Boekbespreking: De 5 interactiestappen voor leren

Op het Ashram College wordt sinds dit jaar formatief gewerkt met daarbij ook intensieve coaching van alle leerlingen en een ambitie om van didactisch coachen een onderdeel te maken van het dna van de school. Omdat bij formatief werken mijn hart ligt ben ik superblij hier een bijdrage aan te mogen leveren.

De school wordt bij deze implementatie begeleidt door Linque Consult, en met name Jannie Steegenga en Ella Kwakkestein. Zij (en wij dus ook) werken met het model: De 5 interactiestappen voor leren.

Deze 5 stappen komen mij erg bekend voor vanuit het plaatjes rondom formatief lesgeven die ik zelf altijd ‘gebruik’ als ik daarover praat met collega’s:

De 5 interactiestappen die benoemd worden in een cyclisch proces zijn:

  • Leerdoel
  • Creëren
  • Waarnemen
  • Feedback
  • Hoe nu verder…

Deze stappen kennen daarnaast een aantal dimensies die komen uit Didactisch Coachen (Voerman & Faber):

  • Inhoud en taak
  • Proces en strategie
  • Leerstand en gevoel (modus)
  • Kwaliteiten en talenten

Door deze combinatie te zien wordt ik gelijk al blij. Het model pretendeert niets compleet nieuws, het brengt juist verschillende uitgangspunten samen.

In het boek worden eerst de 5 interactiestappen en de 4 dimensies kort beschreven.
Vervolgens vindt per stap een verdieping plaats waarin aan de hand van een kort stukje theorie in combinatie met praktijkvoorbeelden (en scripts van gesprekken) toegelicht wordt, hoe de stap er in de praktijk uit ziet. Daarmee ervaar ik als lezer gelijk dat ik met kleine aanpassingen in mijn huidige manier van lesgeven (door ergens meer of minder aandacht aan te besteden, of bewust een actie te verrichten) al een flinke stap kan zetten in het vormgeven van de interactiestap in mijn les. De stap wordt vervolgens ook uitgewerkt in de 4 dimensies. Zo is er, bijvoorbeeld, aandacht voor niet alleen leerdoelen op lesinhoud (wat meest voor de hand ligt), maar ook op de dimensies van Strategie, Gevoel en Kwaliteiten.

In hoofdstuk 7 worden de uitgangspunten die bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van dit model kort genoemd met daarbij een verwijzing naar bronnen. Zo komen o.a. terug het geloof in de ontwikkelbaarheid van mensen (benadering vanuit de growth mindset), mediërend leren van Feuerstein, breinprincipes (Dirksen), didactisch coachen, coachingstheorieën, formatief evalueren, motivatie theorieën (Ryan en Deci), etc.

Het boekje leest prettig weg. Verwacht niet al te veel diepgang en uitgebreide achtergronden op de verschillende stappen. Daarvoor is de insteek van het boekje te praktisch. Ik denk dat het voornamelijk een uitstekend boekje is voor als je iets wilt met formatief lesgeven en didactisch coachen en je vraagt je af: hoe doe ik dat en wat komt er bij kijken. Dit model/boekje geeft een mooie samenhang der dingen weer. Het geeft aan dat je met kleine gerichte veranderingen in je huidige lespraktijk al veel impact kunt maken op het leren van leerlingen. Die kleine stappen worden met praktische voorbeelden getoond. Ergens geeft het ook wel aan dat met 5 stappen en daarbij 4 dimensies, je in een ingewikkelde matrix werkt. Maar dat is onderwijs per definitie: een complex proces. Dat maakt ons vak zo mooi en uitdagend. Ik denk dat ik dit boekje nog best af en toe eens in zal kijken om mezelf scherp te krijgen en om gericht te kiezen waar ik eens wat extra aandacht aan wil gaan geven.

Advertenties

Portfolio-site van VO Content

Afgelopen dinsdag was ik met mijn collega Boris op bij de lancering van de Portfolio-Site van VO Content.

Het afgelopen jaar heeft VO Content met een paar scholen (Corlaer College en Martinuscollege) gewerkt aan deze nieuwe tool.

Zelf introduceert VO Content hun nieuwe tool als volgt:

Portfolio-site.nl is een nieuwe online tool waarmee leerlingen op een eenvoudige en gestructureerde manier de ontwikkeling van hun vaardigheden kunnen bijhouden en bewijsstukken kunnen bewaren. Je kunt hierbij denken aan vakvaardigheden, 21-eeuwse vaardigheden, LOB of werknemers-vaardigheden.

Nu mag je van alles vinden van de term 21-eeuwse vaardigheden. Probeer even door die term heen te kijken.

Onze school (het Ashram College, Alphen aan den Rijn) is dit schooljaar begonnen met coaching op persoonlijke ontwikkeling en leervaardigheden, formatief werken (en ook geen cijfers meer), projectonderwijs (m.b.v. edu-scrum) vanuit de eigen verwonderingsvraag en vakkenintegratie van een deel van de vakken. De leerlingen houden in een portfolio (nu nog Google Sites) hun vorderingen bij met ‘bewijsstukken van behaalde resultaten en zaken waar ze trots op zijn. In dat portfolio willen we ook de persoonlijke ontwikkeling (en de groei daarin) zichtbaar maken. Daarnaast zijn we op zoek hoe de de behaalde leerdoelen op een goede plek kunnen bijhouden zodat er overzicht is voor leerling, coach, ouder en vakdocent.

De startpagina van de portfolio-site ziet er als volgt uit:

Voor de leerlingen is deze nagenoeg gelijk, alleen de laatste optie ontbreekt.

Je biedt de leerling een portfolio aan, waarin de competenties en vaardigheden beschreven staan.
Als test heb ik een tweetal portfolio’s zelf ingericht (begin gemaakt) en één voorbeeld portfolio van een andere school overgenomen.
Per portfolio zie je welke competenties in dat portfolio terugkomen. In de presentatie lag de nadruk volledig op de competenties zoals te zien zijn in de voorbeeld portfolio onderaan.

Omdat wij ook geïnteresseerd zijn in het inzichtelijk maken en bijhouden van vak-leerdoelen heb ik ook een Wiskunde portfolio gemaakt.
Ik zie daarin de mogelijkheid om bij Competentie een overkoepelend wiskunde thema te noemen.
Onder competenties kun je prestatieindicatoren benoemen.  Hier zie je de prestatieindicatoren die horen bij de competentie Reflecteren:

In geval van het vak wiskunde, heb ik de leerdoelen binnen het overkoepelende thema op de plaats van de prestatieindicator geplaatst. Dat ziet er dan zo uit:

Je ziet hierin ook dat de leerling gescoord is op een aantal sterren. Dat zijn de verschillende niveau’s van beginner/ in ontwikkeling / gevorderde en expert. Dat lijkt heel sterk op een regel uit een rubric.

 

Hoe scoort een leerling hier nou op?

Dat komt uit het kopje taken wat je in het startscherm kunt zien. Je moet namelijk taken opnemen, die aan bijdrage leveren aan één of meerdere competenties. Als een leerling een taak maakt en afrond kan hij/zij zichzelf scoren en bewijsmateriaal toevoegen. Dat bewijs materiaal kan een afbeelding zijn, een video of een link (bijvoorbeeld naar een document op google drive).

 

Bij het toevoegen van bewijs kan de leerling er voor kiezen om dit onderdeel ‘in de etalage’ te zetten. Dus prominent zichtbaar op de startpagina van zijn/haar portfolio site. Overigens bepaalt de leerling ook zelf wie toegang heeft tot zijn/haar portfolio.

Het meest werk zal zitten in het opzetten van een goed raamwerk waarin je alle competenties en indicatoren verwerkt die je belangrijk vindt om te gebruiken op je school. Datzelfde geldt voor vakdoelen en succescriteria.

Het fijne is dat je als collega’s binnen een school portfolio’s kunt delen en ook kunt samenwerken aan een portfolio. Dat zijn gescheiden mogelijkheden. Fijn om samen te ontwikkelen, maar ook fijn dat een ander niet te portfolio per ongeluk kan wijzigen.

De leerlingen die een presentatie gaven op de bijeenkomst waren positief en enthousiast over het gebruik van de portfolio-site. Hij is eenvoudig en overzichtelijk in gebruik. Daarnaast vinden ze het prettig om niet alleen als cijfer gezien te worden, maar dat er ook naar hun andere kwaliteiten gekeken wordt. De portfolio-site kan zeker een mooie bijdrage ook leveren aan een (deel) invulling van het vmbo plusdocument. Zeker als je de LOB hier ook in mee neemt.

De Portfolio-site is te gebruiken als je school lid is van VO-Content. Single sign-on via een elo/ SOM / magister is geregeld. Maar gebruik wel een chrome browser is de aanbeveling.

Wij gaan donderdag onze bevinden presenteren aan de projectgroep binnen de school. Ons advies zal zeker zijn om hier met een paar coach groepen zo snel mogelijk ervaring mee op te gaan doen. Fijn is dat we al een groot deel van het raamwerk hebben (in losse documenten), dus we kunnen snel gaan invullen. Daarbij merkte in vandaag wel dat de indicatoren beschreven moeten worden in max 200 tekens. Daar gaan we soms overheen nu, dus dat wordt nog eens kritisch lezen en herformuleren.

 

TheCrowd.nl & afscheid nemen, maar toch ook weer niet

Een dag die al een hele tijd in mijn agenda stond: zaterdag 7 april 2018 , afscheidsfeest van The Crowd.

Afscheid en feest in één woord. En dat in combinatie met The Crowd.

Dat voelt dubbel, maar gek genoeg kwam dat hele gevoel niet bovendrijven op die prachtige stralende zaterdag in april op Het Houtens.

Dit soort bijeenkomsten, onderwijsfeestjes, zijn een genot om heen te gaan en je weer helemaal te laten vollopen met energie. Het zijn dit soort bijeenkomsten die voor mij gestart zijn met de EdCamp in Zoetermeer in 2015. Daar liep ik een aantal ‘crowdies’ tegen het lijf. Wist ik toen veel wat er aan onderwijs buiten mijn schooltje gebeurde? De mensen die je op deze bijeenkomsten ontmoet: de Rhea’s, Glenn’s, Rob’s, Jacques’, Patricia’s, Michel’s en de lijst goes on and on: allemaal onderwijsdieren met maar één doel: morgen een beetje betere docent te willen zijn dan vandaag.

Hoe? Door kennis en ervaring met elkaar te delen. Zonder bijbedoelingen, maar vanuit passie. Willen weten hoe een ander een ervaren probleem of uitdaging aanpakt; even je laten inspireren door succesverhalen en ervaringen van anderen. Even uithuilen op een schouder en je verhaalt kwijt kunnen.
Niet voor niets is #onderwijsvrienden veel gebruikt op 7 april. Ik hoop dat dat niet zal veranderen. Eerlijk gezegd durf ik wel te stellen dat dat niet gaan veranderen.

Als eerste op het programma stond samen met Melle (mijn oude huisgenoot op ’t Visser) een bordspel spelen: Het spel van verandering met gastheer en spelbegeleider Lambrecht Spijkerboer We kregen als taak een onderwijsvernieuwing binnen de school geïmplementeerd te krijgen. We mochten allerlei acties inzetten zoals: intervisie, informeel netwerk leren kennen, informatie over de geschiedenis van de school, nieuwsbrief delen, presentatie geven, materiaal delen, met mensen praten etc.

De medewerkers met wie je een interactie kon aangaan, waren verdeeld in management/bestuur (groen), onderbouw (rood) en bovenbouw (blauw). Van iedere medewerker had je een korte beschrijving met daarin in de basis hun houding t.o.v. school, veranderingen en /of wat zij belangrijk vonden. Voorloper, volgers en tegenstanders dus. En hoe pak je dan de verandering aan?

Op een gegeven moment wilden wij in een intervisiegroep met een aantal medewerkers samen komen.

Helaas:

Waar je achter komt is, dat de actie of activiteit die je inzet, wel moet passen bij de mate van betrokkenheid van de ander. Zo kun je drie fasen van betrokkenheid onderscheiden: De ik-betrokkenheid, de taak-betrokkenheid en de ander-betrokkenheid. Als iemand nog worstelt met wat de verandering voor hem betekent, en hij zelf nog niet zo goed weet wat het is, of hoe hij daar zelf over denkt, dan moet je dus nog niet gaan presenteren of iets dergelijks, maar vooral veel praten, aandacht geven, luisteren, verduidelijken etc.

Ik herken daarin de acties die we op mijn eigen school nu inzetten om de onderwijsvernieuwing die begonnen is in leerjaar één, dit schooljaar de school in te brengen om ook leerjaar 2 op te gaan bouwen. Meer mensen raken betrokken en hoe doe je dat? Super leerzaam dus dit spel. Zo heb ik in vier gesprekken deze week al gerefereerd naar wat ik uit dit spel heb kunnen halen. En dan hebben wij nog maar de verkorte versie gespeeld (en ook die niet uit).

Dit plaatje over CBAM is nog wel een interessante om hier te delen. Het zegt iets over mogelijke opvolgende fasen waarin iemand zit en de vragen die iemand zich in die fase stelt. Daarop inhaken bij je de ontwikkeling die je wilt implementeren kan wel eens heel waardevol zijn!

Dan een heerlijke lunch, met verse streekproducten uit Houten en omgeving. In het zonnetje buiten met #onderwijsvrienden. Genieten dus.

In de middag ben ik aangeschoven bij een workshop Visual Notes, gegeven door Bureau voor Beeldzaken. Uit mijn comfortzone, want in mijn beleving kan ik helemaal niet goed tekenen. Dat bleek achteraf nog wel mee te vallen. Met aardig wat tips en voorbeelden kwamen er plaatjes uit waarbij je de bedoeling die erachter zat vrij snel zag. En dat was ook de boodschap: een beeld zegt meer en onthoudt beter dan woorden alleen.


In het voorstelrondje moesten we een beeld tekenen wat iets zei over onszelf.  Vijf personen hebben zich daarna ook voorgesteld aan de hand van hun getekende beeld. En het zal je niet verbazen, maar persoon zes kon prima vertellen wie zich voorgesteld hadden. Alleen de naam erbij….die wist hij niet meer.
Dual Coding is natuurlijk niets nieuws maar het blijkt maar weer eens hoe ontzettend krachtig dit instrument inwerkt op het brein. En dus zou het een prominente plek moeten krijgen in je leeraanbod naar leerlingen toe.

De afsluitende borrel werd muzikaal omlijst door Blue and Broke.
Wellicht zullen onderwijskenners wel herkennen welke onderwijsgoeroe zich vandaag van een andere kant liet zien:

https://twitter.com/twitter/statuses/982604037085433856

Tijdens de borrel heb ik ook nog gesproken met o.a. Bob Hofman over het gebruik van peer-feedback (Peerscholar) bij wiskunde. We hebben een deal gesloten om begin komend schooljaar met een groep van wiskunde docenten bij elkaar te komen om met elkaar opdrachten te maken, reviewen en in te zetten t.b.v. peer-feedback bij wiskunde. Daar gaan we op reflecteren en voortborduren. We gaan aantonen dat ook bij wiskunde peer-feedback prima ingezet kan worden.

Met Koen Verheggen afgesproken om weer eens op het Beekdal Lyceum te gaan kijken hoe het hun vergaat met het onderwijsavontuur dat zij dit schooljaar zijn aangegaan. Vorig jaar zijn we daar langs geweest om met hen mee te denken en te delen wat wij reeds doen in het formatieve lesgeven. Erg interessant om te gaan zien hoe ze het nu inzetten en aanpakken.

Met Jacques gesproken over keuzes maken, wat belangrijk is in je werkomgeving, hoe je daar invloed op hebt en wat je daar zelf in wilt bijdragen en bereiken. Veel herkenning en overeenstemming.

Mieke Haverkort kort gesproken over waar je als pionier in het onderwijs tegen aanloopt, welke behoefte je dan hebt in steun, reflectie en meedenken. Hier komt ook nog wel iets moois uit verwacht ik zo maar.

En dan ben ik nog veel andere gesprekken vergeten, maar leuk, zinvol en inspirerend was het zeker.

Op de vraag:

“Wat neem je mee?”

Kun je al lezen dat dat heel veel is.
Maar het allerbelangrijkste in het meenemen is en blijft toch: #onderwijsvrienden

Tot een volgende keer allemaal!  Somewhere. Everywhere.

Power to the Crowd

Jaren geleden was ik zoekende naar gelijkgestemden: onderwijscollega’s die verder kijken dan wat er op de eigen school gebeurd en op de eigen school mogelijk is. Via een Edcamp in Zoetermeer kwam ik in contact met Patricia en Michel. Ik werd actief op twitter en begon Frans  te volgen. Al snel kreeg ik door dat deze onderwijscollega’s iets gemeenschappelijks hadden namelijk The Crowd Nl: een groep onderwijs collega’s die graag van en met elkaar willen leren en zich ontwikkelen & verder bekwamen in ons prachtige vak.

Ik weet ook nog dat Else Marike op die Edcamp in Zoetermeer net begonnen was met de oprichting van @Meetup010. Het twitteraccount werd, dacht ik, zelfs op die dag actief. De start van iets moois blijkt nu een paar jaar later, gezien de hoeveelheid MeetUps die momenteel bestaan.

Mede door deze ontwikkeling merkten we bij The Crowd dat er nu zo veel bottom-up initiatieven zijn (diverse Facebook pagina’s zoals Leraar Nederlands, Leraar wiskunde, Actief leren zonder cijfers; de Edcamps en de #MeetUp’s) dat de behoefte aan  The Crowd op andere manieren ingevuld wordt. De behoefte aan professionaliseren lijkt zelfs sterker dan ooit. The Crowd houdt op te bestaan, zo is besloten op de laatste ledenvergadering. Maar wel met een knal!

Op 7 april organiseert The Crowd samen met @MeetupNL en aantal facebookpagina’s een fantastisch onderwijsfestijn in de regio Utrecht. Je kunt je hier al aanmelden .   Ik heb de eer om deel te mogen nemen aan het samenstellen van het programma;  in januari komen we bij elkaar om een start te maken met het programma. Spannend en tegelijk ook energiegevend!

De Crowd stopt dan wel, maar ga jij met ons mee door?

 

 

Oudergesprekken plannen

Binnenkort houden we op school de Coach – Ouder – Leerling gesprekken. Het is aan de coach om deze gesprekken met ouders in te plannen. In plaats van een strookje meegeven, innemen en plannen of ouders gewoon direct een tijdstip te geven wil ik graag iets hebben dat ik ouders een (beperkte) keuze voor dagen en tijdstippen zodat zij het beschikbare tijdstip dat het beste uit komt kunnen kiezen. Die optie moet dan vervallen voor de andere ouders.

In mijn zoektocht kwam ik , naast allerlei betaalde diensten en opties in programma’s als Magister en Som (wat vaak door administratie dan gebruikt wordt) op een drietal handige tools uit.

 

Doodle.com

De site van Doodle lijkt een beetje op de volgende in de lijst (die wat bekender is denk ik). Doodle heeft een gratis deel en een betaalde pro versie.
In het gratis deel kun je contact lijsten uit Google en office 365 koppelen, net als een aantal agenda’s synchroon houden. Ofwel: je afspraken gemaakt in Doodle komen in je eigen agenda terug. Dat is super handig.

Je kunt handig op een aantal dagen een aantal tijdstippen beschikbaar stellen. Er is een optie om als je één dag hebt ingevoerd ook die tijdstippen naar andere dagen te kopieren. Dat scheelt je werkt.

De afspraak ziet er dan als volgt uit:

Per tijdstip geeft je aan hoeveel gesprekken er gepland mogen worden op dat tijdstip ( de 1 uit 0/1) en je ziet of er al een gesprek gepland staat ( de 1 uit 0 uit 0/1).

Als je ouders via de site uitnodigt of de link mailt, komen ze in dit scherm en kunnen ze een regel toevoegen door het + tekentje (even zoeken in het plaatje) aan te klikken en hun naam en keuze te geven:

De opties die al gekozen zijn, zijn niet meer kiesbaar.

Dat kleine + tekentje vind ik zelf niet zo overzichtelijk. Dat vergt een kleine toelichting in de mail naar ouders.  Als ouders hun naam invullen (zeker langs moeders kant) is het hopelijk overzichtelijk voor jou van wie dit de ouder(s) is/zijn.

 

Datumprikker.nl

De Datumprikker ken ik eigenlijk alleen van het plannen van uitjes, wanneer kunnen de meesten. Tot mijn verrassing kan wat in Doodle kan ook in de datumprikker tegenwoordig:

Een voordeel t.o.v. Doodle is dat je deelnemers kunt aanmaken en opslaan in het adresboek van Datumprikker. Dat houdt overzicht wie gereageerd hebben en wie niet. Plus dat je voor de volgende reeks gesprekken, dat niet nogmaals hoeft in te voeren. Je kunt ouders die nog niet gereageerd hebben een herinnering mailen die alleen die ouders krijgen. Dat hoeft je in Datumprikker niet zelf uit te zoeken.

Een ouder krijgt nu één mogelijkheid om te kiezen:

Na het opslaan  ontvangt de ouder een bevestigingsmail met daarin een .ics bestand zodat de afspraak in de eigen agenda geplaatst kan worden van de ouder. Dat scheelt misschien een ouder die de afspraak vergeet. Ook bij datumprikker geldt dat een gekozen dag/tijd uit de lijst van de volgende ouders gehaald wordt. Ouders zien hier dan niet (in tegenstelling tot Doodle) welke ouder wanneer het gesprek gepland heeft. Dat maakt eventueel onderling ruilen niet mogelijk.

Datumprikker is niet gekoppeld aan jouw agenda, maar je kunt wel de afspraken exporteren naar Excel.

 

Google form met Choice Eliminator

Je kunt natuurlijk ook een Google formulier aanmaken voor ouders. Bij de standaard opties voor een formulier heb je echter niet de mogelijkheid om reeds gekozen tijdstippen uit de selectielijst te halen. Dat is niet heel praktisch, maar gelukkig is er een oplossing door de add-on Choice Eliminator te installeren.  Een formulier maken kost wat extra tijd, als je dat leuk vind is dat helemaal prima natuurlijk.

Omdat mijn tijd nu wat beperkt is heb ik deze add-on niet verder uitgeprobeerd.

Slottr

Na het publiceren van deze blog kwam nog iemand met Slottr. Ook een gratis programma. Wel met advertenties en geheel Engelstalig. Advertentievrij maken kost een bescheiden bedrag.

In tegenstelling tot Doodle en Datumprikker moet je hier alle momenten afzonderlijk aangeven en ook per moment (slot) een naam geven. Iets bewerkelijker dus.

Je ontvangt in stap 3 een link die je kunt delen met de genodigden. Als zij de link volgen zien ze het totaaloverzicht als volgt:

Wanneer een ouder een moment prikt (Slot me in) dan krijgen ze een invulscherm:

Alleen de naam is verplicht, de overige velden zijn vrij invulbaar.

De zowel de organisator als de gast (mits emailadres ingevuld) ontvangen een afspraakverzoek als email, die makkelijk aan de agenda toegevoegd kan worden op dat moment.

 

 

Conclusie

Alle vier zijn prima opties. Mijn voorkeur gaat uit naar Datumprikker. Die is qua beheermodule een stuk volwassener dan Doodle.com. Het gebruiksgemak voor ouders schat ik ook hoger in; ze hoeven zich zelf niet toe te voegen. En wellicht kennen ze Datumprikker al vanuit privé gebruik. Plus dat het ‘gewoon’ Nederlandstalig is.

 

Klaskit – boekbespreking

Onderzoeker een pedagoog Pedro De Bruyckere brengt in dit boek de onderwijswetenschap je klaslokaal en school binnen.
Daarbij schrijft Pedro zoals hij spreekt. Als je al eens een ‘talk’ van hem hebt gehoord of bijgewoond dan hoor je hem spreken terwijl je dit boek leest: toegankelijk, vermakelijk en toch serieus.

Na het lezen van Klaskit – tools voor topleraren, besef ik me terdege welk complex vak wij uitoefenen als leerkrachten. Waar we mee te maken hebben is een diverse groep individuen die we iets willen bijbrengen. De factoren die daarbij allemaal een rol spelen zijn legio. Als een iets-ervaren docent vind ik het al lastig om daar iedere keer weer een optimale mix in zien te vinden. Laat staan dat je als beginnend docent dit boek leest. Ik kan me dan zomaar voorstellen dat je niet weet waar te beginnen. Mijn tip: begin met één ding, waar jij op dit moment iets kunt oppakken waarvan je denkt dat je het laat liggen. En doe dat ene ding goed, totdat je toe bent aan de volgende!

Maar het boek Klaskit. Een boekje van 125 bladzijden (zonder het dankwoord en alle verwijzingen naar onderzoeken en literatuur) laat zich prima lezen langs een twaalftal hoofdstukken.
In ieder hoofdstuk komt een onderwerp (of lesmethode) aan bod waarbij steeds gekeken wordt waarom die methode van belang is, wanneer het kan werken, maar ook zeker wanneer het het dat (mogelijk) niet doet.
Daarmee kom je gelijk in de metafoor van het koken, die Pedro gebruikt, om aan te tonen dat in het onderwijs geen sprake kan zijn van een standaard recept, wat iedere keer hetzelfde gerecht oplevert. Nee je zult steeds goed moeten kijken in welke setting jij les geeft, met welke populatie, vanuit je eigen authenticiteit, met de bekende beperkingen of risico’s van een methode om in te schatten of je met de methode gaat bereiken wat je wilt bereiken. Dit geeft wel aan hoe complex lesgeven is. En hoe uitdagend en inspirerend het ook kan zijn.

In de loop van het lezen merk je dat de methodes ook nog eens niet los van elkaar staan maar in een complex geheel in elkaar grijpen; elkaar versterken of elkaar tegen kunnen werken.
Een aspect wat regelmatig terug komt is de rol van het werkgeheugen. Het werk geheugen kan veel, maar heeft ook zijn beperkingen.  Weten hoe het werkgeheugen functioneert helpt enorm om te begrijpen waarom bepaalde methodes die Pedro noemt zo goed werken en tegelijk waar de begrenzing ervan zit. Iets om hierover door te lezen is de cognitive load theorie van Sweller. Mocht je daar interesse in hebben kijk dan in deze blog van Paul Kirschner of in deze blog.

De methoden/onderwerpen die in Klaskit langs komen zijn:

  • Voorkennis
  • Vakkennis
  • Denken
  • Herhaling
  • Oefenen
  • Metacognitie
  • Evalueren & Feedback
  • Multimediaal (dual coding)
  • Visie
  • Relatie leerkracht-leerling

Een goed lezer herkent hierin het werk van de Learning Scientists , formatief evalueren , directe instructie en de onderwerpen die Dylan Wiliam propageert

De onderwerpen hier kort toelichten is ondoenlijk, daarmee doe ik de onderwerpen te kort. Ik stel voor dat je daarvoor het boekje gewoon aanschaft.

Het siert Pedro dat hij niet alleen mythes bestrijdt, maar ook een deur opent naar bewezen methodes voor je lessen die wel werken. Hij waarschuwt daar gelijk bij dat niet alles altijd in alle omstandigheden werkt. Die combinatie maakt dit boek eigenlijk verplichte kost voor de docentenopleidingen als je het mij vraagt. Maar ook voor nascholing van de oude rotten in het vak die met alle nieuwe inzichten, opgedaan uit onderzoek, ook weer een slag kunnen maken in hun professionaliseren.

 

 

Hacking homework – Boekbespreking

Eén van de boeken uit de Hacking serie, geschreven door Starr Sackstein & Connie Hamilton.

Sackstein is voor mij geen onbekende omdat ze actief is in de facebook groep Teachers throwing out grades – de Amerikaanse tegenhanger van Actief leren zonder cijfers. Sackstein was ook mede auteur van Hacking 10 ways to go gradeless die ik eerder al gereviewed heb.

Het principe van de Hacking serie vind ik mooi (komt in elk boek en bij iedere hack terug):

  • Stel een probleem vast
  • Beschrijf kort de ‘hack’
  • Wat kun je morgen al doen
  • Een blauwdruk voor een volledige implementatie
  • Omgaan met weerstand
  • Een praktijkvoorbeeld van een docent die de hack toegepast heeft

Het pleidooi in Hacking Homework is niet dat huiswerk in principe onzin is. Over het nut van huiswerk heeft Alfie Kohn al veel weerlegt in zijn The Homework myth (nog niet gelezen), maar dit boek is dus vooral geen oproep om een huiswerkvrije school te worden. In tegenstelling: het gaat op zoek naar vormen van huiswerk die wel waardevol zijn.

De hacks die beschreven worden vielen me eerlijk gezegd een beetje tegen. Ik heb geen echte eye openers gelezen. Veel hack zijn zijn zo voor de hand liggend, maar misschien wordt daardoor juist wel jouw blinde vlek belicht. Wie weet. Voor mij was het weinig nieuws onder de zon. Dat maakt dat ik het boek ook niet in detail heb lezen.

De 10 Hacks:

  1. Stop met het (verplicht) dagelijks opgeven van huiswerk;
    Op veel scholen blijkt het opgeven en maken van huiswerk een vast en verplicht gegeven te zijn. Breek daarmee en denk na over welk huiswerk je wanneer wilt opgeven. Dat kan bijvoorbeeld ook zijn: zoek thuis vier verpakkingen die wiskundig een ander ruimtefiguur voorstellen.
  2. Leer leerlingen in de les organiseren en verantwoordelijkheid nemen;
    Veel docenten lijken te denken dat huiswerk een manier is om leerlingen te leren organiseren en verantwoordelijkheid te nemen.Echter je vraag iets aan een leerling om te leren, maar thuis kun je de benodigde hulp niet geven. Doe dat dan dus op school!
  3. Leer je leerlingen kennen (‘cultivate rapport’);
    De vertaling hiervan vond ik even lastig. Hier wordt beschreven dat je moet investeren in het leren kennen van je leerling. Bespreek regelmatig hoe het gaat en luister vooral actief.
  4. Maak huiswerk op maat (differentieer in huiswerk);
    Niet iedere leerling is in dezelfde fase van leren. Waarom dus iedereen hetzelfde huiswerk geven. Dat zal voor de één te saai zijn (en dus stom) en voor een ander nog te lastig (en haakt af). Geef dus huiswerk die relevant is voor die leerling.
  5. Moedig leerlingen aan om te spelen;
    Kinderen spelen te weinig en huiswerk is niet belangrijker dan sociale ontwikkeling. Waar mogelijk probeer je school activiteit te koppelen aan een spel vorm.
  6. Wek nieuwsgierigheid aan het begin van de les;
    Leerlingen raken gedemotiveerd als ze niet weten wat ze moeten leren en waarom. Leerlingen zijn van nature wel nieuwsgierig. Als je die nieuwsgierigheid weet aan te boren, zal ook de weerstand voor o.a. huiswerk minder worden.
  7. Gebruik digitale mogelijkheden;
    In dit hoofdstuk noemen ze het zelf : de digitale speeltuin; ofwel maak gebruik van spelvormen die digitaal mogelijk zijn in je lessen en integreer de digitale sociale media daarbij.
  8. Laat leerlingen invloed hebben in het huiswerk;
    Dit sluit aan op het differentiëren in hack no 4, maar gaat een stap verder: geef leerlingen keuze mogelijkheden en leer ze kwaliteit van werk en kwaliteit van leren. Doordat ze eigen keuzes maken, neemt de motivatie toe.
  9. Betrek het gezin (ouders) ;
    Niet alleen bij het huiswerk, wat dat versterkt wellicht nog meer de verschillen vanuit thuis situaties, maar vooral bij de verandering die je ten aanzien van huiswerkbeleid maakt. Het hebben van leerdoelen en succescriteria helpt ouders hier al een hoop in.
  10. Laat groei/ontwikkeling zien bij leerlingen;
    Om het leren van ze leerlingen zichtbaar te maken is het laten zien van groei essentieel. Leerlingen die groei zijn, zullen gemotiveerder zijn om ook een volgende stap te zetten. Leerlingen zelf ook laten reflecteren op het geleerde. Ofwel: hier zit een stuk formatieve evaluatie in.

Ten aanzien van huiswerk denk ik dat wel als leerkracht altijd moeten zorgen dat het opgegeven huiswerk relevant is en terugkomt in de lessen zodat het voor leerlingen ook aan belangrijkheid wint. Het is ook goed om te realiseren dat leerlingen ook buiten school op sociaal vlak nog volop in ontwikkeling zijn. Als wij die ruimte volgooien met 2 uur huiswerk per dag, dan wordt een schoolweek met 32 uur les en 14 uur huiswerk meer dan de werkweek van de gemiddelde werkende. Willen we dat echt?

Wil je het effect van verschillen in thuissituaties verminderen, dan moet je erg voorzichtig zijn met welk huiswerk je gaat opgeven. Verwerken en stampen hebben dan geen zin. Bij verwerking kan onvoldoende steun mogelijk thuis gegeven worden en stampen is geen effectieve leerstrategie.

Wil je anders met huiswerk omgaan en/of ben je sceptisch  en laat je je graag overtuigen dan is dit een fijn boekje om te lezen.
Ben je al kritisch met huiswerk en denk je daar al zorgvuldig over na, dan betwijfel ik of dit boekje je iets te bieden heeft.