze klas de cijfers hebben losgelaten. Om ons heen bevinden zich de mede kernteamleden, waarvan er een aantal ook lesgeven aan deze klas, maar een groot deel ook niet. In de cirkel daarbuiten staan de overige collega’s (docenten & niet-docenten) van onze school, waarvan er ook een aantal te maken hebben met deze klas, en een  nog groter deel helemaal (nog) niet.

Om onze pilot succesvol te laten zijn hebben we de pilot opgepakt als zijnde een PLG (professionele leergemeenschap). In onze opstart hebben we nadrukkelijk genoemd dat we zo veel mogelijk aansluiting moeten zoeken en houden met belanghebbenden om ons heen. Dat zijn ouders, met wie we in november gaan bespreken hoe het rapport eruit moet gaan zien, en of er überhaupt wel een rapport nodig is. Dat zijn de leerlingen, maar die staan als vanzelf al centraal in wat bij binnen de pilot doen. Dat zijn ook onze collega’s die mede lesgeven en collega’s die in ons kernteam zitten. De collega’s in de buitenste cirkel informeren we, maar betrekken we nog niet actief.

In eerste instantie leg ik uit wat we aan het doen zijn. Ieder groep heb ik drie vragen gesteld:

  • Wat heb jij van ons nodig of wil je van ons weten?
  • Hoe zouden jullie wat wij doen kunnen versterken?
  • Hoe zou een volgende stap eruit kunnen zien als we positief zijn over uitvoering van deze pilot?

Binnen het kernteam is er veel nieuwsgierigheid, merk ik in de gesprekken die we voeren. Niet iedereen weet echter precies wat het inhoudt, formatief lesgeven, en niet iedereen is direct een medestander, er zijn ook kritische noten. Men heeft behoefte aan informatie. Niet alleen nu, maar ze willen graag op de hoogte gehouden worden.

De versterkingsvraag levert leuke tips op. Laat leerlingen bij collega docenten aangeven wat ze fijn vinden en wat typisch is wat wij anders doen. Vraag of die andere docent daar ook iets van kan oppakken. Andersom willen collega’s ook graag zelf iets uitproberen waarvan wij vinden dat dat goed gaat of wat we wat breder ‘getest’ willen zien. Er zijn collega’s die bij het horen over rubrics aangeven dat ze graag met ons dat ook voor hun vak een keer willen doen. Hier komt de afspraak uit voort dat iedere docent 1 x met een klas gaat werken met leerdoelen in de vorm van een rubric. We komen in het gesprek ook op het breder kijken in een rubrics dan alleen vakspecifieke vaardigheden en kennis. Vanuit het versterken mentoraat en vwo profilering komt ook de behoefte aan het meer in kaart brengen van belangrijk meta cognitieve (studie) vaardigheden. Kunnen die ook vanuit rubrucs bij vakken meegenomen worden en kunnen we van daaruit leerlingen in kaart brengen en ze gerichte ondersteuning geven.  Het wereld café levert nu al zijn vruchten op. Thema’s staan niet los van elkaar.

De ideeën voor volgend schooljaar zijn er ook: doorgaan met deze klas en met meer vakken en meer docenten; de nieuwe brugklas of brugklassen ook met meerdere  vakken starten. Schoolbreed of leerlaag breed met alles over is voor iedereen een te grote stap. De beslissing moet ook wel op tijd vallen vindt men, want het kost docenten tijd om zich hierop voor te bereiden.

Een vraag die bij meerdere collega’s leeft is of dit niet heel veel extra tijd kost? Zou je dit ook met een twee-uurs vak kunnen doen en dan 14 klassen tegelijk? In deze fase ben ik blij dat ik dit met één klas doe. Ik merk ook dat ik als vanzelf al veel formatiever (maar wel met cijfers) bezig ben in mijn andere klassen. Formatief lesgeven kun je namelijk met kleine stapjes opbouwen. Omdat we nu ook geen cijfers geven, zorgt mijn gevoel om controle te houden, nog voor een administratieve last. Ik weet gelukkig wel dat ik die naar beneden kan bijstellen. Zo begon ik vorig jaar met overal feedback op te geven, nu doe ik dat beperkt en alleen op de kern en veel meer gericht op wat dit kind nodig heeft.

Wat nemen we als groep nu concreet hieruit mee:

  • We gaan collega’s uit het kernteam meer betrekken door hun actief te vragen een bepaald aspect een keer anders te doen. Bijvoorbeeld door op de toets geen cijfer te zetten, de toets in de klas te bespreken en pas nabespreking het cijfer in te voeren in magister;
  • We gaan met collega’s samen rubrics opbouwen en uit testen;
  • We houden op 27 oktober, vanuit The Crowd georganiseerd, een bijeenkomst over het organiseren van feedback op onze school;
  • We gaan in november als we nadenken over de criteria waarop we het vervolg gaan beslissen de ideeën van vandaag meenemen;
  • We gaan in onze rubrics ook meta cognitieve vaardigheden opnemen in afstemming met mentoraat en vwo profilering;
  • We gaan nadenken over een manier om onze collega’s (en ouders?) geïnformeerd te houden;

Tevreden ? Jazeker.  Voor mijn gevoel zaten we op een eilandje. Nu blijkt dat veel collega’s echt nieuwsgierig zijn naar wat we doen. Ik merk dat mijn focus te beperkt was. Wat fijn om te merken we iets doen dat in de belangstelling staat. Dat geeft nog meer energie wat we gaan samen onderwijs maken. Hoe cool is dat?

 

 

Deze blog verscheen eerder op https://lerarenontwikkelfonds.onderwijscooperatie.nl/ons-lof-projectg-in-de-school-een-werkcafe-verslag/

 

Bewaren

Bewaren

Hoe ICT middelen mijn onderwijs deze week versterkt hebben!

Hoe de inzet van ICT mijn lessen deze week heeft versterkt.

Op de school waar ik les geef zijn we ons (leerplein-) onderwijs flink aan het revitaliseren. Het concept met onze leerpleinen draait al een aantal jaar, maar we zijn niet tevreden met het (leer-) rendement ervan. Dat maakt dat je weer scherper gaat kijken naar wat je wilt dat leerlingen gaan doen en gaan leren. In de gesprekken komen termen als “differentiëren”, “coöperatieve werkvormen” en “ICT” ruimschoots aan bod. Bij “ICT” wil er nog wel eens een doel & middelen discussie ontstaan.

Deze week heb ik een poging gedaan om te kijken naar mijn doelen en te zoeken naar vormen waarbij de inzet van ICT toegevoegde waarde kan hebben. Ik wil gebruik maken van ICT middelen die ik al ken, dus ik ga niks nieuws introduceren voor mezelf.

Wat heb ik deze week gedaan?

Dinsdag heb ik mijn brugklas atheneum/gymnasium een formatieve toets laten maken. Gewoon op papier omdat ze nog niet zo thuis zijn in onze ELO. Aan het einde van de les heb ik alle leerlingen een setje uitwerkingen meegegeven. De rubric waarin de leerdoelen van dit hoofdstuk zijn opgenomen hebben ze al via forallrubrics.com eerder gehad. De huiswerkopdracht was om de toets van de klasgenoot zo goed mogelijk na te kijken en vervolgens de rubric van die betreffende leerlingen in te vullen. Daarbij moesten ze in de rubric aangeven of de leerling het onderdeel nog niet zo goed beheerst, er al bijna is, of het al heel goed kan. Daarvoor heb ik ze wel een lijstje gegeven welke opgave bij wel leerdoel hoort. Leerlingen zijn gaan nakijken en hebben vervolgens de rubric op de site van forallrubrics.com ingevuld. Ze vonden dat lastig, maar hebben wel keuzes gemaakt hoe ze antwoorden beoordeeld hebben. Het Feedforward-deel heb ik met deze klas nog niet doorgenomen dus daar hebben we het nog niet over gehad. Doordat leerlingen elkaar online kunnen ‘scoren’ geeft dat mij en de leerling direct inzicht. Er ontstaat de les daarna gelijk een gesprek: ‘Ik dacht dat ik leerdoel x al kon, en nu blijkt van niet. Dat snap ik niet, kunnen we samen daar naar kijken? ‘

forallrubrics

Forallrubrics vind ik een fijn programma:

  • flexibel in te richten;
  • keuze tussen gebruik van afbeeldingen en/of tekst;
  •  mogelijkheid tot het verdienen van badges;
  • gebruiksvriendelijk;
  • leerlingen kunnen elkaar reviewen.

Bij ieder leerdoel in de rubric kun je ook comments toevoegen. Ofwel, er is ruimte om geschreven feedback & feedforward te geven. Het maken van een goede rubric kost tijd. Maar dat is een investering die zichzelf uitbetaalt. Ook al zou ik dit programma volgend jaar niet gebruiken, het is eenvoudig te exporteren.

Woensdag heb ik mijn klas 2 atheneum/gymnasium verschillende leerroutes aangeboden. Leerlingen konden kiezen uit’:

  • hele taak eerst;
  • eind taak eerst ;
  • lekker ouderwets van A t/m Z.

Bij de hele taak beginnen ze feitelijk bij een toepassingsopgave die normaal pas aangeboden wordt als het reguliere deel doorlopen is. De eind-taak-leerlingen beginnen bij de eindtoets van het hoofdstuk in de methode, waarin nog wel de stapsgewijze opbouw van het hoofdstuk in zit. De overige leerlingen volgen de traditionele programma met wat meer instructie en begeleid oefenen. Om leerlingen bewust te maken van hun keuze heb ik ze een Socrative-vragenlijst laten invullen waarin ze hun keuze moeten aangeven, aangevuld met drie argumenten waarom ze die keuze gemaakt hebben. De vragenlijst sluit af met de vraag hoe ze laten voor zichzelf gaan bepalen of de gemaakt keuze een goede keuze was. Wat ik merkte is dat leerlingen het lastig vonden om meer dan één argument te benoemen. Er was ook een leerling die in eerste instantie koos voor de eind-taak-eerst, want dan hoef ik minder te doen. Bij het invullen van de vragenlijst is hij de stof van het hoofdstuk gaan bekijken en heeft vervolgens zijn keuze gewijzigd, met sterke argumenten daarvoor. Het maken van de Socrative heeft me slechts 10 minuten gekost.

socrative

Behalve Socrative had dit net zo goed een Google formulier kunnen zijn. Maar omdat ik wat meer met Socrative wil doen, heb ik hier voor gekozen. Het helpt mij om een goed beeld te krijgen van de keuzes van leerlingen. Daarnaast moet iedere leerling voor zichzelf goed nadenken en is de invloed van klasgenoten minder geworden. Over ongeveer anderhalve week mail ik hun antwoorden naar ze terug. Even polsen hoe ze er dan tegen aan kijken.

Op woensdag heb ik ook de nieuwe response software van SmartNotebook 16.1 uitgetest in mijn 4 mavo tl klas. Tot deze versie maakte ik gebruik van de Smart Response stemkastjes. Nu gaat alles via classlab.com en gebruiken ze hun mobieltje. Ik heb een aantal vragen uit de paragraaf Voorkennis van het nieuwe hoofdstuk laten beantwoorden met deels multiple choice en deels korte antwoorden. Leerlingen maken in een halve les waar ze normaal meer dan een les voor nodig hebben. Er werd druk heen en weer gebladerd tussen de bladzijden van de opgaven en de samenvatting achter in het boek. Er werd dus actief gezocht naar het stukje nog niet parate kennis. Het merendeel van de voorkennis bleek prima in orde. Uit de rapportage (die sterk lijkt op de Excel die Kahoot uitspuugt) kon ik snel de twee onderwerpen pakken die nog aandacht nodig hadden. Ik heb dus geen tijd verspild met dingen uitleggen die niet nodig zijn. In de vragen heb ik steeds verwezen naar een opgave uit het boek. Al met al heeft het maken van deze toets me ong. 15 minuten tijd gekost.

De les daarna op het leerplein hebben ze in Edpuzzle een tweetal filmpjes over F- en Z-hoeken bekeken met een aantal controlevragen erin. Aansluitend maakten ze twee opgaven uit het boek. ‘s Avonds met de laptop op schoot zag ik in vijf minuten dat slechts vier leerlingen het echt hadden begrepen; vijf leerlingen hebben de video niet afgekeken en hadden veel fouten. Met die leerlingen heb ik een leergesprek gehad over doorzetten, hoe zorg je dat je verder kunt, wanneer geef je op, wanneer ga je actief op zoek naar antwoorden en oplossingen. In de uitleg in de les erna, kwam het begrip snel. Het kijken van de filmpjes en beantwoorden van vragen zorgde ervoor dat er nu sneller de losse puzzelstukjes op hun plek vielen.

edpuzzle

Een Edpuzzle klaar zetten kost iets meer tijd. Je wilt een kwalitatief goede video, daar moet je even naar zoeken. Die bekijk je ook een paar keer. Het bedenken van controle-van-begrip vragen kost ook tijd. Je wil niet zomaar wat zinloze vragen neerzetten. Het is ook geen doel op zich om zo veel mogelijk vragen per instructie te bedenken. Drie a vier goede vragen zijn vaak al voldoende. Al met al was dit per video een half uur werk.

Donderdag was klas 3P aan de beurt. Ook een atheneum/gymnasium klas. In het lokaal hebben we een Quizlet live gedaan rondom de begrippen die bij het werken met functies gebruikt worden. Tijdens de Quiz hoorde bijzonder veel goede gesprekken over de vakinhoud, leerlingen die elkaar proberen te overtuigen en zag ik goede afstemming. Het mooie van Quizlet Live is dat het programma groepjes maakt. De leerlingen krijgen de antwoorden verdeeld over de mobieltjes. Iedereen krijgt dezelfde vraag maar slechts één leerling heeft het juiste antwoord op zijn scherm. Fout antwoord = helemaal opnieuw beginnen.. Er was al een bestaande Quizlet definitie lijst. Aangevuld tot het minimum van 12 vragen die de Live versie vereist. Ik gok: 15 minuten voorbereiding.

Het 2e uur met deze klas is gevuld met het werken met Formative (goformative.com). In de opdracht staat een embedded youtube filmpje met uitleg over de verschillende manieren om een domein en bereik van een functie weer te geven. Gevolgd met een tiental vragen opbouwend in moeilijkheid. Ik had verwacht dat ze dat in de les af zouden krijgen. Dat is niet gelukt. Afgesproken dat dit huiswerk is, wat af moet voor zaterdag 10:00. Ik ga tussen 10:00 en 11:00 iedereen één of twee vragen feedback in het programma geven. Leerlingen zorgen dat ze die feedback ook in het programma weer verwerken voor de volgende les.

goformative

Ideaal is dat je dus feitelijk in de schriften mee kijkt & mee krabbelt terwijl je het schrift niet hoeft in te nemen. Ik kan eenvoudig controleren hoe het met het begrip en het toepassen zit. Daar kan ik mijn volgende les weer naadloos op aan laten sluiten. Ook hier geldt: vind een video die dekt wat je wilt behandelen, die aansluit bij de methode dan wel je eigen manier van uitleggen en die kwalitatief goed is. De vragen daarna zijn grotendeels ontleend aan opgaven uit de methode, met wat variatie. Ik denk dat deze me een 45 minuten gekost heeft , inclusief het voorbereiden van de leerlingaccounts (via Excel aan te leveren voor geautomatiseerd inlezen).

Wat heeft de inzet van ICT middelen nog meer opgeleverd?

In al deze lessen is me opgevallen dat ik geen seconde verspeeld heb aan het moeten aansporen van leerlingen om aan het werk te gaan. Blijkbaar heeft de inzet van ICT leerlingen gemotiveerd.

Nog belangrijk vind ik dat leerlingen gemerkt hebben dat ik gesprekken aanknoop op basis van wat ik bij ze gezien heb; ze voelen zich gezien, gehoord en erkend:

Aandacht is echt alles!

Leerlingen vinden het leuk om met technologie bezig te zijn; ik heb geen drempels ervaren in het gebruik van de verschillende programma’s bij de leerlingen. Ik heb tijdens de lessen tijd over! Tijd om meer individueel te begeleiden, tijd om even een collega mijn lokaal in te trekken om te laten zien wat en hoe leerlingen aan het doen zijn.
Er zit nog wat nawerk buiten de les bij. Dat klopt. Maar dat is nakijken van werk altijd, en voorbereiden van een volgende les idem dito. Het fijne vind ik, dat ik vooraf weet waar ik mijn volgende les moet insteken en vooraf al de meest passende werkvorm en differentiatie kan bedenken.
Differentiëren wordt dan ook het thema van volgende week.

Parijs: in mijn lokaal maandag

Een vreemd moment gisteravond toen via diverse sociale media berichten binnen druppelen over een serie gewelddadige gebeurtenissen. Enig overzicht ontbreekt, de traditionele media blijven lang stil.

Langzaam maar zeker ontvouwt het drama zich. Ik kan het niet bevatten. En dat op een afstand van nog geen 6 uur hier vandaan, zoals Wieke ook constateert op twitter.

Bij het wakker worden vanochtend voel ik de woede en onmacht zoals ik die ook voelde bij de aanslagen van 9/11.  En ik realiseer me dat ik in mijn jeugd helemaal niet op deze manier geconfronteerd ben geweest met dit soort zinloze vormen van geweld. Althans niet dat ik mij kan herinneren. Niet zo zichtbij. Niet zo zinloos.

Ik kom beneden, en mijn zoontje zit televisie te kijken. Zapp live. Na een kus vertelt hij mij dat er iets heel ergs gebeurd is in Parijs. En dat hij het spannend vindt dat Sinterklaas vandaag in het land komt. Zijn eerste jaar als deelgenoot van het grote geheim. Het feit dat hij zo makkelijk schakelt geeft een dubbel gevoel. Mooi dat je uitkijkt naar mooie dingen. Maar ook: in welke wereld moet jij opgroeien? Wat hebben een aantal ‘volwassenen’ het zo verkloot dat jij moet leven in een wereld waarin angst gezaaid wordt. Dat er mensen tegen elkaar opgezet worden. Islam v.s. niet Islam.  Ga er alsjeblieft niet in mee Matthijs. De Islam is een vreedzaam geloof. Het zijn randdebielen,  het zijn wezens die alle waarde in hun medemensen overboord hebben gegooid. Wezens die uit zijn op nog meer geweld. Mensen zonder respect voor leven.

En dan sta ik straks maandag weer voor de klas. Ik heb mooie spreuken, pakkende tweets en geruststellende woorden gehoord en gelezen. Afbeeldingen gezien waarbij er tranen in mijn ogen kwamen van mensen die hun rug rechten en willen vechten voor een mooie wereld. Jochem Myer’s oproep beroert.

Maar maandag….wat moet ik tegen de kinderen in mijn klas zeggen. Moet ik iets zeggen? Welk gesprek gaan we voeren? Marcel Kesselring tweet een mooi bericht:nelson

In het onderwijs hebben we een prachtig medium en middel om iets in de wereld te veranderen.

Maar ik weet nu even niet hoe en wat ik daar maandag invulling aan kan geven.

Rapportvergaderingen een lust of een last?

Tijdens de ontzettende gezellige BBQ van The Crowd.nl, was er niet alleen een knappe presentatie van de 14-jarige Tess Hille over haar plannen om deel te nemen aan School at Sea.

Ik raakte ook in gesprek met Carla Upperman en Ankie Cuijpers over de organisatie van de rapportvergaderingen op school. Dat blijkt bij iedere school toch weer anders georganiseerd te zijn:

Zo maar wat tegenstellingen:

  • per klas meer dan een uur bezig  <-> meer dan 100 leerlingen in vijf kwartier
  • je komt wanneer je bij een specifieke leerling wil zijn <-> je zit bij hele jaarlagen ook als je de leerling geen les geeft
  • vooraf is bekend welke leerling besproken wordt met alle relevante info <-> iedere leerling wordt besproken
  • in en uitloop geeft verstoring en onrust <-> in en uitloop is de gewoonste zaak

Met dit in het achterhoofd ben ik onze rapportvergadering ingegaan. Gelukkig had ik maar 1 vergadering van 2 klassen die ik allebei les geef (het feit dat ik dat ‘gelukkig’ vind, zegt al iets over hoe ik onze organisatie vind).

Met 60 minuten ruim binnen de geplande 5 kwartier voor 54 leerlingen, was dat een van onze efficiëntste vergaderingen heb ik begrepen. De overige liepen of uit, of was het een geforceerde eindsprint om de tijd te halen.

In die vergadering van 60 minuten hebben we  op basis van nieuwe informatie slechts voor één leerling echt een gesprek gehad die we niet voor hadden kunnen bereiden. Voor 4 leerlingen hebben we een uitwisseling gehad, die mooi was, maar die eigenlijk geen verandering bracht in het voorstel gedaan door de mentor.

Waar hebben we de  overige 45 minuten dan aan besteed?

  • herhaling van zetten, ofwel zeggen wat al gezegd is, maar dan nog eens in je eigen woorden;
  • tips en adviezen voor de leerling voor volgend jaar;
  • het formuleren van het voorstel voor bevordering, met de achterliggende motivatie;
  • het verzamelen van reacties/opmerkingen over dat voorstel
  • het lezen van mijn mail & twitteren met MelleKramer over Diigo / IFTTT (waarover nog een blog volgt);
  • delen & genieten van succesverhalen over leerlingen waar we trots op zijn.

Vergis je niet: ik vind praten over leerlingen ontzettend, maar dan ook echt ontzettend belangrijk (trouwens ook praten MET leerlingen). Praten met en over leerlingen doe je dagelijks: met collega’s, met mentoren, en indien nodig met teamleiders, ouders en zorgdocenten.

Een rapportvergadering is echter een formeel moment waarin je de bevordering van een leerling met elkaar vast stelt. Voor ongeveer 85% is dat, op basis van het rapport en de bevorderingsnorm, een druk op de knop in Magister. Ik wil nu niet ingaan op de discussie van bevorderen op basis van behaalde cijfers op standaard testen, waar leerlingen op voorbereid zijn en niet naar andere vaardigheden te kijken).

Op onze school blijft er dan nog 15% over waarvan er 5% ook redelijk duidelijk zijn omdat de bevorderingsnorm aan geeft dat een leerling niet over is. Daar kijk je dan nog eens goed of blijven zitten het beste is, of dat een niveautje lager beter zou zijn voor het kind.

En dan is er nog 10% die in ons bespreekgebied zit. Je zweeft tussen bevorderd zijn en blijven zitten of in een dakpanklas tussen bevorderd worden naar het hoogste niveau of laagste niveau. De meeste van die leerlingen zitten daar niet ineens in de laatste maand van het schooljaar. Daar zijn zijn dan al veel gesprekken met leerling en ouders over geweest. In feite zou dat dus ook nauwelijks nieuwe inzichten of verrassingen mogen opleveren.

Waar in bovenstaande redenatie zit dan de ruimte om van ieder uur 45 minuten te vullen met zaken die niet bijdragen aan het doel?

Bij ons zit dat in het niet voorbereid de vergadering in te gaan. De mentoren hebben met de teamleider een commissie vergadering om de rapportvergadering voor te bespreken. De overige docenten van een leerling krijgen pas in de vergadering het voorstel en de argumentatie te horen. Daar komen dan veel vragen uit en/of opmerkingen over het er wel/niet mee eens zijn. Je wilt als mentor docenten niet het gevoel geven dat hun mening er niet toe doet, dus mag iedereen zijn zegje doen.

Wellicht stap ik nu wat op zere tenen bij collega docenten. Vervelend misschien, maar laat het gesprek over een efficiënte vergaderen die recht doet aan de individuele leerling maar beginnen!

In het kader van delen = vermenigvuldigen wil ik je uitnodigen om in de reacties onder deze blog met elkaar te delen hoe op jou school de rapportvergaderingen plaatsvinden. Wat vind je er fijn aan en wat niet?

#FCLVLCHAT Hoe collega docenten te motiveren om (meer) digitaal te gaan?

Vandaag, op dinsdag 28 mei 2015 een leuke twitter sessie gehad over het motiveren van collega docenten om meer digitaal te gaan werken.

Daar heb ik een storify van gemaakt, maar embedden in deze blog is me zo snel niet gelukt.

De afsluitende gedachten is wellicht geen verrassing, maar daarom niet minder relevant of minder waar:

FCLVLCHAT

Terugkerend thema is : delen van kennis & ervaring. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen.

De maatschappij van nu en straks vraagt om samenwerking skills. Laten wij als docenten het prachtige voorbeeld voor onze leerlingen zijn door te laten zien wat voor moois samenwerken oplevert.

Wil je de hele storify zien, Volg dan deze link.

Innovation Day – verkenning

Af en toe komt er iets op twitter voorbij waarbij je doorklikt op een link zonder te weten wat je eigenlijk moet verwachten. Al heb ik geen idee meer via wie ik er op kwam, vermoed ik Rafranz Davis. In Amerika zijn er scholen die jaarlijks een Innovation Day kennen. Op de blog  http://blog.cue.org/school-wide-innovation-day/ staat het volgende als algemene omschrijving: “Innovation Day allows for a whole school day of student creation. Kind of like an on-campus field trip, on Innovation Day students come to school and spend the whole day doing projects they have planned based on their own interests.” Gaaf denk ik gelijk: leerlingen zijn intrinsiek gemotiveerd om aan iets te werken waar ze zelf voor kiezen. Je ziet ineens verrassende talenten van leerlingen, die je niet eerder wist, waarbij je dus gelijk aan talentontwikkeling doet. Leerlingen gaan ineens allerlei vaardigheden gebruiken en leren, die in het reguliere schoolse niet aan bod komen (noem het voor mijn part de 21st century skills) . De docent kan ineens niet meer de 100% kennis- overbrenger zijn, maar wordt gedwongen de coachende en begeleidende rol op zich te nemen, dus die komt ook uit zijn comfortzone. Ik voel gelijk een dag vol van bruisende energie, vrolijk en hardwerkende leerlingen die met mooie verhalen en wellicht producten thuis komen. Die vol trots aan mede leerlingen, ouders en docenten laten zien waartoe ze in staat zijn, wat hun bezig houdt. Om wat voorbeelden te zien kun je eens rondkijken op https://sites.google.com/site/florenceinnovationday/home. Wellicht zijn er ook veel mitsen en maren bij te bedenken. Maar gelukkig heb ik een aantal collega’s weten te prikkelen om hier volgende week eens verder over te brainen: Hoe zou dit binnen onze projectweken vorm kunnen krijgen? Past het bij onze school en ambities? Een filmpje van Hillsdale High School in San Mateo, CA met een indruk van hun Innovation Day.

To blog or not…..

Lang getwijfeld heb ik over het zelf gaan bloggen. Wat heb ik te vertellen? Wie zit er op een blog van mij te wachten?

Die twijfel is omgeslagen na 7 februari. Waarom die dag? Ik het het genoegen om op 7 februari bij EdCamp  in Zoetermeer aanwezig te zijn. Ook dat was even een stap. maar wel een hele fijne. Hoe mooi is het namelijk om op je vrije zaterdag met gelijkgestemden met passie over onderwijs te praten!

Op EdCamp was één van de dingen die ik hoorde: Bloggen = informeel leren.
Karin Winters heeft daar een mooie blog over geschreven.

Dus om mezelf te professionaliseren, om mijn gedachten kritisch onder woorden te brengen, om te reflecteren op wat ik doe en daar de feedback van anderen bij op te zoeken: daarom ga ik bloggen.